maandag 19 oktober 2015

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. PERUGIA. (DEEL 8)

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË.

NOORD-UMBRIË.

PERUGIA. (8)



PERUGIA.

GESCHIEDENIS.

Perugia is een stad in de regio Umbrië in centraal Italië en tevens de hoofdstad van de provincie Perugia. De stad heeft een oppervlakte van 449 km² en ligt op 493 meter hoogte boven de zeespiegel en 500 meter boven het dal van de Tiber.
De stad ligt ten zuidoosten van Florence en ten noordoosten van Rome.
De heuvel waarop de stad is gelegen wordt van oudsher geprezen om haar mooie uitzichten over het omliggende landschap.
Voor de geschiedenis van de stad moeten we teruggaan naar de 4e eeuw v.chr. Perugia wordt voor het eerst vermeld onder de naam Perusia als een van de twaalf staden van de statenbond van Etrurië, in het verslag van de oorlog van 309 v. chr. tussen de Etrusken en de Romeinen. Net als de meeste andere Etruskische steden is Perugia gebouwd als een arendsnest bovenop een steile heuvel.
De stad speel een belangrijke rol in de opstand van 295 v.chr. en werd met Vilsinii en Arretium (Arezzo) overwonnen, waarop zij het jaar erop vrede sloot.
In 216 en 205 v.chr. assisteerde Perugia Rome tijdens de oorlogen tegen Hannibal. In 41 v.chr. zocht Lucius Antonius zij toevlucht in de stad. De stad werd gelijk belegerd door Octavius, die na een lange belegering de stad verwoeste op enkele tempels na. Perugia werd snel daarna volledig herbouwd, maar werd pas rond 251-253 n.chr. een kolonie.

Na de val van het Romeinse rijk stond de stad lange tijd onder Byzantijns bestuur. Vanaf de 8e eeuw kreeg de paus steeds meer macht in het gebied. Zowel hij als de keizer moesten Perugia in de 12e eeuw als een autonoom gebied erkennen.
Vervolgens raakte Perugia betrokken in de conflicten tussen Welfen en Ghibellijnen. Meestal was Perugia op de handen van de Welfen, maar in de stad was ook een sterke Ghibellijnse factie.
In 1393 kwam er een einde aan de republikeinse staatsvorm toen een alleen heerser de macht greep. Tot 1424 waren verschillende tirannen er de baas. Daarna werd de stad bestuurd door de adellijke elite, die ook weer onderling elkaar gewelddadig te lijf gingen. Van 1488 tot 1495 vloeide er veel bloed. In de 16e eeuw werd Perugia het slachtoffer van de machtsuitbreiding van de paus en kreeg het een pauselijke gouverneur. Over de inperking van hun autonomie bestond grote onvrede bij de bewoners van Perugia.
In 1540 verhoogde de paus de zoutprijs en er barstte een volksopstand uit die door de pauselijke troepen van paus Paulkus III werd neergeslagen. Hij liet een machtige burchtmuur om de stad bouwen, naar hem 'Rocca Paoline' genoemd om de Perugianen eronder te houden.


Dit lukte bijna 300 jaar, tot in 1848 de Rocca werd verwoest door de Perugianen, die zich in de eerste onafhankelijkheidsoorlog bij de nationalisten hadden aangesloten en ze verdreven de pauselijke regering.
De troepen van de paus keerden echter terug toen deze strijd op een fiasco uitliep. Dit zou zich in 1860 nogmaals herhalen. Aanvankelijk vluchten de Zwitsers van de paus, maar keerden daarop terug en richten een bloedbad aan in de stad. In 1797 werd Perugia door de Fransen bezet. In 1832, 1838 en 1854 leed de stad onder zware aardbevingen. In mei 1849 werd de stad door de Oostenrijkers ingelijfd en, na een verloren opstand in 1859, werd zij uiteindelijk in 1860 de hoofdstad van de provincie die geheel Umbrië besloeg. Deze situatie bleef bestaan tot 1927, toen er twee provincies werden gecreëerd: Perugia en Terni.


HET WAPEN VAN PERUGIA.

In het wapen van Perugia staat een griffioen afgebeeld, ook wel grijpvogel genoemd. In de stad komt men deze afbeelding regelmatig tegen.
 het is een hybridisch fabeldier, dat de heerschappij over twee rijken symboliseert: over de aarde (zijn leeuwenlichaam) en over de lucht (de kop en de vleugels van een adelaar).
Het is een combinatie van de centaur, de draak en de hippogrief. Verder heeft het de kenmerken dat hij ook de oren heeft van een paard en een hanenkam die lijkt te zijn gemaakt van visschubben.
De griffioen komt oorspronkelijk uit de mythologie van de Skythen en het Oude Griekenland. Sinds de middeleeuwen komt hij ook voor in West-Europa, onder meer in de heraldiek.
Ook is de griffioen een symbool voor goddelijke macht en een bewaker van het goddelijke.


Na een korte maar mooie rit bereiketen we Perugia vanuit Assisi.
Daar het een hele klim is naar de stad gelegen boven op de steile helling stapten we bij de parkeerplaats van de bussen op een  minimetro die naar boven liep over een rail en door verscheidene tunnels.

Het aanschaffen van de grote hoeveelheid kaartjes gaf nog wat problemen bij de automaten en de kiosk om groepskaarten te kopen was gesloten voor de Italiaanse rust na de lunch.

Het is een goed werkend systeem, waarbij de cabines onderling met elkaar door een staaldraad zijn verbonden, als kralen in een ketting op gelijke afstanden.
De cabines hadden geen bestuurder en stopten op de tussengelegen stationnetjes precies voor een schuifdeur die pas open ging als cabine volledig stil stond.
Zonder meer schoon, netjes en efficiënt.
We stapten uit op het eindstation San Agostino.



Vanaf het metro station wandelden we in de richting van Piazza Fortebraccio waar het Palazzo Gallenga in de bouwsteigers stond.
Bijna zouden we ongemerkt de Etruskische Boog passeren of de Boog van Augustus.
Deze poort vormt een der zeven toegangen tot de oude stad. De boog heeft aan beide zijde torens die smal toelopen. Het bovenste deel van de linkertoren met de loggia werd in de 16e eeuw toegevoegd en ook het fontein dat tegen de muur is aangebouwd. Een tweede blinde boog boven de poort dateert van het jaar 40 v,chr. en is dus Romeins. 

We vervolgen onze weg over de Via Bartolo naar de Piazza IV Novembre. Aan dit plein ligt de zijgevel van de kathedraal van San Lorenzo, het Palazzo dei Priori en daartussen gelegen het fontein Maggiore.


KATHEDRAAL VAN SAN LORENZO.

Vanaf de oprichting van het bisdom bestonden er in Perugia verschillende locaties met een kerk, totdat in 936 tot 1060 een nieuw gebouwd werd gebouwd dat overeenkomst met het transcept van de huidige kathedraal.
De huidige kathedraal dateert uit een project uit 1300 door Fra Bevignate dat werd gestart in 1345 en was voltooid in 1490 in gotische bouwstijl. De hoofdingang van de kathedraal ligt aan het kleinere Plaza Dante.



De externe decoratie in wit en roze marmer tabletten, overgenomen van de kathedraal van Arezzo, werd nooit voltooid en een proefdeel daarvan is op de zijgevel nog te zien.
Links aan de zijgevel vier romaanse bogen op zuilen van de Loggia di Braccio uit 1423. Het vormde voorheen een onderdeel van het Palazzo del Podestà, wat in 1534 is afgebrand.
Daarnaast een standbeeld van paus Julius II met een zegenende hand. Naast de fraaie deur van de zij in- uitgang van de kathedraal tegen de gevel een preekstoel welke is samengesteld van oude fragmenten en Cosmatesque mozaïeken. Vanaf deze preekstoel predikte San Bernardino in 1425 en 1427.

FONTANA MAGGIORE.

Het 'Grote Fontein' wat gebouwd werd tussen 1275 en 1278 was het sluitstuk van een aquaduct dat water van de Monte Pacciano direct naar het grote plein in de stad moest brengen.
Het fontein is voorzien van fraai beeldhouwwerk, uitgevoerd door Nicola en Giovanni Pisano, en het toont elementen van zowel de kerkelijke- els de wereldlijke cultuur uit die tijd.
Het fontein bestaat uit twee boven elkaar gelegen veelhoekige bekkens van marmer en daarboven een klein bronzen bassin.


Het onderste bekken heeft 25 afdelingen die door pilaartjes van elkaar zijn gescheiden; elke afdeling telt op haar beurt weer twee paneeltjes.
Twaalf secties stellen de maanden van het jaar voor, waarbij taferelen uit het landleven en de tekens van de dierenriem om duidelijk te maken welke maand bedoeld wordt.
In de overige 13 secties zijn te zien; een griffioen wat het symbool van Perugia is, naast een leeuw, het embleem van de partij der Welfen. Verder zijn afgebeeld: symbolen van diverse wetenschappen, Samson en Delila, David en Goliath en Romulus en Remus met vogels.



Het kleinere bekken is versierd met 24 standbeelden van figuren uit het Oude Testament, heiligen en heersers van Perugia.
Andere beelden zijn symbolen van plaatsen: zo wordt Perugia uitgebeeld als een vrouw met de hoorn des overvloeds en het Traimeense Meer als een vrouw met een vis in haar hand.











PALAZZO DEI PRIORI.

Op de hoek van de Piazza IV Novembre en de Corso Vannucci tegenover de Dom ligt staat het indrukwekkende Palazzo dei Priori.
Het werd in de 14e eeuw gebouwd en vervolgens enige malen uitgebreid. 
Een waaiervormige trap leidt naar het hoofdportaal, waardoor men de Notariszaal betreedt, oorspronkelijk de vergaderzaal voor de bevolking van Perugia.
Het gehele pand is voorzien van fraaie boogvensters.
Boven de trap aan de gevel twee brozen beelden die onderling door een ketting met elkaar zijn verbonden.

Links de Griffioen het symbool van de stad Perugia en rechts de leeuw van het geslacht der Welfen. De ketting moet de verbondenheid  uitbeelden tussen de twee.

   

We wandelen verder via de Corso Vannuci met zijn oude gevels en fraaie ingangen van de historische gebouwen. In een klein steegje vinden we een kelder restaurant waar de inwendige mens versterk werd. Het is herkennen aan het fraaie gesmeden uithangbord wat de volledige breedte van het steegje in beslag neemt.
Zo bereiken we na de lunch de Piazza Italia waar het gebouw van de Prefettura ligt met daarvoor een fraai standbeeld. Onder de boven van het gebouw en op het plein was een grote rommelmarkt alwaar de nodige kits te koop werd aangeboden onder het mom van antiek.





Daar we niets van onze gading konden vinden op de rommelmarkt, je weet maar nooit, genoten we even van het uitzicht over het lager gelegen landschap van de stad Perugia.
Gewoon even van het zonnetje en de mooie dag.

Lang verblijven in Perugia was ons helaas niet gegund, daar we nog een lange busrit tegoed hadden naar ons hotel, waar we nog een overnachting hadden alvorens de volgende ochtend vroeg naar Florence.
Eenmaal weer terug op Piazza IV Novembre nog even snel een paar zijstraatjes ingedoken om wat afbeeldingen de maken. 

Hier ontdekte we nog echt oude plekjes
van de stad Perugia.


Langzaam raakte druppelsgewijs onze reisgroep weer compleet om daarna weer gezamenlijk naar het metro station te wandelen en de metro te nemen naar de parkeerplaats waar de bus stond.




Een laatst uitzicht over een deel van de stad Perugia met in de verte boven de bergen donkere luchten en de naderende avond.


Zo konden we vanuit de bus genieten van een fraaie zonsondergang die het einde van een dag betekende met weer veel opgedane kennis, en dit keer van Perugia, waar we graag wat meer tijd hadden willen doorbrengen.



Het was reeds half acht in de avond eer we in ons nieuwe hotel aankwamen Hier zouden we drie nachten blijven.
Het is; Hotel Marrani. Via Faentina 128.
50032 Ronta (Borgo San Lorenzo)
Er was rekening gehouden met onze late aankomst en niet veel later genoten we van een geweldige avondmaaltijd. De 'Mamma' zorgde ervoor dat we niets te kort kwamen en bleef ijverig  de borden vol scheppen met een hartelijke lach.


                     Zie vervolg: HOOGTEPUNTEN VAN ITALIÉ. FLORENCE. (DEEL 9)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen