woensdag 28 februari 2024

ZEE EN BEELDHOUWKUNST. (DEEL 2 - BUITENLAND)

 

BEELDHOUWKUNST DIE HERINNERT 

AAN ZIJ DIE DE ZEEËN ONTDEKTEN;

 ZEESLAGEN VOERDEN EN VOOR 

HEN DIE OP ZEE HET LEVEN LIETEN.

                                      DEEL 2

ZEE EN BEELDHOUWKUNST BUITENLAND.

BELGIË.

Ook in België. op de zeedijk te Oostende werd in 1953 een monument opgericht voor de Belgische zeelieden die omkwamen in de Tweede Wereldoorlog (links); het is gemaakt door Willy Keitz (1903-1982).
Hij schiep eveneens een figuur ter nagedachtenis van de omgekomen cadetten van de Hogere Zeevaartschool te Antwerpen (rechts).




Voor de gesneuvelde zeelieden van beide wereldoorlogen is te Antwerpen, nabij het gebouw van het loodswezen een monument opgericht, gebeeldhouwd door Simon Goossens (1893-1964)





Een monument ter nagedachtenis van de omgekomen cadetten van het Belgische opleidingsschip 'Comte de Smet de Naeyer' staat op het Jean Jacobsplein te Brussel.
Het werd gebeeldhouwd door Charles Samuel (1862-1938), in 1912.




Het schip werd vernoemd naar Graaf Paul de Smet de Naeyer, toenmalig minister van Financiën en openbare Werken. Hij startte in 1002 in Brugge met een comité dat de maritieme bedrijvigheid deed herleven. Een van de beslissingen van de "N.V. Belgische Zeevaartvereniging" was om een zeilschip te bouwen dat kon dienen als opleidingsschip voor officieren van de koopvaardij.
In december 1904 werd dan ook het eerste schoolschip, de "Comte de Smet de Naeyer"of kortweg "Comte" te water gelaten. Bij de tewaterlating op de Greenock scheepswerf te Schotland in oktober 1904 kapseisde het schip.
Na de eerste reis naar Chili werd de grote driemaster wat getransformeerd en beter uitgerust. In 1906 lag het schip op de rede in Antwerpen voor een grote opknapbeurt. OP 11 april vertrok het schip vanuit Antwerpen naar Zuid-Afrika met een vracht van 2400 ton cement en 350 ton andere vracht , het werd haar laatste reis.
Op 19 april 1906 verging de "Comte" in de Golf van Biskaje. Hierbij kwamen 33 scheepslieden om het leven, onder wie de kapitein, de aalmoezenier en verschillende officieren. Een reddingsloep met 24 matrozen overleefden de ramp.



Te Zeebrugge treft men nabij de pier een gedenkteken aan ter herinnering aan de raid op Zeebrugge door de Engelse vloot op Sint Jorisdag, 23 april 1918. 
Het oorspronkelijke monument werd in 1943 door de Duitsers vernield, maar werd in 1964 weer herbouwd.






Eveneens te Zeebrugge staat een eenvoudig kruis ter nagedachtenis van de op zee gebleven vissers.




Een merkwaardig gedenkteken is de voorsteven van de Engelse kruiser 'Vindictive' die te Oostende nabij de Comte de Smet de Naeyerlaan staat ter herinnering aan de blokkade van de Oostendense haven in 1918.



Tot de beeldhouwwerken in relatie met de zee kan ook gerekend worden het Brabofontein op de Grote Markt (links) te Antwerpen, in 1887 ontworpen door Jef Lanbeaux (1852-1908) .
Van dezelfde beeldhouwer staan meerdere allegorische bronzen figuren met betrekking tot handel en scheepvaart aan de gevel van het Hansahuis te Antwerpen (driemaal rechts).


Een ander monument te Antwerpen, van J.J.Winders (1849-1904), staat op het Marnixplein en herinnert aan de Vrijmaking van de Schelde. het werd opgericht in 1883. (links)
Op 1 en 2 augustus 1863 vierde Antwerpen feest: de stad verlicht met lampions, straten zwart van het volk, vuurwerk aan de kaaien, op de Schelde overal versierde boten. Voortaan was er geen tol meer verschuldigd aan Nederland om de Schelde op te varen. Een nieuwe bloeitijd voor de havenstad brak aan.




Op de Suikerrui naast het stadhuis staat sedert 1950 een bronzen beeld (rechts) van de 'buildrager' van Constant Meunier (1831-1905), dit ter ere van de havenarbeiders van Antwerpen.


Aan beide zijden van de Scheldebrug te Temse bevindt zich een liggend naakt van de hand van Karel Aubroek
(1894-1986), dat de Schelde symboliseert.



Een zeer bijzonder religieus beeldhouwwerk is het voetstuk van de preekstoel in de Sint Andrieskerk te Antwerpen, gebeeldhouwd door Frans van Geel (1756-1830). 
Het stelt voor Christus staande op de baren op het ogenblik dat hij Petrus en Andreas, de laatste zittend in een Brabantse boot, toegevoegd: 'Volg mij, Ik zal u tot mensenvissers maken'.






Voor de cartograaf Gerard Mercator (links) werd een standbeeld opgericht te Rupelmonde, een werk uit 1871 van Frans van Havermaet (1828-1999);
voor Simon Stevin (rechts)  een standbeeld te Brugge, gebeeldhouwd door Eigène Simonis (1810-1982)


FRANKRIJK.


Te Duinkerken staat een standbeeld voor Jan (Jean) Bart, een Nederlander geboren in 1650, welke onder bevel van Michiel de Ruyter meedeed aan de tocht naar Chatham aan boord van de 'Zeven Provinciën'. (links)
Zijn loopbaan zou echter niet altijd in dienst van Holland zijn. Later diende hij in de Franse marine voor Louis XIV. Het beeld is werk van David d'Angers (1788-1856).

(rechts) Een standbeeld en plaquette ter nagedachtenis aan de 800 Deense Zeelieden die deelnamen aan de landing in Normandië in juni 1944. Het staat 2,5 kilometer van het Utah strand.


SPANJE EN ITALIË.

Columbus de ontdekkingsreiziger, geboren in 1451 te Genua (Italië) en overleden in 1506 te  Valladolid (Spanje) heeft wel de meeste monumenten.
De zuil te Barcelona is het werk van de beeldhouwer Rafaele Atche (1851-1923).
De zuil te Genua is het werk van de beeldhouwer Canzio.
Ook in de plaats Rapallo stad een standbeeld van Columbus.


PORTUGAL.


In de stad Lissabon de hoofdstad van Portugal, staat aan de oever van de rivier de Taag een kunstwerk van de Leopoldo Neves de Almeida (1898-1975) ter ere van Hendrik de Zeevaarder.
Hendrik de Zeevaarder, (1394-1460) Infante Dom Henrique, was de derde zoon van de Portugese koning Joao I en Philippa von Lancaster.
Hendrik was zelf geen zeevaarder maar was zeer begaan met de zeevaart en de ontdekkingsreizen in zijn tijd.
Hij stichtte de zeevaartschool te Sagres een nautisch centrum. Er werd onderricht door kosmografen en cartografen. Ook werden hier alle scheepjournaals van de kapiteins opgeslagen om zo alle kusten in kaart te brengen. Het monument geeft weer: Hendrik de Zeevaarder staande op de boeg van een schip met volle zeilen, met achterham al de belangrijke personen van het koninklijk hof en kapiteins ter zee.

ENGELAND.

Op het Trafalgar-plein in Londen staat een zuil ter ere aan Horatio Nelson (links) Brits vlootvoogd en zeeheld. De zuil is 5,5 meter hoog. Nelson leefde van 1758-1805 en overleed bij de zeeslag  te Trafalgar.
Het monument is van de hand van Edward Hodges Baily (1788-1867).

Te Plymouth (rechts) staat een monument ter ere aan Sir Francis Drake  (1542-1596). Hij overleed op zee aan dysenterie en kreeg een zeemansgraf.
Het monument is van de hand van Joseph Edgar Bochm (1834-1890)

SCANDINAVIË.



Midden in het centrum van Bergen in Noorwegen, vlak bij de binnenhaven staat een indrukwekkend monument (links). Het is een monument voor de Deense zeehelden en wel op een bijzondere manier uitgebeeld. Op de vier zijden van de vierkante sokkel staan telkens drie zeevaarders. Daarboven een kleinere kubus met aan iedere zijde een reliëf met marine afbeeldingen.

Rechts een monument voor de zeevaarders te Kopenhagen in Denemarken gelegen in Langelinie, dichtbij de jachthaven. Het monument is ter ere van de burgerlijke zeelieden die tijdens de de Eerste Wereld om het leven kwamen. Het werd ontworpen door Svend Rathsack en Ivar Bentson.
Het monument bestaat uit een bronzen sculptuur van een gevleugelde vrouwenfiguur, die de herinnering voorstelt, geplaatst op een ruitvormig sokkel met op de zijkanten een reeks verhalen in reliëfs. De namen van de 101 koopvaardijschepen die tijdens de WO-I  tot zinken werden gebracht, evenals de namen van 648 bemanningsleden zijn er op aangebracht.
 De gevleugelde vrouwenfiguur is gemodelleerd naar het klassieke Hellenistische beeldhouwwerk van Nike van Samothrake. De reliëfs op de zijkanten zijn geïnspireerd op de Borobudur op Java Indonesië.

KLASSIEKE TIJD.

Uit de klassieke tijd dateert onder meer de beroemde Nike van Samothrace in het Louvre te Parijs (links). Het is het overwinnigsbeeld van de Rhodensers in 190 v.Chr. ter ere van de overwinningen op Antiochus III van Syrië
Het beeld werd gevonden in Samothrace in 1863. Het staat opeen voetstuk, waarin nog de vorm van de boeg van een Griekse bireme ie herkennen is.


Rechts: Grafmonument voor de zeeman Democledes, zoon van Demetrios. De jonge zeeman zit treurend op de voorplecht van zijn schip. 5e Eeuw v.Chr..
















Bekend is voorts een aantal Neptunusfiguren. (links) Voor het fontein op de Piazza del Nettuno te Florence (Italië) schiep de uit Vlaanderen Jan van Bolgna (1529-1608) ook wel genoemd Giovanni da Bologna of Giambologna een Neptunus waarvan een brozen kopie staat nabij het koninklijk domein te Laken (Brussel). (rechts) Een Neptunus in fontein op de Piazza Navona in Rome.


Met de klok mee Neptunes: Trevifontein in Rome; Florence; Venetië en Versailles (Parijs)

Een Neptunes van Sansovino staat bij de Scala dei Giganti in Ventië, een Neptunus is ook het hoofdfiguur in het beroemde Trevifontein te Rome; en in Versailles siert een liggende Neptunus de Neptunusvijver.




Tot de maritieme beeldhouwkunst behoren eveneens de in hout gesneden beelden als steven versieringen van de oude zeilschepen en andere scheepsversiering op oudere en hedendaagse schepen.
Niet minder belangrijk zijn de gevelstenen, portiekversieringen en grafstenen met maritieme emblemen zoals die te zien zijn op talrijke gebouwen en in kerken in België en Nederland.


Een monumentaal voorbeeld van dit beeldhouwwerk is de gevel van 'De Hoorn'  of Schippershuis op de Grote Markt te Brussel van Antoon Pastorana
(1640-1702), dat een replica is van het gebeeldhouwde hakkebord van een zeilschip.



Tenslotte mag niet onvermeld blijven, dat ons uit de oudheid vele gegevens omtrent schepen, scheepvaart en visserij zijn overgeleverd in de talloze grote en kleine sculpturen en reliëfs, die aan nog bestaande monumenten of verspreid in musea over de hele wereld te zien zijn. Tot deze bronnen van onze historische kennis kunnen dan in dit verband evenzeer gerekend worden de munten, penningen en zegels, die veelal afbeeldingen van schepen droegen.








zondag 25 februari 2024

ZEE EN BEELDHOUWKUNST. (DEEL 1 - NEDERLAND)

 


BEELDHOUWKUNST DIE HERINNERT

 AAN ZIJ DIE DE ZEEËN ONTDEKTEN,

            ZEESLAGEN VOERDEN 

                     EN VOOR HEN

     DIE OP ZEE HET LEVEN LIETEN.


                                                                                DEEL 1.

 ZEE EN BEELDHOUWKUNST IN NEDERLAND.


De beeldhouwkunst heeft zich in de loop van de geschiedenis in vele landen laten inspireren door onderwerpen die met de zee of de scheepvaart betrekking hebben.
Ook functioneel heeft de beeldhouwkunst een relatie met de scheepvaart getuige vele plastische scheepsversieringen en boegbeelden die de zeilschepen tooiden.
Het spreekt vanzelf dat het in het bijzonder de aan zee gelegen landen zijn, met een maritieme historie, waar de zee en scheepvaart zich in de beeldhouwkunst weerspiegelen. Zowel in monumenten, standbeelden en graftomben als in gevelstenen, munten en penningen.
De Nederlandse beeldhouwkunst, die in het algemeen gezien niet kan bogen op een groot aantal monumenten die kunnen voldoen aan hoge maatstaven van waardering, is bepaald niet rijk aan werken, die verband houden met de zee, met varen en gevaren. Zelfs in de tijd, waarin scheepvaart zich tot grote bloei ontwikkelde en in schilderkunst internationale roem oogstte, zijn er weinig beeldhouwers, die zich door de zee lieten inspireren.  

Van links naar rechts: Graftombe Piet Heyn in Oude kerk Delft en Tromp in de Oude Kerk te Delft.

Uit de 17e eeuw komen slechts de namen naar voren van enkelen die opdrachten ontvingen en uitvoerden voor monumentale graftomben, waarmee de gedachtenis van Nederlandse zeehelden geëerd werd.
Genoemd kunnen worden: Pieter de Keyser (1595-1644), zoon van de bouwmeester en beeldhouwer Hendrick de Keyser, aan wie de graftombe van Piet Heyn in de Oude Kerk te Delft wordt toegeschreven. Robert Verhulst (1624-1698), die te Amsterdam werkte onder Artus Quellinus (1609-1688). Hij is onder meer de maker van het monument voor Maarten Harpertsz Tromp in de Nieuwe Kerk te Amsterdam (1658)  en van diens marmeren praalgraf in de Oude Kerk te Delft, in samenwerking met Willem de Keyser naar een ontwerp van Jacob van Campen.

Van links naar rechts: Praalgraf van Michiel de Ruyter en Van Gendt.

Ook maakte hij de praalgraven van de Admiraals De Ruyter en Van Gendt, respectievelijk in de Nieuwe Kerk te Amsterdam (1681) en in de Domkerk te Utrecht (1671), evenals van de gebroeders Cornelis en Johan Evertsen in de voormalige Oude of Sint Pieterskerk te Middelburg (1686), thans in de Nieuwe Kerk.


Van links naar rechts: Praalgraf Cornelis en Johan Evertsen en praalgraf Jacob van Wassenaar.

Bartholomeus Eggers (1637-1691) tenslotte was de schepper van het praalgraf  van Jacob van Wassenaar in de Grote Kerk te Den Haag (1667), waarop een reliëf voorkomt van de Vierdaagse Zeeslag..




Van links naar rechts: Michiel de Ruyter en Piet Heyn.

In de 19e eeuw kregen nog de Admiraals De Ruyter en Piet Heyn hun standbeelden, de eerste op de boulevard te Vlissingen in 1894 door Louis Royer, de tweede te Rotterdam-Delfshaven door Jos Graven in 1870.

Van de wat ruimer in Nederland vertegenwoordigde sculptuur van recenter tijd heeft een aantal van de zeer goede beeldhouwers nauw te maken met de zee. En die monumenten zouden niet gemaakt kunnen zijn, door een beeldhouwer uit bijvoorbeeld midden Europa die de zee, de Noordzee of de voormalige Zuiderzee, nimmer gezien, nimmer ondergaan heeft. Dat de enige buitenlander die een geslaagd monument met betrekking tot de zee vervaardigde, de Italiaan Fred Carasso, veertig jaar in ons land leefde er werkte, bewijst veel zo niet alles; hij heeft in de loop van die jaren begrip gekregen voor de zee, voor onze Noordzee, de zee die onze lage landen zowel begrenst als bedreigt en verrijkt.

HIERONDER EEN LIJST VAN BEELDHOUWERS EN HUN WERK MET DE ZEE.


Lambertus Zijl (1866-1948)  boetseerde een in brons afgegoten, impressionistisch reliëf  dat de golvende zee voorstelt. Verder hakte hij een stenen reliëf met vissers en anker aan het  van de voormalige Nederlandse Handel-Maatschappij te Amsterdam en werkte, samen met de sierkunstenaar Lion Cachet, veel voor de Nederlandse schepen.


Toon Dupuis (1877-1937) Heeft een stenen monument vervaardigd op de boulevard te Scheveningen ter herinnering aan de mariniers die hun taak vervulden
tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) 
H.A. van den Eynde & Hildo Krop.

H.A. van de Eynde (1869-1939) heeft beeldhouwwerk gehakt (links) aan de gevel van het Scheepvaarthuis te Amsterdam, evenals Hildo Krop (1884-1970) die ook bronzen schegbeelden vervaardigde voor twee schepen van de Vrachtvaartmaatschappij Rotterdam en beeldhouwwerk aan de Scheepvaarthuis te Amsterdam (rechts). Ook van zijn hand is een monument in Delfzijl, ter herdenking aan het graven van de nieuwe haven.
(onder)

Ger Gerrits (1893-1966) ontwierp een niet uitgevoerd monument voor de zeescheepvaart.

John Raedecker (1885-1956)  vervaardigde in 1936 aluminium reliëf voor de "Nieuw Amsterdam".
Voor het zelfde schip maakte John Polet (1894-1971) eveneens aluminium reliëfs




Twee belangrijke monumenten met betrekking tot de zee zijn van Mari Andriessen (1897-1979).
In 1954 werd van hem op de Afsluitdijk een beeld geplaatst dat feitelijk in negatieve zin verband houdt met de zee; het stelt namelijk Ir. Lely voor
(links), de drooglegger van de Zuiderzee.
Verder werd van zijn hand in 1966 op de boulevard te Scheveningen het, in rode tufsteen gehakte, Nationale Monument voor de Marine onthuld.
We zien een geschutstoren en enkele figuren van mariniers, symboliserend hen die strijden vielen in de Tweede Wereldoorlog (1940-1945).




H.M.Wezelaar (1901-1984) vervaardigde plastieken voor de "Nieuw Amsterdam" en de 'Noordam". 
Vooral belangrijk is zijn grote bronzen vissersfiguur die het havenhoofd beheerst van IJmuiden.





Titus Leeser (1903-1996) vervaardigde voor Vlissingen een monument dat de bevrijding van Zeeland, door middel van het doorsteken van de dijken, symboliseert (links).

Verder is het monument voor de in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde mariniers te Rotterdam van zijn hand.



 




Gerrit van der Veen (1902, in 1944 als verzetsman gefusilleerd door de Duitsers) maakte het monument
"De Redding" te Den Helder.







Teun Roosenburg (1916-2004) maakte een reliëf voor het pompstation van Lelystad, voorstellend een boer en een visser die elkaar de hand schudden.

Peter Roovers (1902-1993) versierde vele schepen waaronder "Nieuw Amsterdam" en de "Maasdam". 

In 1950 werd een prijsvraag uitgeschreven voor een monument aan de Maasoever te Rotterdam, dat zou moeten verrijzen, ter nagedachtenis aan de tijden de Tweede Wereldoorlog omgekomen bemanningsleden van de Nederlandse koopvaardijvloot.


Drie beeldhouwers deden er aan mee: Wessel Couzijn, Willem Reyers en Fred Carasso ( 1899-1969). Van de laatste werd het ontwerp "De Boeg" uitgevoerd.
Het stelt een hoge scheepsboeg voor, aan de voet waarvan een reeks bronzen figuren de zeelieden in nood en het reddingswerk symboliseren.
Op de voet 'Zij hielden koers'.
Het geheel kwam 1964 gereed.






MONUMENTEN VOOR HET REDDINGWEZEN OP ZEE.

Op het strand bij de vuurtoren van Egmond aan Zee staat een fraai monument ter nagedachtenis en eerbetoon aan hen die tijdens reddingsoperaties op zee om het leven kwamen, van de Noord en Zuid Hollandse Redding Maatschappij. Het kustwerk van de hand van Louk van Meurs (1929-2013) stelt voor een reddingsboot met bemanning vechtend tegen de branding opgezweept door de woeste zee. Op de achtergrond de vuurtoren Jan van Speijk.


Links: "De Redder" van Charlotte van Pallandt ( 1998-1907) op het strand van Noordwijk. Het is een eerbetoon aan alle redders en in het bijzonder aan de drie Noordwijkse redder die omkwamen bij een redding op 24-11-1919, de stranding van de KW 47. Het beeld is ontworpen bij gelegenheid van het 150 jarig bestaan van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandse Redding Maatschappij. (KNZHRM).

Rechts: Een kunstwerk van Eric Claus (1937-?) voorstellend een reddingboot op een wagen met een span van zes paarden ervoor. Het was geplaatst op de plek waar voorheen de reddingboot het strand op werd gereden, maar is nu verplaatst. Het stelt voor de band tussen Katwijk en de reddingmaatschappijen. Het heeft de opschrift 1824 150 jaren reddingwezen 1974.



VISSERIJ MONUMENTEN.

Links: Monument op de zeedijk te Wierum ter nagedachtenis aan de vissersramp die plaatsvond op 1 december 1893. Hierbij vergingen 13 van de 17 vissersboten tijdens een zware storm en kwamen 22 vissers om het leven. Het ontwerp is G.J. de Weert uit 1968. Op het monument staat de volgende tekst:
Wierum 1 december 1893 17 schepen kozen zee slechts 4 keerden weer. 22 vissers vonden hun graf in de golven.

Midden: Het Urker vissersmonument van de beeldhouwer Gerard van der Leeden is nagedachtenis voor alle vissers uit de plaats Urk die om het leven kwamen in de tijd dat er nog werd gevist met botter en kotters, die veelal vergingen in de stormen op de Zuiderzee. Velen hebben de visserij met hun leven moeten bekopen. Op de 36 marmeren platen staan 379 namen van hen die niet terugkeerden van de zee.

Rechts: Op het in 2005 gebouwde monument van zes cortenstalen bladzijden die dwarrelen in de wind staan 273 namen van Katwijkse vissers die van 1919 tot en met 2000 op zee zijn gebleven.
In het plaveisel vóór het monument zijn nog vier namen toegevoegd van zeelieden omgekomen in 2005, 2006 en 2007. Op het monument staat de tekst: Naar zee vertrokken voor dagelijks brood onwetend over het einde van hun leven. Geen afscheid van dierbaren gaf deze dood alleen de namen en herinneringen bleven. 

Het vissersmonument, vissersweduwe met zoon, is van de hand van de kunstenaars L.S.W. van der Noordaa, H. van der Kloot Meijburg en L. Hagedoorn, en staat bij de Oude Kerk.
Het granieten monument uit 1930, toont een vissersvrouw in traditionele kledij. Ze staat met gebogen hoofd en haar handen rusten op de schouders van een kleine jongen, die voor haar staat met zijn pet in zijn handen.
Het geeft het verdriet weer van beide die man en vader nooit meer terug zien keren van de zee.
In het rechthoekige sokkel is een reliëf aangebracht met daarop te zien een logger die wordt aangehouden door een Duitse onderzeeër. 
Het opschrift luidt: De zee zal den in haar wedergeven. Ter nagedachtenis aan de stoere visschers die gedurende de oorlogsjaren 1914-1918 zijn omgekomen.


                             Zie vervolg: ZEE EN BEELDHOUWKUNST. DEEL 2 - BUITENLAND.


dinsdag 20 februari 2024

ARMSEINEN EN ARMSEINTOESTEL.

 

     BERICHTEN VERSTUREN 

   MET BEHULP VAN VLAGGEN 

 DOOR MENS OF EEN TOESTEL.



ARMSEINEN.


Armseinen, lettertekens voorgesteld door een stand van de armen van de seiner, een persoon, of van een armseintoetel, semafoor genaamd.

Om de seinen, door een persoon gegeven, duidelijk te doen uitkomen, wordt een vlag in elke hand genomen. Deze vlaggen zijn geen nationaliteitsvlaggen of seinvlaggen.
De vlag is diagonaal in twee vakken gedeeld en kan afhankelijk van land nog verschillen in kleur, maar de meest gebruikte is rood en geel, met daarbij het geel aan de stokzijde,
Het seinen met de armen vereist veel oefening en kennis. De hoek met de verticale stand moet op de juiste wijze gevorm worden.
Bij het gebruik van vlaggen moeten arm en stok een rechte lijn vormen.
Dit seinsysteem werd tot kort veelvuldig gebruikt tussen in formatie varende oorlogsschepen.
Op koopvaardijschepen werd het niet toegepast.
De tekens zijn niet internationaal en kunnen van land tot land verschillen.
Volledigheidshalve dient hier ook een systeem van armseinen vermeld te worden dat op zee nimmer werd toegepast, namelijk het gebruik van morsetekens door lange en korte zwaaien met de vlag te maken.

In het Internationale Seinboek zijn nu ook opgenomen de reddings- en noodseinen, vastgesteld door de Conferentie voor de Veiligheid van Mensenlevens op zee.
Hiertoe behoren ander andere armseinen te bezigen in verband met het gebruik van aan wal opgestelde reddingsmiddelen, en geleideseinen voor het landen van kleine schepen met bemanning of personen in nood.
Wachtofficieren moeten een geïllustreerde lijst van deze seinen bij de hand hebben, terwijl de reddingsboten en de reddingsvlotten hiermee ook uitgerust moeten zijn.


Bij een harde wind is het seinen met vlaggen een bijna onmogelijke taak.
Zo kwam de mens op het idee om aan toestel te ontwerpen met een soort wijzers die da vlagseinen vervingen en door een seiner kon worden bediend.
Een degelijk toestel heet een semafoor en werd vroeger ook veel gebruikt als communicatie middel in de scheepvaart.

Door de opkomst van de radio is de betekenis van het semafoorseinen afgenomen, maar aangezien vlaggenseinen moeilijk zijn "af te luisteren" kent dit alfabet nog altijd militaire toepassing

In de tijd dat radioverbinding tussen schip en wal nog niet bestond was het gebruik van een semafoor bij de ingang van havenmondingen aan de kust, de mogelijkheid om verbinding met een schip te maken.

Links op de afbeelding de oude semafoor bij de vuurtoren te IJmuiden. Hierbij werden geen vlaggen gebruikt maar bollen gehesen in verschillende vakken en aantallen.