zondag 12 augustus 2018

KAAPSE WIJNEN HUN GESCHIEDENIS.

VAN SPAANSE WIJNSTOK

    TOT EEN NATIONAAL

            PRODUCT.



HET BEGON MET DE EUROPESE ZEEVAARDERS.


Het was de Portugese zeevaarder Bartholomeu Dias die in 1488 het zuidelijkste punt van Zuid-Afrika, Kaap Agulhas ronde en in de huidige Mosselbaai voor anker ging om zoet water in te nemen en reparaties aan zijn schepen te verrichten. Zijn landgenoot Vasco da Gama volgde hem een paar jaar later. Deze omzeilde het gehele zuidelijkste deel van Afrika in 1497/98 op weg naar Indië.
Ook hij ankerde in de Mosselbaai.
De Hollanders die in het kielwater van de Portugezen voeren om zo ook de weg naar Indië om de kaap open te leggen gebruikten de Tafelbaai bij het tegenwoordige Kaapstad als verversingsplaats en reparaties te verrichten.

De Heren van Zeventien van de Vereenigde Oostindische Compagnie zagen hier wel brood in  om er een verversing- proviandering-station te vestigen. Zij gaven Jan van Riebeeck hiertoe de opdracht en zo ontstond de Nederlandse handelsonderneming in de Tafelbaai in april 1652.
In het toen nog te ontginnen gebied, dat later zou uitgroeien tot de Kaapkolonie en uiteindelijk tot de huidige Republiek Zuid-Afrika.

WIE WAS JAN VAN RIEBEECK.

Jan Anthoniszoon van Riebeeck werd geboren in Culemborg op 21-04-1619. Hij was de zoon van chirurgijn die nog dienst had gedaan in het Spaanse leger, dus hij kreeg deze opleiding van thuis reeds mee en ook de kennis van het Spaans.
Hij vertrok in 1639 als onder chirurgijn in dienst van de VOC naar Batavia.
Hij keerde in 1648 terug naar Holland en vestigde zich als koopman in Amsterdam en maakte reizen naar groenland en West-Indië.
Toen het eiland Sint-Helena niet langer de aanloop en verversingsstation bleek te voldoen, zette van Riebeeck in zijn 'Nadere consideratie' de mogelijkheden van de Kaap de Goede Hoop uiteen.
In 1651 werd hij door de Heren Zeventien aangesteld als koopman en op 06-04-1652 kwam van Riebeeck bij de Kaap aan.
Hij stichtte er een fort en enige huizen, het begin van Kaapstad. Hij wist binnen tien jaar tijd de Kaapkolonie tot een onmisbaar verversingsstation te bouwen. Hij werd uiteindelijk de eerste gouverneur van de Kaap. In 1662 ging hij naar Indië als commandeur van Malakka. In 1665 werd hij secretaris van de Raad van Indië en overleed op 18-01-177 in Batavia.

ZIJN KENNIS VAN VOEDSEL OP DE ZEEVAART.

Als chirurgijn verdiepte hij zich in het feit, dat  op de Portugese- en Spaanse schepen minder zeelieden overleden aan scheurbuik tijdens een Kaapvaart dan bij de Hollanders.
Door zijn kennis van het Spaans, kwam hij er snel achter dat op de Portugese- en Spaanse schepen en heel andere voeding werd gepresenteerd dan op de Hollandse schepen; zoals het verstrekken van rode wijn en citrusvruchten. Deze kennis nam hij met zich mee op zijn eerste reis op de Kaapkolonie op te zetten en zo importeerde hij de eerste uitheemse wijnstokken in Zuid-Afrika. Zaden van de citrus planten, maar ook zaden van bomen en planten tijdens het verblijf gedurende de oversteek vanuit Zuid-Amerika. dit was het begin van de Zuid-Afrikaanse wijncultuur.

RELIGIEUZE VERVOLGING IN EUROPA.

Na het afschaffen van de religieuze vrijheid in hun eigen land vluchtten in 1688 Franse en Vlaamse hugenoten naar de Kaap. Ze legden uiteindelijk met hun kennis en verbetering van de landbouw-productie er de kennis voor de basis van  de Zuid-Afrikaanse wijnproductie.

DE ZUID-AFRIKAANSE WIJNEN.


De Zuid-Afrikaanse wijnen hebben in hun opgang een zeer zware tijd meegemaakt. Het was op de eerste plaats het wijn producerende land Frankrijk, dat de Kaapse wijnen mondspoelwater noemden. Ook ziekten werden overwonnen en door het enten werden nieuwe soorten geteeld
Het traditionele centrum van de Kaapse wijnstreek, en tevens het gebied met de hoogste concentratie wijngaarden, is de bergachtige regio direct ten oosten van Kaapstad, die bekend staat onder de naam Boland (Hoogland).
In principe omvatten de Zuid-Afrikaanse wijngaarden twee gebieden: het westen, dicht bij de Kaap, waar het weer beïnvloed wordt door de Atlantische Oceaan, er valt gemiddeld 625 mm regen, gewoonlijk in de winterperiode, en het gebied achter de bergen in Little Karoo, waar maar 250 mm regen valt en irrigatie onmisbaar is. De beste wijnen komen uit het eerste gebied, het tweede kan worden vergeleken met Languedoc in Frankrijk en Central Valley in Californië. Gebieden waar wel vooruitgang is met verbeterde druivenrassen, maar die nog lang niet interessant zijn voor de internationale markt.



De bovenstaande kaart geeft de beste wijngaarden van de Kaap.  Verder staan op de kaart de meest interessante gebieden de oude Constantia-wijngaarden, ten zuiden van Kaapstad, en Tulbach, 55 km ten noorden van Paarl, waar enkele van de beste witte wijnen worden geproduceerd.
Château Alphen is tegenwoordig de bekendste naam van Constantia. Groot Constantia, het prachtige oude witte landhuis van Van der Stel, ligt nog steeds temidden van de wijnstokken, maar er wordt geen wijn meer bereid.



Immers onversterkte zoete wijnen behoren tot het verleden. Volgens de Zuid-Afrikaanse wetgeving, moet elke wijn met meer dan 2% suiker worden versterkt; een overblijfsel uit de tijd vóór de moderne techniek stabiliteit kon garanderen. Alphen-wijnen zijn goede rode en witte tafelwijnen, maar niet uitzonderlijk bijzonder.
Twee Jonggezellen is de naam van het beste wijngoed in Tulbach.
Het produceert verschillende wijnen, inclusief Zuid-Afrikaanse 'sherry', maar is vooral bekend om een goede droge riesling, een druif die zeldzaam is in Zuid-Afrika.



Een plaatselijke variëteit, de steen of stein, wordt meestal gebruikt voor witte wijnen van het Duitse type. Steenwijnen op hun best zijn uitstekend.

Uit de Zuid-Afrikaanse Kaapprovincie kwam eens een van de grootste wijnen ter wereld; de legendarische Constantia. Velle Europese hoven kochten in het begin van de 19e eeuw liever Constatia dan Yquem, tokajer of madeira, en dat bewijst wel dat de Kaap wijnen kan produceren van de allerhoogste klasse.
Om mooie kwaliteitswijnen te produceren moet echter niet alleen het klimaat meewerken, maar moer er ook worden voldaan aan bepaalde sociale voorwaarden. Die waren er in het begin van het Nederlandse bestuur. De tweede Nederlandse gouverneur, Van der Stel, plantte de wijngaard van Constantia. Maar later is Zuid-Afrika meer een land geworden van sterk-alcoholische dranken en pas na de boycot halverwege de 20e eeuw is het wijnverbruik weer gaan stijgen. Toch verdwijnt nog steeds een groot deel van de hele wijnoogst in de distilleerketel.


 In 1972 voerde de Zuid-Afrikaanse overheid een omvangrijk controlesysteem in voor 'inheemse' wijnen, vergelijkbaar met de bepalingen die in de EEG gelden. Er werden 14 herkomstgebieden ingesteld (zie kaart) terwijl tevens het ongebreideld gebruik van termen als Estate en Superior aan banden werd gelegd, alsmede jaargangen en de vermelding van de druivenvariëteit.
Tegenwoordig moet elke bewering omtrent herkomst, druivenvariëteit, jaargang, productie van het wijngoed of superioriteit officieel worden bevestigd door middel van een 'banderol' op de hals van de fles en moet deze 'banderol'voorzien zijn van een identificatie nummer.
De groene band garandeert de druiven variëteit; 80% van de wijn is van de genoemde variëteit. 'Superior'is een wijn die voor 100% uit de op het etiket genoemde variëteit bestaat.
De naam Estate mag slechts door ca. 40 wijngoederen worden gevoerd die uitsluitend wijn van eigen bodem bottelen

Het hart van het beste wijngebied van Zuid-Afrika, rond Stellenbosch en Paarl, wordt bij de volgende kaart gedetailleerd besproken.


De belangrijkste blauwe druif is de cinsaut uit Zuid-Frankrijk, die in Zuid-Afrika betere wijn voortbrengt dan in Europa. Door kruising met de pinot noir verkreeg men de pinotage, een nog betere druif, evenals de Californische ruby cabernet, die ontstond door kruising van cabernet en carignan.
Verder verbouwt men pinot noir, shiraz en steeds meer cabernet.







De traditionele witte druif voor de fruitige wijnen is de chenin blanc, hier steen genoemd.
Voorts ziet men er semillon, die hier geen grape wordt genoemd, palomino (Frans grape), clairette en riesling; en in het binnenland voor zoete rode wijn muscatel en muscat (hanepoot).



WIJNCENTRUM VAN ZUID-AFRIKA.


Stellenbosch is het wijncentrum van Zuid-Afrika en het hoofdkwartier van de grootste wijnfirma van het land, de Stellenbosch Farmers Winery.

Paarl is de sherry- en dessertwijnstad en de grote staatscoöperatie, de KWV, is er gevestigd.
De wijnproducenten van Paarl trachten de wereld duidelijk te maken, dat hun wijngaarden op bijna de zelfde breedtegraad liggen als de Jerez, zij het ten zuiden van de evenaar. De Zuid-Afrikaanse sherry, waarbij zij zowel het solera-systeem als de 'flor' toepassen, heeft sinds zij er in de jaren 1930 mee begonnen, een fortuin opgeleverd. Inderdaad maken zij de beste imitatie van Spaanse sherry ter wereld. De kalkgrond van Jerez, die de wijn zijn uiterste finesse geeft, is het enige wat hier ontbreekt.


Vrijwel loodrecht boven de wijnvallei ten zuiden van Paarl verrijzen de Klein Drakensbergen met een hoogte van 1700 meter.
De grote KWV-kelders in Paarl vormen ook het centrum van de imitaties van tawny, ruby en vintage port.
Dit zijn wijnen die van nature thuis zijn in Zuid-Afrika, zelfs in koele streken. Toch is het klimaat overwegend mediterraan. Tafelwijnen waren vroeger veel te zwaar en leden vooral aan de gevolgen van te snelle gisting, zoals oxydatie en een te donkere kleur en te geringe geurigheid. 
Nu maakt men met koeling evenwichtige, voortreffelijke tafelwijnen, vooral in de omgeving van Stellenbosch.
De boden van Stellenbosch varieert van licht en zandig in het westen, grotendeels beplant met steendruiven, tot verweerd graniet aan de voet van de Simonsberg en het Stellenbosch gebergte. Hier maakt men de cinsaut, pinotage en cabernet goede ronde rode wijnen.


Tot voor een tiental jaren was onversterkte zoete wijn bij de wet verboden, maar een nieuwe bepaling heeft de Nederburcht
Winery toegestaan enige late riesling te vervaardigen, die voortreffelijk is.

De opkomst van de Zuid-Afrikaanse wijn en is blijven groeien en het is nu het tweede wijn exporterende land van de wereld.
Opvallend zijn de vaak vrolijke etiketten, waar zelfs de dieren en bloemen van het land opstaan afgebeeld, dit vergeleken met de traditionele Franse etiketten met de afbeelding van een chateau.


    GEDENK DAAROM, HET LEVEN IS TE KORT OM SLECHTE WIJN TE DRINKEN.




donderdag 2 augustus 2018

SUIKERRIET.


EEN NATUURLIJKE ZOETSTOF.


Tijdens ons busreis; 'Rondreis Zuid-Afrika', door Kwazulu-land zagen we uitgestrekte velden met suikerriet aanplant. Van oorsprong is het geen Afrikaans gewas.

SUIKERRIET.

In India kende men reeds ver voor onze jaartelling het suikerriet en ontdekte men door het sap er van droog te koken, dat men een zoete vaste substantie verkreeg die men lang kon bewaren en in gerechten kon verwerken.
Een van de generaals, Nearchos, van Alexander de Grote, leerde suiker kennen tijdens de veldtocht in India omstreeks 300 v.Chr. Hij beschreef zijn ervaring als volgt; "een riet dat honing produceert zonder bijen".
 Het waren de Arabieren die de kennis van de verbouwing van het suikerriet en de bereiding van suiker hieruit, in de Middeleeuwen over  het Middellandse Zeegebied brachten.
De naam "suiker" in verschillende Europese talen, komt van het Arabische  "sukar" , wat weer ontleend is aan het Sanskriet woord "sjakara".

De ontdekking van dit zoete rietsoort ligt weer in de tijde van de ontdekkings-zeilvaart. Het kwam reeds als een wild gewas voor in Nieuw-Guinea en delen van Indonesië, waar de bevolking op de stengels kauwden en het zoete sap dronken. Ook liet men het zoete sap gisten tot een alcoholische drank.

Het waren vooral in de eerste plaats de Portugezen die dit riet in de 15e eeuw meebrachten naar Europa. Samen met de Spanjaarden gingen zij dit verbouwen op de kort tevoren gekoloniseerde Canarische eiland en Madeira. 

Het werd duidelijk dat het riet vooral goed gedijde in een vochtig klimaat en zo werd het overgebracht naar het Caraïbische gebied en Brazilië.
Het riet wat in die tijd nog met kapmessen werd geoogst was zwaar werk en de lokale bevolking zag geen heil in deze arbeid op de suikerrietplantages.
Zo werden de eerste slaven uit Afrika gehaald voor dit zware werk.
Ook het aanplanten van nieuwe plantages ging in die tijd nog met de hand. In een voor werd met een stok een gat gestoken waarin men de nieuwe stengel van 50 cm stak, en het gat afdekte met aarde. Hierna was het van belang dat deze jonge aanplant voldoende water kreeg, wat ook weer met de hand door de slaven werd gedaan. De planten groeien op tot meer dam manshoogte en de stengels zijn na een jaar oogstrijp. De stengels kunnen 6 meter land en 5 cm dik in doorsnede worden.


DE HOLLANDERS.

De leden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) zagen in dit product al snel een handel. Alhoewel de handel in suiker in die tijd in handen was van de Portugezen en beheerst werd door de productie uit het Caraïbische gebied, was de suiker uit Nederlands-Indië niet concurrerend.
Het ingekookte sap van het suikerriet bleek echter goed bruikbaar als ballast voor de zeilschepen die naar Japan en China voeren. Het was in balen gemakkelijk te verstouwen om de schepen te trimmen en de verkoop bracht tevens nog geld in het laatje.



( Op het kaartje is paars Nederlands-Formosa, groen is Spaans-Formosa en het wit is koninkrijk Middag Taiwan.)

Aanvankelijk werd suiker geïmporteerd uit Bengalen, Nederlands-Formosa en Batavia.Na het verlies van Formosa werd Batavia de belangrijkste haven.
De suikermolens waren grotendeels in handen van de Chinese inwoners van Nederland-Indië. In 1740 vond er een grote moordpartij plaats op deze inwoners en stortte de suikerproductie bijna volledig in.
 Pas in de napoleontische tijd , door invoering van het verplichte cultuurstelsel in 1830, bloeide de productie weer op.
Na 1870 werd de suikerproductie in Nederlands-Indië geleidelijk geprivatiseerd. Einde 19e eeuw daalde de productie tot een diepte punt als gevolg van plantenziekte.
Veel geld werd geïnvesteerd in plantkundig onderzoek en het verbeteren van het gewas.
Het waren dan ook de Engelsen of de Hollanders die het suikerriet introduceerden in de Zuid-Afrikaanse landbouw halverwege de 19e eeuw.
In de 20e eeuw was Java  lange tijd de op een na grootste suikerproducent ter wereld, na Cuba.

( Het uitpersen van een suikerriet-stengel tot een drinkbaar zoet sapje.)


SUIKERRIET EN POLITIEK.

Suikerriet werd uiteindelijk het meeste verbouwd in het Caraïbische gebied, vooral in de tijd dat de West-Europese landen hun koloniën uitbaten voor dit product. Frankrijk beschouwde de eilanden waar suikerriet werd verbouwd als dermate waardevol, dat het Canada, aan het einde van de Zevenjarige Oorlog, bij de Britten inruilde om de eilanden terug te krijgen. De Nederlanders verging het niet anders en dachten er net zo over, en hielden vast aan de op de Britten veroverde kolonie Suriname, in plaats van te proberen Nieuw-Nederland , het tegenwoordige New York, terug te krijgen.
Het was in de 20e eeuw dat de Sovjet-Unie , het eiland Cuba een gegarandeerde prijs, en ruime afname garandeerde van het rietsuiker. Na de val van de Sovjet-Unie betekende dit ook de sluiting van het grootste deel van de Cubaanse suikerindustrie.
De Europese Unie geeft een voorkeursbehandeling voor de productie van rietsuiker aan de volgende landen vanwege hun economie; Barbados, Guadeloupe, Jamaica, Dominicaanse Republiek, Granada en nog enige kleine Caraïbische eilanden
Suikerriet wordt nu in meer dan 100 landen verbouwd, De grootste producenten zijn Brazilië, India, China en in opkomst Zuid-Afrika.

PRODUCTIE EN OOGST.

De oogst van het suikerriet was een zeer zwaar werk. Alvorens men hiertoe overging werden eerst de op de bodem liggende droge bladeren in brand gestoken om zo de daar levende dodelijke slangen te verdrijven. Dit wordt nog steeds in Zuid-Afrika gedaan, behalve bij dichte bevolkte centra of dichtbij gelegen bossen. De suiker bevattende stengel wordt hierdoor nauwelijks aangetast.
Het oogsten van het suikerriet was vroeger een intensieve en zware arbeid, maar is tegenwoordig overgenomen door moderne landbouwwerktuigen.



Moderne oogstmachines versnipperen reeds de stengel tijdens het oogsten, waarna de oogst in enorme trucks wordt afgevoerd naar de verwerkende fabrieken.


Het geoogste suikerriet wordt in de suikerfabriek verwerkt door het sap eruit te persen. Hierna wordt de suiker uitgekristalliseerd, waarna een dikke stroop (melasse) achterblijft, die nog een deel van het suiker bevat. De melasse wordt gebruikt voor het maken van rum.
De overblijvende stengelresten (bagasse) worden gebruikt als grondstof voor veevoer, de productie van papier of als brandstof voor de opwekking van stoom voor de fabriek of elektriciteit. 

BRANDSTOF.

Buiten de productie van suiker, wordt er uit het suikerriet alcohol gewonnen voor het produceren van een mengsel van benzine en alcohol (ethanol). Ook wordt er bio-diesel van gemaakt. 
Deze behoefte aan brandstof is vooral voor Zuid-Afrika van belang daar het land geen eigen aardolie productie heeft en deze producten moet invoeren.