zondag 12 augustus 2018

KAAPSE WIJNEN HUN GESCHIEDENIS.

VAN SPAANSE WIJNSTOK

    TOT EEN NATIONAAL

            PRODUCT.



HET BEGON MET DE EUROPESE ZEEVAARDERS.


Het was de Portugese zeevaarder Bartholomeu Dias die in 1488 het zuidelijkste punt van Zuid-Afrika, Kaap Agulhas ronde en in de huidige Mosselbaai voor anker ging om zoet water in te nemen en reparaties aan zijn schepen te verrichten. Zijn landgenoot Vasco da Gama volgde hem een paar jaar later. Deze omzeilde het gehele zuidelijkste deel van Afrika in 1497/98 op weg naar Indië.
Ook hij ankerde in de Mosselbaai.
De Hollanders die in het kielwater van de Portugezen voeren om zo ook de weg naar Indië om de kaap open te leggen gebruikten de Tafelbaai bij het tegenwoordige Kaapstad als verversingsplaats en reparaties te verrichten.

De Heren van Zeventien van de Vereenigde Oostindische Compagnie zagen hier wel brood in  om er een verversing- proviandering-station te vestigen. Zij gaven Jan van Riebeeck hiertoe de opdracht en zo ontstond de Nederlandse handelsonderneming in de Tafelbaai in april 1652.
In het toen nog te ontginnen gebied, dat later zou uitgroeien tot de Kaapkolonie en uiteindelijk tot de huidige Republiek Zuid-Afrika.

WIE WAS JAN VAN RIEBEECK.

Jan Anthoniszoon van Riebeeck werd geboren in Culemborg op 21-04-1619. Hij was de zoon van chirurgijn die nog dienst had gedaan in het Spaanse leger, dus hij kreeg deze opleiding van thuis reeds mee en ook de kennis van het Spaans.
Hij vertrok in 1639 als onder chirurgijn in dienst van de VOC naar Batavia.
Hij keerde in 1648 terug naar Holland en vestigde zich als koopman in Amsterdam en maakte reizen naar groenland en West-Indië.
Toen het eiland Sint-Helena niet langer de aanloop en verversingsstation bleek te voldoen, zette van Riebeeck in zijn 'Nadere consideratie' de mogelijkheden van de Kaap de Goede Hoop uiteen.
In 1651 werd hij door de Heren Zeventien aangesteld als koopman en op 06-04-1652 kwam van Riebeeck bij de Kaap aan.
Hij stichtte er een fort en enige huizen, het begin van Kaapstad. Hij wist binnen tien jaar tijd de Kaapkolonie tot een onmisbaar verversingsstation te bouwen. Hij werd uiteindelijk de eerste gouverneur van de Kaap. In 1662 ging hij naar Indië als commandeur van Malakka. In 1665 werd hij secretaris van de Raad van Indië en overleed op 18-01-177 in Batavia.

ZIJN KENNIS VAN VOEDSEL OP DE ZEEVAART.

Als chirurgijn verdiepte hij zich in het feit, dat  op de Portugese- en Spaanse schepen minder zeelieden overleden aan scheurbuik tijdens een Kaapvaart dan bij de Hollanders.
Door zijn kennis van het Spaans, kwam hij er snel achter dat op de Portugese- en Spaanse schepen en heel andere voeding werd gepresenteerd dan op de Hollandse schepen; zoals het verstrekken van rode wijn en citrusvruchten. Deze kennis nam hij met zich mee op zijn eerste reis op de Kaapkolonie op te zetten en zo importeerde hij de eerste uitheemse wijnstokken in Zuid-Afrika. Zaden van de citrus planten, maar ook zaden van bomen en planten tijdens het verblijf gedurende de oversteek vanuit Zuid-Amerika. dit was het begin van de Zuid-Afrikaanse wijncultuur.

RELIGIEUZE VERVOLGING IN EUROPA.

Na het afschaffen van de religieuze vrijheid in hun eigen land vluchtten in 1688 Franse en Vlaamse hugenoten naar de Kaap. Ze legden uiteindelijk met hun kennis en verbetering van de landbouw-productie er de kennis voor de basis van  de Zuid-Afrikaanse wijnproductie.

DE ZUID-AFRIKAANSE WIJNEN.


De Zuid-Afrikaanse wijnen hebben in hun opgang een zeer zware tijd meegemaakt. Het was op de eerste plaats het wijn producerende land Frankrijk, dat de Kaapse wijnen mondspoelwater noemden. Ook ziekten werden overwonnen en door het enten werden nieuwe soorten geteeld
Het traditionele centrum van de Kaapse wijnstreek, en tevens het gebied met de hoogste concentratie wijngaarden, is de bergachtige regio direct ten oosten van Kaapstad, die bekend staat onder de naam Boland (Hoogland).
In principe omvatten de Zuid-Afrikaanse wijngaarden twee gebieden: het westen, dicht bij de Kaap, waar het weer beïnvloed wordt door de Atlantische Oceaan, er valt gemiddeld 625 mm regen, gewoonlijk in de winterperiode, en het gebied achter de bergen in Little Karoo, waar maar 250 mm regen valt en irrigatie onmisbaar is. De beste wijnen komen uit het eerste gebied, het tweede kan worden vergeleken met Languedoc in Frankrijk en Central Valley in Californië. Gebieden waar wel vooruitgang is met verbeterde druivenrassen, maar die nog lang niet interessant zijn voor de internationale markt.



De bovenstaande kaart geeft de beste wijngaarden van de Kaap.  Verder staan op de kaart de meest interessante gebieden de oude Constantia-wijngaarden, ten zuiden van Kaapstad, en Tulbach, 55 km ten noorden van Paarl, waar enkele van de beste witte wijnen worden geproduceerd.
Château Alphen is tegenwoordig de bekendste naam van Constantia. Groot Constantia, het prachtige oude witte landhuis van Van der Stel, ligt nog steeds temidden van de wijnstokken, maar er wordt geen wijn meer bereid.



Immers onversterkte zoete wijnen behoren tot het verleden. Volgens de Zuid-Afrikaanse wetgeving, moet elke wijn met meer dan 2% suiker worden versterkt; een overblijfsel uit de tijd vóór de moderne techniek stabiliteit kon garanderen. Alphen-wijnen zijn goede rode en witte tafelwijnen, maar niet uitzonderlijk bijzonder.
Twee Jonggezellen is de naam van het beste wijngoed in Tulbach.
Het produceert verschillende wijnen, inclusief Zuid-Afrikaanse 'sherry', maar is vooral bekend om een goede droge riesling, een druif die zeldzaam is in Zuid-Afrika.



Een plaatselijke variëteit, de steen of stein, wordt meestal gebruikt voor witte wijnen van het Duitse type. Steenwijnen op hun best zijn uitstekend.

Uit de Zuid-Afrikaanse Kaapprovincie kwam eens een van de grootste wijnen ter wereld; de legendarische Constantia. Velle Europese hoven kochten in het begin van de 19e eeuw liever Constatia dan Yquem, tokajer of madeira, en dat bewijst wel dat de Kaap wijnen kan produceren van de allerhoogste klasse.
Om mooie kwaliteitswijnen te produceren moet echter niet alleen het klimaat meewerken, maar moer er ook worden voldaan aan bepaalde sociale voorwaarden. Die waren er in het begin van het Nederlandse bestuur. De tweede Nederlandse gouverneur, Van der Stel, plantte de wijngaard van Constantia. Maar later is Zuid-Afrika meer een land geworden van sterk-alcoholische dranken en pas na de boycot halverwege de 20e eeuw is het wijnverbruik weer gaan stijgen. Toch verdwijnt nog steeds een groot deel van de hele wijnoogst in de distilleerketel.


 In 1972 voerde de Zuid-Afrikaanse overheid een omvangrijk controlesysteem in voor 'inheemse' wijnen, vergelijkbaar met de bepalingen die in de EEG gelden. Er werden 14 herkomstgebieden ingesteld (zie kaart) terwijl tevens het ongebreideld gebruik van termen als Estate en Superior aan banden werd gelegd, alsmede jaargangen en de vermelding van de druivenvariëteit.
Tegenwoordig moet elke bewering omtrent herkomst, druivenvariëteit, jaargang, productie van het wijngoed of superioriteit officieel worden bevestigd door middel van een 'banderol' op de hals van de fles en moet deze 'banderol'voorzien zijn van een identificatie nummer.
De groene band garandeert de druiven variëteit; 80% van de wijn is van de genoemde variëteit. 'Superior'is een wijn die voor 100% uit de op het etiket genoemde variëteit bestaat.
De naam Estate mag slechts door ca. 40 wijngoederen worden gevoerd die uitsluitend wijn van eigen bodem bottelen

Het hart van het beste wijngebied van Zuid-Afrika, rond Stellenbosch en Paarl, wordt bij de volgende kaart gedetailleerd besproken.


De belangrijkste blauwe druif is de cinsaut uit Zuid-Frankrijk, die in Zuid-Afrika betere wijn voortbrengt dan in Europa. Door kruising met de pinot noir verkreeg men de pinotage, een nog betere druif, evenals de Californische ruby cabernet, die ontstond door kruising van cabernet en carignan.
Verder verbouwt men pinot noir, shiraz en steeds meer cabernet.







De traditionele witte druif voor de fruitige wijnen is de chenin blanc, hier steen genoemd.
Voorts ziet men er semillon, die hier geen grape wordt genoemd, palomino (Frans grape), clairette en riesling; en in het binnenland voor zoete rode wijn muscatel en muscat (hanepoot).



WIJNCENTRUM VAN ZUID-AFRIKA.


Stellenbosch is het wijncentrum van Zuid-Afrika en het hoofdkwartier van de grootste wijnfirma van het land, de Stellenbosch Farmers Winery.

Paarl is de sherry- en dessertwijnstad en de grote staatscoöperatie, de KWV, is er gevestigd.
De wijnproducenten van Paarl trachten de wereld duidelijk te maken, dat hun wijngaarden op bijna de zelfde breedtegraad liggen als de Jerez, zij het ten zuiden van de evenaar. De Zuid-Afrikaanse sherry, waarbij zij zowel het solera-systeem als de 'flor' toepassen, heeft sinds zij er in de jaren 1930 mee begonnen, een fortuin opgeleverd. Inderdaad maken zij de beste imitatie van Spaanse sherry ter wereld. De kalkgrond van Jerez, die de wijn zijn uiterste finesse geeft, is het enige wat hier ontbreekt.


Vrijwel loodrecht boven de wijnvallei ten zuiden van Paarl verrijzen de Klein Drakensbergen met een hoogte van 1700 meter.
De grote KWV-kelders in Paarl vormen ook het centrum van de imitaties van tawny, ruby en vintage port.
Dit zijn wijnen die van nature thuis zijn in Zuid-Afrika, zelfs in koele streken. Toch is het klimaat overwegend mediterraan. Tafelwijnen waren vroeger veel te zwaar en leden vooral aan de gevolgen van te snelle gisting, zoals oxydatie en een te donkere kleur en te geringe geurigheid. 
Nu maakt men met koeling evenwichtige, voortreffelijke tafelwijnen, vooral in de omgeving van Stellenbosch.
De boden van Stellenbosch varieert van licht en zandig in het westen, grotendeels beplant met steendruiven, tot verweerd graniet aan de voet van de Simonsberg en het Stellenbosch gebergte. Hier maakt men de cinsaut, pinotage en cabernet goede ronde rode wijnen.


Tot voor een tiental jaren was onversterkte zoete wijn bij de wet verboden, maar een nieuwe bepaling heeft de Nederburcht
Winery toegestaan enige late riesling te vervaardigen, die voortreffelijk is.

De opkomst van de Zuid-Afrikaanse wijn en is blijven groeien en het is nu het tweede wijn exporterende land van de wereld.
Opvallend zijn de vaak vrolijke etiketten, waar zelfs de dieren en bloemen van het land opstaan afgebeeld, dit vergeleken met de traditionele Franse etiketten met de afbeelding van een chateau.


    GEDENK DAAROM, HET LEVEN IS TE KORT OM SLECHTE WIJN TE DRINKEN.




donderdag 2 augustus 2018

SUIKERRIET.


EEN NATUURLIJKE ZOETSTOF.


Tijdens ons busreis; 'Rondreis Zuid-Afrika', door Kwazulu-land zagen we uitgestrekte velden met suikerriet aanplant. Van oorsprong is het geen Afrikaans gewas.

SUIKERRIET.

In India kende men reeds ver voor onze jaartelling het suikerriet en ontdekte men door het sap er van droog te koken, dat men een zoete vaste substantie verkreeg die men lang kon bewaren en in gerechten kon verwerken.
Een van de generaals, Nearchos, van Alexander de Grote, leerde suiker kennen tijdens de veldtocht in India omstreeks 300 v.Chr. Hij beschreef zijn ervaring als volgt; "een riet dat honing produceert zonder bijen".
 Het waren de Arabieren die de kennis van de verbouwing van het suikerriet en de bereiding van suiker hieruit, in de Middeleeuwen over  het Middellandse Zeegebied brachten.
De naam "suiker" in verschillende Europese talen, komt van het Arabische  "sukar" , wat weer ontleend is aan het Sanskriet woord "sjakara".

De ontdekking van dit zoete rietsoort ligt weer in de tijde van de ontdekkings-zeilvaart. Het kwam reeds als een wild gewas voor in Nieuw-Guinea en delen van Indonesië, waar de bevolking op de stengels kauwden en het zoete sap dronken. Ook liet men het zoete sap gisten tot een alcoholische drank.

Het waren vooral in de eerste plaats de Portugezen die dit riet in de 15e eeuw meebrachten naar Europa. Samen met de Spanjaarden gingen zij dit verbouwen op de kort tevoren gekoloniseerde Canarische eiland en Madeira. 

Het werd duidelijk dat het riet vooral goed gedijde in een vochtig klimaat en zo werd het overgebracht naar het Caraïbische gebied en Brazilië.
Het riet wat in die tijd nog met kapmessen werd geoogst was zwaar werk en de lokale bevolking zag geen heil in deze arbeid op de suikerrietplantages.
Zo werden de eerste slaven uit Afrika gehaald voor dit zware werk.
Ook het aanplanten van nieuwe plantages ging in die tijd nog met de hand. In een voor werd met een stok een gat gestoken waarin men de nieuwe stengel van 50 cm stak, en het gat afdekte met aarde. Hierna was het van belang dat deze jonge aanplant voldoende water kreeg, wat ook weer met de hand door de slaven werd gedaan. De planten groeien op tot meer dam manshoogte en de stengels zijn na een jaar oogstrijp. De stengels kunnen 6 meter land en 5 cm dik in doorsnede worden.


DE HOLLANDERS.

De leden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) zagen in dit product al snel een handel. Alhoewel de handel in suiker in die tijd in handen was van de Portugezen en beheerst werd door de productie uit het Caraïbische gebied, was de suiker uit Nederlands-Indië niet concurrerend.
Het ingekookte sap van het suikerriet bleek echter goed bruikbaar als ballast voor de zeilschepen die naar Japan en China voeren. Het was in balen gemakkelijk te verstouwen om de schepen te trimmen en de verkoop bracht tevens nog geld in het laatje.



( Op het kaartje is paars Nederlands-Formosa, groen is Spaans-Formosa en het wit is koninkrijk Middag Taiwan.)

Aanvankelijk werd suiker geïmporteerd uit Bengalen, Nederlands-Formosa en Batavia.Na het verlies van Formosa werd Batavia de belangrijkste haven.
De suikermolens waren grotendeels in handen van de Chinese inwoners van Nederland-Indië. In 1740 vond er een grote moordpartij plaats op deze inwoners en stortte de suikerproductie bijna volledig in.
 Pas in de napoleontische tijd , door invoering van het verplichte cultuurstelsel in 1830, bloeide de productie weer op.
Na 1870 werd de suikerproductie in Nederlands-Indië geleidelijk geprivatiseerd. Einde 19e eeuw daalde de productie tot een diepte punt als gevolg van plantenziekte.
Veel geld werd geïnvesteerd in plantkundig onderzoek en het verbeteren van het gewas.
Het waren dan ook de Engelsen of de Hollanders die het suikerriet introduceerden in de Zuid-Afrikaanse landbouw halverwege de 19e eeuw.
In de 20e eeuw was Java  lange tijd de op een na grootste suikerproducent ter wereld, na Cuba.

( Het uitpersen van een suikerriet-stengel tot een drinkbaar zoet sapje.)


SUIKERRIET EN POLITIEK.

Suikerriet werd uiteindelijk het meeste verbouwd in het Caraïbische gebied, vooral in de tijd dat de West-Europese landen hun koloniën uitbaten voor dit product. Frankrijk beschouwde de eilanden waar suikerriet werd verbouwd als dermate waardevol, dat het Canada, aan het einde van de Zevenjarige Oorlog, bij de Britten inruilde om de eilanden terug te krijgen. De Nederlanders verging het niet anders en dachten er net zo over, en hielden vast aan de op de Britten veroverde kolonie Suriname, in plaats van te proberen Nieuw-Nederland , het tegenwoordige New York, terug te krijgen.
Het was in de 20e eeuw dat de Sovjet-Unie , het eiland Cuba een gegarandeerde prijs, en ruime afname garandeerde van het rietsuiker. Na de val van de Sovjet-Unie betekende dit ook de sluiting van het grootste deel van de Cubaanse suikerindustrie.
De Europese Unie geeft een voorkeursbehandeling voor de productie van rietsuiker aan de volgende landen vanwege hun economie; Barbados, Guadeloupe, Jamaica, Dominicaanse Republiek, Granada en nog enige kleine Caraïbische eilanden
Suikerriet wordt nu in meer dan 100 landen verbouwd, De grootste producenten zijn Brazilië, India, China en in opkomst Zuid-Afrika.

PRODUCTIE EN OOGST.

De oogst van het suikerriet was een zeer zwaar werk. Alvorens men hiertoe overging werden eerst de op de bodem liggende droge bladeren in brand gestoken om zo de daar levende dodelijke slangen te verdrijven. Dit wordt nog steeds in Zuid-Afrika gedaan, behalve bij dichte bevolkte centra of dichtbij gelegen bossen. De suiker bevattende stengel wordt hierdoor nauwelijks aangetast.
Het oogsten van het suikerriet was vroeger een intensieve en zware arbeid, maar is tegenwoordig overgenomen door moderne landbouwwerktuigen.



Moderne oogstmachines versnipperen reeds de stengel tijdens het oogsten, waarna de oogst in enorme trucks wordt afgevoerd naar de verwerkende fabrieken.


Het geoogste suikerriet wordt in de suikerfabriek verwerkt door het sap eruit te persen. Hierna wordt de suiker uitgekristalliseerd, waarna een dikke stroop (melasse) achterblijft, die nog een deel van het suiker bevat. De melasse wordt gebruikt voor het maken van rum.
De overblijvende stengelresten (bagasse) worden gebruikt als grondstof voor veevoer, de productie van papier of als brandstof voor de opwekking van stoom voor de fabriek of elektriciteit. 

BRANDSTOF.

Buiten de productie van suiker, wordt er uit het suikerriet alcohol gewonnen voor het produceren van een mengsel van benzine en alcohol (ethanol). Ook wordt er bio-diesel van gemaakt. 
Deze behoefte aan brandstof is vooral voor Zuid-Afrika van belang daar het land geen eigen aardolie productie heeft en deze producten moet invoeren.




zondag 15 juli 2018

ULOS; DE CEREMONIËLE BATAK DOEK. NOORD-SUMATRA.

           EEN CEREMONIËL DOEK

            MET TRADITIES VAN DE 

               BATAK-BEVOLKING.






DE ULOS.


De ulos is een traditioneel doek van de Batak-bevolking, levend rond het Toba-meer op Noord-Sumatra.
Er bestaan verschillende soorten van deze doeken en ook in verschillende kleuren, daar zij een verschillende ceremoniële betekenis hebben.
Zij worden hoofdzakelijk gedragen bij belangrijke gebeurtenissen; bruiloften, begrafenissen of speciale ceremonies.
Ook het dragen van de ulos is aan voorschriften vastgelegd.
Het doek is van oorsprong met de hand geweven en is in de families van grote waarde, zodat een doek over kan gaan van vader op zoon of van moeder op dochter.
Een ulos krijgt men!! 


DE BETEKENIS VAN DE DOEK.

In de oorsprong kende de Batak-bevolking drie bronnen van warmte voor de mens; Zon, Vuur en de Ulos. Waarom de ulos?
De bevolking leeft in een hoog bergachtig gebied, waar de dagen kil en de nachten koud kunnen zijn en de ulos omgeslagen warmte kan bieden. Tevens moet deze warmte de mannen kracht geven en dapperheid en de vrouw kracht tegen onvruchtbaarheid.
Voor de eerste vorm van de ulos werd vroeger gewone handgeweven stof gebruikt, maar in de latere jaren ontwikkelde het zich tot een symbool van liefde, traditionele ceremonie en het symbool van het structurele systeem van de maatschappij. Hierdoor kreeg is ulos ook verschillende kleuren.


Er zijn veel soorten en motieven van ulois, die hun eigen betekenis hebben in overeenstemming met het kenmerk, de conditie, functie of een andere relatie. Wanneer het wordt gebruikt aan wie, en welke traditionele ceremonie zoals bruiloft, geboorte, overlijden en andere rituelen die nooit zonder ulos zullen verlopen.
Zelfs tegenwoordig gelooft men dat ulos magische religieuze kracht heeft en daarom wordt het als ´heilig´beschouwd en heeft het speciale kracht om de gebruiker te beschermen.


GEBRUIK VAN DE ULOS.

MAN; Wordt de ulos door een man gebruikt, is hij gehuwd en behoord tot de clan, dan draagt hij deze over zijn rechterschouder in de lengte in vieren gevouwen. Het bovenste deel ervan wordt ande-ande genoemd, het onderste deel wordt sinkot genoemd. Wordt de ulos op het hoofd gedragen dan spreekt men over tali-tali of bulang-bulang. Iamand die niet tot de clan behoort draagt de doek over zijn linker schouder.

Vanwege de heilige waarde wordt de ulos niet bij dagelijkse activiteiten gedragen.

VROUW; Wordt de ulos door een vrouw over de schouder gedragen wordt dit haen genoemd, de achterkant Hoba-Hoba. Draaangt de vrouw deze schuin over borts en rug dan spreekt men van ampe-ampe. Gebruikt men deze als hoofddeksel dan wordt het saong genoemd en voor het dragen van een baby spreekt men van parompa.


Er zijn drie verschillende manieren om de ulos te gebruiken. 
1. Over de schouder, siabithononton. De ulos die hiervoor worden gebruikt zijn; Ragidup, Sibolang, Runjat, Djobit, Simarindjamisi en Ragi Pangko.
2. Gebruikt als hoofddoek, sihadanghononton, De ulos die hiervoor wordt gebruikt zijn; Sirara, Sumbat, Bolean, Mangiring en Sadum.
3. Vastgebonden aan de heup, sitalitalihononton. De ulos hiervoor gebruikt zijn; Tumtuman, Mangiring en Padangrusa. Het op de juiste manier gebruiken van de ulos is uitermate belangrijk om er goed uit te zien en ook om de filosofische betekenis in ulos te vervullen.


Een ulos als liefdessymbool noemt men mangulosi. In de Batak cultuur is mangulosi )dat ulos geeft' het symbool van de liefde voor de ontvanger.
In Mangulosi zijn er gemeenschappelijke regels, mangulosi kan alleen worden gedaan door mensen die een familie relatie hebben of geven aan mensen met een lagere sociale status. Bijvoorbeeld; ouders kunnen hun kinderen mangulosi, maar niet tegenover gesteld.
Bij een huwelijk wordt de gegeven ulos om het bruidspaar heen geslagen als teken van verbintenis en bescherming.

Ulos geven aan een speciale gast is Ulois Ragidup Silingo. Ook hier wordt de ulos om de schouders van de persoon heen geslagen.

Met de toenemende modernisering is er een afname in de betekenis van de ulos gekomen, met veel variëteiten die niet langer in trek zijn.

PRODUCTIE.

In vroegere tijden was de productie van de ulos in handen van de vrouwen. Zij verfden het garen en bepaalde de kleuren en patronen voor de juiste ceremonie. Kleuren en patronen waren ook weer aan tradities gebonden en kunnen verschillen van dorp tot dorp. De kleuren worden verkregen uit natuurlijke producten zoals; gras, wortels, kleuren aarde of bladeren. Het is daarom niet aan te raden een oude originele ulos uit te wassen, daar alle kleuren zullen vervagen.
Het weven gebeurde toen nog op een handmatig weefgetouw. Later kwamen de grotere weefgetouwen in gebruik., waarbij de productie vaak ook op het toerisme was gericht.


Toch kan men heden nog kleine bedrijfjes vinden waar de ulos op grotere weefgetouwen wordt geweven zowel door vrouwen als door jonge mannen. Hier kan men het motief, kleuren en de versieringen bepalen. Afhankelijk van het motief kan het dagen werk zijn eer dan een ulos gereed is.
Op hier heeft de modernisering toegeslagen en worden synthetische garens gebruikt op machinale weefgetouwen. Dit zijn dan ook duidelijk de goedkopere producties.


note; Veel van de benamingen komen uit de Batak-taal, een geheel eigen taal die niet te vergelijken is met het algemene Bahasa Indonesia, en ook niet te vertalen is.



zaterdag 14 juli 2018

TOBA-BATAK N-SUMATRA. VOOROUDER CEREMONIE. BEENDEREN WASSEN.


BEENDEREN WASSEN - VOOROUDER CEREMONIE. TOBA-BATAK NOORD-SUMATRA.



  ( Uit privacy overweging laat ik de volledige achternamen van de betrokken personen weg.)


SAMOSIR EILAND IN HET 

           TOBA MEER.


Samosir eiland is gelegen in ´s werelds grootste kratermeer Toba op Noord-Sumatra.
De waterspiegel van dit meer ligt ruim 800 meter boven de zeespiegel en de diepte van het meer varieert van 350 meter tot het nu toe diepste gemeten punt 906 meter.
Het meer heeft een lengte van 81 km en een breedte van 30 km. In dit meer ligt het eiland Samosir met een hoogte van 300 meter boven de waterspiegel van het meer, een lengte van 44 km en een breedte van 20 km. Boven op dit eiland ligt nog een klein meer Sidohoni.
Het geheel is ontstaan door de uitbarsting van een supervulkaan ruim 70.000 jaar geleden, waardoor het klimaat op de wereld destijds totaal veranderde. Rond het Toba meer ligt een gordel van werkende en slapende vulkanen.
Om het eiland te bereiken maakt men gebruik van de veerboten die van Parapat naar Tomok varen, of vanuit Tele via een brug verbinding naar de plaats Panguruean.

Het plaatsje waar deze ceremonie plaats vond Ronggur Ni Huta, staat met een pijl op het kaartje aangegeven. 

KENNISMAKING MET DE TOBA-BATAK.

Voor de eerste kennismaking met de Toba-Batak moet ik teruggaan naar 1988 toen ik in Sibolga de familie N. leerde kennen. De heer Herman N. was vroeger arts geweest en medeoprichter van het plaatselijke ziekenhuis.
Deze familie had haar roots op Samosir eiland in het plaatsje Ronggur Ni Huta. Zijn echtgenote kwam ook van het eiland uit de plaats Naingolan.
Gastvrij en liefdevol was ik door deze mensen ontvangen en leerde later hun kinderen verdeeld wonend over Sumatra en Java kennen.

(Het familie graf in Ronggur Ni Huta.) 

In 1992 overleed dokter Herman N. enige jaren na zijn vrouw, en het was de wens dat hun lichamen werden bijgezet in het familie graf in Ronggur Ni Huta. Huta betekend dorp.
Het was de wens van de kinderen, dat deze traditionele ceremonie voor het nageslacht zou worden vastgelegd en verzocht mij om dit te doen.
Zo leerde ik dan ook de lokale bewoners van het dorp kennen, die me ook liefdevol ontvingen en waarvan ik de kinderen in de daarop volgende bezoeken heb zien opgroeien.

In 2014, was ik uitgenodigd voor de traditionele bruiloft van de oudste zoon van de jongste dochter van dokter Herman N.  in P.Siantar.
Daar hun oom in Ronggur Ni Huta wegens gezondheid redenen niet aanwezig kon zijn op de bruiloft bezochten we de familie enige dagen na de bruiloft. Een hartelijk weerzien en de kinderen waren intussen volwassenen met een eigen gezin met de nodige kinderen. Met de familie brachten we een bezoek aan het familie graf dat enige jaren daarvoor was verbouwd.

(Verbouwde en grotere familie graf.)

Het gebouwtje staat op een kleine heuvel aan de rand van een klein meertje, met op de achtergrond de hoge bergwand vol groene natuur.
Het was in mei van dit jaar dit ik een uitnodiging kreeg om aanwezig te zijn bij de 'Voorouder Ceremonie', wat betekend het ruimen van de huidige grafruimten, het wassen van de beenderen en het wederom plaatsen volgens de 'adat', een rangorde van de beenderen in twee daarboven op gebouwde kleine gebouwtjes. 


Toen ik dit Batak-dorp leerde kennen stonden er nog drie traditionele woningen. Naast het familie huis stond het huis van overgrootvader, maar dat was gesloopt, daar er een boktor in het hout zat, en het niet meer veilig bewoonbaar was geworden.

Zo gezegd zo gedaan en naar Siantar afgereisd waar ik bij de familie S. (de jongste dochter) logeerde.






PEMATANGSIANTAR.

Siantar is na Medan en Padang de derde grootste stad van Sumatra met een oppervlakte van 80 km² en een inwoners aantal van 250.000.
Na aankomst op het vliegveld van Medan werd ik door de familie S. afgehaald. De familie woonde aan de buitengrens van de vreselijk drukke stad met een enorme verkeerschaos, omgebouwde motorfietsen voor het vervoer van passagiers of lading wedijverden met de lokale autobusjes en doorkruisten gezamenlijk het verkeer op alle mogelijke manieren.
Het was de eerste dagen wennen aan de warmte en het had er in maanden niet geregend.
Een dagelijks tijdverdrijf was het inkopen doen op de lokale traditionele markt. Een grote supermarkt als bij ons in Nederland kent men daar niet. Op de begane grond en omringende straten is al het vers goed te koop, enorme goudkarpers in een waterbak, vers geslacht runder- en varkensvlees, groenten, kruiden , fruit etc.
Rondom het centrale gedeelte zijn twee etages met huishoudelijke artikelen, gereedschap, schoeisel en kleding.



De kip werd vers geslacht geleverd, alle soorten gedroogde visjes, groenten en fruit waren er te koop.
Het was het seizoen van de mango's, papaya's en kleine heerlijk zoete ananas. het geen toeristenstad en zodoende had ik bekijks en aanspraak genoeg, waarbij iedereen gefotografeerd wilde worden.

SIANTAR - SAMOSIR EILAND.

(De ochtend nevel hing nog boven het water van het Toba meer.)

Om vier uur in de ochtend vertrokken we uit Siantar om zeker te zijn dat we een plaats zouden hebben op een van de eerste autoveerboten naar Samosir eiland. Het was het einde van de Ramadan en veel mensen trekken er dan op uit op een dag of meer op het eiland door te brengen.
Het was uiteindelijk in het begin van de middag toen we het dorpje bereikten, waar we hartelijk werden verwelkomt, en langzaam kwamen er meer familieleden aan. Het bleek dat de oom van de familie reeds enige jaren geleden was overleden, maar zijn vrouw., door ieder ibuh (moeder genoemd) regeerde de gemeenschap met harde hand en respect.


DE DAGEN VAN DE CEREMONIE.

(In de keuken achter het huis werd nog op houtvuur de maaltijd op houtvuur bereidt.)

De middag van onze eerste dag, na aankomst, werd er eerst een bezoek aan het familie graf gebracht met een moment van stilte en gebed. Na het avond eten verzamelden de gezinshoofden uit het dorp zich in de enorme ruimte die aan het traditionele huis was aangebouwd. Wederom werd het gehele gebeuren voor de komende dagen besproken, wederom moesten en drempels worden weggehaald en wederom lange discussies over hoe en wat. Debatteren daar zijn de Batak mensen goed in. De huidige grafruimten moesten geruid worden om ruimte te maken voor de in de toekomst overleden familie leden. Uit het debat begreep ik dat de helft van de belanghebbende lid waren van de rooms katholieke kerk en de andere helft protestant was. Er zou een gezamenlijke kerkdienst worden gehouden.
Het werd laat in de avond eer we ons op een mat op de harde grond te slapen konden leggen. Het was het afzien voor de komende nachten.


Op de ochtend van de tweede dag bracht de familie van dokter Herman N. een laatste bezoek aan het graf voordat dit later geopend zou worden.
Intussen werd het in het dorpje een drukte van belang. Familieleden van ver uit de omtrek kwamen in kleine mini busjes of met eigen vervoer naar het dorp. Daarbij ook de nodige belangstellenden en kleine handelaren, zoals een sate-venter die er een verdienste in zag.
Het zou die nacht druk worden op de vloer om een slaapplaats te vinden.
Langzaam verzamelden de families van de bijgezette overledenen zit bij het graf.


Een geestelijke hield een kort gebed en zegende de grafruimten voor deze geopend zouden worden. Daar ik plotseling volledig bij het gehele gebeuren werd betrokken, als een vriend van de familie, overhandigde ik mijn camera een een bekende van de familie om afbeeldingen te maken van het gebeuren. Ook hier weer dispuut welke ruimte het eerste geopend zou worden. De 'ibuh' maakte een einde aan deze discussie; "eerst zij die hier het langst liggen".


(In het midden 'ibuh' met de traditionele ulos-doeken over haar arm.)

Het los kappen van de cement waarmee de afsluitplaat koste enige moeite met het versleten gereedschap. Na het openen van dit eerste graf gingen speciale werklui naar binnen, om de beenderen van de reeds ingevallen kisten te scheiden en zo langzaam de grafruimte leeg te ruimen. Voor de directe familie was een plaats vooraan gereserveerd, maar de jeugd, die zoiets ook maar eenmaal meemaakten, kropen op handen en voeten tussen onze benen door om met hun neuzen vooraan te staan om niets te missen.



Met zorg en eerbied werden de botten van de overledenen gescheiden van de kist- en kledingresten.
Zelfs de kledingresten werden met zorg onderzocht of er geen botten waren achtergebleven.
Schoeisel, brillen, kistresten en nylonkleding dat niet vergaan waren werden buiten de afrastering neergelegd en nogmaals nagekeken. Erg vuile schedels werden in een bak water schoongewassen.
Op een van de schedels zat zelf nog een nylon haaropvulstukje, dat de Indonesische vrouwen gebruiken.
Tijdens het leegmaken van de grafruimte werden er regelmatig kleine bankbiljetten in de ruimte gegooid, een oud gebruik om de boze geesten tevreden te stellen, en wat een extra inkomen was voor de grafruimers.


Het was natuurlijk onmogelijk om uit te zoeken van wie nu de botten en schedels precies waren. Het enigste wat men nog wist, was welke personen er in de vergane jaren er waren bijgezet.
Al de resten van de overledenen werd in witte doeken ingepakt om later volgens de adat (rangorde in de familie) bijgezet te worden in een van de boven op gelegen ruimten, waarna de afsluitplaat weer teruggezet zou worden en afgedicht.




Na deze ceremonie keerden we naar het huis terug, waar de vrouwen intussen druk bezig waren met het bereiden van het eten voor die avond. Voor het oude huis staat een enorm grote stenen vijzel waarin de ingrediënten voor het eten fijn werden gestampt met een zware hardhouten paal, door de vrouwen. Ook in de keuken achter het huis was het een drukte van belang, terwijl achter het huis op een houtvuur in een enorme ketel de rijst werd gekookt.


Na dit gedeelte van de 'beenderen wassen ceremonie' en het plaatsen van de botten van de voorouders in de daarvoor bestemde ruimte, ontvluchten we met een klein groepje voor enige uren het dorpje. We reden naar Pangururan en staken de brug over naar het vasteland en gebruikten bij Aek Rangat, wat bekend staat om zijn warmwaterbronnen, een heerlijke noodle-maaltijd.
Bij onze terugkeer in het dorp constateerden we dat voor de grootste woningen enorme tentzeilen waren opgetrokken, voor alle bezoekers de volgende dag.


De ochtend van de derde dag werden we vroeg wakker gemaakt, daar we om halfnegen onder het grote tentzeil aanwezig moesten zijn voor het laatste deel van deze ceremonie. Intussen stroomden honderden mensen het dorpje binnen en handelaren hadden op een hoger gelegen gedeelte hun handeltje opgezet. Zo stonden we daar netjes op een rij opgesteld en kwamen de eerste bezoekers ons een hand geven. Het waren allemaal mensen van de N.-clan die hier naar toe waren gekomen.



De vrouwen allemaal in fraaie kleding gestoken droegen gevlochten zakken op hun hoofd, waarin rijst zat, als bijdrage voor het latere gezamenlijke eten. Ook waren erbij die enorme  kookketels op hun hoofd droegen, waarin reeds gekookte gerechten zaten. Iedereen zocht zich een plaatsje op de matten zie over de kale grond waren neergelegd. Het was een constant komen van mensen en het was warm, heel warm!



Zaten de vrouwen geen nieuwtjes uit te wisselen, want het was voor velen een weerzien van familie leden na jaren, dan hielden zich vooral de oudere vrouwen zich bezig met het maken van een pruimtabak, wat bestaat uit het blad van de sirih, waarin ze een mengsel doen van de gemalen betelnoot en kalk.. Van het pruimen krijgen ze rode lippen en ook rode tanden en het schijnt opwekkend te werken.



Na de nodige welkoms toespraken, werd er in het midden van al de mensen een lange open ruimte gemaakt en werden de pannen met de etenswaren neergezet. Een ieder die dicht bij een pan zat legde hier een hand op de rand en zij die er niet bij konden en hand op de schouder van de persoon voor hem. Zo werd gezamenlijk de zegen over het eten gevraagd.


Achter een van de huizen was op houtvuur in enorme ketels de rijst voor de gezamenlijke maaltijd gekookt. 
Borden met rijst werden rondgedeeld en zo ook porties van de etenswaren uit de pannen. Zo kreeg ieder zijn deel en werden de hongerige magen gevuld.
Ook de enorme afwas werd achter een van de woningen gedaan door de vrouwen.

Na deze gezamenlijke maaltijd begon de traditie van het  geven van de traditionele ulos en het omslaan ervan, aan de familie leden door zij die te gast waren of welke andere reden dan ook.



Dit alles ging weer gepaard met een lange toesprak en ook mij viel deze eer ten deel. Het was uiteindelijk vijf uur in de middag toen de meeste mensen langzaam huiswaarts keerden en er enigszins weer rust in het dorp kwam. Er waren zeker een kleine 2000 mensen geweest. 
Intussen sloeg het weer om en joeg de wind een zwarte lucht over de toppen van de bergen.
Dit opkomende slechte weer en het vooruitzicht weer een nacht op de keiharde ondergrond door te moeten brengen deed ons besluiten om deze avond nog met het veer over te steken naar Parapat om daarna door te rijden naar Siantar.
Na afscheid genomen te hebben van de familie uit het dorp reden we voorspoedig naar de parkeerplaats van de autoveerboot. Hier moesten langs de weg achter een enorm lange file aansluiten en op onze beurt wachten. Oorzaak; deze zelfde middag was in het slechte weer, dat op het meer een zware golfslag kan veroorzaken de personenveerboot omgeslagen en deze had bij het zinken naar een diepte van 450 meter honderden ingesloten personen met zich mee genomen naar de diepte. Slechts 58 mensen werden die middag nog levend uit het water gehaald.
Het was dan ook vier uur in de ochtend eer we in Siantar aankwamen en we zwaar vermoeid ons bed opzochten.


(De bloemen en vrucht van het 'drakenfruit'.)

Met de familie uit Jakarta verbleven we nog enige dagen in Siantar en genoten van de gastvrijheid van de familie S. De tijd werd gevuld met inkopen doen op de lokale markt en tot rust komen.


(Uitzicht over een deel van Jakarta.)

 In Jakarta gelogeerd bij een goede vriend en na drie dagen inkopen doen, naar huis gevlogen via Singapore. Thuisgekomen bleek het gazon de kleur van het Sahara zand te hebben.
Een dank aan een ieder voor het geweldige warme en vriendelijke ontvangst het heerlijke eten en de verkregen informatie over deze dagen. Horas!