donderdag 9 februari 2012

BATIK. (Deel 2)

(Vervolg deel 1.)

Een houten cap (stempel).

Motieven hebben een speciale betekenis. Bij de 'paran rusak' loopt de balk diagonaal met verstrengelde S-vormen. Dit motief werd oorspronkelijk gedragen door de vorsten uit Centraal-Java, Solo en Yokyakarta.
Voor de hofkleding werd ook bij voorkeur de kleurencombinatie gebruikt met indigo, wit en sojabruin. Sojabruin wordt gemaakt uit de bast van een palmboom. De kleur rood die gebruikt wordt uit boomwortels. De verdere gebruikte kleuren zijn geel, groen en zwart.



In het ontwerp van de motieven is met de loop der tijd veel veranderd. Oorspronkelijk werd dit beïnvloed door het hindoeisme met symbolen als de mytische vogel Garuda, lotusbloemen en de levensboom,


De komst van de islam deed vele motieven veranderen in meer geometrische- en bloemenfiguren. Men kent natuurlijk ook vrij ontwerpen, waardoor fraaie kunstwerken kunnen ontstaan.


De Chinezen brachten motieven als draken, bloemen en de phoenix mee uit hun cultuur.



Er is nog een vorm van batikken die gebruikt wordt op Bli, lombok en een gedeelte van Oost-Java, de z.g.n. langi procedure. Hierbij wordt ook eerst het motief op de doek uitgetekend, waarna het met rijggaren wordt samengetrokken. De hierdoor ontstane lussen worden met raffia omwikkeld ( tegenwoordig met een kunststof soort). Wordt het doek nu in de verf gedompeld, dan blijven de omwikkelde lussen ongekleurd. Deze lussen kan men later weer apart verven.

Tegenwoordig kennen we ook batik uit Ghana in West-Afrika wat een sterk opkomende industrie is voor de mode wereld.




































































BATIK. (Deel 1)

Een zeer ontwikkkelde cultuur op Java is het batikken van stoffen. Buiten Java komt batikken voor op Sumatra, Midden-Sulawesi en het eiland Madura. Ieder gebied heeft zijn eigen motieven, tinten en kleuren.
Hoe en wanneer deze techniek om stoffen te bewerken in Indonesië terecht kwam is onbekend, maar zeker is dat het op Java een hoge graad van perfectie heeft bereikt en dat het al enige honderden jaren wordt gedaan.
Ook in India en Malysië komt het batikken voor, maar men gaat er vanuit dat het van Indonesische oorsprong is en door handelslieden is verspreidt.
Batik doeken worden op Java zowel door mannen als door vrouwen als kledingstuk gedragen. De doek wordt door beide geslachten om de heup gewikkeld als een sarong, als een schouderdoek (slendang) en geplooid om het hoofd (kain kepala). Men komt de doeken ook tegen als wandversiering.



Om het patroon aan te brengen, wordt dit eerst op de doek uitgetekend. Langs de uitgetekende lijnen wordt met behulp van een soort pen, een klein potje met schenk tuitje en bamboe handsvat, een tjanting, vloeibare was aangebracht. Het tuitje van de tjanting raakt de stof niet aan maar blijft net boven de uitgetekende lijn.




De was wordt in een kleine mini-wok vloeibaar gehouden op een houtskool vuurtje. Men brengt de was daaraan waar de verfkleur niet wenselijk is.



Is de was afgekoeld dan kan men tot het verven overgaan door de stof in een verfbad te dompelen. Indigo, blauw, wordt over het algemeen als eerste kleur gebruikt.

Is de verfstof gedroogd dan krapt men de was weg op die plaatsen waar men bij een volgend verfbad een andere kleur wil aanbrengen. Kleuren die men reeds heeft aangebracht en wil behouden bedekt men weer met was, alvorens het volgende verfbad te gebruiken. Dit wordt zo dikwijls gedaan als men kleuren wil aanbrengen.

Het aanbrengen van de was op de doeken wordt uitsluitend door vrouwen gedaan. Het verven van de doeken is mannenwerk en is een zwaar werk. Geavanceerde batik bestaat uit verschillende kleurgangen waarbij dus telkens de was op een andere manier wordt aangebracht. Door de was op verschillende gewenste plaatsen te breken, zodat er barstjes in ontstaan, krijgt men er een craquelé effect door.

Batik heeft door de eeuwen heen een enorme ontwikkeling door gemaakt. Buiten de verbetering en verfijning van de materialen zijn ook de technieken verder ontwikkeld.

Rond 1850 maakte de 'cap', stempel, zijn intrede. Dit is een stempel, waarvan het motief gevormd wordt door koperen strips of draadeindjes.



Hoewel er sneller mee gewerkt kan worden blift het aanbrengen van het motief met de in de was gedoopte stempel een zeer precies werkje. De afdrukken moeten volledig naadloos op elkaar aansluiten en aan weerszijden van de stof moeten de patronen precies op elkaar passen. Dit werk wordt hoofdzakelijk door mannen gedaan.

Men kent ook de combinatie van de cap (stempel) en de tjanting (pen). Verder maakte men ook gebruik van uit hout gesneden stempels.

(Wordt vervolgt.)






dinsdag 7 februari 2012

BARONG DANS. (Slot.)

(Vervolg van deel 3.)

Ook de kris speelt in dit verhaal weer een magische rol.




( Als de krisdansers tot de ontdekking komen dat de Rangda, als geest, niet kunnen doden om met het kwaad af te rekenen, slaan ze in wanhoop de hand aan zich zelf om te sterven door zich te doden met de kris.)




( Nu laat de Barong zijn magische kracht werken en maakt de dansers onkwetsbaar door de kracht van het mes weg te nemen. De geest van de Rangda vlucht naar het rijk der doden.)





( De Barong en twee dansers.)


Iedere voorstelling, van welke dans ook. wordt altijd begeleidt door een Balinees Gamelan-orkest.



DE BARONG DANS. (Deel 3)

(Vervolg van deel 2.)



( Ook de premier wordt door de heks boos gemaakt)

De Barong vertegenwoordighd de witte magie en de Rangda de zwarte magie. Rangda betekend in het Balinees; weduwe. Het is de weduwe van een man wiens geest niet tot rust is gekomen, omdat zijn vrouw hem niet vrijwillig volgde in de dood, zoals het volgens oud-Balinees gebruik moet gebeuren. Zij wordt hierdoor de heks en tovenaar.



( Dewi Kunti, de koningin moeder verschijnt op het toneel, zij is zeer verdrietig dat ze haar zoon Sahadewa moet opofferen. De heks verschijnt weer en maakt Dewi Kunti boos door haar te beheksen. Dewi Kunti beveelt de premier om Sahadewa naar de grot van de Rangda te brengen en hem daar vast te binden aan een boom.)



( De heks keert steeds terug op het toneel in steeds een ander slechte gedaante.)

In het spel is de Rangda de tegenspeler van de Barong. Zij heerst met haar zwarte magie over de kwade geesten. Beide figuren zijn aardse wezens met magische krachten.

De Barong staat aan de kant van de mensen, welke hij tegen de verderfelijke invloeden van de Rangda zal beschermen.

( De Rangda.)


De Rangda draagt een wit masker en heeft enorme dikke uitpuilende ogen en twee slagtanden. Afhankelijk van de uitvoering treedt ze op met verschillende maskers, die in die stadia haar persoonverandering uitdrukken.




( De god Siwa heeft medelijden met Sahadewa en geeft hem onsterfelijkheid. Als de Rangda komt om hem te doden en op te eten, kan ze hem niet doden. Als ze tot besef komt dat ze hem niet kan doden, vraagt ze hem om haar te verlossen door haar vrijwillig te doden, zodat ze naar het rijk van doden kan afreizen. Sahadewa vervult haar wens, dood haar. Maar onverwachts verschijnt ze met haar laatste geestkracht alsnog op het toneel, waar de krisdansers aanwezig zijn.)


Zowel het masker van de Barong als dat van de Rangda worden, als ze niet gebruikt worden in de tempel bewaard. Hier 'leven' de maskers en worden ze opnieuw met magische krachten opgeladen.


(Wordt vervolgt.)








DE BARONG DANS. (Deel 2)

(vervolg van deel 1.)



( Er verschijnen drie kwaadaardige mannen die de Barong er van beschuldigen, een kind van één van hen de hebben gedood en willen nu wraak op hem nemen. Ze willen de Barong aanvallen maar de aap grijpt in en plaats dat ze de Barong doden snijdt de aap een van de mannen zijn neus af en ze vluchten.)



( Voor het begin van de volgende akte verschijnen er twee Legong danseressen, met een hoofdtooi vol heerlijk ruikende bloemen, die voor enige minuten een deel uit de Legong dans uitvoeren.)

Barong betekend, wild dier in de ruime zin van het woord. De balinezen zien hierin een beschermdier. De kop van de Barong lijkt op een leeuwenkop. De boma- of leeuwenkop boven de tempelpoort en vaak ook boven iedere erfpoort, is een beschermend symbool en stamt af van de Javaanse kala-kop.

De Barong wordt wel gezien als een 'beschermdier' uit de prehindoeïstische periode.



( De twee gebroeders, Punta en Wijil, verschijnen op het toneel. Ze zijn dieneren van Dewi Kunti. Ze vertellen het publiek het trieste bericht, dat op deze dag Sahadewa, een van de vijf Pandawa prinsen, aan de slechte Rangda geofferd wordt.)



( Dan horen ze een vreemd angstwekkend geluid, dat niet veel goeds voorspelt. De vreselijke heks verschijnt op het toneel. Nadat ze deze vreselijke verschijning hebben gezien vragen ze vol angst of de premier zo gauw mogelijk wil komen.)


De Barong is dus de vriend van de voorouders, een menselijke leeuw, de reïncarnatie van de god Vishu, als beschermgod van het leven.

De Barong figuur wordt in het spel door twee mannen gespeeld, alleen de voorste ziet wat er gebeurd, dus is een harmonische samenspel van belang.



( De premier komt op, praat met de twee broers en wachten samen op de komst van Dewi Kunti.)


(wordt vervolgt.)









DE BARONG DANS. (Deel 1)

HET VERHAAL.

De koningin moeder Dewi Kunti heeft besloten om een van haar zonen; in dit geval Sahadewa, aan de Rangda te offeren........



( De Barong.)

Niemand weet wat het woord Barong betekend. Op Bali kent men verschillende typen van de Barong. De naam van de Barong hangt af van het masker dat de Barong draagt. Zo kent men de Barong Bangkal, Barong Macan, Barong Gajah, die respectievelijk het masker dragen van een zwijn, een tijger en een olifant. Maar voor de Balinees is de heiligste Barong de Barong Ket of Keket, die elke ochtend voor de touristen speelt.


( De Barong komt op en danst.....)

Deze Barong heeft een masker aan, dat geen gelijkenis heeft met een levend dier. Deze Barong is zuiver mythologisch. Bij de Barong hoort altijd zijn tegenspeler de Rangda; ze zijn niet van elkaar te scheiden. De Barong vertegenwoordigd het 'Goede' en de Rangda het 'Kwaad'.
De Barong dans speelt de eeuwige strijd tussen Goed en Kwaad in de mens en de wereld. Om het voor een buitenstaander minder eentonig te maken heeft men in deze dans een verhaal ingelast. Dit verhaal is uit de Mahabharato genomen.

( .... op de voet gevolgd door zijn vriend de aap.)

Op Bali heeft elke dans een sociale en religieuze achtergrond. Hiervan is de Barong dans, een drama, een klassiek voorbeeld. De maskers en de kostuums zitten vol met symboliek. Dansen zijn op Java en Bali een exacte wetenschap. De techniek van de dansers is zeer precies in uitvoering en volgens strikte regels. Iedere danser beheerst de persoonlijke genuanceerde gebaren, passen en gezichtsbeweging.




( De aap.)




Er zijn verschillende gebaren en bewegingen welke elk hun eigen naam en betekenis hebben. De lokale toeschouwer weet wat deze betekenen. Zo kent men talrijke bewegingen met de voet of voeten, de manier hoe men de handen en de vingers beweegt, de manier hoe men een kledingstuk opneemt of verplaatst, hoe men gehurkt zit, het hoofd in een bepaalde stand stand houdt of met de heupen beweegt. Alles heeft zijn eigen betekenis.





( De aap, die ook een komische rol heeft samen met de Barong.)




Maar de belangrijkste taal; is de taal van de ogen van de speler. Zo kan de ene oogopslag verdriet uitbeelden, de andere haat en wijd open gesperde ogen een ander doen afschrikken. Iedere danser houdt zich precies aan de traditie, alleen de komische grappenmakers zijn niet aan bepaalde voorschriften gebonden en improviseren op een kluchtige wijze, toe genoegen van het publiek.


Op Bali gaat geen feest voorbij of er vindt wel een uitvoering plaats. Of het nu een tempelfeest is, een bruiloft, een doden verbranding of het openen van een winkel. De gastheer zorgt ervoor dat de gasten zich niet zullen vervelen.




( wordt vervolgt.)














maandag 6 februari 2012

WAYANG SPEL OP BALI.

De Balinezen hebben het wayang-kulit spel van de Javanen overgenomen en houden dit nog steeds in ere. Men bedient zich van de zelfde technieken om de poppen de maken en ze hebben ook de zelfde kenmerken als de poppen van Java.



De figuren zijn echter meer gedrongen en vaak realistischer dan de Javaanse. Zodoende zijn ze goed uit elkaar te houden.



De gunungan (berg) van Java is op Bali de kekajon; de boom. Hierbij is duidelijk een verschil tussen de twee voorstellingen. De Balinese 'boom' heeft de vorm van een geopende oparaplu waarvan de balijnen naar binnen zijn gebogen. Op deze afbeelding staat geen poort afgebeeld, maar daarvoor in de plaats vaak twee in elkaar vertrengelde slangen. Ook is het vaak afhangkelijk in welk deel van het eiland de 'boom' is gemaakt.

De voorstellingen worden op Bali bij iedere feestelijke gelegenheid gegeven en vormen een ware attractie voor de bevolking. Bepaalde rituele voorstellingen worden alleen in de voorhof van een tempel uitgevoerd.

Veel meer bekend bij de touristen die Bali bezoeken is de wayang-topeng, waarbij de dansers maskers dragen. De maskers zijn uit hout gesneden en hebben een beweegbare onderkaak.




Maar ook de combinatie van de wayang-topeng en de wayang-wong komt men op Bali tegen in uitvoeringen.

Een zeer bekend voorbeeld van deze combinatie hiervan is de uitvoering van de Barong-dans. Deze dans is vooral bij de touristen populair om te bekijken, maar ook bij de Balinezen zelf, want bij ieder feest verschijnt wel de Barong.

( Wordt vervolgt met: De Barong dans.)







zaterdag 4 februari 2012

WAYANG POPPEN EN SPEL. (slot)

MAKEN EN BETEKENIS.

Het maken van de poppen voor het schimmenspel is net als de uitvoering streng aan regels onderhevig. De wayang-kulit figuren worden uit geschoren en gedroogde buffelhuid gesneden. Alle figuren zijn gestileerd, bij de vaste typen heeft ook elk detail zijn vaste betekenis, zodat zij volgens het voorgeschreven patroon worden uitgesneden. Als de afbeelding op de huid is getekend begint men eerst de omtrek uit te snijden.

Als men aan het uitsnijden van de kenmerken van de pop komt, begint men eerst met het oor, waarna met zeer grote zorgvuldigheid het gezicht vorm wordt gegeven. Na de neus komt de mond en als laatste het oog. Pas nadat het figuur zijn oog heeft gekregen kan het in de handen van de snijder tot leven komen.






(Kresna uit het wayang-spel)

De poppen zijn als afbeelding van opzij weergegeven, met langgerekte, gestileerde ledematen en lichaam en met stereotiepe kenmerken voor oog, neus, mond, vingers en voeten. Tot in de kleinste detail zijn de lichamen uitgebeiteld.


Nadat het uitsnijden gereed is wordt de huis geschuurd en met een witte grondverf bewerkt. Het aanbrengen van de overige kleuren is weer vastgelegd. De voornaamste hoofdkleuren zijn; zwart, blauw, geel en rood en een mengsel van deze kleuren. Alle figuren hebben een eigen betekenis, speciaal als het om het gezicht gaat.


Een zwart gezicht duidt op wijsheid en rijpheid, een rode huidskleur op een agressief type en goud geeft de waardigheid van de figuur aan.

Zo komen vaak de zelfde figuren in het wayang-spel terug met een andere gezichtskleur afhankelijk van hun situatie.

Kresna komt eerst op met een goudkleurig gezicht, als een jonge held; later in het spel als een oudere man met een zwart gezicht.



Om de pop te verstevigen heeft men deze een 'ruggegraat' van buffelhoorn gegeven, die naar beneden loopt en in een handvat eindigd. Dit handvat wordt in de bananenstam gestoken. De dunne armen kunnen verder afzonderlijk draaien bij de schouder en de elleboog met behulp van een dun stokje van buffelhoorn. Wat de wayang-pop waardevol maakt is de uitbeelding van het karakter; hun 'wanda'. De wanda geeft elke pop apart een persoonlijkheid. De grootste pop in het spel kan soms één meter lang zijn, de kleinste is nooit kleiner dan 23 centimeter.


( De gunungan uit het Javaanse wayang-kulit.)

Een belangrijke rol speelt op Java in het spel de gunungan (gunung=berg), op Bali is het de kekajon, wat boom betekend. Zowel de berg als de boom zijn in Indonesië magische symbolen, die de as van de wereld voorstellen. De Javaanse gunungan is bladvormig en loopt uit in een punt. In het midden is een gestileerde boom afgebeeld die versierd is met bloemen en vogels. een hemels- of levensboom. Onder de boom ziet men een poort afgebeeld met links en rechts een tempelwachter (bulas) die de demonen weg moet houden van de toegangspoort tot de hemelse tuin. De tempelwachters zijn van het agressieve type gezien hun gezichtskleur.

De gunungan wordt aan het begin van de voorstelling, tijdens de pauze en aan het einde in het midden van het scherm geplaatst. Wordt de afbeelding tijdens de voorstelling gebruikt dan symboliseerd hij vuur.


De hele opvoering van het schimmenspel is dus een rituele handeling. Iedere aanwezige is heilig overtuigd van de dubbele kracht van de figuren, maar alleen de dalang doet ze leven op een dusdanige manier, dat hij de mensen onder zijn ban weet te brengen.







(Moderne wayang-golek poppen van West-Java.)

In West-Java geniet de wayang-golek grote populariteit. In tegenstelling met het schimmenspel uit Midden- en Oost-Java is het mystieke element in de wayang-golek vrijwel afwezig. De wayang-golek voorstellingen werden sterk beïnvloed door de islam. Wayang-golek wordt meestal overdag opgevoerd, zodat men de prachtige kleuren en kleren van de poppen beter kan zien.


De Balinezen hebben een vorm van de wayang-kulit overgenomen van de Javanen, met hierin hun eigen afbeeldingen en vertellingen, maar kennen in het geheel niet de wayang-golek in hun cultuur.

WAYANG POPPEN EN HET SPEL. (Deel 2)

WAYANG TOPENG.



In dit spel komen in het geheel geen poppen voor. Het geheel wordt opgevoerd door gemaskerde dansers. ( topeng = masker).
Deze dansers voeren een pantomine op en de dalang reciteerd de teksten.

WAYANG WONG.




Wong betekend mens. De dansers dragen daaron ook geen maskers terwijl ze dansen en spreken zelf hun teksten uit. De dalang spreekt al;leen de verbindende teksten tussen verschillende uitvoeringen. Het geheel komt uit de vertellingen uit de Ramayana en de Mahabharata en bestaat pas honderd jaar.


De dalang spreekt zijn tekst op een zangerige manier uit en het geheel wordt begeleid met muziek van een Gamelan-orkest.

HET WAYANG SPEL.

Het wayang-spel is een poppen- of schimmenspel wat diep geworteld is in de Javaanse cultuur. Men kan niet precies vaststellen hoe oud het Indonesische schimmenspel is. Het schimmenspel was van oorsprong geen volksvermaak ondanks dat er komische dingen in voorkomen, dan behoudt het toch de oorspronkelijke religieuze betekenis. Voorstellingen worden bij een speciale gelenheid gegeven; zoals huwelijk en oogstfeest, maar ook om een naderend onheil, zoals een vulkaan uitbarsting, af te wenden.
De dalang wordt bemiddelaar tussen de mens en de andere wereld. De filosofie is; dat wanneer in het spel het slechte of onheil wordt bezworen, de harmonie daarbuiten weer in evenwicht is en gewaarborgd.


Op Java is een wayang-kulit voorstelling aan vaste voorschriften gebonden. Als het in het paleis van de ' vorst', de kraton gebeurt het in de feestzaal of in een speciale wayang-zaal. Buiten de kraton in een speciaal paviljoen.


In de zaal wordt in het midden een scherm opgezet wat bespannen is met licht doorlatend doek en waarvoor de toeschouwers plaatsnemen. Aan de anderezijde van het scherm zit de dalang met zijn helpers en muzikanten. Boven in het midden van het scherm hangt een lichtbron (belenjong) welke is versierd in de vorm van een garuda, de mytische zonnevogel.
Links van de dalang staat een kist (kotak) voor al de poppen edn de andere benodigde rekwisieten.Een dalang beschikt soms over meer dan honderd poppen. Links en rechts van de dalang ligt een stuk bananenstam waarin, links van hem de slechte- of het kwaad uitbeeldende figuren zijn gestoken en rechts van hem de goede uitbeeldende figuren. Tevens staat rechts van de dalang het deksel van de kist, waarop hij de wayang-poppen neerlegt die hij niet meer nodig heeft in het spel.
Het gamelan-orkest, dat de voorstelling begeleidt bevindt zich achter de dalang. Dit orkest bestaat hoofdzakelijk uit koperslagwerk en trommen.



De dalang heeft tussen zijn tenen een klein hamertje geklemd, waarmee hij op de kist klopt als signaal dat de muzikanten kunnen gaan spelen. De dalang is dus de zingend-sprekende toneelspeler, producent, regisseur en dirigent in één persoon. Elke melodie die het orkest speelt heeft een symbolische betekenis.

Zeer kunstig en knap hanteert de dalang de poppen en leidt hij en door de voorgeschreven lotgevallen heen. Hij laat de schaduwen tot leven komen door de poppen wat dichter- of wat verderaf van het scherm te houden of onder een bepaalde hoek. Het schaduweffect wordt vaak vergroot door de lamp onverwacht te laten bewegen.
De voorstelling begint zodra het donker is. Ruim voor die tijd zijn de muzikanten reeds aanwezig en spelen muziek om de gasten reeds te vermaken. Als de lamp, vroeger een olielamp, is aangestoken neemt de dalang zijn plaats in, gekleed in traditionele kleding met de kris op zijn rug en met gekruiste benen. Hij ontsteekt het wierook en geeft het orkest het teken dat ze kunnen gaan spelen. De dalang gaat aan voorstelling beginnen welke vaak uit drie delen bestaat.



Er zijn figuren die het publiek angst inboezemen, maar ook figuren die het publiek dierbaar zijn. Het zijn mensen, demonen, goden en halfgoden die uitgebeeld worden.
Ondanks de moderne vormen van vermaak beleeft het gewonen volk tijdens speciale feesten nog veel plezier aan dit eeuwen oude schimmenspel. De wayang-kulit leeft voort ondanks de modernisatie. Tegenwoordig worden er zelfs verhalen opgevoerd die wereldgebeurtenissen weergeven en levende politieke leiders de oude poppen vervangen.


Een wayang-voorstelling in zijn geheel is geen kwestie van één uurtje kijken, maar kan een hele nacht voortduren tot zon's opgang. In kleine dorpen is het zo'n gebeurtenis dat er tijdens de uitvoering altijd voldoende eten en drinken meegebracht wordt. Kinderen zijn vaak aan de beide zijden van het scherm te vinden om hun nieuwsgierigheid, hoe en wat, te bevredigen.

(wordt vervolgt.)


















































































































donderdag 2 februari 2012

WAYANG-POPPEN EN HET SPEL. (Deel 1)

ALGEMEEN.

Het maken van wayang-poppen en het opvoeren van het schimmenspel heeft op het eiland Java een hoge graad van verfijning bereikt. Het is niet alleen de yheateropvoering, maar is ook het symbool van de kosmos.
Als toeschouwer wordt je meegevoerd naar het rijk der voorouders, de grote helden uit de oude Indische vertellingen. Gedurende het spel worden het weer tot leven gebrachte wezens en treden ze zelfs als goden op.



Het oude schimmenspel is een rituele handeling die ondanks vele invloeden van buitenaf door eeuwen stand heeft gehouden. In het Javaanse wayang-spel worden platte poppen gebruikt, waarbij de poppen als de schaduwen van even grote betekenis zijn.
Weliswaar betekend het woord wayang; schgaduw, maar is het een verzamelwoord geworden voor al de voorstellingen die met verschillende soorten poppen of mensen wordt uitgevoerd. We onderscheiden zes soorten van dit spel.

WAYANG KULIT.







Dit is het oorsprongkelijke schimmenspel met lerenpoppen van buffelhuid. ( wayang = schaduw en kulit = leer.) Ook deze voorstelling kent weer drioe verschillende uitvoeringen.



De meest voorkomende is de wayang-purva. In dit spel wortden legemnden uit beide grote helden vertellingen opgevoerd, de Ramayana en de Mahhabharata, die beide tot de algemeen bekende folklore behoren.



De wayang-gedog onderscheidt zich van de wayang-purva door de aankleding van de poppen. Hierin speelt de Oost-Javaanse prins Pandji uit de hindoe tijd op Java de hoofdrol.



Wayang-maje welke ook tot de groep wayang-kulit hoort is een opvoering van teksten van de dichter Rang-gawarsita die verhaalt over de helden daden van vorst Jayabhaya.






WAYANG KLITIK.

Bij dit spel worden platte houten beschilderde poppen gebruikt met beweegbare leren armen als van de wayang-kulit. Hier gaat het niet om een schimmenspel, maar om een poppenspel, waarmee de avonturen van prins Damar Wulan worden uitgebeeld.



WAYANG GOLEK.





Golek betekend rond en het dus duidelijk dat deze popppen niet plat zijn, maar driedemensionaal zijn gemaakt en gekleed. Hun hoofden worden via spindels- en hun armen door middel van aan de handen vestigde stokken bewogen.



De wayang-golek is ontstaan op Midden-Java na de opkomst van de islam en het spel gaat over de avonturen van de Arabier Amir Hamza een voor vader van de profeet Mohammed.



Op Bali waar men de Javaanse wayang-kulit overnam bestaan geen wayang-golek voorstellingen, daar ze trouw zijn gebleven aan hun hindoeïsme geloof.






WAYANG BEBER.




Bij deze voorstelling zijn geen poppen betrokken. Het hele verhaal is op lange stroken papier of stof geschilderd die tijdens de voorstelling langzaam af- en opgerold worden door de verteller, de dalang. Het is net een soort cinemascoop. Beber betekend uitgebreid; deze soort voorstelling komt men zelden nog tegen.





(wordt vervolgt.)