woensdag 21 oktober 2015

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. FLORENCE. (DEEL 10)

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË.

NOORD-TOSCANE.

FLORENCE. (10).


HET RELIGIEUZE CENTRUM VAN FLORENCE.


Het religieuze centrum bestaat uit twee samenkomende pleinen: het San Giovanniplein met het Baptisterium, het Aartsbisschoppelijk paleis en de 14e eeuwse Loggia del Baigallo, en het Domplein met de klokkentoren en de Dom.
Het is het centrum van de stad en vormt een verzamelpunt van talloze straatjes en steegjes, van waaruit je steeds een glimp kan opvangen van het onverglijkelijke schouwspel: de pracht van de kathedraal, de elegantie van de klokkentoren en de klassiekheid en harmonie van het Baptisterium hebben nog steeds een betoverend effect op de bezoeker van de stad.

 (Het Baptisterium in de restauratiesteigers)

BAPTISTERIUM.

Het Batisterium, dat gewijd is aan de beschermheer van de stad San Giovanni Battista ( Johannes de Doper), is het oudste gebouw van Florence.
Hier werden tot in de 19e eeuw alle pasgeborenen van Florence gedoopt. Daarna ging deze ceremonie over naar de parochiekerken.
Niet zonder reden werd de doopkerk als een heilige plek in de stad beschouwd. 
De bouw van de huidige kerk begon in 1060, maar zeker is dat er vroeger op deze plaats al eerder een kerk stond uit de 5e eeuw. De marmeren bedekking van de buitenkant is in de Romaanse stijl uit de 11e en 12e eeuw.
De doopkerk heeft zeer prachtig uitgevoerde deuren. De oostelijke deur is de beroemdste, maar ook de andere twee zijn de moeite waard. helaas was er door de restauratie maar één deur zichtbaar door de tralies van een ijzeren hek.


De afbeeldingen zijn van de de deur, ook wel de "Paradijsdeur" genoemd van Ghiberti, met afbeeldingen van verhalen uit het Oude Testament. Het werk aan deze deur heeft van 1425 tot 1452, 27 jaren geduurd. het getuigd van de wil van deze kunstenaar om een perfecte nieuwe vorm te bereiken. De deur is onderverdeeld in 10 reliëfs. De huidige deur is een kopie van de originele deur welke zich in het Museum van de Dom  in ondergebracht.
Deze opnamen gemaakt op een later tijdstip in de middag toen het er wat rustiger was geworden.


DE DOM.

Op de plaats waar nu de grote kathedraal of dom staat van Florence stond vroeger een eenvoudige bisschopskerk, die was gewijd aan de heilige Reparata. Toen dat gebouw aan vervanging  of verbouwing toe was, besloot het gildebestuur van de stad de concurrentie aan te gaan met de andere steden in Toscane en de grootste kerk van het gebied te bouwen. Ze zijn er in geslaagd en het is de derde in omvang in Italië na de Sint Pieter in Rome en de Dom van Milaan.

Wil je enig begrip krijgen van de omvang van deze gotische kathedraal dan is een wandeling rond het gebouw een vereiste. De grote koepel en de drie kleinere halve koepels, de drie kleuren marmer, de fraaie portalen, de façade, alles draagt bij tot ontzag bij de toeschouwer. Steeds weer blijft men omhoog kijken naar het overweldigend versierde bouwwerk. Opvallend is de eenheid die het gigantische godshuis uitstraalt; en dan te bedenken dat men eeuwen lang aan de kerk heeft gebouwd.



In 1294 begon architect Arnolfo di Cambio aan de bouw en pas in 1877 werd de laatste hand gelegd aan de huidige façade. Zoals de kerk tenslotte geworden is, met een lengte van 155 meter, een transcept van 90 meter en een koepel die 45 meter in diameter meet en tot een hoogte van 107 meter reikt, lijkt ze toch in haar geheel zo gepland.

Aan de zuidkant heeft de kerk twee fraai bewerkte toegangsdeuren, de Porta del Campanile en de Porta dei Canonici.
De mooiste poort ligt echter aan de noordzijde: de Porta della Mandorla.

De moderne façade, die in 1877 werd vervaardigd en in de plaats kwam van de in 1588 verwijderde oorspronkelijke gevel versiering van Arnolfo di Cambio, is gericht op verheerlijking van het christendom, in tegenstelling tot de rest van decoratie van de buitenkant, die louter op Maria is afgestemd.


DE KOEPEL.

De koepel is geconstrueerd door Brunelleschi en de bouw ervan duurde van 1420 tot 1434.
De koepel van enorme grootte werd zonder traditionele hulpmiddelen gebouwd.
Brunellischi maakte gebruik van een zogenaamd visgraten systeem waarbij stenen en bakstenen zo op elkaar werden gemetseld dat het bouwwerk, dat oploopt in een steeds smaller wordende cirkel, zichzelf kon ondersteunen.
Ter vergroting van de veiligheid en de ondersteuning bedacht hij een dubbele kap waartussen een spouw bestaat waar een 463 treden tellende trap begint die stijgt tot aan het terras van de lantaarn op de koepel.

Vasari begon in 1570 met het schilderen van de fresco's aan de binnenzijde van de koepel en na zijn dood zette Frederico Zuccani het werk voort: de weergegeven scènes zijn van het "Laatste Oordeel".
Tegen het begin van de 16e eeuw kreeg men het idee om de buitenkant van de koepel te decoreren met een marmeren galerij die geheel rondom zou lopen. De opdracht werd toevertrouwd aan Baccio d'Agnolo, die in 1508 de eerste van de acht zijden voltooide. Na het gezaghebbende oordeel te hebben gehoord van Michelangelo, die de galerij een "krekelkooi" noemde, besloten de autoriteiten de werkzaamheden stop te zetten, maar het eerste deel bleef gehandhaafd.


DE KLOKKENTOREN.

Het ontwerp van de klokkentoren is van Giotto.
Hij begon in 1334 met de werkzaamheden en leidde de bouw tot 1337, het jaar dat hij overleed.
Andrea Pisano zette de bouw voort en na hem Francesco Talenti.
Maar zij wijzigden het oorspronkelijke ontwerp door het bouwwerk te voltooien met een horizontaal lopend terras in plaats van met de geplande spits die er op zou hebben moeten staan.
Met de bedekking van veel kleurig marmer werd in 1359 de bouw van de klokkentoren beëindigd en had de toren een hoogte van 89 meter. De toren staat los van de het kerk gebouw.

We verlaten het plein met de Dom en wandelen via allerlei smalle straatjes in de richting van de rivier de Arno.
Verscholen tussen ander panden staat een ronde toren welke vroeger als gevangenis heeft gediend. Nu is er een hotel in gevestigd en zijn helaas al de originele getraliede vensters met zware natuurstenen kozijnen vervangen door grotere meer licht doorlatende vensters, waarbij recht en rond van boven elkaar willekeurig afwisselen.
Hoe dichter we bij de rivier de Arno komen hoe drukker het wordt, want over de rivier ligt de Ponte Vecchio die een ieder graag wil zien of bezoeken. 
Het was dringen aan de hoger gelegen kade muur om een opname van de brug te kunnen maken.

PONTE VECCHIO.

De Ponte Vecchio is een overdekte brug met winkels er op en daarbij een van de karakteristiekste punten van Florence.
Een brug met winkels er op komt wel meer voor in Italië, maar het blijft een wonderlijk gezicht.
In de winkels zijn hoofdzakelijk goudsmeden en juweliers gevestigd.
De brug ligt op een plaats waar in de buurt al in de Romeinse tijd een houten brug brug was. Deze houten brug werd bij hoogwater en het zeer snel stromen van de rivier verscheidene keren weggeslagen. In de 11e eeuw besloot men een brug van een stenen constructie te plaatsen, maar ook deze moest buigen voor het natuur geweld.
In de 14e eeuw werd de basis gelegd voor de huidige brug. In de 13e eeuw had men al de gewoonte om winkels (kramen) op de brug te plaatsen, waar neringdoenden van allerlei slag zaken deden. Het waren in die tijd vooral slachters die het bloed in de rivier lieten lopen en zo ook hun afval er in gooiden.
In 1560 bouwde Vasari op de winkels een verdieping die een deel van zijn  corridor werd. De hertogen konden de Arno dan in alle privacy oversteken. In 1593 verbood Ferdinando I het gebruik van de winkels door anderen dan de zilver en goudsmeden. omdat hij dit de enige fatsoenlijke nering vond voor een plaats als deze. De tijd dat de slachters hun afval in de rivier konden gooien was hiermee verleden tijd.

                     Zie vervolg; HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. FLORENCE. (DEEL 11) 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen