zondag 9 februari 2014

FOSSARINA. M.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 2-A)

M.S. FOSSARINA.

20 JANUARI 1988 T/M 9 MEI 1988.

Te Providense (Rhode Island) in de Verenigde Staten van Amerika aan boord gestapt van het m.s. Fossarina na een vlucht van Schiphol Amsterdam met een overstap in New York.
Na het lossen te Providence  gingen we naar Curaçao om te laden voor de Bahamas.



( Zicht op de Shell raffinaderij te Curaçao vanaf de nieuwe verkeersbrug.)

Aangezien de lading voor de Bahamas nog niet klaar was besloten we bekende wal collega's op te zoeken waarmee we eerst een tour over het eiland maakten.


( Met kracht breken de golven zich op de koraalkust van het eiland.)

Voor mij was het allemaal oude koek maar voor de jongere stagiaires was dit een ontdekking.


( Hoog spuit het water omhoog door een gat in het koraal.)


( Jaren terug waren de twee koraalrotsen nog met elkaar verbonden door het stuk dat er nu tussen ligt.)


( Ook dit is Curaçao. Een kale zanderige vlakten met cacteeën en stenen.)


Na van de woeste natuur op het eiland te hebben genoten was het tijd voor een koude drink op de veranda en keken we naar de vogeltjes die gek zijn op suiker en plaatselijk 'Suikerdiefjes' worden genoemd.

Tijdens het lossen aan de Cliftonpier te Bahamas kregen we bezoek van de Shell manager op de Bahamas welke de eer te beurt viel om ons het vierde jaar plaatje te overhandigen voor ongeval vrij werken.
Deze veiligheid driehoek werd vier jaar geleden ingesteld als het schip een jaar ongeval vrij had gewerkt.



Het was deze keer het vierde jaar dat de Fossarina een jaar ongeval vrij had gewerkt en in het waren in deze vier jaren 10.000 ongeval vrije manuren. Een hele prestatie voor het schip.


Het was dan ook de eer aan de Indonesische bootsman om het jaarplaatje 1987  op de driehoek te mogen aanbrengen. Meer ruimte was er niet.



Natuurlijk moest er ook een foto gemaakt worden van zij die op dat moment aanwezig waren voor de lokale krant op de Bahamas. 


Na het lossen van de lading op de Bahamas keerden we terug naar Curaçao om te gaan laden voor Port au Prince op het eiland Haiti.



Te Port au Prince werd door de bemanning ruilhandel gepleegd met de lokale bevolking. Een lege smeerolie drum bracht het nodige aan vers fruit op. Verder werd er gehandeld in houtsnijwerk en schelpen voor wat ze maar belangstelling hadden.
Na het lossen te Port au Prince keerden we weer terug naar Curaçao om te gaan laden voor Boston in de USA.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen