zaterdag 15 februari 2014

SHELL TANKERS EN DE VARENDE AGRARIËR. (DEEL 1-A)

De afgelopen maanden heb ik genoeg geschreven over Shell Tankers BV. Over mijn persoon werd in het maandblad van Shell tankers 'Tussen SCHIP en KA'  in maart 1974 een artikel geschreven door de redacteur Wim Wouters. Het begon met wat burenhulp op een boerderij bij de geboorte van een kalf en sturen van een geboorte kaartje aan Shell Tankers door de zoon van het bedrijf, maar deze vergat zijn afzender adres op de envelop te schrijven. ( Ik dicteer....)


Aldus een kaart die bij ontvangst in de redactiekring enige verbazing teweegbracht. Was het nu een mop of was het werkelijk waar? En wie was dan wel die zekere H.Houben? 
In de lijst van namen van officieren kwam geen H.Houben voor. Evenmin in die van de scheepsgezellen, noch in die van de gepensioneerden.
Echter, de speurzin van de redacteurs was nu geprikkeld; en zo kwamen wij achter het adres van de VARENDE AGRARIËR.



Het is de naam die de bewoners van het op zeven kilometer afstand van Roermond gelegen gehucht St. Odiliënberg hebben gegeven aan onze 3e werktuigkundige Kees. En om de zaak tegelijk recht te zetten: werktuigkundige Kees is in hart en nieren zeevarende en helemaal geen agrariër. Ook zijn ouders hebben geenszins te maken met het boerenbedrijf. Wel heeft deze collega veel belangstelling voor de landelijke bedrijvigheid, dat wel.
Twee huizen naast zijn ouderlijk huis woont de familie Houben. Wanneer men het boerenbedrijf van boer Houben naar bij voorbeeld Groningse maatstaven beoordeelt, ie het geen groot bedrijf: 32 stuks vee en een aantal velden met asperges en andere producten. Maar alles tezamen eigenlijk net te veel voor een man en vrouw. Hun kinderen zoeken het niet in die richting en zo staan zij er alleen voor.
Hulp is moeilijk te krijgen, trouwens ook een kostbare aangelegenheid als je niet het hele jaar door werk daarvoor hebt. Maar je boft dan natuurlijk als om de zoveel maanden een zeevarende buurman thuiskomt, die zijn hand er niet voor omdraait om de melkemmer te grijpen, het vee te voederen of op het veld de asperges te steken. Als vriendendienst, zogezegd.



Op de 110 jaar oude boerderij van de familie Houben weet
werktuigkundige Kees ook raad met de melkmachine.















HULP.

Kees die nu ruim vier jaar in Sint Odiliënberg woont - de parel van de Roerstreek zoals het door prachtig natuurschoon omgeven dorp ook wel wordt genoemd - was er gauw genoeg geacclimatiseerd.
Al beperkte hij zijn lidmaatschap van het bloeiende, plaatselijke verenigingsleven tot dat van de heemkunde, zijn fotohobby was spoedig ontdekt, met als gevolg dat hij door velen te hulp wordt geroepen tijdens verlof.
Toch brengt hij het grootste deel van die verloftijd door op het bedrijf van de Houbens.

Het was ten tijde van de dokking van de "Acmaea", dat Kees een dag vrij kreeg en 's avonds in het dorpscafé, bijgenaamd 't Praethuis, een pilsje naar binnen sloeg. Boer Houben kwam ook even binnen wippen, niet om de aanwezigen gezelschap te houden, maar om hulp te vragen bij het ter wereld brengen van een kalf. Verwacht men in de streek moeilijkheden bij de bevalling van een koebeest, dan wordt de veearts geroepen. Doch lijken zich geen complicaties te zullen voordoen, dan heeft men zelf de daarvoor benodigde uitrusting. Echter daarbij is wel hulp nodig, want alleen is maar alleen.
Burenhulp ie een begrip dat een tikkeltje in onbruik dreigt te geraken, maar gelukkig niet in Sint. Odiliënberg.
En zo gebeurde het dat het nette pak van Kees rap werd verwisseld voor een oude overall. Even later stond hij met opgestroopte mouwen te helpen bij het halen van een kalf.



Moeder "Khasiella"met haar pas geboren
dochter "Kenia`zijn ook dank verschuldigd
aan de varende agrariër Kees.









Er waren in de stal al zoveel koeien met namen als Truus, Toos, Nellie en wat voor liefelijk klinkende namen nog meer worden gebruikt, dat boer Houben eigenlijk wel eens iets anders wilde. En zo kreeg het borelingske de naam Äcmaea", naar het schip waarop Kees toendertijd dienst deed. En al bleek de spelling de "ïnseminator" die ook de uitbreiding van de veestapel registreert nogal wat hoofdbrekens te bezorgen, de volgen de vaarskalven in de stal van boer Houben kregen alle namen van schepen waarop deze werktuigkundige dienst deed of reeds had gedaan. Een aantal A, Cap, K, O, en Ph-schepen zijn nu in de kraakhelder stal van de Houbens aanwezig. Dat wil zeggen: koeien en kalveren die deze naam dragen.
Het aantal scheepsnamen is al opgelopen tot tien en geen enkele ervan was ooit als stamboekvee geregistreerd, dat is zeker.
Het is nu reeds zover, dat wanneer de veearts te hulp moet worden geroepen, deze tegelijk vraagt: "Is de zeevarende al weer terug, anders lopen we vast met de namen".
Men zou haast de gedachte willen opperen dat de Sectie Scheepsofficieren bij herplaatsing van Kees eens rekening moest houden met de behoefte aan nieuwe namen in het Limburgse land!

( Zie vervolg deel 1-B )

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen