woensdag 5 februari 2014

FICUS. M.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 2-B)

M.S. FICUS.

29 DECEMBER 1986 T/M 2 MAART 1987.

Wederom te Al Jubail een lading zware stookolie geladen, maar deze keer voor de Chinese havenstad Dalian (Liaoning).
Deze havenstad ligt ver ten noorden van de wereldstad Shanghai. Het was er dan ook winter met een dik pak sneeuw en het vroor dat het kraakte.


( Vrouwen aan het schoonmaken van de weg door met scheppen de dikte vast gevroren laag sneeuw te verwijderen.)

Het lossen te Dalian verliep met de nodige vertraging. Het bleek dat de leiding waardoor de lading via het steiger naar de wal moest worden gepompt de vorige keer niet volledig leeg was gemaakt en deze resten waren zo dik geworden dat ze de leiding blokkeerden. Zodoende moest eerst de leiding goed verwarmd worden om deze resten vloeibaar te maken en ze tegelijk met onze lading weg te pompen.
Voor ons opvarenden een gelegenheid om eens de wal op de gaan in China.


Maar we hadden een probleem en dat was, dat we geen buitenlandse valuta mee de wal op mochten nemen en zeker geen US dollars. Via het agentschap werd ons een speciale valuta voor buitenlanders verzorgd en wat over was moesten we weer inleveren. Dit zou dan verrekend worden  met de gezagvoerder tegen (natuurlijk) een onbeschofte hoge koers aan dollars.



Zo kwamen we dan in het bezit van geld. Maar al spoedig kwamen we er achter dat we daar niet mee konden betalen in een gewone winkel waar we aanzichtkaarten en postzegels wensten te kopen.
We konden dit geld alleen besteden ik een 'Friendship Store' of te wel de 'Vriendschap winkel'. Zo deden we daar toch maar inkopen zoals fraai snijwerk uit jade en speksteen.


( Overal langs de straten waren etenswaren te koop die er verre van fris en vers uitzagen.)

Het wandelen door de koude en smerige stad maakte ons hongerig en zo zochten we een restaurant op om wat te eten. Na veel moeite , maar achteraf zeer graag, wenste de eigenaar ons te eten te geven tegen onze valuta. Hij kon dan namelijk ook eens iets van betere kwaliteit kopen in de 'Friendship Store'. 
Het eten was een verschrikking; totaal geen Chinees eten zoals we elders op de wereld konden krijgen, maar halfgaar gekookte aardappelen met vet varkensvlees en onfris uitziende kool.
Maar bij het afrekenen kregen we wel als wisselgeld de lokale Chinese Yuan terug en konden dus alsnog wat kaarten en postzegels kopen.


Dailan was zonder meer een smerige stad. Uit ieder raam van de flatgebouwen kwam wel een schoorsteenpijp naar buiten die zwarte kolenrook uitbraakte van de kachel waarop werd gekookt en die als verwarming moest dienen. Ook de bevolking was zeer afstandelijk bij het norse af en liep constant hun leeg leeg te spuiten  en te spuwen op straat.
Het was dan ook een verademing om weer terug te zijn aan boord met onze aankopen. Zij die de rest van het geld inleverden en niet zoals enkelen het hadden weggestopt in hun kleding kwamen er achter dat het gewoon in de zakken van het agentschap verdween zonder er wat voor terug te krijgen. Na het lossen van de lading was het hartverwarmend te horen dat we naar Sriracha in Thailand zouden gaan om te laden voor Bangkok. We moesten op deze ballast reis wel de tanks schoonmaken daar we een witte lading zouden gaan vervoeren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen