vrijdag 19 november 2010

LISSABON. PORTUGAL.

LISSABON.

Volgens een legende is de stad Lissabon gesticht door de griekse held Odysseus tijdens zijn lange tocht naar huis, de Odyssee. Rond 1200 v.Chr. ontstond er een Fenicische handelspost. Rond 200 v. Chr. werd de stad veroverd door de Romeinen. Toen het Romeinse Rijk uiteenviel, viel de stad in de handen van volkeren uit het noorden en raakte ze in verval.



Onder de moslims, die rond 714 binnenvielen, bloeide de stad weer op en werd ze een belangrijk handelscentrum. De naam van de stad was toen al-Ishbuna. Tijdens de raid in 798 viel Alfons II van Asturië de stad binnen, maar wist haar niet te behouden. De Omajjaden van Andalusië namen in 809 de stad in op de rebellerende moslims. In 955 was het Ordoño van León die Lissabon plunderde en kalief Abd-ar-Rahman III een vrede oplegde. Vanaf 1022 vormde Lissabon de onafhankelijke Taifa van Lissabon. Raymond van Bourgondië, erfgenaam van Galicië, trok in 1093 Santarém en Lissabon binnen. In 1094 heroverde Yusuf ibn Tashfin, emir van de Almoraviden uit Marokko de stad. In 1111 waren het wederom de Almoraviden, nu onder Sir ibn Abi Bakr, die Lissabon en Santarém innamen.

Koning Alfons I van Portugal, die zich in 1139 tot de eerste koning van het in eerste instantie kleinere Portugal had uitgeroepen, veroverde Lissabon op 21 oktober 1147, na eerst een mislukte aanval in 1140, met behulp van onder meer de kruisvaarder Gilbert of Hastings. De belegering duurde 17 weken en de moslims gaven uiteindelijk door honger over. De christenen richtten onder de bewoners (154.00) van Al Ishbunah een waar bloedbad aan, waarbij zij weinig onderscheid maakten tussen christenen en moslims. Zo werd de bisschop van de stad, tezamen met een delegatie van andere christelijke- en islamitische leiders, ook door de kruisvaarders vermoord. De overlevenden en de moslims kregen een vrije aftocht en verlieten al-Ishbunah tegelijk met al de inwoners van Almada op de zuidoever van de Taag.






Alfonso I liet hierna een bestaand fort op de heuvel ombouwen tot koninklijk paleis. Het Castelo de São Jorge vervulde deze rol tot begin 16e eeuw. Tevens verrees de kathedraal Sé, waar Hastings als eerste bisschop van Lissabon zetelde. In de buurt hiervan bevindt zich het kerkje Santo António à Sé, dat gewijd is aan Antonius van Padua, de 13e eeuwse beschermhielige van de stad. De regeringszetel verhuisde van de stad Coimbra naar Lissabon, wat in 1255 de hoofdstad werd van Portugal. De stad ontwikkelde zich sterk, zowel economisch als cultureel; in 1290 werd bijvoorbeeld de Universitet van Lissabon gesticht die later naar Coimbra is verhuisd en er nu nog staat. Met de ontdekking van Vasco da Game van de zeeroute naar Indië, rond 1500, begon de Portugese Gouden Eeuw. Koning Emanuel I liet na de terugkeer van da Gama het Mosteiro dos Jerónimos bouwen.


Op 1 novenber 1755 werd de stad getroffen door een zware aardbeving, bekend als de 'aardbeving van Lissabon'. De vele doden. 15.000 volgens bronnen uit die tijd, vielen niet alleen door instortingen, maar ook door branden en hoge golven uit de rivier de Taag. Onder de pragmatische premier, de later Marquês de Pombal, werd de wederopbouw begonnen. Zijn invloed is terug te zien in het strakke stratenplan van het zuiden van de wijk Baixa. Ook onder het bewind van de 20e eeuwse dictator António de Oliveira Salazar moderniseerde de stad. In 1998 huisveste Lissabon de Wereldtentoonstelling Expo '98.




Ben je echt moe van het geslenter door de smalle straatjes, over de brede boulevards, het bekijken van oude gevels, kerken en standbeelden, dan is er nog een plaats om even tot rust te komen, de Botanischetuin van Lissabon. Deze is gelegen vlak naast het Presidentieel Paleis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen