donderdag 4 november 2010

CHRISTOPHORUS COLUMBUS. (Deel 1)

Aan het einde van de prachtige wandelboulevard, de Rambles in Barcelona, staat op een fraai sokkel een slanke zuil met er bovenop een beeld van Columbus.

Wie was deze Columbus en waarom een monument voor hem in Barcelona de hoofdstad van de huidige Spaanse provincie Catalonië.

Nog steeds buigen historici zich over zijn ware levensgeschiedenis. Een geschiedenis, waar hij zelf ook weinig over heeft losgelaten tegen zijn zoon Diego (de eerste biograaf van Columbus).

Over een ding zijn de geleerden het eens, dat Columbus rond 1451 in Genua is geboren, welke stad toen nog tot het groot Spaanse rijk behoorde. Recentelijk onderzoek heeft uitgewezen dat Columbus uit een adellijke bankiersfamilie (Colom) in Barcelona afkomstig is. Columbus was een intelligent persoon en kon reeds op jonge leeftijd lezen en schrijven, maar uit al zijn brieven blijkt, dat hij geen Italiaans kon en deze brieven schreef in het Spaans met Catalaanse taalaanwijzingen.


Het vermoeden bestaat, dat hij in 1467 als Catalaans piraat (opstandelingen tegen de heersende koning en koninging van Spanje) betrokken is geweest bij een zeeslag tegen de Spaanse marine.

Hij zou gediend hebben onder admiraal Colom, vermoedelijk zijn oom, die de Catalaanse vloot leidde. Toen reeds streed Catalonië voor een onafhankelijke staat.

Dit is vermoedelijk de reden dat hij zijn ware komaf verzweeg voor het Spaanse hof om zijn reizen via de west naar Indië te financieren en de Catalanen hem zien als een soort vrijheidsstrijder.



Columbus ging werken als koopman bij een Italiaanse handelsmaatschappij en voer op diverse landen rond de Middellandse Zee. In 1476 wordt de vloot, waar ook het schip van Columbus deel vanuit maakte, opweg naar Engeland door Franse piraten overvallen. Het schip van Columbus werd tot zinken gebracht en hij zelf spoelde meer dood dan levend aan bij Kaap Sint-Vincent.
Na zijn herstel reist hij naar Lagos in de Algarve (Portugal), waar zijn broer Bartolomeus zich als kaartenmaker had gevestigd. Zo werd Portugal zijn thuishaven. Hij huwde de dochter van de gouverneur van Madeira, Filipa Moniz, die hem zijn zoon Diego schonk.
In zijn Portugese periode maakte hij reizen naar Noord-Europa en West-Afrika.

Reeds vroeg vatte hij het plan op - steunend op de kennis van de sterrenkundige Toscanelli - om Indië vanuit het westen te bereiken. In 1484 diende hij een verzoek in bij de Portugese Koning Johan II om steun voor een expeditie naar Indië via de westelijke route, maar dit werd verworpen. In die tijd beheersten de Portugezen de route via Afrika naar Indië. Hierop verlaat hij Portugal om zich in Spanje te vestigen en vraagt in 1485 steun voor deze expeditie aan de Spaanse Koning Ferdinand en Koningin Isabella, die het ook verwerpen. Hij deed het zelfde verzoek aan het Franse- en Engelse hof zonder enig resultaat.

Pas na de val van de stad Granada kregen de Spanjaarden weer belangstelling in het project en na moeilijke onderhandelingen kreeg op 17 april 1492 Columbus de goedkeuring van het Spaanse hof en vertrok hij met drie schepen, de karvelen Pinta en Niña, en het vlaggenschip de kraak Santa-Maria, op 3 augustus naar het westen.

Door zijn contacten met sterrenkundigen en andere geleerden raakte ook Columbus in de overtuiging van het feit, dat de wereld niet plat was zoals door de Roomse kerk werd beweerd, maar rond en hij stak deze mening ook niet onder stoelen of banken. Dit maakte hem in de Spaanse kerkelijke kringen in- en rond het Spaanse hof en andere hogere kringen niet populair.

(Deel 2 de reizen van Columbus)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen