vrijdag 5 februari 2010

EGYPTISCHE MUMMIFICATIE. (1)







DE FARAO, HIJ ZAL EEUWIG LEVEN !





Mummificatie werd reeds door de oudste Egyptenaren toegepast. Ze lieten het lichaam van de overledene uitdrogen in het hete zand van de woestijn. Maar zodra daar weer vocht bijkwam werd het verteerd door de schimmels en vergingen deze mummies.


Het mummificeren nam een steeds belangrijker plaats in de religie in van de oude Egyptenaren. Zij geloofden dat de farao na zijn dood niet naar het eeuwige leven kon reizen zonder een stoffelijk lichaam dat niet verging.
Het mummificeren was een langdurig proces en duurde het dat pas na 70 dagen, na het overlijden van de farao, deze pas kon worden bijgezet in zijn graf. Dit kon zijn een mastaba. piramide of een rotsgraf.


Het gehele proces kende diverse stappen en werd meestal in een tent uitgevoerd die was afgescheiden met gordijnen om de wind de stank te laten verdrijven. Het lichaam lag hierbij op een speciale houten tafel. Het was van het grootste belang, dat alle weefsels en organen uit het lichaam werden verwijderd. De hersenen, welke niet werden bewaard daar de Egyptenaren de werking ervan niet kenden, werden met behulp van een speciale haak/lepel via de neusgaten verwijderd. Men draaide hiermee de hersenen tot een vloeibare pulp en liet men deze in een bak lopen, waarna het geheel werd schoongespoeld met palmwijn.De lege schedel werd daarna opgevuld met gips en natron. Bij Toetanchamon was de schedel opgevuld met hars.






De organen werden verwijderd door een snede te maken in de rechterzijde. De darmen, longen, lever en de maag werden schoon gewassen in palmwijn, gebalsemd met natron wat diende om ze uit te drogen en schimmels tegen te gaan die ontbinding veroorzaken, waarna ze afzonderlijk bewaard werden, na ingewikkeld te zijn in linnen repen, in vazen (canopen).De deksels van deze vazen waren meestal versierd met de hoofden van de vier zonen van Horus, die elk oorgaan beschermden.
De ingewanden - met de valkenkop van Qebehsenuef.
De maag - met de jakhalskop van Duamutef.
De longen - met de baviaankop van Hapi.
De lever - met het mensenhoofd van Imseti.





Deze vazen werden later mee begraven en waren zeer rijk versierd.
Het hart moest in het lichaam blijven zitten, want dat had de overledene later nodig bij de ceremonie in het dodenrijk bij de ceremonie van het 'Wegen van het hart' omhet eeuwige leven in te gaan. Het hart werd gezien als de zetel van de ziel en intellegentie. Na het verwijderen van de organen werd het lichaam opgevuld met natron. Het gehele lichaam werd dan 30 dagen in een natronbad gelegd, behalve het hoofd. Door de natron droogde het lichaam volledig uit daar het zout al het vocht opnam. Na deze periode werd het natron verwijderd en vulde men het lichaam op met linnen en schoon natron, waarna de snede werd dicht gemaakt en er een amulet met het 'Beschermende oog van Horus' werd opgelegd.



Het lichaam werd daarna nog verscheidene keren ingewreven met welriekende olieën om de huid te conserveren. Hierna begon het proces van het inwikkelen van het lichaam.
Dit werd met repen linnen gedaan welke steeds met harsen werden ingesmeerd en tussen de lagen linnen werden amuletten en sieraden gelegd.
Vingers en tenen werden versierd met gouden kapjes en met zorg ingewikkeld. Ook werden er tussen de lagen wikkel linnen zaden gelegd, zodat de overledene in het nieuwe leven te eten zou hebben.

Voordat het hoofd ingewikkeld wordt, is er eerst de ceremonie van het 'Openen van de Mond'.
De naaste verwant van de overledene moet deze ceremonie uitvoren. Deze legt een gouden lepel op de lippen van de overledene en spreekt; "Ik open uw mond, zodat u nog één keer kunt spreken. Ik open uw neus zodat u kunt ademen". Hierna wordt de lepel op de ogen gelegd en spreekt men; "Ik open uw ogen, zodat u nog eenmaal de glorie kunt aanschouwen van deze wereld en van de onderwereld van de goden waar u vanaf deze dag zult verblijven".
Als laatste wordt de lepel op de omzwachtelde borst gelegd en spreekt men; "Ik geef uw hart kracht, zodat u eeuwig zult leven. U zult geen tweede keer sterven. U zult eeuwig leven! ". Na deze ceremonie wordt het hoofd ingewikkeld en afgedekt met een masker, wat een natuur getrouwe afbeelding is van het gezicht van de overledene. Nu kon het lichaam in een sarcofaag worden gelegd om bijgezet te worden in het graf.


Afhankelijk van de belangrijkheid van de overledene en zijn rijkdommen werd het lichaam in één of meerdere sarcofagen gelegd, die allemaal fraai versierd waren en perfect in elkaar pasten. Elke sarcofaag had weer een afbeelding van de overledene. De beroemste zijn die wel van de kindkoning Toetanchamon welke als enigste farao nog in zijn eigen graf ligt in het 'Dal der Koningen". Zijn gouden sarcofagen en dodenmaskers zijn in Caïro in het Egyptisch Museum te zien. Al deze sarcofagen werden dan bijgezet in een granieten sarcofaag en afgedekt met een granieten deksel.
In de bijkamers werden gebruiksvoorwerpen opgeslagen zoals; meubelen, wapens, strijdwagens, beeldjes van werkers (sjawabti-beeldjes), kruiken met wijn en kruiden.
Bij de piramiden werd zelfs een geheel Nijlschip terug gevonden.
Ook werden er gemummificeerde dieren in het graf bijgezet zoals katten, bavianen, vogels en zelfs ossen.

Natron is een zout dat in de woestijn werd gevonden. In die tijd regende het nog in de woestijn en werden er kleine meren gevormd. Daar deze geen afvoer hadden naar een rivier of zee verdampte het water en kristalliseerden de zouten zich uit en werden steeds geconcentreerder.
Een eigenschap van deze substantie is, dat het vocht aantrekt en absorberend is. Dit zout werd niet gebruikt om gerechten klaar te maken. Hiervoor gebruikten zij het zeezout.







































Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen