dinsdag 4 maart 2014

ABEL TASMAN: HET 'FLUITSCHIP' ZEEHAEN EN 'JACHT' DE HEEMSKERCK.

DE REIS VAN DE HEEMSKERCK EN DE ZEEHAEN (1642)

DE ONTDEKKING VAN HET ZUIDER- EN OOSTERLAND.


 

Antonie van Diemen, gouverneur-generaal van Nederlands Oost-Indië verstrekte in augustus 1642, aan Abel Janszoon Tasman en François Jacobszoon Visscher de opdracht om 'het deels bekende en nog onbereikte Zuider- en Oosterland' te ontdekken.
Deze ontdekkingsreis naar wat nu bekend staat als het werelddeel Australië had geen altruïstische achtergrond bijvoorbeeld het vergroten van de wetenschap van de aardrijkskunde of her vergaren van wetenschappelijke gegevens, maar diende alleen voor de 'verbetering en vergroting van de algemene welvaart van de  VOC.




De belangrijkste taken die Tasman en Visscher werden opgedragen, waren het vaststellen of er al dan niet een doorvaart bestond van de Indische- naar de Stille Oceaan, waardoor de handel van de VOC met Peru en Chili kon toenemen vanuit Batavia. (6). De schepen zouden dan niet meer rond Kaap Hoorn te hoeven varen, waar het in de winter bijna geen doorkomen aan was door de stormen en de ijsgang.
Tevens moesten zij zoeken naar de moeilijk vindbare doorgang naar de Stille Oceaan welke zich ten zuiden van het eiland Nieuw-Guinea moest bevinden.



( De Heemskerck was een klein schip van het type 'Jacht', maar was zonder zwaarden uitgerust.)


Voor het onder zijn bevel staande expeditie kreeg Tasman twee schepen toegewezen, het oorlogsjacht de Heemskerck, dat in 1638 naar Oost-Indië was gekomen en het fluitschip de Zeehean.

De beide schepen vertrokken op 14 augustus 1642 uit Batavia en koersten eerst naar het eiland Mauritius ( gelegen ten oosten van het eiland Madagaskar bij de kust van Zuid-Afrika) om aldaar goederen en post voor de VOC af te leveren.
                                                                                                                       ( Abel Tasman.)



( Het fluitschip de Zeehean was een solide driemaster
en was voornamelijk ontworpen als transport en
bevoorradingsschip.)

Eenmaal aangekomen te Mauritius verbleven de beide schepen daar ruim een maand, daar er de nodige reparaties aan de Zeehean moesten worden uitgevoerd.
Zo werden er bomen gekapt om reserv e rondhout te maken daar dit niet voorradig was aan boord voor de lange reis.
Op 8 oktober werd uiteindelijk de reis voortgezet en werd er eerst zuidwaarts gevaren tot de 50ste breedtegraad, waarna daar aangekomen de koers naar het oosten werd verlegd.

Op 17 november arriveerden de beide schepen bij het nog niet in kaart gebrachte land, dat Tasman ter ere van de opdrachtgever van de expeditie 'Van Diemensland' noemde. 
Het is het grote eiland ten zuiden van de Australische zuid-oostkust ligt wat tegenwoordig Tasmanië (1) heet en dus weer werd vernoemd naar de ontdekker Abel Tasman. Verscheidene keren ging de bemanning hier aan land daar er soms rook werd waargenomen, maar de Nederlandse zeelieden vonden er geen bewoners.
Tasman verklaarde het eiland tot bezit van de VOC.
Daar het door het slechte weer onmogelijk bleek om door Straat Bass (2), het vaarwater tussen Tasmanië en Australië te zeilen stuurde Tasman de expeditie weer naar het oosten. Na een oversteek van acht dagen over wat nu de Tasman Zee heet, bereikten ze het zuidelijke eiland, South Island, van Nieuw-Zeeland (3).
Tasman meende dat dit een voortzetting was van Isla de los Estados (Stateneiland) bij Kaap Hoorn, dat in werkelijkheid zo'n 4350 zeemijlen  (8050 kilometer) oostelijker ligt. Hij noemde het nieuwe land dan ook Statenland.



Tasman besloot hierna noordwaarts te koersen en maakte op 18 december contact met de Maorié wat voor vier van de Nederlandse zeelieden de dood betekende. De baai heet tegenwoordig de 'Murderer's Bay'. (Moordenaar's Baai.)
Na het gewelddadige treffen met de Maori's zeilde de schepen naar het oosten en zouden bijna de Straat Cook (4) tussen het Noord- en Zuideiland van Nieuw-Zeeland zijn doorgevaren, ware het niet dat het slechte weer dit onmogelijk maakte. Zodoende kon Tasman deze doorgang naar de Stille Oceaan niet op zijn naam schrijven. 
De expeditie zocht bij Kaap Maria van Diemen, genoemd naar de vrouw van de gouverneur-generaal, het noordelijkste punt van het Noord eiland, naar land en verlegden hun koers naar het noord-oosten in de correcte waarneming dat de schepen de Stille Oceaan hadden bereikt. Helaas wenste van Diemen dit later niet te geloven.



Op 12 januari 1643 namen de schepen proviand en water in  bij het eiland Tongatapu, op de Tonga-eilanden (5), waar de opvarenden vriendelijk werden onthaald, en koersten op 1 februari eerst naar het noorden en vervolgens naar het westen.
In de daarop volgende zeven wekenlegden de schepen maar 260 zeemijlen af (470 kilometer), maar op 22 maart kregen ze het atol Ontong Java in zicht en vandaar hielden ze zich aan de route die Schouten en La Maire in 1616 met de Eendracht hadden gevaren. Uiteindelijk bereikten ze op 15 juni in 1643 Batavia (6).



Als Tasman na het bezoek aan het eiland Tasmanië gelijk de noord-oostelijke koers had aangehouden en de kust van Australië had gevolgd dan had hij waarschijnlijk wel de doorgang ten zuiden van het eiland Nieuw-Guinea, de Straat Torres, ontdekt.

In 1644 deed Tasman alsnog een poging deze doorgang te ontdekken en volgde vanaf de Noord-West kaap de kust van Australië, maar maakte na door de Golf van Carpentaria te zijn gevaren de misrekening te maken dat daar geen doorgang zou zijn en het land verder naar het noorden zou doorlopen. Had hij Kaap York gerond dan had hij wel de route ten zuiden van Nieuw-Guinea naar de Stille Oceaan ontdekt.
Abel Tasman werd geboren in Lutjesgast in 1603 en overleed op 10 oktober 1659 te Batavia.
 






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen