donderdag 31 maart 2011

ST.DIONYSIUS KERKJE. ASSELT (LIMBURG).

ASSELT. Asselt was in de 8e tot 11e eeuw, in de Karolingische periode, een kroondomein van de Franken en fungeerde als een opslagplaats waar de voorraden van de vorsten werden opgeslagen en waar recht werd gesproken. De Noormannen gebruikten na hun inval de plaats als uitvalspunt om vele steden in de omtrek te plunderen. De naam Asselt is een Frankische naam en betekend "essenbos" en is afgeleid van het Germaanse aski "es" en lauha "bosje op hoge zandgrond". Omstreeks 1100 was Asselt een heerlijkheid met de macht om tol te innen op de Maas, waarvan de heren zich rond 1200 'Van Asselt' noemden. De eerste meer bekende heer was Rutger van Asselt (1275), leenman van het graafschap Gelre en van het graafschap Loon. In 1695 ging de heerlijkheid Asselt en de Asselterhof op in de gemeente Swalmen. Tegenover het kerkje op een natuurlijke verhoging van de vroegere Maasoeverm, ligt het museum van Asselt en een prachtige boerenhoeve. Hiervandaan is het een fraaie opname maken van het kerkje. SINT DIONYSIUS KERKJE.

De kerk van Asselt is een rooms-katholieke kerk en is opgedragen aan de heilige St. Dionysius de Areopagiet. Een afbeelding van deze heilige is boven de hoofdingang geplaatst. Het kerkje is in de 11e eeuw gebouwd op een heuvel aan de rivier de Maas. Voor die tijd had er een soort fort gestaan. De kerk werd grotendeels gebouwd met stenen afkomstig van oude Romeinse gebouwen. Van de oorspronkelijke romaanse kerk resteren alleen nog het schip en het koor. In de 16e eeuw stortte de westertoren in en deze werd vervangen door een bakstenentoren die aan de oostzijde werd gebouwd.




De dichtgemetselde doorgang staat in de volksmond bekend als het " Noormannenpoortje". De kerkgangers moesten bij het verlaten van de kerk, door de lage doorgang, hun hoofd diep buigen, dit niet om hun hoofd te stoten maar om gedwongen eer te betonen aan de goden van hun bezetters, de Noormannen.




Bij het later dichtmetselen van het poortje, wat in die tijd de enige toegestane uitgang was, werden bouwresten van Romeinse gebouwen gebruikt. Duidelijk zijn de resten te herkennen van een dakpan (tegula) en een ronde tegel zoals deze, op elkaar gestapeld, werden gebruikt voor een vloerverwarming.


( Door het ontgrinden van de uiterwaarden van de Maas in de vorige eeuw ligt Asselt niet meer direcht aan de Maasoever, maar aan een soort merengebvied. Naast het kerkje staat nog een waterpeilmeter NAP met daarop de hoogste waterstanden van de Maas vermeld.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen