zondag 4 december 2022

OTAHEITE KRUISBESSENBOOM & VRUCHTEN.

 

OP COMMERCIËLE BASIS

       VERBOUWD VOOR 

DE EETBARE VRUCHTEN.




OTAHEITE KRUISBES.

De Latijnse naam van deze boom is Phyllanthus acidus, in het Indonesisch ceremai en in het Balinees cereme.
Otaheite verwijst naar de oude naam van Haiti.
De vrucht staat ook bekend onder de naam "grosella".
Het is een twee tot negen meter hoge, in droge tijden bladverliezende struik of boom met een dichte. brede kroon die bestaat uit uitgespreide dikke takken.
Aan het uiteinde van de takken zitten groenige of rossige, 15 tot 50 centimeter lange twijgen in bosjes. Deze twijgen dragen afwisselend geplaatste, 2 tot 3 millimeter lang gesteelde gaafrandige, ei- tot lancetvormige, toegespitste, dunne 2 tot 8 centimeter lange blaadjes die aan de bovenkant groen en glad zijn en aan de onderkant wazig blauwgroen zijn.  De twijgen met blaadjes wekken de suggestie dat het om samengestelde, geveerde bladeren gaat. Aan de basis van de blaadjes bevindt zich een paar steunblaadjes.


  Mannelijke, vrouwelijke en tweeslachtige, rossige, viertallige bloemen groeien dicht opeen in 5 tot 12,5 centimeter lange , hangende pluimen die direct ontspringen vanuit de stam en dikkere takken.

De vruchten ontwikkelen zich in trossen.
Ze zijn 2 tot 3 centimeter groot, bolvormig met afgeplatte uiteinden en geribd met zes tot acht stompe ribben.
Rijp worden ze bleekgeel tot bijna wit en hebben ze een wasachtige glans.
Het vruchtvlees is glazig, stevig van consistentie, vlezig, sappig en smaakt zeer zuur.
In het midden van de vrucht bevindt zich een met het vruchtvlees vergroeide, harde geribde pit die bestaat uit vier tot zes zaden.
De zure vruchten zijn zeer rijk aan vitamine C.
Ze worden gezoet als fruit gegeten. In suiker gekookt verkleurt het vruchtvlees naar robijnrood.
De vruchten worden ook gebruikt voor het bereiden van chutney's en sauzen, of worden met andere vruchten in zoetzuur ingelegd.
Jonge bladeren kunnen gestoofd worden gegeten.

Laat september zijn op Bali de spaarzaam gekweekte of enkele in het wild groeiende bomen vruchtdragend. Dat deze vruchten zelden op de markt te verkrijgen zijn, komt doordat de ze door de dorpsbewoners snel geoogst worden voor eigen gebruik.

Over de herkomst van de plant is men het niet helemaal eens; zo wordt beweerd dat ze uit Madagaskar komt, maar werd reeds in de Oude Wereld gekweekt op de Filipijnen en in Indonesië, Vietnam, Laos, Maleisië en India. In de Nieuwe Wereld komt de soort voor in Mexico en de laaglanden van Centraal-Amerika. Ook worden de plant speciaal voor de vruchten gekweekt in Colombia, Venezuela, Suriname, Peru en Brazilië.
Op Hawaï, Haiti en andere eilanden  in de Stille Oceaan is de soort verwilderd; dus kan men er vanuit gaan dat de plant verspreid is vanaf deze eilanden gedurende de Britse ontdekkingsreizen in het begin van de 18e eeuw.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten