vrijdag 6 november 2026

EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 3)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

 HANDELSSTAD VAN DE

        GRIEKEN EN DE

             ROMEINEN.

                             DEEL 3.


(15) NIMFAION VAN TRAJANUS.

Aan de noordkant van de Curetenweg staat de resten van het Nimfaion van Trajanus.
Volgens de inscriptie op de fries en de architraaf van de benedenverdieping werd de bouw gefinancierd door Tiberius Claudius Ariston tussen 102 en 114 n.Chr. en gewijd aan keizer Trajanus.

(Voorbeeld van hoe het inwendig er uit gezien zou hebben.)

Het monumentale fontein bestond uit een rechthoekig bekken om het water in op te vangen, aan drie zijden omgeven door met nissen uitgevoerde gevels verdeeld over twee verdiepingen van verschillende hoogte en rijkelijk gedecoreerd met zuilen in het avant-corps. De centrale ruimte tussen de zuilen was op een fronton gemonteerd, terwijl de zijden geornamenteerd waren met voluten en de zijvleugels door circulaire frontons. De gevel was rijkelijk voorzien van beelden, waaronder Dionysos, Aphrodite, een satyr, standbeelden van de keizerlijke familie.


In de centrale nis bevond zich een kolossaal standbeeld van keizer Trajanus, waarvan tot op heden alleen nog maar het voetstuk met een deel van de inscriptie en ander fragmenten over zijn.


(16) DE CURETENWEG.

De Curetenweg, in de oudheid ook bekend onder de naam Embolos, is een van de drie belangrijkste hoofdstraten van de antieke stad Efeze.
De straat vormt de monumentale, met marmer geplaveide verbinding tussen de herculespoort aan de top van de Pion berg en de beroemde bibliotheek van Celsus onderaan de heuvel.
De straat is vernoemd naar de Cureten, een gilde van priesters die de cultus van de beschermgodin Artemis van Efeze verzorgden. Hun namen stonden gegrafeerd in de monumenten langs de weg. Een keer in het jaar gingen de Cureten vanaf het Prytaneion in een processie over deze straat en vervolgens langs de Koressos berg naar Ortygia (Arvalya) in de buurt van Kusadasi om de geboorte van Artemis op een dramatische wijze te vieren.
De Curetenweg was buiten de heilige processie route en prestigieuze winkelstraat. De straat verbond het politieke en religieuze centrum van de stad met de lager gelegen commerciële delen.

Langs de straat liggen enkele van de meest indrukwekkende ruïnes van Efeze, waaronder de Tempel van Hadrianus, de openbare latrines, monumentale fonteinen en de ingang naar de beroemde Terraswoningen.

In de hoogtij dagen van de stad was de marmerenweg aan de weerszijden voorzien van overdekte zuilengalerijen (portico's) met mozaïeken vloeren, waarachter luxe winkels van twee verdiepingen gevestigd waren.



(17) DE HERCULES POORT.


De Hercules poort bevond zich aan het einde van de Curetenweg. De poort dankt zijn naam aan het feit dat een reliëf van Hercules erop er op werd geplaatst. Het reliëf werd in de 4e eeuw n.Chr. naar de locatie gebracht, maar dateert uit de 2e eeuw n.Chr.
Alleen de twee zijden van de zuilen zijn nog overgebleven; de overige delen van de poort zijn niet teruggevonden.
De Herculespoort versmalde de toegang tot de straat, waardoor voertuigen er niet meer konden rijden. Het was het eerste voetgangersgebied ontstaan in de 4e eeuw n.Chr.

Op deze reliëfs werd Hercules (Heracles) afgebeeld met de huis van de Nemeïsche leeuw uit de mythologie. De leeuw terroriseerde het gebied rond Nemea en had een zo dikke huid dat het onmogelijk was hem te doden. In een gevecht worstelde hij tegen de grond en doodde hem door zijn arm in zijn keel te steken en hem te verstikken. Heracles was de god van macht en kracht.

Het reliëf van de vliegende Nike op het Domitianusplein wordt beschouwd als onderdeel van deze poort.

(18) MEMMIUS MONUMENT.


Het Memmiusmonument bevindt zich aan de noordzijde van het Domianusplein. Het monument werd gebouwd tijdens het bewind van keizer Augustus in de 1e eeuw n.Chr. door Memmius, de kleinzoon van dictator Sulla.
De beelden van zijn vader en grootvader zijn heden nog steeds aan de blokken zichtbaar.


Het bouwwerk had viergevels; in de 4e eeuw n.Chr. werd er een vierkant fontein gebouwd aan de noordwestelijke gevel.

Dictator Sulla (rechts) was een held voor de Romeinen in Efeze. Toen de belastingen in Efeze te hoog werden, was de bevolking de Romeinse overheersing zat. Ze hadden een wonder nodig en dat was Mithridates van het Pontische Rijk aan de Zwarte Zee. Zijn motto was 'Azië voor Azië '. Hij doodde 80.000 Romeinen met zijn leger. Drie jaar na zijn opstand overwon het Romeinse leger, onder leiding van Sulla, Mithridates en bracht de politieke veiligheid terug.
Het monument werd in 87 v.Chr. gebouwd om aan deze overwinning te herinneren. 



(19) DOMITIAN TEMPEL.


De tempel is gelegen aan het zuidelijke uiteinde van de Domitianusstraat, Het is het eerste bouwwerk in Efeze waarvan bekend is dat het aan een keizer was gewijd.
Het enorme gebouw werd gebouwd op een hoog en breed terras van 50 bij 100 meter, op gewelfde fundamenten van drie verdiepingen hoog. De noordelijke zijde van het terras lijkt twee verdiepingen hoog te zijn geweest en was bereikbaar via een trap, die nog steeds zichtbaar is.


De tempel had acht zuilen aan de lange zijde, en vier extra zuilen voor de cella. Aan de noordzijde bevond zich een U-vormig altaar. De tempel was gewijd aan de keizercultus van de Flavische dynastie.
Het was tijdens het bewind van keizer Domitianus dat een keizer toestemming gaf voor de bouw van een keizertempel; dat wil zeggen, voor het eerst toestemming om de titel 'neocoros' te dragen, wat een grote eer was voor de stad. De tempel werd ingewijd in 89/90 n.Chr. Toen de impopulaire keizer door zijn eigen bediende werd vermoord, nam het volk snel wraak en verwijderde zijn naam uit vele inscripties. Om echter zijn neocoros-status te behouden, wijdden de Efeziërs de tempel opnieuw aan Vespasianus, de vader van Domitianus.
De tempel kreeg later de naam van Tempel van Sebastián.

(20) AN ALTAR. 



Het is een ruïne van een altaar gelegen op het Domitian Plein. 
Het altaar was versierd met reliëfs van verschillende soorten fruit en een kop van een stier.
Het was een belangrijke religieuze plaats voor het brengen van dierlijke offers.



(21) LIJST VAN CURETES.

Het is een lijst van de Curetes of Kouretes, en de Vestijnse Maagden
Zij zijn figuren uit de Griekse mythologie, de jeugdige godheden, geesten of demonen van het eiland Kreta die de infantiele Zeus beschermden door hun wapens te laten kletteren. In de literatuur en overlevering zijn verschillende namen overgelerd. De Curetes waren ook een legendarische oud volk, vaak gelijk gesteld aan de Aetoliërs, dat verwikkeld was in de strijd om het Calydonische zwijn. In de antieke stad Efeze verwijst "Curetes" naar de functionarissen/ priesters, waarvan de namen waren gegraveerd op zuilen op de beroemde Curettenstraat, die samen met de Vestaalse maagden de eeuwige vlam in het Prytanion bewaakten.

(22) ZOETWATERLEIDINGEN.


In de Romeinse tijd werd zoet water naar Efeze geleverd vanuit verschillende punten via aquaducten. De bronnen waren Kencherios (42 km.) bij Kusadasi, de beek bij het dorp Çamlijk in Marnas (15 km.) en de rivier Cayster (20 km.) Het water werd uit verzameltanks  via een ondergrondse gemetselde leiding ver vervoerd naar delen in de stad, waarvandaan het zijn weg vond via klei- of terracotta leidingen naar de badhuizen en woningen.
Deze nu 2000 jaar oude watersystemen worden heden nog steeds teruggevonden gedurende de opgravingen in de stad.




(23) BADHUIS VAN POLLIOS.     

Het badhuis van Polio is een van de monumentale baden van Efeze.
Het badhuis bevond zich ten zuiden van de staatagora, tegenover het Odeon. Het werd gebouwd in 97 n.Chr. door de rijke Efeziërs c. Pollio en zijn familie. Het bad heeft een hoge boog die uitkijkt op de tempel van Domatinus. Deze boog was versierd met een aantal beelden, waaronder het hoofd van Zeus. Beelden die het gebouw sierden bevinden zich heden in het museum van Efeze.

(24) PRYTANEION.



Het Prytaneion is de plaats waar religieuze ceremonies, officiële ontvangsten en banketten werden gehouden. De heilige vlam, die het hart van Efeze symboliseerde, werd in het Prytaneion voortdurend brandend gehouden. 
De bouw dateert uit de 3e eeuw v.Chr., tijdens het bewind van Lydimachos, maar de huidige ruïnes van het complex stammen uit de tijd van keizer Augustus.




De vierhoekige vuurput waarin het heilige vuur brandde, is een overblijfsel uit de tijd van Lysimachos. De voorgevel van het gebouw bestond uit vier zuilen, daarachter bevindt zich een binnenplaats omgeven door een portiek, en aan de noordzijde ligt het centrum van het gebouw, de ceremoniële zaal, met bijbehorende vertrekken. De eeuwige vlam bevond zich in het midden van de ceremoniële zaal; de rode kleur op de vloer markeerde de locatie van de vlam. Achterin was een grote ruimte met een houten dak, waarvan de basis van een altaar nog steeds herkenbaar is. De dubbele zuilen op de hoeken van de hal ondersteunden het houten dak. Er stonden twee beelden van Artemis, welke nu in het museum van Efeze staan.

De namen van de priesters en priesteressen welke hier hun plichten vervulden zijn ingegraveerd in twee van de zuilen.
Het geheel was toegewijd aan de God van het vuur Hestia en was het heilige centrum van de stad.






(25) ODEON.

Dit gebouw heeft de vorm van een klein theater met toneel, zitplaatsen en orkestbak. Het had een dubbele functie: ten eerste diende het als Bouleuterion voor de vergaderingen van de Boules, oftewel de Senaat, ten tweede was het Odeon, een concertzaal voor uitvoeringen.
Het werd gebouwd in de 21e eeuw n.Chr. in opdracht van Publis Vedius Antonius en zijn vrouw Flavia Paiana, twee rijke burgers van Efeze. Het theater had een capaciteit van 1500 toeschouwers.

(Een van de 1500 zitplaatsen.)

Het had drie deuren die van het podium naar het spreekgestoel leidden. Het spreekgestoel was smal en een meter hoger dan het orkestgedeelte. 
Het toneel gebouw bestond uit twee verdiepingen en was versierd met zuilen. Het Odeon was vroeger overdekt met een houten dak.
Het werd bestuurtdcdoor twee raden: de Demos, oftewel het parlement, dat openbaar toegankelijk was en plaatsvond in het grote theater, en de Bouleia, die bijeenkwam in dit kleine theater. De leden van de Bouleia werden gekozen uit de aristocratie van Efeze. De belangrijkste beslissingen en stadszaken werden hier besproken.

(26) ISIS TEMPEL.

Waar eens een zeer mooie tempel ter ere van godin Isis heeft gestaan, rest nu alleen nog ruïne resten.
De tempel van Isis was een Egyptische tempel die centraal op de Staatagora, de bovenmarkt van Efeze stond. Uit archeologische vondsten heeft men kunnen concluderen dat de tempel was opgetrokken uit roze Aswangraniet, wat de sterke banden met Egypte en de aanwezigheid van een grote Egyptische gemeenschap in de stad destijds aantoont.

Isis was de echtgenote en zus van Osiris en de moeder van Horus. De tempel werd gebouwd in de Hellenistische periode, toen Efeze nauwe banden onderhield met Egypte.
De tempel werd grotendeels verwoest tijdens de regeer periode van Keizer Augustus. Dit had een politieke reden: Augustus had een sterke vijandigheid jegens Marcus Antonius en Cleopatra die heersten over het toenmalige Egyptische Rijk.
In de latere Romeinse tijd, werden overblijfselen van de tempel hergebruikt voor andere gebouwen. Delen van beelden werden destijds verplaatst naar nabij gelegen fonteinen, zoals het Pollio-fontein.
Verdere archeologische vondsten zijn terug te vinden in het museum van Efeze.

(27) OPENBARE OF STAATS ANGORA.

De openbare Agora werd in de tijd van Lysimachos gebouwd en in de tijd van Agustus geheel herbouwd. Het was de tweede agora in Efeze en was eigendom van de staat. Politieke zaken werden hier besproken, het was open voor het publiek, en vrouwen en slaven konden elkaar hier ontmoeten.
Ondanks de schaarse overblijfselen kan het worden gereconstrueerd als een tempel van het type prostylos, dus met een enkele zuilengalerij rondom het gebouw en de karakteristieke put voor rituele plechtigheden die tussen de funderingen was uitgegraven. Welke cultus er werd uitgevoerd is niet duidelijk geworden. 


Men gaat er vanuit dat op het fronton van het heilige gebouw een sculptuurcyclus was aangebracht met de afbeelding van Odyssues die Polyphemos blind maakt, en die later opnieuw is gebruikt ter decoratie van de Fontein van Domitianus. (Het is nu te zien in het museum van Efeze.)


De bouw van de zogenaamde dubbele tempel wordt gedateerd in de tijd van keizer Augustus. Zij staat op één fundatie en zijn te bereiken via een grote trap: twee tempeltjes in antis die waarschijnlijk kunnen worden geïdentificeerd met de tempels gewijd aan de goddelijke Caesar en de godin Roma.
De tempel is waarschijnlijk  door Augustus aan de in Azië verblijvende Romeinen geschonken toen hij in 29 v.Chr. Efeze bezocht.

(28) VARIUS BADHUIS.      

De ruïnes ten oosten van de baseliek behoren tot het badhuis van Varius, daterend uit de Romeinse tijd. De bouw dateert uit de 2e eeuw n.Chr. en de mozaïeken in de 40 meter lange gang dateren uit de 5e eeuw.
Het badhuis was opgetrokken uit gehouwen marmeren blokken en bestaat uit drie gedeelten: een frigidarium (koud water), een tepidarium (warm water) en een caldarium (heet water). Het gebouw dateert uit de 1e eeuw n.Chr en was verwoest in de 7e eeuw n.Chr. 
(De opgravingen van dit badhuis zijn nog steeds niet voltooid.)

Een Romeins badhuis  uit die tijd is bijna te vergelijken met de hedendaagse luxe fitnescentrum.
Er was een ruimte voor sporten, individueel of in groepsverband. ruimten om uit te rusten en zich te laten masseren na de sport.
Ruimtes om het lichaam te laten reinigen, en de ruime keuze tussen een bad in koud- of warmwater of in de ruimte van heet water een sauna te nemen.
Zeker niet te vergeten een ruimte voor een goede maaltijd om de inwendige mens te verwennen.

Het 'hart' van het badhuis lag onder de grond waar men door houtvuren het water verwarmde en de opgewekte hete lucht gebruikte om via kanalen de ruimten en de vloeren te verwarmen.
Dit ondergrondse werk werd door slaven gedaan, terwijl de elite zich wentelde in hun luxe status.
Een feit is zeker: de Romeinen waren schoon op hun lichaam, zowel rijk als arm. Zelfs in het leger was het baden een verplichting.





DAT WAT NOG NIET OPGEGRAVEN IS OF STIL LIGT TE WACHTEN.

Afwijkend van de vaste wandelpaden met bezienswaardigheden ontdekt men dat er in Efeze nog veel materiaal onder de grond ligt begraven, dat wat nu overwoekerd is door de natuur. Wat is het is en wat het was, zal pas na verdere opgravingen en onderzoeken naar boven komen.


                 Ook in het vrije openveld liggen voorwerpen als sarcofagen, blokken met reliëfs.


Efeze is veel meer, dan dat men op een één daags bezoek kan ontdekken. Het is een plaats van een oude menselijke geschiedenis, een plaats van handel en macht tussen volkeren. Zij hebben allemaal hun geschiedenis en cultuur in steen hier achter gelaten. Eens zal de oude geschiedenis van deze stad volledig het daglicht mogen aanschouwen en bewaard mogen blijven voor het nageslacht van iedereen die er belangstelling in toont.


                               Zie vervolg: EFEZE (TURKIJE) HET CHRISTENDOM. (DEEL 4).


dinsdag 3 november 2026

EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 2)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

 HANDELSSTAD VAN DE

        GRIEKEN EN DE

             ROMEINEN.

                             DEEL 2.


(3) DE OPENBARE AGORA. (HANDELSMARKT)

(Het theater gezien vanaf de openbare Agora en de zuilengalerij van de basiliek en het bouleuterion/ odeion.)
De agora werd gebouwd door Lysimachos in de derde eeuw voor Chr. en werd onder het bewind van keizer Augustus (27 v.Chr.-14 n.Chr.) gemoderniseerd, waardoor de markt bijna twee keer zo groot werd en de Poort van Mazaeus en Mithridates werden toegevoegd. De markt werd in de volgende eeuwen steeds verder gemoderniseerd, maar de ruïnes die we heden zien dateren uit de derde eeuw n.Chr. De markt was het kruispunt tussen Europa, Azië en Afrika voor de doorvoer van goederen. Tijdens de Romeinse tijd huisveste de stad de op één na grootste slavenmarkt van de antieke wereld.

De afmetingen van de markt waren 110 bij 110 meter. Het plein werd aan vierzijden omringt door dubbele zuilengalerijen (stoas) waaraan ruim 100 winkels, werkplaatsen en opslagruimten grensden.
Uit deze periode stamt de tempel die aan de westkant van het plein werd gebouwd met een enkele zuilengalerij rondom het gebouw. Het is niet duidelijk aan welke cultus de tempel was gewijd, zoals Isis van Dionysos of zelfs aan keizer Augustus.


Tussen 4en 14 n.Chr. verrees aan de noordkant van de agora de imposante openbare Basiliek, uitgevoerd met twee verdiepingen, een middenschip en twee zijbeuken. Het gebouw was rijkelijk gedecoreerd en vanaf het plein toegankelijk via een trap met vier treden. Vlak naast de openbare Basiliek staan de poorten van Mazeus en Mithridates.

In de noordelijke hoek van het enorme plein staat het Bouleuterion. Het is een halfronde ruimte bestemd voor de bijeenkomsten van de senaat van de stad, en diende ook als gehoorruimte (odeion) voor concerten en toespraken.








(4) BIBLIOTHEEK VAN CELSUS.

De bibliotheek bevond zich in het centrum van de stad op het terrein dat direct aan het plein grensde. 
De consul, T.Julius Aquila liet in 119 n.Chr. het gebouw bouwen ter ere van zijn vader Celsus Polemaeanus, die consul was van in 92 n.Chr. en proconsul van Azië in 115. Het gebouw diende tevens als grafmonument, daar Celsus hier lag begraven in een sarcofaag die tussen de funderingen van het gebouw uitgegraven grafkelder was geplaatst. Dat was opmerkelijk, want in de oudheid werd men gewoonlijk buiten het stadgebied begraven. Slechts in geval van grote verdienste kon een burger in een openbaar gebouw worden bijgezet.
 
Julius Aquila liet alleen de bibliotheek na, maar per testament ook nog eens een kapitaal van 25.000 denairii, waarvan 8% diende voor de aanschaf van boeken en de kroning van cultusbeelden en de heilige ceremonies rond de cultus van de overledenen.
De bibliotheek werd voltooid in 125 n.Chr. en behoord tot de best bewaarde in de oude wereld. Zij bestaat uit een grote zaal van 16,72 bij 10,92 meter en heeft een ruime absis in de achterwand, die waarschijnlijk was bedoeld om een standbeeld van de godin Athena te plaatsen. In de wanden van de zaal zijn tien nissen aangebracht, allen door zuilen gemarkeerd, waarin de planken voor de boekrollen waren bevestigd. Er waren drie nissen boven elkaar.
Tussen de binnen- en de buitenmuur was een isolatie ruimte om de rollen tegen vocht te beschermen. Via deze  ruimten kon men ook de galerijen boven bereiken, maar tevens in de grafkelder van Celsus afdalen. De bibliotheek had een plat dak met een gedecoreerd cassetteplafond.


De toegang tot de bibliotheek is via een zeer ruime trap; de voorgevel was uitgevoerd met dubbele rij zuilen die elk op zich nissen vormden, afgedekt met marmeren lijsten en bestemd om standbeelden in te plaatsen die de personificaties waren van Sophia, Arete, Eunoia en Epistemia, de allegoriën van de deugden, wijsheid, deugd, goedheid en kennis en van de familieleden van Celsus.

(Fronton met reliëf decoratie van de bibliotheek.)

Met de drie ingangen op de begane grond correspondeerden de drie vensters op de eerste verdieping. De zuilen staat op ruim een meter van de gevel en vormen als het ware een overdekte zuilengalerij. Zeer rijk gevarieerd is ook de architectonische decoratie door het gebruik van bladmotieven, planten en bloemen en levende figuren in het interieur.

(Reliëf afbeeldingen uit Efeze welke heden staan in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.)

In de laat Romeinse tijd werd de bibliotheek buiten gebruik gesteld: op de traptreden aan de buitenkant plaatste men een reeks marmeren platen met gebeeldhouwde reliëfs die afkomstig waren van het monument van de Antonini, gebouwd ter ere van keizer Lucius Verus om de overwinning op het volk van de Parthen te herdenken, en dienden om een bassin te maken voor een nimfaion waarvoor de gevel van de bibliotheek diende als achtergrond

(5) POORT VAN MAZAEUS EN MITHRIDATEES.

Naast de Celsus bibliotheek ligt de grotendeels gerestaureerde poort van Mazaeus en Mithradates.
Het is een monument dat door de particulieren aan hun overheid was geschonken.
De Latijnse inscriptie in bronzen letters aangebracht in de attiek van de poort, is opgedragen aan keizer Augustus, keizerin Livia, Marcus Agrippa broederlijke vriend en schoonzoon van de keizer, en dochter Julia, door twee vrije burgers van Augustus en de stad, Mazaeus en Mithtidates.
De poort is de toegang naar de handels agora.



(6) DE MARMERSTRAAT.

De Marmerstraat in Efeze is een van de best bewaarde antieke straten ter wereld.
De straat loopt van de bibliotheek van Celsus tot aan het Grote Theater, en vormde een onderdeel van de Heilige Weg.
De straat werd oorspronkelijk aangelegd in de 1e eeuw n.Chr. en later ingrijpend vernieuwd in de 5e eeuw n.Chr.
De straat is volledig geplaveid met dikke , glanzende gepolijste marmeren blokken. Onder de straat bevond zich een geavanceerd Romeins riool- en aquaductsysteem met loden pijpen.
Het middenstuk was gereserveerd voor paarde, wagens en strijdwagens, waarvan de uitgesleten groeven nog zichtbaar zijn. Aan de zijkant verhoogde zuilengangen waren voor de voetgangers. Ook hier waren veel winkels en werkplaatsen gevestigd.

(7) BORDEEL.   


Het bordeel van Efeze lag op de hoek van de Cureten-straat en de Marmeren Weg, niet ver van de beroemde bibliotheek van Celsus.
Het gebouw dankt zijn herkenning als bordeel deels aan de vondst van een beeld van Priapus, de god van de vruchtbaarheid, met een overmaatse fallus, tijdens de opgravingen.
Voor de ingang van het bordeel stond een "reclamebord" met een beroemde gravure. Het wordt gezien als een van de oudste reclameborden ter wereld.

Het "reclamebord", een stenen plaat toont een linker voet afdruk, waarmee een leeftijds- of grootte-indicatie werd aangegeven.
Rechts naast de voetafdruk staat een vrouwen figuur met een geldbeurs en een pijl die naar het bordeel wijst. 
Onder de afbeelding van de vrouw staat een boek afgebeeld.
Een dong wordt hier duidelijk gemaakt: Geen geld, dan geen seks, ga dan maar naar de bibliotheek.





DE TERRASWONINGEN.  


Ten zuiden van de Curetenweg ligt op de noordelijke helling van de Bülbül Dag een oude Romeinse woonwijk. Hier woonden eens de notabelen van de stad in woningen van twee verdiepingen en een totale oppervlakte van 900 vierkante meter. De huizen werden gebouwd vanaf de 1e eeuw v.Chr. en bleven tot in de 7e eeuw na Chr. bewoond. Tegen de helling liep een stenen trap, waaraan de ingangen van de woningen lagen. De woonruimten waren meestal rondom een zuilen hof gebouwd en hadden een eetkamer, een gasten eetkamer voor feesten en diners, slaapkamer, keuken en een badkamer.



De vloeren van deze woningen waren fraai gedecoreerd met mozaïek en hadden zelfs vloerverwarming die werkte via warme lucht uit ovens  die tevens voor warmwater zorgden.
Aan de wanden waren fresco's met mythologische figuren afgebeeld.
Verder stond er in ieder huis een soort zuil met daarop teksten en namen ingegraveerd.










(9-10) OPENBARE TOILETTEN (LATRINES).

De Romeinse latrines zijn goed bewaarde openbare toiletten, vlak bij de Scholastica-baden en de Celsus biblitheek.
Deze toiletten waren zelfs in een eigen gebouw ondergebracht.
De toilet ruimte bestond uit 48 marmeren verhoogde zitplaatsen die zonder tussenschotten naast elkaar langs de muren waren opgesteld.
Onder de zitplaatsen stroomde continu water, afkomstig van het afvalwater van de nabij gelegen baden, om de behoeften af te voeren.
De marmeren zittingen konden zelfs gedurende de winter worden opgewarmd via ondergrondse stoomkanalen.

In deze toiletten kende men geen privacy. De gebruikers zaten dicht naast elkaar op de toiletbanken, waardoor de latrine ook functioneerde als een plaats voor sociale praatjes.
Men gebruikte geen papier voor het reinigen maar een tersorium, een gedeelde zeep- of natuurspons op een stok die werd afgespoeld in het stromende gootje metazijn- of zoutwater. Voor een bezoek aan het toilet moest een kleine entreeprijs worden betaald. Van de opgegraven toiletten zijn tot heden alleen die voor mannen gevonden, maar het is zeker dat er ook toiletten voor vrouwen waren in de stad.

(11) SKOLASTIKA BADHUIS.


Het fraaie Romeinse badhuis gelegen in het centrum van de stad aan de Curetes straat, was een van de grootste badhuizen van Efeze. het werd gebouwd in de 1e en 2e eeuw n.Chr. door Christian Skolastika, waarvan nog een deel van zijn standbeeld bij de ingang staat.
Het was in die tijd een gebouw van drie verdiepingen en had een gescheiden kledingzaal voor mannen en vrouwen, saunazaal, massageruimten en warm- en koudwaterbaden.
Hier werden door de welgestelden terwijl zij zich lieten verzorgen zaken besproken zoals filosofie, politiek en handelsovereenkomsten afgesloten.
De hoofdingang lag aan de Curetenweg, maar er was nog een uitgang die uitkwam op de weg naar het grote theater.
Het badhuis was uitgerust met de meest luxe toiletten van de stad, welke het ontwerp zijn geweest voor de latrine. Baden, het reinigen van het lichaam was voor de bewoners van de stad een regelmaat, zowel voor de gewone bevolking die dat thuis deden als de welgestelden, de vooraanstaanden en bestuurders, die hiervoor naar een badhuis gingen.

(12-13) AAN DE CURETENWEG.    


Aan de Curetenweg ligt de ingang van het Scholastica badhuis. 
Aan de overzijde van de weg was het voetgangers pad versierd met  mozaïek inleg. Het was de hoofdstraat van Efeze welke aan beide zijden een voetgangers pad had.

(14) HADRIANUS TEMPEL.



Het is een klein tempel gebouw gelegen aan de rand van de Cureten weg. In 138 n.Chr. werd het door P. Quintilius Galeria gewijd aan de keizer en aan Artemis van Efeze, op uitnodiging van de proconsul van Klein-Azië, Vedius Antoniinus gebouwd; maar het gebouw mag niet worden verward met de tempel gewijd aan de keizerlijke cultus, het majesteitelijk Hadraneion, dat aan de noordkant van de stad is opgegraven. Het gaat hier om een soort privé-tempeltje dat een aantal bijzondere architectonische kenmerken bezit: een eenvoudige pronaos met twee pilasters en twee zuilen (tetrastylos), overspannen door een fronton met een boog met in het midden, en versierd door een buste van Tyche.


De kleine tempel heeft een aantal bijzondere architectonische kenmerken: een eenvoudige pronaos met twee pilasters en twee zuilen (tetrasstylos), overspannen door een fronton met een boog in het midden, en versierd door een buste van Tyche, de godin van de overwinning. De zijzuilen zijn vierkant. Het voerstuk met inscripties voor de tempel vormde de basis voor de beelden van de keizers Diocletianus, Maximianus, ConstantinusI en Galerius. Deze beelden zijn nooit terug gevonden. De artchitraaf in de tempel is rijk versierd met plantenmotieven en in het midden staat een menselijk figuur, vermoedelijk Medusa die uit een mand met acathusbladmotieven tevoorschijn komt.


In tegenstelling tot de rijk versierde voorgevel moet het interieur van de tempel erg sober zijn geweest. Tegen de achterwand van de cella, in het verlengde van de ingang, stond het voetstuk van het cultusbeeld. Uit een latere periode dateren de vier reliëfs die de wanden van de voorhof sierden.
De reliëfs geven weer episoden uit de funderingsmythen van Efeze, Androklos die een everzwijn neerschiet, Dionysus in een ceremoniële processie en de Amazonen. De vierde toont twee mannelijke figuren, Androklos; Herakles, de vrouw en zoon van Theodosius; en de godin Athena. 
( De friesen die heden te zien zijn, zijn kopieën; de originelen staan in het museum van Efeze.)
De tempel van Adrianus is een belangrijk voorbeeld van de Aziatische architectuur in de Romeinse tijd, die wordt gekenmerkt door afwisselend rechte en gebogen lijnen, en door pogingen de aandacht van de toeschouwer te concentreren op één punt, namelijk de voorgevel.


                              Zie vervolg: EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 3).