dinsdag 3 november 2026

EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 2)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

 HANDELSSTAD VAN DE

        GRIEKEN EN DE

             ROMEINEN.

                             DEEL 2.


(3) DE OPENBARE AGORA. (HANDELSMARKT)

(Het theater gezien vanaf de openbare Agora en de zuilengalerij van de basiliek en het bouleuterion/ odeion.)
De agora werd gebouwd door Lysimachos in de derde eeuw voor Chr. en werd onder het bewind van keizer Augustus (27 v.Chr.-14 n.Chr.) gemoderniseerd, waardoor de markt bijna twee keer zo groot werd en de Poort van Mazaeus en Mithridates werden toegevoegd. De markt werd in de volgende eeuwen steeds verder gemoderniseerd, maar de ruïnes die we heden zien dateren uit de derde eeuw n.Chr. De markt was het kruispunt tussen Europa, Azië en Afrika voor de doorvoer van goederen. Tijdens de Romeinse tijd huisveste de stad de op één na grootste slavenmarkt van de antieke wereld.

De afmetingen van de markt waren 110 bij 110 meter. Het plein werd aan vierzijden omringt door dubbele zuilengalerijen (stoas) waaraan ruim 100 winkels, werkplaatsen en opslagruimten grensden.
Uit deze periode stamt de tempel die aan de westkant van het plein werd gebouwd met een enkele zuilengalerij rondom het gebouw. Het is niet duidelijk aan welke cultus de tempel was gewijd, zoals Isis van Dionysos of zelfs aan keizer Augustus.


Tussen 4en 14 n.Chr. verrees aan de noordkant van de agora de imposante openbare Basiliek, uitgevoerd met twee verdiepingen, een middenschip en twee zijbeuken. Het gebouw was rijkelijk gedecoreerd en vanaf het plein toegankelijk via een trap met vier treden. Vlak naast de openbare Basiliek staan de poorten van Mazeus en Mithridates.

In de noordelijke hoek van het enorme plein staat het Bouleuterion. Het is een halfronde ruimte bestemd voor de bijeenkomsten van de senaat van de stad, en diende ook als gehoorruimte (odeion) voor concerten en toespraken.








(4) BIBLIOTHEEK VAN CELSUS.

De bibliotheek bevond zich in het centrum van de stad op het terrein dat direct aan het plein grensde. 
De consul, T.Julius Aquila liet in 119 n.Chr. het gebouw bouwen ter ere van zijn vader Celsus Polemaeanus, die consul was van in 92 n.Chr. en proconsul van Azië in 115. Het gebouw diende tevens als grafmonument, daar Celsus hier lag begraven in een sarcofaag die tussen de funderingen van het gebouw uitgegraven grafkelder was geplaatst. Dat was opmerkelijk, want in de oudheid werd men gewoonlijk buiten het stadgebied begraven. Slechts in geval van grote verdienste kon een burger in een openbaar gebouw worden bijgezet.
 
Julius Aquila liet alleen de bibliotheek na, maar per testament ook nog eens een kapitaal van 25.000 denairii, waarvan 8% diende voor de aanschaf van boeken en de kroning van cultusbeelden en de heilige ceremonies rond de cultus van de overledenen.
De bibliotheek werd voltooid in 125 n.Chr. en behoord tot de best bewaarde in de oude wereld. Zij bestaat uit een grote zaal van 16,72 bij 10,92 meter en heeft een ruime absis in de achterwand, die waarschijnlijk was bedoeld om een standbeeld van de godin Athena te plaatsen. In de wanden van de zaal zijn tien nissen aangebracht, allen door zuilen gemarkeerd, waarin de planken voor de boekrollen waren bevestigd. Er waren drie nissen boven elkaar.
Tussen de binnen- en de buitenmuur was een isolatie ruimte om de rollen tegen vocht te beschermen. Via deze  ruimten kon men ook de galerijen boven bereiken, maar tevens in de grafkelder van Celsus afdalen. De bibliotheek had een plat dak met een gedecoreerd cassetteplafond.


De toegang tot de bibliotheek is via een zeer ruime trap; de voorgevel was uitgevoerd met dubbele rij zuilen die elk op zich nissen vormden, afgedekt met marmeren lijsten en bestemd om standbeelden in te plaatsen die de personificaties waren van Sophia, Arete, Eunoia en Epistemia, de allegoriën van de deugden, wijsheid, deugd, goedheid en kennis en van de familieleden van Celsus.

(Fronton met reliëf decoratie van de bibliotheek.)

Met de drie ingangen op de begane grond correspondeerden de drie vensters op de eerste verdieping. De zuilen staat op ruim een meter van de gevel en vormen als het ware een overdekte zuilengalerij. Zeer rijk gevarieerd is ook de architectonische decoratie door het gebruik van bladmotieven, planten en bloemen en levende figuren in het interieur.

(Reliëf afbeeldingen uit Efeze welke heden staan in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.)

In de laat Romeinse tijd werd de bibliotheek buiten gebruik gesteld: op de traptreden aan de buitenkant plaatste men een reeks marmeren platen met gebeeldhouwde reliëfs die afkomstig waren van het monument van de Antonini, gebouwd ter ere van keizer Lucius Verus om de overwinning op het volk van de Parthen te herdenken, en dienden om een bassin te maken voor een nimfaion waarvoor de gevel van de bibliotheek diende als achtergrond

(5) POORT VAN MAZAEUS EN MITHRIDATEES.

Naast de Celsus bibliotheek ligt de grotendeels gerestaureerde poort van Mazaeus en Mithradates.
Het is een monument dat door de particulieren aan hun overheid was geschonken.
De Latijnse inscriptie in bronzen letters aangebracht in de attiek van de poort, is opgedragen aan keizer Augustus, keizerin Livia, Marcus Agrippa broederlijke vriend en schoonzoon van de keizer, en dochter Julia, door twee vrije burgers van Augustus en de stad, Mazaeus en Mithtidates.
De poort is de toegang naar de handels agora.



(6) DE MARMERSTRAAT.

De Marmerstraat in Efeze is een van de best bewaarde antieke straten ter wereld.
De straat loopt van de bibliotheek van Celsus tot aan het Grote Theater, en vormde een onderdeel van de Heilige Weg.
De straat werd oorspronkelijk aangelegd in de 1e eeuw n.Chr. en later ingrijpend vernieuwd in de 5e eeuw n.Chr.
De straat is volledig geplaveid met dikke , glanzende gepolijste marmeren blokken. Onder de straat bevond zich een geavanceerd Romeins riool- en aquaductsysteem met loden pijpen.
Het middenstuk was gereserveerd voor paarde, wagens en strijdwagens, waarvan de uitgesleten groeven nog zichtbaar zijn. Aan de zijkant verhoogde zuilengangen waren voor de voetgangers. Ook hier waren veel winkels en werkplaatsen gevestigd.

(7) BORDEEL.   


Het bordeel van Efeze lag op de hoek van de Cureten-straat en de Marmeren Weg, niet ver van de beroemde bibliotheek van Celsus.
Het gebouw dankt zijn herkenning als bordeel deels aan de vondst van een beeld van Priapus, de god van de vruchtbaarheid, met een overmaatse fallus, tijdens de opgravingen.
Voor de ingang van het bordeel stond een "reclamebord" met een beroemde gravure. Het wordt gezien als een van de oudste reclameborden ter wereld.

Het "reclamebord", een stenen plaat toont een linker voet afdruk, waarmee een leeftijds- of grootte-indicatie werd aangegeven.
Rechts naast de voetafdruk staat een vrouwen figuur met een geldbeurs en een pijl die naar het bordeel wijst. 
Onder de afbeelding van de vrouw staat een boek afgebeeld.
Een dong wordt hier duidelijk gemaakt: Geen geld, dan geen seks, ga dan maar naar de bibliotheek.





DE TERRASWONINGEN.  


Ten zuiden van de Curetenweg ligt op de noordelijke helling van de Bülbül Dag een oude Romeinse woonwijk. Hier woonden eens de notabelen van de stad in woningen van twee verdiepingen en een totale oppervlakte van 900 vierkante meter. De huizen werden gebouwd vanaf de 1e eeuw v.Chr. en bleven tot in de 7e eeuw na Chr. bewoond. Tegen de helling liep een stenen trap, waaraan de ingangen van de woningen lagen. De woonruimten waren meestal rondom een zuilen hof gebouwd en hadden een eetkamer, een gasten eetkamer voor feesten en diners, slaapkamer, keuken en een badkamer.



De vloeren van deze woningen waren fraai gedecoreerd met mozaïek en hadden zelfs vloerverwarming die werkte via warme lucht uit ovens  die tevens voor warmwater zorgden.
Aan de wanden waren fresco's met mythologische figuren afgebeeld.
Verder stond er in ieder huis een soort zuil met daarop teksten en namen ingegraveerd.










(9-10) OPENBARE TOILETTEN (LATRINES).

De Romeinse latrines zijn goed bewaarde openbare toiletten, vlak bij de Scholastica-baden en de Celsus biblitheek.
Deze toiletten waren zelfs in een eigen gebouw ondergebracht.
De toilet ruimte bestond uit 48 marmeren verhoogde zitplaatsen die zonder tussenschotten naast elkaar langs de muren waren opgesteld.
Onder de zitplaatsen stroomde continu water, afkomstig van het afvalwater van de nabij gelegen baden, om de behoeften af te voeren.
De marmeren zittingen konden zelfs gedurende de winter worden opgewarmd via ondergrondse stoomkanalen.

In deze toiletten kende men geen privacy. De gebruikers zaten dicht naast elkaar op de toiletbanken, waardoor de latrine ook functioneerde als een plaats voor sociale praatjes.
Men gebruikte geen papier voor het reinigen maar een tersorium, een gedeelde zeep- of natuurspons op een stok die werd afgespoeld in het stromende gootje metazijn- of zoutwater. Voor een bezoek aan het toilet moest een kleine entreeprijs worden betaald. Van de opgegraven toiletten zijn tot heden alleen die voor mannen gevonden, maar het is zeker dat er ook toiletten voor vrouwen waren in de stad.

(11) SKOLASTIKA BADHUIS.


Het fraaie Romeinse badhuis gelegen in het centrum van de stad aan de Curetes straat, was een van de grootste badhuizen van Efeze. het werd gebouwd in de 1e en 2e eeuw n.Chr. door Christian Skolastika, waarvan nog een deel van zijn standbeeld bij de ingang staat.
Het was in die tijd een gebouw van drie verdiepingen en had een gescheiden kledingzaal voor mannen en vrouwen, saunazaal, massageruimten en warm- en koudwaterbaden.
Hier werden door de welgestelden terwijl zij zich lieten verzorgen zaken besproken zoals filosofie, politiek en handelsovereenkomsten afgesloten.
De hoofdingang lag aan de Curetenweg, maar er was nog een uitgang die uitkwam op de weg naar het grote theater.
Het badhuis was uitgerust met de meest luxe toiletten van de stad, welke het ontwerp zijn geweest voor de latrine. Baden, het reinigen van het lichaam was voor de bewoners van de stad een regelmaat, zowel voor de gewone bevolking die dat thuis deden als de welgestelden, de vooraanstaanden en bestuurders, die hiervoor naar een badhuis gingen.

(12-13) AAN DE CURETENWEG.    


Aan de Curetenweg ligt de ingang van het Scholastica badhuis. 
Aan de overzijde van de weg was het voetgangers pad versierd met  mozaïek inleg. Het was de hoofdstraat van Efeze welke aan beide zijden een voetgangers pad had.

(14) HADRIANUS TEMPEL.



Het is een klein tempel gebouw gelegen aan de rand van de Cureten weg. In 138 n.Chr. werd het door P. Quintilius Galeria gewijd aan de keizer en aan Artemis van Efeze, op uitnodiging van de proconsul van Klein-Azië, Vedius Antoniinus gebouwd; maar het gebouw mag niet worden verward met de tempel gewijd aan de keizerlijke cultus, het majesteitelijk Hadraneion, dat aan de noordkant van de stad is opgegraven. Het gaat hier om een soort privé-tempeltje dat een aantal bijzondere architectonische kenmerken bezit: een eenvoudige pronaos met twee pilasters en twee zuilen (tetrastylos), overspannen door een fronton met een boog met in het midden, en versierd door een buste van Tyche.


De kleine tempel heeft een aantal bijzondere architectonische kenmerken: een eenvoudige pronaos met twee pilasters en twee zuilen (tetrasstylos), overspannen door een fronton met een boog in het midden, en versierd door een buste van Tyche, de godin van de overwinning. De zijzuilen zijn vierkant. Het voerstuk met inscripties voor de tempel vormde de basis voor de beelden van de keizers Diocletianus, Maximianus, ConstantinusI en Galerius. Deze beelden zijn nooit terug gevonden. De artchitraaf in de tempel is rijk versierd met plantenmotieven en in het midden staat een menselijk figuur, vermoedelijk Medusa die uit een mand met acathusbladmotieven tevoorschijn komt.


In tegenstelling tot de rijk versierde voorgevel moet het interieur van de tempel erg sober zijn geweest. Tegen de achterwand van de cella, in het verlengde van de ingang, stond het voetstuk van het cultusbeeld. Uit een latere periode dateren de vier reliëfs die de wanden van de voorhof sierden.
De reliëfs geven weer episoden uit de funderingsmythen van Efeze, Androklos die een everzwijn neerschiet, Dionysus in een ceremoniële processie en de Amazonen. De vierde toont twee mannelijke figuren, Androklos; Herakles, de vrouw en zoon van Theodosius; en de godin Athena. 
( De friesen die heden te zien zijn, zijn kopieën; de originelen staan in het museum van Efeze.)
De tempel van Adrianus is een belangrijk voorbeeld van de Aziatische architectuur in de Romeinse tijd, die wordt gekenmerkt door afwisselend rechte en gebogen lijnen, en door pogingen de aandacht van de toeschouwer te concentreren op één punt, namelijk de voorgevel.


                              Zie vervolg: EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 3).













woensdag 28 oktober 2026

EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 1)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

  HANDELSSTAD VAN DE

           GRIEKEN EN DE

               ROMEINEN. 

                               DEEL 1.        

                                      
EFEZE.

Heden is Efeze een archeologische ruïne stad. gelegen in het westelijke deel van Turkije
(Klein Azië) aan de rivier de Kaistros, uitmondend in de Egeïsche Zee. Efeze ligt in de provincie Izmir, ten zuidwesten van de stad Selçuk en ten oosten van de stad Kusadasi.  Door verzanding en slibafzetting van de rivier ligt de archeologische vindplaats tegenwoordig enkele kilometers landinwaarts. 

OORSPRONG EN GESCHIEDENIS.

De eerste bevindingen van bewoning van het gebied waar later de stad Efeze zou ontstaan, dateren uit het vijfde millennium voor Christus. 
Op een heuvel, uitloper van de berg Ayasoluk, waar heden nog een Byzantijns fort staat, bevond zich reeds on de bronstijd een versterkte nederzetting.
Uit Hettitische bronnen uit het midden van het tweede millennium zou blijken dat dit de locatie van Apasa betrof; men gaat er vanuit dat de gehelleniseerde naam Efeze hiervan is afgeleid. 
Over het ontstaan van Efeze deden in de oudheid diverse legendes de ronde Het zijn net zoals bij de Griekse goden mythische vertellingen die van vader op zoon en generatie op generatie werden doorverteld.

LEGENDE.

Volgens de meest bekende mythe werd de stichting van Efeze toegeschreven aan Androklos, een zoon van de Atheense koning Kodros, aan wie het orakel, een priester of persoon die als doorgeefluik dient voor een godheid, had voorspeld dat door toedoen van een vis en een zwijn een stad zou stichten.
Na veel omzwervingen trof Androklos in een plaatsje in Klein-Azië een aantal vissers die met de bereiding van een vis bezig waren. Terwijl hij met hen in gesprek raakte, spatten er enkele vonken uit het houtvuur in een nabije struik waaronder een wild zwijn lag te slapen. Het dier schrok wakker en vluchtte weg, waarmee het de plaats aanduidde waar de toekomstige stad zou worden gesticht, bestond reeds een heilig gebied, dat was gewijd aan een plaatselijke vrouwelijke godheid, heerseres over de  natuur, de mensen, de dieren en het plantenleven. Zij werd door de Grieken Artemis genoemd.
Maar buiten dergelijke verhalen is er weinig bekend over het ontstaan van Efeze in de oudheid.

GRIEKSE TIJD.

Griekse kolonisten, onder wie de Ioniërs, hadden er de overhand en vestigden zich er. Dit gebeurde omstreeks 600 v.Chr. Zij stelden de Anatolische vruchtbaarheidsgodin Cybele (links) met hun eigen godin Artemis (rechts) gelijk en noemden haar Artimes van Efeze en bouwden de gelijknamige tempel voor haar.

POLITIEK.

Efeze maakte rond 700 v.Chr. deel uit van de Ionische Bond waarmee twaalf Ionische steden zich gezamenlijk verdedigden tegen het Perzische Rijk, en consolideerde de stad met succes haar bestaan op de vlakte van de rivier Meander. De Ionen uit Azië hadden hun heilgdom van Poseidon op het schiereiland Mykale. Algemeen wordt aangenomen dat Ionische volken uit het westen zich rond 1100 v.Chr. zich in de streek hebben gevestigd en zich afzijdig hielden van de inheemse bevolking.
Efeze werd na de verovering in 560 v.Chr. door koning Croesus van Lydië door samengaan tot één stad verenigd, Tien jaar later in 550 v.Chr. werd begonnen met de bouw van de eerste tempel ter ere van Artemis, die in 436 v.Chr. werd voltooid.

( Koning Darius.)

Onder Perzisch  bewind van koning Darius nam Efeze in 499 v.Chr. deel aan de Ionische Opstand en na de Perzische oorlogen aan de Delische Bond. Efeze stond na 415 v.Chr. in de Peloponnesische Oorlog aan de kant van Sparta. Na de koningsvrede van 387 v.Chr. kwam de stad  onder het bewind van Perzië en werd daardoor een uitvalbasis voor de Perzische vloot. De tempel van Artemis werd in 356 v.Chr. in brand gestoken, waarna met de bouw van de tweede tempel werd begonnen. In 334 v.Chr. werden de Perzische bezetters verdreven door de pro-Macedonische democraten, die net bezig waren de nog aanwezige Perzen te stenigen toen Parmenion, de oude veldheer van Alexander de Grote, de stad binnentrok en er een einde aan maakte.

De stad groeide uit, vooral na Alexander (rechts), tot een van de belangrijkste steden van het hellenisme, waartoe de in 323 v.Chr. voltooide tempel van de Efezische Artemis zeer bijdroeg.
Na de dood van Alexander werd de stad inzet van de strijd tussen zijn opvolgers. Zij kwam eerst onder controle van Antigonos I Monofthalmos en na 301 v.Chr. viel zij in handen van Lysimachos van Thracië en maakte hij de stad tot zijn administratief centrum en hoofdstad van zijn rijk. Hij liet alle bewoners van Colophon in 198 v.Chr. naar Efeze overbrengen, waardoor het aantal inwoners enorm toenam. Ook vernoemde hij de stad naar zijn vrouw Arsinoea. De nieuwe stad werd ontworpen naar het voorbeeld van de Helleense stadsarchitectuur. Zij kreeg een rationele plattegrond en een zware stadsmuur die een groot gebied omsloot en  twee poorten had voor de toegang. Koning Lysimachos kwam in 281 n.Chr. om het leven bij de slag van Corupedium (Magnesia), op de heuvel Sipylus en viel de stad in handen van de Syrische koningen, de Seleukiden. In de periode van 246 tot het einde van de eeuw was de macht in handen van de Ptolomeeën, de heersers van Egypte.

ROMEINSE PERIODE.

 De Romeinen versloegen de Seleukiden in 190 v.Chr, bij de slag van Magnesia en legden hen als voorwaarde voor de vrede van Apamea in 188 v.Chr. op dat zij moesten afzien van het gebied in Klein Azië dat liep tot aan de bergketen van Taurus.

(Romeinse Republiek.)

Na ongeveer zeventig jaar viel het gebied definitief toe aan de Romeinen en werd het de Romeinse provincie Asia. Er zou een strijd ontstaan tussen de drie dominante steden in Asia, Efeze, Pergamon en Smyrna (Izmir), die uiteindelijk zou leiden tot de drie Mithridatische oorlogen waarbij uiteindelijk de Romeinse bevolking van Efeze uitgemoord zou worden. De Romeinen zouden hun greep op regio verstevigen.

Pas vanaf de heerschappij van keizer Augustus zou de stad een bloeitijd ondergaan. Augustus begaf zich naar Efeze in 438 v.Chr. na de slag bij Pharsalus en zijn overwinning op Pompeius. De cultrurele en economische groei gingen door tot in de tweede eeuw na Chr. en maakten van Efeze een van de belangrijkste steden van de oudheid. De uitbreiding van de stad werd naar Helleense begrippen gedaan.
In 263 werd Efeze geplunderd door de Goten, waarbij ook de grote tempel werd vernield. Constantijn de grote zou de stad later weer herstellen.

BYZANTIJNSE TIJD.

Na de splitsing van het Romeinse Rijk werd Efeze onderdeel van het Byzantijnse Rijk. De Byzantijnse keizer Justinianus I liet een grote basiliek bouwen. Rond 614/615 werd de stad grotendeel verwoest tijdens een oorlog met de Sassaniden, een Perzisch Rijk.

Latere plunderingen en verzanding van de haven, waardoor de stad in het binnenland kwam te liggen maakte haar economische positie onhoudbaar. De stad werd meer en meer verlaten en in de 11e eeuw restte er enkel een dorp. Efeze werd volledig verlaten nadat de Turkse Seleukiden haar hadden veroverd en vanaf 1426 werd de stad opgenomen in het Ottomaanse rijk.

                              WERELDERFGOED.



TEMPEL VAN ARTEMIS.

(Een enkele in 1973 herstelde zuil geeft de plaats aan waar eens de tempel van Artimis stond.)

De Ionische volkeren die zich vestigden op de vlakte van van de Gaystros troffen daar het heilige gebied aan dat was gewijd aan een vrouwelijke godheid: de lokale godheid van Anatolië, de Moeder, de godin van de vruchtbaarheid, van de planten groei, van het leven en de dood. 
De Grieken bleven aanvankelijk gescheiden van de inheemse bevolking wonen. Zij introduceerden in het heiligdom ook enkele van de goden die zij hadden meegebracht uit hun vaderland, met als gevolg dat in het gebied diverse cultusgebouwen verschenen.

(Grondplan van de laatste tempel)

Rond 560 v.Chr. gaf koning Croesus van Lydië, de architecten Rhoikos van Samos, vervolgens Chersiohron van Knossos en zijn zoon Metagenes, en ten slotte Demetrios en Paionios uit Efeze zelf, de opdracht voor de bouw van een nieuwe tempel. De eerdere drie tempels, die ten dele uit hout waren opgetrokken, in een moerassig gebied gebouwd, waren reeds verwoest. De bouw van deze nieuwe tempel moest geheel uit marmer worden opgetrokken. De bouw verliep uiterst moeilijk, omdat de tempel uit 127 rijk versierde marmerzuilen van 18 meter hoog bestond, op een oppervlakte van 115,14 bij 55,1 meter, die buitengewoon zware dwarsbalken droegen. Tevens moest constant het aanwezige grondwater worden weggepompt. Het dak werd vervaardigd uit cederhout.
De tempel bestond nu uit twee rijen zuilen en werd daarmee een dipterostempel, waardoor een brede ceremoniële doorgang ontstond.

De zuilen van de tempel waren rijk versierd met beeldhouwwerk en zelfs belegd met goud en zilver. De zuilen waren uit marmer vervaardigd en de delen werden vanuit de 10 kilometer verder gelegen groeven aangevoerd.

Volgens oude vertellingen werd in 356 v.Chr. in dezelfde nacht nacht Alexander de Grote geboren, toen de de tempel werd verwoest door een brand door Herostratus aangestoken. Hij deed dit uit geldingsdrang: zijn opzet, door het afbranden van de tempel beroemd en aldus onsterfelijk te worden, wat hem is gelukt. Alexander zou later voor zijn vertrek naar de oorlog tegen de Perzen een offer tussen de ruïnes hebben gebracht en hebben aangeboden de wederopbouw kosten te betalen. De Efezers wezen dit aanbod van de hand en vanaf 325 v.Chr werd de tempel gerenoveerd.

(Zo moet de tempel er eens hebben uitgezien.)

De nieuwe tempel werd op de funderingen van oude herbouwd door de Efezische architect Cheirokrates die de oppervlakte vergrote op een twee meter verhoogde fundering. De nieuwe grondmaten werden 125,67 bij 65,05 meter. Het gebouw was bereikbaar via een dertien treden trap en kreeg een prachtig stenen dak, dat gesteund werd werd door zuilen van 18,4meter hoog.
De zuilen werden weer rijkelijk versierd door beeldhouwwerken en schilderingen. Het fronton kreeg fraai beschilderde beeldhouwwerken. De westgevel kreeg nu drie zuilenrijen.

Deze wederopbouw werd wederom op haar beurt vernietigd tijden een overval door de Goten in 262, in de tijd van keizer Gallienus. De leiders van de Goten; Respa, Veduc en Thuruar gingen aan boord van hun schepen en zeilden over de zee-engte van de Hellespont naar Klein Azië. Daar verwoesten zij vele dichtbevolkte steden en staken de vermaarde tempel van Diana in Efeze in brand. De Efeziërs herbouwden wederom de tempel.

ARTIMES ALTAAR.       

Tegenover de voorzijde van de tempel , aan de oostzijde, bevond zich reeds in de antieke tijd een altaar. Een reconstructie hiervan met een structuur uit de Hellenisch-Romeinse tijd, geeft een rechthoekig gebouw weer van 32 bij 22 meter, met een ingang aan de westzijde. 
Het gebouw was bekleed met marmeren platen waarop reliëfs met strijdtonelen met Amazones waren afgebeeld.
Het altaar was aan de buitenzijde voorzien van zuilen die tegen de muur waren geplaatst, terwijl er ook in de tempel een zuilengalerij was.
 

ARTIMES CULTUSAFBEELDING.


Hoe het cultusbeeld  uit de oude tijd, van de godin Artemis, er precies uitgezien moet hebben is niet bekend. Volgens een afbeelding uit de klassieke en Romeinse tijd weten we dat het was gemaakt van hout, of verschillende houtsoorten, zoals cypres-, eiken- en wilgenhout en dat alleen met een door olie zwart gemaakt gezicht, handen envoeten.
Opvallend is dat de godin steeds frontaal wordt afgebeeld met de armen langs het lichaam en de onderarmen en handen naar voren gericht. Ze is altijd blootvoets. Op haar gesluierde hoofd draagt zij een cilindrisch hoofddeksel, de "polos", dat soms een 'muurkroon', een verwijzing naar de stadmuren, en soms, in de tijd van het imperium, een gedecoreerd tempeltje voorstelt. Aan iedere zijde van het hoofd zijn dieren afgebeeld: leeuwen en griffioenen, die iets lijken te symboliseren dat oorspronkelijk een decoratie was aan de achterzijde van haar kleed. Het hoge deel van haar borst bevat symmetrische afbeeldingen van Nikai. Daaronder een halve cirkel in een driehoek, waarvan men aanneemt dat het om borsten gaat die de vruchtbaarheid symboliseren.


TEMPELPRIESTERS.   

Aan het hoofd van de geestelijkheid van de tempel stond een hogepriester. Hij droeg de titel Megabyzus en een priesterkleed dat zijn oosterse herkomst onthulde. De priesters van de tempel hadden een belangrijke rol in het dagelijkse leven, zoals de zorg voor de decoratie van de godin, het in ontvangst nemen van offergeschenken en het schoonhouden van de tempel.
Deze priester zouden er een eigen muntstelsel op na gehouden hebben, met een afbeelding van een bij, dat gezien kan worden met het verband met de vruchtbaarheidssymboliek.

HET EINDE VAN DE TEMPEL.

De tempel van Artemis in Efeze werd definitief en volledig afgebroken in het jaar 401 n.Chr. door een menigte onder leiding van Johannes Chrysostomos, de patriarch van Constantinopel (Istanbul), nadat de tempel al eerder zwaar beschadigd was door een brand van Herostratos in 356 v.Chr. ,een plundering door de Goten in 262 n.Chr. en een sluiting op keizerlijk bevel in 381 n.Chr. 


(1) DE ARCADIANE (HAVENSTRAAT).

De Arcadiane of de Havenstraat  is een van de drie belangrijkste straten van Efeze. De straat met een lengte van 528 meter  lengte en een breedte van 11 meter, had aan beide zijden een galerij aan zuilen. De straat loopt van van het Grote Theater naar de toenmalige haven van de stad.
De weg kreeg haar definitieve vorm in de tijd van keizer Arcadius (395-408 n.Chr.) De zuilen welke langs de weg werden geplaatst waren afkomstig van ouder gebouwen. In het begin van de zesde eeuw werd in het midden van de straat een monument gebouwd dat bestond uit vier zuilen, geplaatst op ronde voetstukken uitgevoerd met veel nissen waarin christelijke symbolen stonden.

(Een voorbeeld hoe de haven en de stad er in de oude tijd er bij hebben gelegen. De haven was in principe een groot bassin gelegen aan een kanaal dat in de rivier uitmondde.)

Op de kapitelen stonden waarschijnlijk standbeelden van de vier Evangelisten. Oorspronkelijk moest de Arcadiane aan het begin en aan het einde een poort hebben gehad. Zo stond er bij de haven een monumentale poort met drie doorgangen van elkaar gescheiden door Ionische zuilen. men gaat er van uit dat het gebouw stamt uit de tijd van Hadrianus. Twee andere poorten aan het noorden en aan het zuiden, gaven toegang tot de haven. De zuidelijke poort  werd in ongeveer 200 n.Chr. gebouwd, die in het noorden, een triomfboog ter ere van de proconsul van Azië, wordt gedateerd op ongeveer de derde eeuw n.Chr. Langs de weg die zelfs was voorzien van oversteekplaatsen waren veel winkels gevestigd.

                                                 
                                                  (Reconstructie van de Arcadiane.)

(2) HET GROTE THEATER.

Aan het einde van de Artemision zien we in de helling van Panayir Dag ingebouwd de resten van een enorm theater liggen. Het werd voltooid in de Romeinse keizertijd en was een van de grootste theaters in de oudheid, na het Colosseum in Rome. Het had de omvang van 300 bij 150 meter en gaf plaats aan 25.000 toeschouwers.
Het eerste theater werd in de derde eeuw v.Chr. in de klassieke U-vorm, tijdens het bewind van Lysimachos, en vervolgens in de Romeinse tijd onder de Flavische keizerdynastie verschillende malen uitgebreid en verbeterd, in de loop van de eerste eeuw n.Chr. Er kwam een podium met een toneel uitgevoerd met vrijstaande tempeltjes en zuilen op twee verdiepingen.


De tribune, of cavea, bestond uit 58 rijen zitplaatsen, verdeeld in drie blokken door twee horizontale gangpaden, of diazoma. De onderste rijen zitplaatsen, dicht bij de keizerlijke loge, hadden marmeren rugleuningen en waren gereserveerd voor belangrijke personen. De hoogste zone van de tribumes de summa cavea, was afgewerkt met een colonnade.
Het skene, ofwel het toneelgebouw bestond uit drie verdiepingen en was 18 meter hoog. 
De begane grond had acht kamers die uitkwamen op één gang. De tweede verdieping, die in de eerste eeuw n.Chr. door keizer Nero werd toegevoegd, was aan de kant die naar het publiek gericht was versierd met zuilen, beelden en reliëfs. De derde verdieping werd aan het einde van de tweede eeuw n.Chr. toegevoegd door Septimius Severus. Vijf ingangen gaven vanuit het skene toegang tot het halfronde orchestra. De centrale ingang was breder dan de andere om het toneel een grotere monumentale uitstraling te geven.


                               (Reconstructie van het verleden en dat wat rest in het heden.)

Het theater werd grotendeels verwoest toen de stad in 262 n.Chr. werd getroffen door een aardbeving en werd slechts gedeeltelijk gerestaureerd. De summa cavea werd volledig verwoest door de aardbevingen tussen 359 en 366 n.Chr. In de achtste eeuw werd het gebouw opgenomen in het vestingstelsel van de stad. Een deel van de zitplaatsen werd gebruikt voor de reparatie aan andere gebouwen. Stenen werden later gebruikt voor de bouw van de Sint-Jansbasiliek.


                               

                              Zie vervolg: EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 2)