woensdag 28 oktober 2026

EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 1)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

  HANDELSSTAD VAN DE

           GRIEKEN EN DE

               ROMEINEN. 

                               DEEL 1.        

                                      
EFEZE.

Heden is Efeze een archeologische ruïne stad. gelegen in het westelijke deel van Turkije
(Klein Azië) aan de rivier de Kaistros, uitmondend in de Egeïsche Zee. Efeze ligt in de provincie Izmir, ten zuidwesten van de stad Selçuk en ten oosten van de stad Kusadasi.  Door verzanding en slibafzetting van de rivier ligt de archeologische vindplaats tegenwoordig enkele kilometers landinwaarts. 

OORSPRONG EN GESCHIEDENIS.

De eerste bevindingen van bewoning van het gebied waar later de stad Efeze zou ontstaan, dateren uit het vijfde millennium voor Christus. 
Op een heuvel, uitloper van de berg Ayasoluk, waar heden nog een Byzantijns fort staat, bevond zich reeds on de bronstijd een versterkte nederzetting.
Uit Hettitische bronnen uit het midden van het tweede millennium zou blijken dat dit de locatie van Apasa betrof; men gaat er vanuit dat de gehelleniseerde naam Efeze hiervan is afgeleid. 
Over het ontstaan van Efeze deden in de oudheid diverse legendes de ronde Het zijn net zoals bij de Griekse goden mythische vertellingen die van vader op zoon en generatie op generatie werden doorverteld.

LEGENDE.

Volgens de meest bekende mythe werd de stichting van Efeze toegeschreven aan Androklos, een zoon van de Atheense koning Kodros, aan wie het orakel, een priester of persoon die als doorgeefluik dient voor een godheid, had voorspeld dat door toedoen van een vis en een zwijn een stad zou stichten.
Na veel omzwervingen trof Androklos in een plaatsje in Klein-Azië een aantal vissers die met de bereiding van een vis bezig waren. Terwijl hij met hen in gesprek raakte, spatten er enkele vonken uit het houtvuur in een nabije struik waaronder een wild zwijn lag te slapen. Het dier schrok wakker en vluchtte weg, waarmee het de plaats aanduidde waar de toekomstige stad zou worden gesticht, bestond reeds een heilig gebied, dat was gewijd aan een plaatselijke vrouwelijke godheid, heerseres over de  natuur, de mensen, de dieren en het plantenleven. Zij werd door de Grieken Artemis genoemd.
Maar buiten dergelijke verhalen is er weinig bekend over het ontstaan van Efeze in de oudheid.

GRIEKSE TIJD.

Griekse kolonisten, onder wie de Ioniërs, hadden er de overhand en vestigden zich er. Dit gebeurde omstreeks 600 v.Chr. Zij stelden de Anatolische vruchtbaarheidsgodin Cybele (links) met hun eigen godin Artemis (rechts) gelijk en noemden haar Artimes van Efeze en bouwden de gelijknamige tempel voor haar.

POLITIEK.

Efeze maakte rond 700 v.Chr. deel uit van de Ionische Bond waarmee twaalf Ionische steden zich gezamenlijk verdedigden tegen het Perzische Rijk, en consolideerde de stad met succes haar bestaan op de vlakte van de rivier Meander. De Ionen uit Azië hadden hun heilgdom van Poseidon op het schiereiland Mykale. Algemeen wordt aangenomen dat Ionische volken uit het westen zich rond 1100 v.Chr. zich in de streek hebben gevestigd en zich afzijdig hielden van de inheemse bevolking.
Efeze werd na de verovering in 560 v.Chr. door koning Croesus van Lydië door samengaan tot één stad verenigd, Tien jaar later in 550 v.Chr. werd begonnen met de bouw van de eerste tempel ter ere van Artemis, die in 436 v.Chr. werd voltooid.

( Koning Darius.)

Onder Perzisch  bewind van koning Darius nam Efeze in 499 v.Chr. deel aan de Ionische Opstand en na de Perzische oorlogen aan de Delische Bond. Efeze stond na 415 v.Chr. in de Peloponnesische Oorlog aan de kant van Sparta. Na de koningsvrede van 387 v.Chr. kwam de stad  onder het bewind van Perzië en werd daardoor een uitvalbasis voor de Perzische vloot. De tempel van Artemis werd in 356 v.Chr. in brand gestoken, waarna met de bouw van de tweede tempel werd begonnen. In 334 v.Chr. werden de Perzische bezetters verdreven door de pro-Macedonische democraten, die net bezig waren de nog aanwezige Perzen te stenigen toen Parmenion, de oude veldheer van Alexander de Grote, de stad binnentrok en er een einde aan maakte.

De stad groeide uit, vooral na Alexander (rechts), tot een van de belangrijkste steden van het hellenisme, waartoe de in 323 v.Chr. voltooide tempel van de Efezische Artemis zeer bijdroeg.
Na de dood van Alexander werd de stad inzet van de strijd tussen zijn opvolgers. Zij kwam eerst onder controle van Antigonos I Monofthalmos en na 301 v.Chr. viel zij in handen van Lysimachos van Thracië en maakte hij de stad tot zijn administratief centrum en hoofdstad van zijn rijk. Hij liet alle bewoners van Colophon in 198 v.Chr. naar Efeze overbrengen, waardoor het aantal inwoners enorm toenam. Ook vernoemde hij de stad naar zijn vrouw Arsinoea. De nieuwe stad werd ontworpen naar het voorbeeld van de Helleense stadsarchitectuur. Zij kreeg een rationele plattegrond en een zware stadsmuur die een groot gebied omsloot en  twee poorten had voor de toegang. Koning Lysimachos kwam in 281 n.Chr. om het leven bij de slag van Corupedium (Magnesia), op de heuvel Sipylus en viel de stad in handen van de Syrische koningen, de Seleukiden. In de periode van 246 tot het einde van de eeuw was de macht in handen van de Ptolomeeën, de heersers van Egypte.

ROMEINSE PERIODE.

 De Romeinen versloegen de Seleukiden in 190 v.Chr, bij de slag van Magnesia en legden hen als voorwaarde voor de vrede van Apamea in 188 v.Chr. op dat zij moesten afzien van het gebied in Klein Azië dat liep tot aan de bergketen van Taurus.

(Romeinse Republiek.)

Na ongeveer zeventig jaar viel het gebied definitief toe aan de Romeinen en werd het de Romeinse provincie Asia. Er zou een strijd ontstaan tussen de drie dominante steden in Asia, Efeze, Pergamon en Smyrna (Izmir), die uiteindelijk zou leiden tot de drie Mithridatische oorlogen waarbij uiteindelijk de Romeinse bevolking van Efeze uitgemoord zou worden. De Romeinen zouden hun greep op regio verstevigen.

Pas vanaf de heerschappij van keizer Augustus zou de stad een bloeitijd ondergaan. Augustus begaf zich naar Efeze in 438 v.Chr. na de slag bij Pharsalus en zijn overwinning op Pompeius. De cultrurele en economische groei gingen door tot in de tweede eeuw na Chr. en maakten van Efeze een van de belangrijkste steden van de oudheid. De uitbreiding van de stad werd naar Helleense begrippen gedaan.
In 263 werd Efeze geplunderd door de Goten, waarbij ook de grote tempel werd vernield. Constantijn de grote zou de stad later weer herstellen.

BYZANTIJNSE TIJD.

Na de splitsing van het Romeinse Rijk werd Efeze onderdeel van het Byzantijnse Rijk. De Byzantijnse keizer Justinianus I liet een grote basiliek bouwen. Rond 614/615 werd de stad grotendeel verwoest tijdens een oorlog met de Sassaniden, een Perzisch Rijk.

Latere plunderingen en verzanding van de haven, waardoor de stad in het binnenland kwam te liggen maakte haar economische positie onhoudbaar. De stad werd meer en meer verlaten en in de 11e eeuw restte er enkel een dorp. Efeze werd volledig verlaten nadat de Turkse Seleukiden haar hadden veroverd en vanaf 1426 werd de stad opgenomen in het Ottomaanse rijk.

                              WERELDERFGOED.



TEMPEL VAN ARTEMIS.

(Een enkele in 1973 herstelde zuil geeft de plaats aan waar eens de tempel van Artimis stond.)

De Ionische volkeren die zich vestigden op de vlakte van van de Gaystros troffen daar het heilige gebied aan dat was gewijd aan een vrouwelijke godheid: de lokale godheid van Anatolië, de Moeder, de godin van de vruchtbaarheid, van de planten groei, van het leven en de dood. 
De Grieken bleven aanvankelijk gescheiden van de inheemse bevolking wonen. Zij introduceerden in het heiligdom ook enkele van de goden die zij hadden meegebracht uit hun vaderland, met als gevolg dat in het gebied diverse cultusgebouwen verschenen.

(Grondplan van de laatste tempel)

Rond 560 v.Chr. gaf koning Croesus van Lydië, de architecten Rhoikos van Samos, vervolgens Chersiohron van Knossos en zijn zoon Metagenes, en ten slotte Demetrios en Paionios uit Efeze zelf, de opdracht voor de bouw van een nieuwe tempel. De eerdere drie tempels, die ten dele uit hout waren opgetrokken, in een moerassig gebied gebouwd, waren reeds verwoest. De bouw van deze nieuwe tempel moest geheel uit marmer worden opgetrokken. De bouw verliep uiterst moeilijk, omdat de tempel uit 127 rijk versierde marmerzuilen van 18 meter hoog bestond, op een oppervlakte van 115,14 bij 55,1 meter, die buitengewoon zware dwarsbalken droegen. Tevens moest constant het aanwezige grondwater worden weggepompt. Het dak werd vervaardigd uit cederhout.
De tempel bestond nu uit twee rijen zuilen en werd daarmee een dipterostempel, waardoor een brede ceremoniële doorgang ontstond.

De zuilen van de tempel waren rijk versierd met beeldhouwwerk en zelfs belegd met goud en zilver. De zuilen waren uit marmer vervaardigd en de delen werden vanuit de 10 kilometer verder gelegen groeven aangevoerd.

Volgens oude vertellingen werd in 356 v.Chr. in dezelfde nacht nacht Alexander de Grote geboren, toen de de tempel werd verwoest door een brand door Herostratus aangestoken. Hij deed dit uit geldingsdrang: zijn opzet, door het afbranden van de tempel beroemd en aldus onsterfelijk te worden, wat hem is gelukt. Alexander zou later voor zijn vertrek naar de oorlog tegen de Perzen een offer tussen de ruïnes hebben gebracht en hebben aangeboden de wederopbouw kosten te betalen. De Efezers wezen dit aanbod van de hand en vanaf 325 v.Chr werd de tempel gerenoveerd.

(Zo moet de tempel er eens hebben uitgezien.)

De nieuwe tempel werd op de funderingen van oude herbouwd door de Efezische architect Cheirokrates die de oppervlakte vergrote op een twee meter verhoogde fundering. De nieuwe grondmaten werden 125,67 bij 65,05 meter. Het gebouw was bereikbaar via een dertien treden trap en kreeg een prachtig stenen dak, dat gesteund werd werd door zuilen van 18,4meter hoog.
De zuilen werden weer rijkelijk versierd door beeldhouwwerken en schilderingen. Het fronton kreeg fraai beschilderde beeldhouwwerken. De westgevel kreeg nu drie zuilenrijen.

Deze wederopbouw werd wederom op haar beurt vernietigd tijden een overval door de Goten in 262, in de tijd van keizer Gallienus. De leiders van de Goten; Respa, Veduc en Thuruar gingen aan boord van hun schepen en zeilden over de zee-engte van de Hellespont naar Klein Azië. Daar verwoesten zij vele dichtbevolkte steden en staken de vermaarde tempel van Diana in Efeze in brand. De Efeziërs herbouwden wederom de tempel.

ARTIMES ALTAAR.       

Tegenover de voorzijde van de tempel , aan de oostzijde, bevond zich reeds in de antieke tijd een altaar. Een reconstructie hiervan met een structuur uit de Hellenisch-Romeinse tijd, geeft een rechthoekig gebouw weer van 32 bij 22 meter, met een ingang aan de westzijde. 
Het gebouw was bekleed met marmeren platen waarop reliëfs met strijdtonelen met Amazones waren afgebeeld.
Het altaar was aan de buitenzijde voorzien van zuilen die tegen de muur waren geplaatst, terwijl er ook in de tempel een zuilengalerij was.
 

ARTIMES CULTUSAFBEELDING.


Hoe het cultusbeeld  uit de oude tijd, van de godin Artemis, er precies uitgezien moet hebben is niet bekend. Volgens een afbeelding uit de klassieke en Romeinse tijd weten we dat het was gemaakt van hout, of verschillende houtsoorten, zoals cypres-, eiken- en wilgenhout en dat alleen met een door olie zwart gemaakt gezicht, handen envoeten.
Opvallend is dat de godin steeds frontaal wordt afgebeeld met de armen langs het lichaam en de onderarmen en handen naar voren gericht. Ze is altijd blootvoets. Op haar gesluierde hoofd draagt zij een cilindrisch hoofddeksel, de "polos", dat soms een 'muurkroon', een verwijzing naar de stadmuren, en soms, in de tijd van het imperium, een gedecoreerd tempeltje voorstelt. Aan iedere zijde van het hoofd zijn dieren afgebeeld: leeuwen en griffioenen, die iets lijken te symboliseren dat oorspronkelijk een decoratie was aan de achterzijde van haar kleed. Het hoge deel van haar borst bevat symmetrische afbeeldingen van Nikai. Daaronder een halve cirkel in een driehoek, waarvan men aanneemt dat het om borsten gaat die de vruchtbaarheid symboliseren.


TEMPELPRIESTERS.   

Aan het hoofd van de geestelijkheid van de tempel stond een hogepriester. Hij droeg de titel Megabyzus en een priesterkleed dat zijn oosterse herkomst onthulde. De priesters van de tempel hadden een belangrijke rol in het dagelijkse leven, zoals de zorg voor de decoratie van de godin, het in ontvangst nemen van offergeschenken en het schoonhouden van de tempel.
Deze priester zouden er een eigen muntstelsel op na gehouden hebben, met een afbeelding van een bij, dat gezien kan worden met het verband met de vruchtbaarheidssymboliek.

HET EINDE VAN DE TEMPEL.

De tempel van Artemis in Efeze werd definitief en volledig afgebroken in het jaar 401 n.Chr. door een menigte onder leiding van Johannes Chrysostomos, de patriarch van Constantinopel (Istanbul), nadat de tempel al eerder zwaar beschadigd was door een brand van Herostratos in 356 v.Chr. ,een plundering door de Goten in 262 n.Chr. en een sluiting op keizerlijk bevel in 381 n.Chr. 


(1) DE ARCADIANE (HAVENSTRAAT).

De Arcadiane of de Havenstraat  is een van de drie belangrijkste straten van Efeze. De straat met een lengte van 528 meter  lengte en een breedte van 11 meter, had aan beide zijden een galerij aan zuilen. De straat loopt van van het Grote Theater naar de toenmalige haven van de stad.
De weg kreeg haar definitieve vorm in de tijd van keizer Arcadius (395-408 n.Chr.) De zuilen welke langs de weg werden geplaatst waren afkomstig van ouder gebouwen. In het begin van de zesde eeuw werd in het midden van de straat een monument gebouwd dat bestond uit vier zuilen, geplaatst op ronde voetstukken uitgevoerd met veel nissen waarin christelijke symbolen stonden.

(Een voorbeeld hoe de haven en de stad er in de oude tijd er bij hebben gelegen. De haven was in principe een groot bassin gelegen aan een kanaal dat in de rivier uitmondde.)

Op de kapitelen stonden waarschijnlijk standbeelden van de vier Evangelisten. Oorspronkelijk moest de Arcadiane aan het begin en aan het einde een poort hebben gehad. Zo stond er bij de haven een monumentale poort met drie doorgangen van elkaar gescheiden door Ionische zuilen. men gaat er van uit dat het gebouw stamt uit de tijd van Hadrianus. Twee andere poorten aan het noorden en aan het zuiden, gaven toegang tot de haven. De zuidelijke poort  werd in ongeveer 200 n.Chr. gebouwd, die in het noorden, een triomfboog ter ere van de proconsul van Azië, wordt gedateerd op ongeveer de derde eeuw n.Chr. Langs de weg die zelfs was voorzien van oversteekplaatsen waren veel winkels gevestigd.

                                                 
                                                  (Reconstructie van de Arcadiane.)

(2) HET GROTE THEATER.

Aan het einde van de Artemision zien we in de helling van Panayir Dag ingebouwd de resten van een enorm theater liggen. Het werd voltooid in de Romeinse keizertijd en was een van de grootste theaters in de oudheid, na het Colosseum in Rome. Het had de omvang van 300 bij 150 meter en gaf plaats aan 25.000 toeschouwers.
Het eerste theater werd in de derde eeuw v.Chr. in de klassieke U-vorm, tijdens het bewind van Lysimachos, en vervolgens in de Romeinse tijd onder de Flavische keizerdynastie verschillende malen uitgebreid en verbeterd, in de loop van de eerste eeuw n.Chr. Er kwam een podium met een toneel uitgevoerd met vrijstaande tempeltjes en zuilen op twee verdiepingen.


De tribune, of cavea, bestond uit 58 rijen zitplaatsen, verdeeld in drie blokken door twee horizontale gangpaden, of diazoma. De onderste rijen zitplaatsen, dicht bij de keizerlijke loge, hadden marmeren rugleuningen en waren gereserveerd voor belangrijke personen. De hoogste zone van de tribumes de summa cavea, was afgewerkt met een colonnade.
Het skene, ofwel het toneelgebouw bestond uit drie verdiepingen en was 18 meter hoog. 
De begane grond had acht kamers die uitkwamen op één gang. De tweede verdieping, die in de eerste eeuw n.Chr. door keizer Nero werd toegevoegd, was aan de kant die naar het publiek gericht was versierd met zuilen, beelden en reliëfs. De derde verdieping werd aan het einde van de tweede eeuw n.Chr. toegevoegd door Septimius Severus. Vijf ingangen gaven vanuit het skene toegang tot het halfronde orchestra. De centrale ingang was breder dan de andere om het toneel een grotere monumentale uitstraling te geven.


                               (Reconstructie van het verleden en dat wat rest in het heden.)

Het theater werd grotendeels verwoest toen de stad in 262 n.Chr. werd getroffen door een aardbeving en werd slechts gedeeltelijk gerestaureerd. De summa cavea werd volledig verwoest door de aardbevingen tussen 359 en 366 n.Chr. In de achtste eeuw werd het gebouw opgenomen in het vestingstelsel van de stad. Een deel van de zitplaatsen werd gebruikt voor de reparatie aan andere gebouwen. Stenen werden later gebruikt voor de bouw van de Sint-Jansbasiliek.


                               

                              Zie vervolg: EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 2)




dinsdag 6 oktober 2026

VUURTORENS AAN EUROPESE KUSTEN. ALBANIË - GRIEKENLAND - ISTANBUL. (DEEL 19-SLOT)

 

  EEN LICHTBAKEN AAN DE KUST

          OM IN DUISTERNIS DE

   ZEELIEDEN NAAR EEN VEILIGE

       HAVEN TE BEGELEIDEN.

                                   DEEL 19-A

ALBANIË.      

Albanië, officieel de Republiek Albanië, is een land in Zuidoost-Europa. Het land ligt in het zuidwesten van de Balkan aan de Ionische Zee en Adriatische Zee. Albanië grenst kloksgewijs aan Montenegro, Kosovo, Noord-Macedonië en Griekenland.
De hoofdstad ius Tirana. Albanië werd na de WO-II een Sovjet communistische staat tot 1953, onderhield hierna nauwe betrekkingen met Volksrepubliek China tot 1978. Pas in 1990 vonden er hervormingen plaats.

VUURTORENS VAN ALBANIË.


Albanië kent geen vuurtorens in de zin van het woord, maar het zijn in het algemeen lichtbakens.
Het eerste lichtbaken voor de scheepvaart navigatie in Albanië werd in 1871 gebouwd aan de noordwestkant van het eiland Sazan

(Sazan navigatie licht)



Ruim tien jaar later, in 1884 , werd een tweede lichtbaken opgericht in Shëngjin. (rechts)
Tussen 1878 en 1890 stelden maritieme experts uit het Oostenrijk - Hongaarse Rijk de eerste hydrografische kaarten van het land op, die tussen 1933 en 1941 verder werden verbeterd door Italiaanse experts.
Er werden hierna nieuwe lichtbakens voor de navigatie op de belangrijkste vaarwegen voor de kust en naar de havens geplaatst, onder andere in Durrës, Vlorië en Sarandë (Çukë).
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden enkele belangrijke lichtbakens gerepareerd en in samenwerking met Sovjet-maritieme specialisten werden nieuwe kaarten van de gehele Albanese kust, op het maritieme gebied gepubliceerd.

Van links naar rechts:
Durrës vuurtoren; achthoekige stenen toren met een hoogte van 14 meter, brandpuntshoogte van 126 meter, met een bereik van 20 zeemijlen.
Vlorë vuurtoren; taps toelopende betonnen constructie met daarop licht en zonnepaneel, hoogte 7 meter, brandpuntshoogte 8 meter, met een bereik van 5 zeemijlen. 
Sarandë vuurtoren; ronde stenen constructie met lantaarnhuis, bouwjaar 2010, hoogte 8 meter. Brandpuntshoogte 215 meter. Drie witte flitsen elke 30 seconden.



                                          (Enige voorbeelden van de Albanese lichtbakens.)

Lantaarns op acetyleengas werden in gebruik genomen en sommige oudere lantaarns werden gerenoveerd met nieuwe onderdelen. Van 1958 tot 1960 werden betonnen en stenen lantaarntorens ven 8 tot 14 meter gebouwd op Kaap Panorama, ten zuiden van het eiland Sazan, in Shën Vasil, Pashaliman, Treport, Kaap Selita, op de top van de Durrësberg en andere plaatsen.
In de jaren 1984 tot 1986 werden twee nieuwe bakentorens gebouwd in de architectuur van die tijd, een aan de monding van de rivier de Vjosa, met een hoogte van 20 meter en de andere op Kaap Pali, met een hoogte van 14 meter.  


Na 1985 werden sommige lampen uitgerust met automatische elektronische apparatuur, wat hun zicht verbeterde en het elektriciteitsverbruik met 40% verminderde. In die tijd waren er meer dan 40 scheepsnavigatie lichten langs de Albanese kust, die de kustwateren bestreken over een afstand van 6 tot 13 zeemijlen, en bij sommige kapen tot 25 zeemijlen.
Tegenwoordig zijn er in totaal 84, grotendeels functionerende lichten van Buna tot Saranda in volledige werking. 



GRIEKENLAND.  

Griekenland, officieel de Helleense Republiek, is een land in Zuidoost-Europa, bestaande uit het zuidelijkste deel van het Balkan-schiereiland grenzend aan Albanië, Noord-Macedonië, Bulgarije en Turkije. De hoofdstad is Athene. Het vaste land wordt omgeven door de Middellandse Zee in het zuiden, de Ionische Zee in het westen en de Egeïsche Zee in het oosten. Twintig procent van het land bestaat uit eilanden. Griekenland is één van de oudste zeevarende naties.

AGION THEODORON VUURTOREN.

De vuurtoren van Sint Theodoroi op Kefalonia staat op een kunstmatig schiereiland vlakbij Argostoli, de hoofdstad van het eiland.
Het is een wit rond bouwwerk met 20 zuilen en een toren met een hoogte van 8 meter, gebouwd in 1828.
Het gebouw heeft een vrij eenvoudige architectuur die doet denken aan de Dorische stijl en het witte licht, met een brandpuntshoogte van 11 meter, heeft een bereik van 5 zeemijlen.
De vuurtoren heeft een unieke indeling, omdat het een oude windmolen is die door zuilen wordt omgeven. De vuurtoren is vernoemd naar de nabijgelegen kapel van Sint Theodoroi.



TOURLITIS VUURTOREN.   

De vuurtoren van Tourlitis in Andros-stad staat op een zeer klein eilandje en verlicht al meer dan 120 jaar de scheepvaartroute. De pittoreske en indrukwekkende vuurtoren is bovendien de enige in Europa die op een rots in zee gebouwd is. De toren werd in 1887 gebouwd en voor het eerst in gebruik genomen op 1 januari 1897.
De toren heeft een hoogte van zeven meter, een brandpuntshoogte van 36 meter, met een bereik van 11 zeemijlen. De vuurtoren is namelijk ook de eerste "automatische" vuurtoren van Griekenland. 
In september 1943 werd de toren, samen met andere gebouwen, verwoest door een bombardement van de Italiaanse Garde door de Duitsers. In 1950 werd begonnen met de restauratie en in 1994 weer in oorspronkelijke vorm herbouwd.



AGION NIKOLAOS VUURTOREN.

De vuurtoren van Agion Nikolaos op het eiland Kea, gelegen op de Cycladen, is een van de oudste vuurtorens van Griekenland. Het is de eerste vuurtoren in gebruik genomen op de Cycladen en de tweede in Griekenland. De vuurtoren werd in 1831 gebouwd op de ruïnes van de oude tempel van Poseidon, op een smal schiereiland dat de noordkant van de haven van Vourkarió beschermt.
Het is een vierkante stenen toren met galerij en lantaarnhuis, verbonden aan een wachtershuis van één verdieping. het geheel is wit geschilderd en de koepel van de lantaarn is groen. De toren heeft een hoogte van 8 meter, een brandpuntshoogte van 32 meter, met een lichtbereik van 15 zeemijlen.
Het licht zendt uit twee witte flitsen elke 10 seconden.

AGIOS NIKOLAOS VUURTOREN.     

De vuurtoren, gebouwd bovenop het fort van Sint-Nicolaas in de haven van Manmdraki op het eiland Rhodos, waakt over de oostelijke golfbreker, vlakbij een van de voetafdrukken van de oude Kolossus van Rhodos. Het fort werd rond 1460 gebouwd door kruisvaarders, de zogenaamde "Ridders van Rhodos". De vuurtoren werd in 1863 gebouwd door de Fransen op de top van de St. Elmo-toren op het fort. Het is ronde stenen toren met galerij en lantaarnhuis, met een hoogte van 6 meter, een brandpuntshoogte van 25 meter, met een bereik van 11 zeemijlen. Het licht zendt uit 2 witte flitsen elke 12 seconden.

ARMENISTIS VUURTOREN.

De vuurtoren bevindt zich aan de noordwestelijke kust van het eiland Mykonos van de Cycladen.
De achtkantige vuurtoren werd gebouwd in 1891, met galerij en lantaarnhuis, aan een wachtershuis van één verdieping.
De achthoekige stenen toren heeft een hoogte van 19 meter, een brandpuntshoogte van 184 meter.
Het geheel is wit geschilderd en de kopel van de lantaarn is groen.
Het licht zendt uit elke 10 seconden één witte flits.



KAAP AKROTIRI VUURTOREN.     

 De vuurtoren is gelegen op het eiland Santori.
De vuurtoren werd gebouwd in 1892 door een Frans bedrijf en is een van de oudste vuurtorens van Griekenland.
De vuurtoren is gebouwd boven op een klein gebouw met wit gekalkte muren en donkere accenten op de hoeken. De vuurtoren heeft een hoogte van 10 meter, een brandpuntshoogte van 100 meter, met een bereik van 24 zeemijlen.




KAAP LEFKADE VUURTOREN.


De vuurtoren van Kaap Lefkade is gelegen op het gelijknamige eiland, werd gebouwd in 1890.
Het is een witte cilindrische toren met een hoogte van 14 meter verbonden met het wachtershuis van één verdieping.
De toren heeft een galerij en lantaarnhuis, waarvan de koepel groen is geschilderd.
De toren heeft een brandpuntshoogte van 70 meter, met een bereik van 18 zeemijlen.




FORT LEFKADE VUURTOREN.     

De vierkante stenen toren, met een hoogte van 6,6 meter, met galerij en lantaarnhuisstaat binnen de vestingmuren van het fort Agia Mavra (Santa Maura) vlakbij de brug over het kanaal bij Lefka-stad. De toren is verbonden met een klein wachtershuis van één verdieping. De lantaarn heeft een groene koepel. Het geheel werd gebouwd in 1861, het licht was oorspronkelijk olie gestookt in 1953 omgebouwd naar acetyleen en in 1990 naar zonne-energie. Het licht heeft een brandpuntshoogte van 17 meter en zendt uit knipperend wit en rood licht, met twee flitsen om de 12 seconden.


CHANIA VUURTOREN.

De vuurtoren van Chania is gelegen op het eiland Kreta, was oospronkelijk een marinepost, gebouwd door de Venetianen om de stad te beschgermen tegen de oprukkende Turken. In 1645 namen de Turken de stad in bezit en raakte de toren in verval.
Egyptische troepen, die in dienst waren van de Ottomaanse Rijk hielpen bij de bescherming van Kreta de vuurtoren te herbouwen in 1864: alleen de fundering van de oorspronkelijke toren was nog over. De huidige toren dateert uit 1839, heeft een hoogte van 26 meter, is cilindrische van vorm, heeft twee galerijen en lantaarnhuis.
De toren heeft een brandpuntshoogte van 26 meter, met een bereik van 7 zeemijlen. Het licht knippert elke 2,5 seconden rood.  De toren liep in de WO-II schade op en werd in 2006 gerenoveerd.


FISKARDO VUURTORENS.     

Fiskardo is een klein dorpje i het noorden van Kefalonia. Het dorp herbergt twee unieke vuurtorens die in  de buurt van het dorp staan.

DE VENETIAANSE VUURTOREN.
Deze vuurtoren (rechts op de afbeelding)  werd gebouwd in de 16e eeuw tijdens de Venetiaanse overheersing. De vuurtoren in niet meer in gebruik. Het huis en de toren zijn opgetrokken uit lokale steen en werden na de aardbeving van 1953 weer geheel in oude staat opgebouwd en in 2018 opengesteld.

DE VICTORIAANSE VUURTOREN. De vuurtoren (links op de afbeelding) werd in 1892 gebouwd. Het is een uit lokale stenen opgetrokken vierkante toren met een hoogte van 14,2 meter, met galerij en lantaarnhuis. De toren wordt geaccentueerd op de hoeken door witte stenen. De brandpuntshoogte is 27 meter.

KASTRI VUURTOREN.

De toren is gelegen aan de Ionische Zee en staat ook bekend als de vuurtoren van Othonoi, het meest noordelijke eiland van de Ionische Archipel.
De vuurtoren werd in 1872 gebouwd op Kaap Kastri, aan de noordoostelijke punt van het eiland.
Het is een wit bakstenen toren met een hoogte van 10 meter, met daarop een cilindrische toren van drie meter met galerij en lantaarnhuis. De toren staat aan de zeezijde boven op het wachtershuis van één verdieping. De koepel is groen.
De brandpuntshoogte is 103 meter, met een bereik van 18 zeemijlen. Het licht zendt uit één witte flits om de tien seconden.


PATRAS VUURTOREN.     

De  vuurtoren is een belangrijk herkenningspunt van de stad Patras. De vuurtoren is niet meer actief in gebruik en is een replica. 
De eerste houten vuurtoren  van Patars werd in 1858 gebouwd in de haven van Agios Nikolaos en werd in 1865 door een storm verwoest. De oude stenen toren werd in 1878 gebouwd, had een oppervlakte van 4-5 vierkante meter en was 17 meter hoog. De toren werd in 1972 gesloopt tijdens de periode van de militaire junta in het kader van modernisering van de haven. In 1999 werd de toren herbouwd op een zuidelijke locatie nabij de Sint Andrieskathedraal. De toren heeft heden geen maritieme functie meer, maar is een bezienswaardigheid van de stad.


PRASONISI VUURTOREN.

De vuurtoren is gelegen op het eiland Rhodes en staat op Kaap Prasonisi, het meest zuidelijkste puntje van het eiland in de Middellandse Zee.
De toren werd gebouwd in 1890 door Franse vuurtorenwachter, werd in 1847 onderdeel van het Griekse vuurtoren net. De toren werd na de WO-II weer in gebruik genomen en is sinds 1986 omgebouwd op zonne-energie. Het is een cilindrische toren met galerij en lantaarnhuis met een hoogte van 14 meter, aangebouwd tegen een wachtershuis. Het geheel is wit, allen de koepel van de lantaarn is groen. De brandpuntshoogte is 65 meter, met een bereik van 17 zeemijlen. Het licht zendt uit elke 30 seconden vier witte flitsen.


RETHYMNO VUURTOREN.   

De vuurtoren van Venetiaanse haven van Rethymno is de op één na nog bestaande Egyptische vuurtoren op Kreta en is gelegen aan de Middellandse Zee. De toren is gelegen aan het einde van de oude havenpier.
De toren werd in 1838 gebouwd tijdens de Egyptische overheersing onder Mehmet Ali. Tussen 1830 en 1840 werd Kreta aan de Egyptenaren afgestaan als beloning voor hun militaire steun aan de sultan tijdens de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog. De vuurtoren verving een oudere vuurtoren. In 1864 werd de toren overgedragen aan de Franse Vuurtorenmaatschappij. De toren is heden niet meer actief.

SIDERO VUURTOREN.

De Sidero vuurtoren is gelegen op het eiland Corfu in de Ionische Zee.
De kegelvormige  8 meter hoge stenen vuurtoren staat op de het Venetiaanse  fort dat uitkijkt over de haven van Corfu.`
Het is tegenwoordig een belangrijke archelogische locatie. Het ware de Venetianen die een gracht groeven tussen Kaap Sidero en de stad toen ze het fort bouwden. De vuurtoren en woonhuis werden in 1822 gebouwd door de Britten om schepen naar de Britse marinebasis op de Ionische Eilanden te begeleiden. In 1863 werd de vuurtoren overgedragen aan de Griekse regering. Tijden de WO-II  werd het beschadigd door Duitse bombardementen en werd kort bezet door de nazi's als uitkijkpost. Tegenwoordig is het een moderne vuurtoren met een brandpuntshoogte  van 78 meter

De meeste van de Griekse vuurtorens worden beheerd en gecontroleerd door de Hydrografische dienst van de Griekse Marine.

ISTANBUL.    

Istanbul is de grootste stad van Turkije en ligt verdeeld over het Europese en Aziatische deel van het land, gescheiden door de Bospurus. Istanbul was in de oudheid een Griekse stad onder de Byzantium, werd veroverd door de Macedoniërs en enkele eeuwen later door de Romeinen die onder keizer Constantijn de Grote de naam van de stad weer veranderden in Constantinopel. In 1543 viel de stad in handden van het Ottomaanse Rijk en kreeg de stad haar huidige naam. De stad is door de eeuwen heen een zeer belangrijke handelsstad geweest en gebleven.

AHIRKAPI VUURTOREN.

De actieve vuurtoren is gelegen op het zuidelijke Seraglio-punt aan de Rumelische kust van de zuidelijke ingang van de Bosporus. De eerste vuurtoren die hier stond werd in 1755 gebouwd. 
De huidige stenen toren, gebouwd in 1857, heeft een kegelvorm, is wit, met galerij en wit lantaarnhuis, in het midden een zwarte band.
De toren heeft een hoogte van 26 meter, een brandpuntshoogte van 36 meter, met een bereik van 16 zeemijlen.



FENERBAHÇE VUURTOREN.     

Het is een historische actieve vuurtoren en bevindt zich aan de noordkust van de Zee van Marmara.
De vuurtoeren, een gemetselde witte toren met twee galerijen en lantaarnhuis heeft een hoogte van 25 meter.
De toren werd in 1857 gebouwd, staat op een punt bij Kaap Fenerbahçe, vlakbij de oostelijke ingang van de Bosporus. Aan de toren is een klein wachtershuis van één verdieping aangebouwd.
De toren is op het netwerk aangesloten.
De toren heeft een brandpuntshoogte van 20 meter, met een bereik van 15 zeemijlen. Het licht zendt uit twee witte flitsen elke 12 seconden.
De toren heeft ook een mistsignaal dat elke 60 seconden een knal geeft.




MEISJESTOREN OF KIZ KULESI.


Kiz Kulesi, Leandertoren of de meisjestoren is gelegen op een klein eilandje in de Bosporus. Volgens de legende zou de toren gebouwd zijn door een Osmaanse sultan, die zijn dochter er liet opsluiten.
Nadat het eeuwenlang als douanepost en verdedigingstoren diende, werd in de 18e eeuw, onder het Ottomaanse Rijk, een lantaarn geplaatst om de schepen te begeleiden. Sindsdien is het een actieve vuurtoren. Na een grote restauratie in 2023 is het tegenwoordig ingericht als museum. 
Het is een vierkante stenen toren met een galerij, waarna een achthoekige opbouw met vensters en deur, hierna een koepelvormig dat met daarop weer een galerij.





RUMELI FENERI VUURTOREN.    

De vuurtoren is gelegen aan de Europese kant van de Zwarte Zee-ingang van de Bosporus.
Rumeli is een vroegere naam voor de Ottomaanse gebieden ten westen van de Bosporus.
Het is een stenen toren gebouwd in 1830 met een hoogte van 30 meter. de vorm is tweetraps achthoekig, met galerij en lantaarnhuis. Het geheel is wit en de koepel is zwart van kleur.
De vuurtoren werd in 1856 in gebruik gesteld.
De toren heeft een brandpuntshoogte van 58 meter, met een bereik van 18 zeemijlen. Het licht zendt uit 12 seconden een witte flits.

SILE VUURTOREN.

De Sile Feneri is een actieve vuurtoren en is gelegen aan de westkust van de Zwarte Zee in de noordoostelijke stad Sile.
De vuurtoren werd in 1859 gebouwd door Franse ingenieurs in opdracht van de Ottomaanse Sultan Abdülmedid I, en werd in 1860 in gebruik genomen.
De stenen toren staat op een klifpunt bij Kaap Sile en heeft een hoogte van 19 meter.
Het is een achthoekige toren met galerij en lantaarnhuis verbonden aan een wachtershuis van één verdieping.
De witte toren heeft smalle zwarte banden.
De brandpuntshoogte is 60 meter, met een bereik van 20 zeemijlen.  Het licht zendt uit elke 15 seconden een witte flits van 1,5 seconde.


YESILKÖY FENERI VUURTOREN.   

De actieve vuurtoren is gelegen aan de noordkust van de Zee van Marmara.
De vuurtoren werd in 1856 gebouwd in opdracht van de Ottomaanse sultan Abdülmecid I. De toren bevindt zich 8,7 mijl ten zuidwesten van de zuidelijke ingang van de Bospurus. 
De toren werd gebouwd door Franse ingenieurs in de vorm van een achthoekig prisma met galerij en lantaarnhuis, geheel in het wit.
Omdat de grond ter plaatse niet hoog genoeg boven het zeeniveau ligt, werd de 16 meter hoge toren op een platform gebouwd, waardoor de brandpuntshoogte van 23 meter mogelijk werd.
De toren staat tegen een gebouw van twee verdiepingen aangebouwd, dat diende als wachtershuis. De vuurtoren werd in 1857 in gebruik genomen, licht heeft een bereik van 15 zeemijlen en geeft elke 10 seconden een witte flits. De toren is tevens uitgerust met een mistsignaal dat elke 30 seconden een signaal geeft.


                                        VUURTOREN AAN EUROPESE KUSTEN. (SLOT)