zaterdag 7 november 2026

EFEZE (TURKIJE) HET CHRISTENDOM. (DEEL 4)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

  HANDELSSTAD VAN DE

         GRIEKEN EN DE

             ROMEINEN.

                             DEEL 4.


EFEZE EN HET CRISTENDOM.

Het ontstaan van het Christendom in Klein-Azië is te danken aan de apostel Paulus of te wel Saulus van Tarsus. Hij was een invloedrijke 1e eeuwse Joodse evangelieprediker en een van de belangrijkste grondleggers van het vroege Christendom. Paulus was oorspronkelijk een Farizeeër, een Romeins staatsburger en een student van de leraar Gamaliël. Aanvankelijk vervolgde hij de vroege volgelingen van Jezus. Paulus heeft persoonlijk nooit Jezus gekend. Volgens overleveringen zou hij in het jaar 33 een visioen hebben gekregen van de verrezen Jezus op de weg naar Damascus, waarna hij christen werd. Hij trok als prediker naar Klein-Azië en leefde enige jaren in Efeze tijdens zijn derde zendingsreis ongeveer tussen 53 en 55 n.Chr. . Rond de jaren 60 - 67  zou hij in Jeruzalem door de Romeinen zijn gearresteerd en zijn onthoofd op bevel van keizer Nero.

HUIS VAN MARIA.

Het Huis van de Maagd Maria is gelegen dicht bij de antieke stad Efeze, ongeveer 7 kilometer van Selçuk.
Het ie een klein stenen gebouw dat heden is ingericht als een kapel. Het wordt zowel door de christenen als de moslims bezocht. 
Maria is voor de Molims de moeder van Isa ibn Maryam (Jezus), een profeet en boodschapper van Allah.
Maria zou na de kruisiging van Jezus Palestina hebben verlaten met een van de apostelen en zou hier haar laatste levensjaren hebben doorgebracht.



DE MARIAKERK.        

De Mariakerk werd aan de zuidelijke aula van het Hadrianeum gebouwd en in de tijd van keizer Constantijn voor de christelijke cultus aangepast.
Er waren verschilede bouwfasen: een absis, en een narthex, een presbyterium en een schitterend vloermozaïk.
Ten noorden van de centrale ruimte (atrium) bevond zich een doopkapel (baptisterium) in een vierkant gebouw met vier ingangen. In de wanden ertussen waren nissen aangebracht en het geheel werd overspannen door een gemetselde koepel die was uitgevoerd met vensters.


(De grote absis.)

Uit deze periode, circa 500 n.Chr. dateert ook de bouw van het bisschoppelijk Paleis, het Episkopeion.
De Mariakerk onderging vanaf de 6e eeuw verschillende diepgaande bouwkundige ingrepen. Na een aardbeving begon men de zijde die tegenover de absis lag, te veranderen in een basiliek waarbij men de zuilen verving door pilasters.
De oostzijde werd daarentegen verbouwd tot een koepelkerk met eigen absis.


(Het doopfond waarin de dopeling geheel werd ondergedompeld.)

We kunnen met zekerheid aannemen dat het gebied  werd verlaten als gevolg van de inval van Arabische legers tussen 645 en 655 n.Chr. 
De kerk verloor haar status als bisschopszetel en veranderde uiteindelijk in  een kleine kerk met bijbehorende begraafplaats.





DE BASILIEK VAN JOHANNES DE EVANGELIST.

(De zuidzijde van de basiliek met op de achtergrond de citadel.)

De basiliek is gelegen in Selçuk, nabij de oude stad Efeze en is gebouwd op de Ayasoluk-heuvel.
De indrukwekkende kruiskoepelkerk werd in de 6e eeuw in opdracht van de Byzantijnse keizer Justinianus gebouwd. De basiliek is gebouwd op de plek waarvan men gelooft dat de apostel en evangelist Johannes begraven ligt, die zijn laatste levensjaren in Efeze doorbracht. Met de afmetingen van 130 bij 65 meter het destijds een van de grootste en belangrijkste kathedralen van Byzantijnse Rijk en een belangrijk pelgrimsoord. Na de inname door de Turken werd een deel van de kerk als moskee gebruikt, waarna een zware aardbeving de basiliek in ruïnes veranderde.

(Het grote middenschip van de basiliek, met vooraan vier zuilen rond het graf van de evangelist.)

Vanaf de tweede eeuw n.Chr. werd de in Efeze geboren theoloog Johannes gezien als de auteur van het vierde evangelie en de Apocalips.
In de 5e eeuw werd op de zuidelijke helling van de heuvel Ayasoluk, over een eenvoudig graf, dat men hield voor dat van de evangelist, de eerste niet al te grote kerk gebouwd. In de 6e eeuw werd deze eerste kapel op verlangen van keizer Justinianus (527-566) vervangen door een monumentale basiliek met zes koepels en een grondplan in de vorm van een kruis. Onder de centrale koepel, die groter is dan de andere vijf, bevindt zich aan de Johannes toegeschreven graftombe.

(Het enorme doopfont in de vloer van de doopkapel.) 

De vloeren, wanden en de booggewelven waren rijk gedecoreerd met marmer en mozaïeken.
Aan de oostkant van de absis bevindt zich de achthoekige doopkapel met in  het midden het doopfont.
In de aangrenzende kapel bevinden zich nog wandschilderingen met afbeeldingen van Christus en twee heiligen.


("Poort van de Vervolging", de hoofdingang.)

Toen de vlakte van Efeze onverdedigbaar was geworden en de bewoners verhuisden naar Ayasoluk, wat waarschijnlijk al in de 7e eeuw is begonnen, kreeg de Johannesbasiliek de functie van bisschopszetel. De heuvel werd versterkt door muren en torens en er kwamen vier toegangspoorten, Voor deze imposante vestingwerken werden materialen gebruikt die afkomstig waren van de gebouwen in Efeze en van de tempel van Artimes. 
De hoofdpoort bevindt zich aan de zuidkant en wordt de Poort van de Vervolging genoemd vanwege een afbeelding op een basreliëf dat een episode uit het leven van Achilles voorstelt, ook werd er aanvankelijk gedacht dat het ging om een gevechtsscène tussen gladiator en een christen. De poort is uitgevoerd met een booggewelf, met een fries met acanthusmotieven en een reliëf met minnegodjes en druivenranken , oorspronkelijk afkomstig van een sarcofaag. Aan elke zijde van de poort bevindt zich een vierkante toren.


(links) De ingang van de noordzijde van de basiliek. 
(rechts) Vermoedelijk een uit steen vervaardigd wijwater vat op een plaats van een van de vijf koepels van de Johannesbasiliek.


DE CITADEL.  

Op het hoogste punt van de heuvel Ayasoluk bevindt zich een Citadel omgeven door een met torens versterkte stenen muren waarvan de bouwfases zijn te dateren vanaf de Byzantijnse tijd tot aan het Ottomaanse Rijk.


DE GROT VAN DE ZEVENSLAPERS.


De grot van de Zevenslapers van Efeze heeft te maken met een oude legende die ook in de Koran wordt genoemd, waarin ze bekendstaan als de Metgezellen van de grot. Hun namen waren vervolgens de Legende aurea van Jacobus de Voragine, Maximianus, Malchus, Martgininus, Dionysius, Johannes, Serapion en Constantinus.
De legende is vermoedelijk rond 500 n.Chr. ontstaan.


VOLGENS HET CHRISTENDOM.


De zeven werden in 251 n.Chr. vanwege hun geloof op bevel van de Romeinse keizer Decius in een grot bij Efeze ingemetseld. In het jaar 447, 196 jaar later, werd de grot bij toeval geopend en men trof de gebroeders fris en vrolijk aan, maar nu voorzien van een aureool, alsof ze gestorven waren. Ze dachten zelf maar een nacht te hebben geslapen. het gebied was inmiddels gekerstend en dus liet men ze vrij en verklaarde ze tot martelaar.



Een variant van de legende is dat de slapers zich verborgen in de grot. Ze werden ontdekt en de grot werd afgesloten. Daar vielen zij in slaap. Twee honderd jaar later ontdekte een herder bij toeval de grot en door het binnenvallende licht ontwaakten de zeven. Een van hen werd er op uitgestuurd om eten te gaan kopen. Tot zijn verbazing zag hij overal in de stad kruisbeelden en werd de naam Christus gewoon in het openbaar uitgesproken.
Toen hij bij de bakker wilde betalen met een munt uit de tijd van keizer Decius werd hij opgepakt en beschuldigd van het voor zichzelf houden van een verborgen schat. Hij leidde de beschuldigers echter naar de grot waar de anderen, omringt door een aureool, nog steeds zaten. De keizer, Theodosius II, hoorde hiervan. Hij haastte zich naar de grot van de Zevenslapers en hoorde van de Zevenslapers dat God dit wonder had bewerkstelligd. Hierna vielen de Zevenslapers weer in slaap.

VOLGENS DE ISLAM.

In Soera Al-Kahf 18 van de Koran, in vers 9-26, vroegen de jongelingen in de spelonk Allah om hulp. Zij wilden geen andere god aanroepen dan Hem. Ze namen hun toevlucht tot een grot, waarna zij in een toestand vergelijkbaar met slaap terechtkwamen.. De slapers hadden geen idee dat zij jarenlang sliepen en ze dachten dat ze slechts een dag of een deel van de dag hadden geslapen. Toen een van de jongelingen naar de stad ging om voedsel te kopen werden zij ontdekt. Zo wisten de mensen dat Allah zich aan zijn woord houdt en dat er geen twijfel bestaat aan de Dag des Oordeels.
De Koran geeft aan dat ze 309 jaar in een vorm van slaap waren maar geeft verder geen uitsluitsel over het aantal jongelingen die sliepen.

Een 18e-eeuwse Turkse kalligrafie.
De romp van het zeilschip is gesierd met de namen van de Zevenslapers.

De grot van de Zevenslapers is te bezichtigen. De gedenkdag van de Zevenslapers, de Zevenslapersdag, is in Frankrijk en Duitsland op 27 juni, elders op 27 juli.
Naar aanleiding van het tweede Vaticaans Concilie zijn de Zevenslapers in 1969 met een groot aantal heiligen uit de Heiligenkalender gehaald, omdat ze als te weinig historisch werden beoordeeld.




vrijdag 6 november 2026

EFEZE (TURKIJE) WERELDERFGOED. (DEEL 3)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

 HANDELSSTAD VAN DE

        GRIEKEN EN DE

             ROMEINEN.

                             DEEL 3.


(15) NIMFAION VAN TRAJANUS.

Aan de noordkant van de Curetenweg staat de resten van het Nimfaion van Trajanus.
Volgens de inscriptie op de fries en de architraaf van de benedenverdieping werd de bouw gefinancierd door Tiberius Claudius Ariston tussen 102 en 114 n.Chr. en gewijd aan keizer Trajanus.

(Voorbeeld van hoe het inwendig er uit gezien zou hebben.)

Het monumentale fontein bestond uit een rechthoekig bekken om het water in op te vangen, aan drie zijden omgeven door met nissen uitgevoerde gevels verdeeld over twee verdiepingen van verschillende hoogte en rijkelijk gedecoreerd met zuilen in het avant-corps. De centrale ruimte tussen de zuilen was op een fronton gemonteerd, terwijl de zijden geornamenteerd waren met voluten en de zijvleugels door circulaire frontons. De gevel was rijkelijk voorzien van beelden, waaronder Dionysos, Aphrodite, een satyr, standbeelden van de keizerlijke familie.


In de centrale nis bevond zich een kolossaal standbeeld van keizer Trajanus, waarvan tot op heden alleen nog maar het voetstuk met een deel van de inscriptie en ander fragmenten over zijn.


(16) DE CURETENWEG.

De Curetenweg, in de oudheid ook bekend onder de naam Embolos, is een van de drie belangrijkste hoofdstraten van de antieke stad Efeze.
De straat vormt de monumentale, met marmer geplaveide verbinding tussen de herculespoort aan de top van de Pion berg en de beroemde bibliotheek van Celsus onderaan de heuvel.
De straat is vernoemd naar de Cureten, een gilde van priesters die de cultus van de beschermgodin Artemis van Efeze verzorgden. Hun namen stonden gegrafeerd in de monumenten langs de weg. Een keer in het jaar gingen de Cureten vanaf het Prytaneion in een processie over deze straat en vervolgens langs de Koressos berg naar Ortygia (Arvalya) in de buurt van Kusadasi om de geboorte van Artemis op een dramatische wijze te vieren.
De Curetenweg was buiten de heilige processie route en prestigieuze winkelstraat. De straat verbond het politieke en religieuze centrum van de stad met de lager gelegen commerciële delen.

Langs de straat liggen enkele van de meest indrukwekkende ruïnes van Efeze, waaronder de Tempel van Hadrianus, de openbare latrines, monumentale fonteinen en de ingang naar de beroemde Terraswoningen.

In de hoogtij dagen van de stad was de marmerenweg aan de weerszijden voorzien van overdekte zuilengalerijen (portico's) met mozaïeken vloeren, waarachter luxe winkels van twee verdiepingen gevestigd waren.



(17) DE HERCULES POORT.


De Hercules poort bevond zich aan het einde van de Curetenweg. De poort dankt zijn naam aan het feit dat een reliëf van Hercules erop er op werd geplaatst. Het reliëf werd in de 4e eeuw n.Chr. naar de locatie gebracht, maar dateert uit de 2e eeuw n.Chr.
Alleen de twee zijden van de zuilen zijn nog overgebleven; de overige delen van de poort zijn niet teruggevonden.
De Herculespoort versmalde de toegang tot de straat, waardoor voertuigen er niet meer konden rijden. Het was het eerste voetgangersgebied ontstaan in de 4e eeuw n.Chr.

Op deze reliëfs werd Hercules (Heracles) afgebeeld met de huis van de Nemeïsche leeuw uit de mythologie. De leeuw terroriseerde het gebied rond Nemea en had een zo dikke huid dat het onmogelijk was hem te doden. In een gevecht worstelde hij tegen de grond en doodde hem door zijn arm in zijn keel te steken en hem te verstikken. Heracles was de god van macht en kracht.

Het reliëf van de vliegende Nike op het Domitianusplein wordt beschouwd als onderdeel van deze poort.

(18) MEMMIUS MONUMENT.


Het Memmiusmonument bevindt zich aan de noordzijde van het Domianusplein. Het monument werd gebouwd tijdens het bewind van keizer Augustus in de 1e eeuw n.Chr. door Memmius, de kleinzoon van dictator Sulla.
De beelden van zijn vader en grootvader zijn heden nog steeds aan de blokken zichtbaar.


Het bouwwerk had viergevels; in de 4e eeuw n.Chr. werd er een vierkant fontein gebouwd aan de noordwestelijke gevel.

Dictator Sulla (rechts) was een held voor de Romeinen in Efeze. Toen de belastingen in Efeze te hoog werden, was de bevolking de Romeinse overheersing zat. Ze hadden een wonder nodig en dat was Mithridates van het Pontische Rijk aan de Zwarte Zee. Zijn motto was 'Azië voor Azië '. Hij doodde 80.000 Romeinen met zijn leger. Drie jaar na zijn opstand overwon het Romeinse leger, onder leiding van Sulla, Mithridates en bracht de politieke veiligheid terug.
Het monument werd in 87 v.Chr. gebouwd om aan deze overwinning te herinneren. 



(19) DOMITIAN TEMPEL.


De tempel is gelegen aan het zuidelijke uiteinde van de Domitianusstraat, Het is het eerste bouwwerk in Efeze waarvan bekend is dat het aan een keizer was gewijd.
Het enorme gebouw werd gebouwd op een hoog en breed terras van 50 bij 100 meter, op gewelfde fundamenten van drie verdiepingen hoog. De noordelijke zijde van het terras lijkt twee verdiepingen hoog te zijn geweest en was bereikbaar via een trap, die nog steeds zichtbaar is.


De tempel had acht zuilen aan de lange zijde, en vier extra zuilen voor de cella. Aan de noordzijde bevond zich een U-vormig altaar. De tempel was gewijd aan de keizercultus van de Flavische dynastie.
Het was tijdens het bewind van keizer Domitianus dat een keizer toestemming gaf voor de bouw van een keizertempel; dat wil zeggen, voor het eerst toestemming om de titel 'neocoros' te dragen, wat een grote eer was voor de stad. De tempel werd ingewijd in 89/90 n.Chr. Toen de impopulaire keizer door zijn eigen bediende werd vermoord, nam het volk snel wraak en verwijderde zijn naam uit vele inscripties. Om echter zijn neocoros-status te behouden, wijdden de Efeziërs de tempel opnieuw aan Vespasianus, de vader van Domitianus.
De tempel kreeg later de naam van Tempel van Sebastián.

(20) AN ALTAR. 



Het is een ruïne van een altaar gelegen op het Domitian Plein. 
Het altaar was versierd met reliëfs van verschillende soorten fruit en een kop van een stier.
Het was een belangrijke religieuze plaats voor het brengen van dierlijke offers.



(21) LIJST VAN CURETES.

Het is een lijst van de Curetes of Kouretes, en de Vestijnse Maagden
Zij zijn figuren uit de Griekse mythologie, de jeugdige godheden, geesten of demonen van het eiland Kreta die de infantiele Zeus beschermden door hun wapens te laten kletteren. In de literatuur en overlevering zijn verschillende namen overgelerd. De Curetes waren ook een legendarische oud volk, vaak gelijk gesteld aan de Aetoliërs, dat verwikkeld was in de strijd om het Calydonische zwijn. In de antieke stad Efeze verwijst "Curetes" naar de functionarissen/ priesters, waarvan de namen waren gegraveerd op zuilen op de beroemde Curettenstraat, die samen met de Vestaalse maagden de eeuwige vlam in het Prytanion bewaakten.

(22) ZOETWATERLEIDINGEN.


In de Romeinse tijd werd zoet water naar Efeze geleverd vanuit verschillende punten via aquaducten. De bronnen waren Kencherios (42 km.) bij Kusadasi, de beek bij het dorp Çamlijk in Marnas (15 km.) en de rivier Cayster (20 km.) Het water werd uit verzameltanks  via een ondergrondse gemetselde leiding ver vervoerd naar delen in de stad, waarvandaan het zijn weg vond via klei- of terracotta leidingen naar de badhuizen en woningen.
Deze nu 2000 jaar oude watersystemen worden heden nog steeds teruggevonden gedurende de opgravingen in de stad.




(23) BADHUIS VAN POLLIOS.     

Het badhuis van Polio is een van de monumentale baden van Efeze.
Het badhuis bevond zich ten zuiden van de staatagora, tegenover het Odeon. Het werd gebouwd in 97 n.Chr. door de rijke Efeziërs c. Pollio en zijn familie. Het bad heeft een hoge boog die uitkijkt op de tempel van Domatinus. Deze boog was versierd met een aantal beelden, waaronder het hoofd van Zeus. Beelden die het gebouw sierden bevinden zich heden in het museum van Efeze.

(24) PRYTANEION.



Het Prytaneion is de plaats waar religieuze ceremonies, officiële ontvangsten en banketten werden gehouden. De heilige vlam, die het hart van Efeze symboliseerde, werd in het Prytaneion voortdurend brandend gehouden. 
De bouw dateert uit de 3e eeuw v.Chr., tijdens het bewind van Lydimachos, maar de huidige ruïnes van het complex stammen uit de tijd van keizer Augustus.




De vierhoekige vuurput waarin het heilige vuur brandde, is een overblijfsel uit de tijd van Lysimachos. De voorgevel van het gebouw bestond uit vier zuilen, daarachter bevindt zich een binnenplaats omgeven door een portiek, en aan de noordzijde ligt het centrum van het gebouw, de ceremoniële zaal, met bijbehorende vertrekken. De eeuwige vlam bevond zich in het midden van de ceremoniële zaal; de rode kleur op de vloer markeerde de locatie van de vlam. Achterin was een grote ruimte met een houten dak, waarvan de basis van een altaar nog steeds herkenbaar is. De dubbele zuilen op de hoeken van de hal ondersteunden het houten dak. Er stonden twee beelden van Artemis, welke nu in het museum van Efeze staan.

De namen van de priesters en priesteressen welke hier hun plichten vervulden zijn ingegraveerd in twee van de zuilen.
Het geheel was toegewijd aan de God van het vuur Hestia en was het heilige centrum van de stad.






(25) ODEON.

Dit gebouw heeft de vorm van een klein theater met toneel, zitplaatsen en orkestbak. Het had een dubbele functie: ten eerste diende het als Bouleuterion voor de vergaderingen van de Boules, oftewel de Senaat, ten tweede was het Odeon, een concertzaal voor uitvoeringen.
Het werd gebouwd in de 21e eeuw n.Chr. in opdracht van Publis Vedius Antonius en zijn vrouw Flavia Paiana, twee rijke burgers van Efeze. Het theater had een capaciteit van 1500 toeschouwers.

(Een van de 1500 zitplaatsen.)

Het had drie deuren die van het podium naar het spreekgestoel leidden. Het spreekgestoel was smal en een meter hoger dan het orkestgedeelte. 
Het toneel gebouw bestond uit twee verdiepingen en was versierd met zuilen. Het Odeon was vroeger overdekt met een houten dak.
Het werd bestuurtdcdoor twee raden: de Demos, oftewel het parlement, dat openbaar toegankelijk was en plaatsvond in het grote theater, en de Bouleia, die bijeenkwam in dit kleine theater. De leden van de Bouleia werden gekozen uit de aristocratie van Efeze. De belangrijkste beslissingen en stadszaken werden hier besproken.

(26) ISIS TEMPEL.

Waar eens een zeer mooie tempel ter ere van godin Isis heeft gestaan, rest nu alleen nog ruïne resten.
De tempel van Isis was een Egyptische tempel die centraal op de Staatagora, de bovenmarkt van Efeze stond. Uit archeologische vondsten heeft men kunnen concluderen dat de tempel was opgetrokken uit roze Aswangraniet, wat de sterke banden met Egypte en de aanwezigheid van een grote Egyptische gemeenschap in de stad destijds aantoont.

Isis was de echtgenote en zus van Osiris en de moeder van Horus. De tempel werd gebouwd in de Hellenistische periode, toen Efeze nauwe banden onderhield met Egypte.
De tempel werd grotendeels verwoest tijdens de regeer periode van Keizer Augustus. Dit had een politieke reden: Augustus had een sterke vijandigheid jegens Marcus Antonius en Cleopatra die heersten over het toenmalige Egyptische Rijk.
In de latere Romeinse tijd, werden overblijfselen van de tempel hergebruikt voor andere gebouwen. Delen van beelden werden destijds verplaatst naar nabij gelegen fonteinen, zoals het Pollio-fontein.
Verdere archeologische vondsten zijn terug te vinden in het museum van Efeze.

(27) OPENBARE OF STAATS ANGORA.

De openbare Agora werd in de tijd van Lysimachos gebouwd en in de tijd van Agustus geheel herbouwd. Het was de tweede agora in Efeze en was eigendom van de staat. Politieke zaken werden hier besproken, het was open voor het publiek, en vrouwen en slaven konden elkaar hier ontmoeten.
Ondanks de schaarse overblijfselen kan het worden gereconstrueerd als een tempel van het type prostylos, dus met een enkele zuilengalerij rondom het gebouw en de karakteristieke put voor rituele plechtigheden die tussen de funderingen was uitgegraven. Welke cultus er werd uitgevoerd is niet duidelijk geworden. 


Men gaat er vanuit dat op het fronton van het heilige gebouw een sculptuurcyclus was aangebracht met de afbeelding van Odyssues die Polyphemos blind maakt, en die later opnieuw is gebruikt ter decoratie van de Fontein van Domitianus. (Het is nu te zien in het museum van Efeze.)


De bouw van de zogenaamde dubbele tempel wordt gedateerd in de tijd van keizer Augustus. Zij staat op één fundatie en zijn te bereiken via een grote trap: twee tempeltjes in antis die waarschijnlijk kunnen worden geïdentificeerd met de tempels gewijd aan de goddelijke Caesar en de godin Roma.
De tempel is waarschijnlijk  door Augustus aan de in Azië verblijvende Romeinen geschonken toen hij in 29 v.Chr. Efeze bezocht.

(28) VARIUS BADHUIS.      

De ruïnes ten oosten van de baseliek behoren tot het badhuis van Varius, daterend uit de Romeinse tijd. De bouw dateert uit de 2e eeuw n.Chr. en de mozaïeken in de 40 meter lange gang dateren uit de 5e eeuw.
Het badhuis was opgetrokken uit gehouwen marmeren blokken en bestaat uit drie gedeelten: een frigidarium (koud water), een tepidarium (warm water) en een caldarium (heet water). Het gebouw dateert uit de 1e eeuw n.Chr en was verwoest in de 7e eeuw n.Chr. 
(De opgravingen van dit badhuis zijn nog steeds niet voltooid.)

Een Romeins badhuis  uit die tijd is bijna te vergelijken met de hedendaagse luxe fitnescentrum.
Er was een ruimte voor sporten, individueel of in groepsverband. ruimten om uit te rusten en zich te laten masseren na de sport.
Ruimtes om het lichaam te laten reinigen, en de ruime keuze tussen een bad in koud- of warmwater of in de ruimte van heet water een sauna te nemen.
Zeker niet te vergeten een ruimte voor een goede maaltijd om de inwendige mens te verwennen.

Het 'hart' van het badhuis lag onder de grond waar men door houtvuren het water verwarmde en de opgewekte hete lucht gebruikte om via kanalen de ruimten en de vloeren te verwarmen.
Dit ondergrondse werk werd door slaven gedaan, terwijl de elite zich wentelde in hun luxe status.
Een feit is zeker: de Romeinen waren schoon op hun lichaam, zowel rijk als arm. Zelfs in het leger was het baden een verplichting.





DAT WAT NOG NIET OPGEGRAVEN IS OF STIL LIGT TE WACHTEN.

Afwijkend van de vaste wandelpaden met bezienswaardigheden ontdekt men dat er in Efeze nog veel materiaal onder de grond ligt begraven, dat wat nu overwoekerd is door de natuur. Wat is het is en wat het was, zal pas na verdere opgravingen en onderzoeken naar boven komen.


                 Ook in het vrije openveld liggen voorwerpen als sarcofagen, blokken met reliëfs.


Efeze is veel meer, dan dat men op een één daags bezoek kan ontdekken. Het is een plaats van een oude menselijke geschiedenis, een plaats van handel en macht tussen volkeren. Zij hebben allemaal hun geschiedenis en cultuur in steen hier achter gelaten. Eens zal de oude geschiedenis van deze stad volledig het daglicht mogen aanschouwen en bewaard mogen blijven voor het nageslacht van iedereen die er belangstelling in toont.


                               Zie vervolg: EFEZE (TURKIJE) HET CHRISTENDOM. (DEEL 4).