EENS EEN BELANGRIJKE
HANDELSSTAD VAN DE
GRIEKEN EN DE
ROMEINEN.
DEEL 2.
(Het theater gezien vanaf de openbare Agora en de zuilengalerij van de basiliek en het bouleuterion/ odeion.)
De agora werd gebouwd door Lysimachos in de derde eeuw voor Chr. en werd onder het bewind van keizer Augustus (27 v.Chr.-14 n.Chr.) gemoderniseerd, waardoor de markt bijna twee keer zo groot werd en de Poort van Mazaeus en Mithridates werden toegevoegd. De markt werd in de volgende eeuwen steeds verder gemoderniseerd, maar de ruïnes die we heden zien dateren uit de derde eeuw n.Chr. De markt was het kruispunt tussen Europa, Azië en Afrika voor de doorvoer van goederen. Tijdens de Romeinse tijd huisveste de stad de op één na grootste slavenmarkt van de antieke wereld.
Uit deze periode stamt de tempel die aan de westkant van het plein werd gebouwd met een enkele zuilengalerij rondom het gebouw. Het is niet duidelijk aan welke cultus de tempel was gewijd, zoals Isis van Dionysos of zelfs aan keizer Augustus.
Tussen 4en 14 n.Chr. verrees aan de noordkant van de agora de imposante openbare Basiliek, uitgevoerd met twee verdiepingen, een middenschip en twee zijbeuken. Het gebouw was rijkelijk gedecoreerd en vanaf het plein toegankelijk via een trap met vier treden. Vlak naast de openbare Basiliek staan de poorten van Mazeus en Mithridates.
In de noordelijke hoek van het enorme plein staat het Bouleuterion. Het is een halfronde ruimte bestemd voor de bijeenkomsten van de senaat van de stad, en diende ook als gehoorruimte (odeion) voor concerten en toespraken.
Julius Aquila liet alleen de bibliotheek na, maar per testament ook nog eens een kapitaal van 25.000 denairii, waarvan 8% diende voor de aanschaf van boeken en de kroning van cultusbeelden en de heilige ceremonies rond de cultus van de overledenen.
(Fronton met reliëf decoratie van de bibliotheek.)
(4) BIBLIOTHEEK VAN CELSUS.
De bibliotheek bevond zich in het centrum van de stad op het terrein dat direct aan het plein grensde.
De consul, T.Julius Aquila liet in 119 n.Chr. het gebouw bouwen ter ere van zijn vader Celsus Polemaeanus, die consul was van in 92 n.Chr. en proconsul van Azië in 115. Het gebouw diende tevens als grafmonument, daar Celsus hier lag begraven in een sarcofaag die tussen de funderingen van het gebouw uitgegraven grafkelder was geplaatst. Dat was opmerkelijk, want in de oudheid werd men gewoonlijk buiten het stadgebied begraven. Slechts in geval van grote verdienste kon een burger in een openbaar gebouw worden bijgezet.
Julius Aquila liet alleen de bibliotheek na, maar per testament ook nog eens een kapitaal van 25.000 denairii, waarvan 8% diende voor de aanschaf van boeken en de kroning van cultusbeelden en de heilige ceremonies rond de cultus van de overledenen.
De bibliotheek werd voltooid in 125 n.Chr. en behoord tot de best bewaarde in de oude wereld. Zij bestaat uit een grote zaal van 16,72 bij 10,92 meter en heeft een ruime absis in de achterwand, die waarschijnlijk was bedoeld om een standbeeld van de godin Athena te plaatsen. In de wanden van de zaal zijn tien nissen aangebracht, allen door zuilen gemarkeerd, waarin de planken voor de boekrollen waren bevestigd. Er waren drie nissen boven elkaar.
Tussen de binnen- en de buitenmuur was een isolatie ruimte om de rollen tegen vocht te beschermen. Via deze ruimten kon men ook de galerijen boven bereiken, maar tevens in de grafkelder van Celsus afdalen. De bibliotheek had een plat dak met een gedecoreerd cassetteplafond.
De toegang tot de bibliotheek is via een zeer ruime trap; de voorgevel was uitgevoerd met dubbele rij zuilen die elk op zich nissen vormden, afgedekt met marmeren lijsten en bestemd om standbeelden in te plaatsen die de personificaties waren van Sophia, Arete, Eunoia en Epistemia, de allegoriën van de deugden, wijsheid, deugd, goedheid en kennis en van de familieleden van Celsus.
Met de drie ingangen op de begane grond correspondeerden de drie vensters op de eerste verdieping. De zuilen staat op ruim een meter van de gevel en vormen als het ware een overdekte zuilengalerij. Zeer rijk gevarieerd is ook de architectonische decoratie door het gebruik van bladmotieven, planten en bloemen en levende figuren in het interieur.
In de laat Romeinse tijd werd de bibliotheek buiten gebruik gesteld: op de traptreden aan de buitenkant plaatste men een reeks marmeren platen met gebeeldhouwde reliëfs die afkomstig waren van het monument van de Antonini, gebouwd ter ere van keizer Lucius Verus om de overwinning op het volk van de Parthen te herdenken, en dienden om een bassin te maken voor een nimfaion waarvoor de gevel van de bibliotheek diende als achtergrond
(5) POORT VAN MAZAEUS EN MITHRIDATEES.
Het "reclamebord", een stenen plaat toont een linker voet afdruk, waarmee een leeftijds- of grootte-indicatie werd aangegeven.
Ten zuiden van de Curetenweg ligt op de noordelijke helling van de Bülbül Dag een oude Romeinse woonwijk. Hier woonden eens de notabelen van de stad in woningen van twee verdiepingen en een totale oppervlakte van 900 vierkante meter. De huizen werden gebouwd vanaf de 1e eeuw v.Chr. en bleven tot in de 7e eeuw na Chr. bewoond. Tegen de helling liep een stenen trap, waaraan de ingangen van de woningen lagen. De woonruimten waren meestal rondom een zuilen hof gebouwd en hadden een eetkamer, een gasten eetkamer voor feesten en diners, slaapkamer, keuken en een badkamer.
De vloeren van deze woningen waren fraai gedecoreerd met mozaïek en hadden zelfs vloerverwarming die werkte via warme lucht uit ovens die tevens voor warmwater zorgden.
(5) POORT VAN MAZAEUS EN MITHRIDATEES.
Naast de Celsus bibliotheek ligt de grotendeels gerestaureerde poort van Mazaeus en Mithradates.
Het is een monument dat door de particulieren aan hun overheid was geschonken.
De Latijnse inscriptie in bronzen letters aangebracht in de attiek van de poort, is opgedragen aan keizer Augustus, keizerin Livia, Marcus Agrippa broederlijke vriend en schoonzoon van de keizer, en dochter Julia, door twee vrije burgers van Augustus en de stad, Mazaeus en Mithtidates.
De poort is de toegang naar de handels agora.
De straat loopt van de bibliotheek van Celsus tot aan het Grote Theater, en vormde een onderdeel van de Heilige Weg.
De straat werd oorspronkelijk aangelegd in de 1e eeuw n.Chr. en later ingrijpend vernieuwd in de 5e eeuw n.Chr.
De straat is volledig geplaveid met dikke , glanzende gepolijste marmeren blokken. Onder de straat bevond zich een geavanceerd Romeins riool- en aquaductsysteem met loden pijpen.
Het middenstuk was gereserveerd voor paarde, wagens en strijdwagens, waarvan de uitgesleten groeven nog zichtbaar zijn. Aan de zijkant verhoogde zuilengangen waren voor de voetgangers. Ook hier waren veel winkels en werkplaatsen gevestigd.
Het bordeel van Efeze lag op de hoek van de Cureten-straat en de Marmeren Weg, niet ver van de beroemde bibliotheek van Celsus.
Het gebouw dankt zijn herkenning als bordeel deels aan de vondst van een beeld van Priapus, de god van de vruchtbaarheid, met een overmaatse fallus, tijdens de opgravingen.
Voor de ingang van het bordeel stond een "reclamebord" met een beroemde gravure. Het wordt gezien als een van de oudste reclameborden ter wereld.
Het "reclamebord", een stenen plaat toont een linker voet afdruk, waarmee een leeftijds- of grootte-indicatie werd aangegeven.
Rechts naast de voetafdruk staat een vrouwen figuur met een geldbeurs en een pijl die naar het bordeel wijst.
Onder de afbeelding van de vrouw staat een boek afgebeeld.
Een dong wordt hier duidelijk gemaakt: Geen geld, dan geen seks, ga dan maar naar de bibliotheek.
DE TERRASWONINGEN.
Ten zuiden van de Curetenweg ligt op de noordelijke helling van de Bülbül Dag een oude Romeinse woonwijk. Hier woonden eens de notabelen van de stad in woningen van twee verdiepingen en een totale oppervlakte van 900 vierkante meter. De huizen werden gebouwd vanaf de 1e eeuw v.Chr. en bleven tot in de 7e eeuw na Chr. bewoond. Tegen de helling liep een stenen trap, waaraan de ingangen van de woningen lagen. De woonruimten waren meestal rondom een zuilen hof gebouwd en hadden een eetkamer, een gasten eetkamer voor feesten en diners, slaapkamer, keuken en een badkamer.
Aan de wanden waren fresco's met mythologische figuren afgebeeld.
Verder stond er in ieder huis een soort zuil met daarop teksten en namen ingegraveerd.
In deze toiletten kende men geen privacy. De gebruikers zaten dicht naast elkaar op de toiletbanken, waardoor de latrine ook functioneerde als een plaats voor sociale praatjes.
(9-10) OPENBARE TOILETTEN (LATRINES).
De Romeinse latrines zijn goed bewaarde openbare toiletten, vlak bij de Scholastica-baden en de Celsus biblitheek.
Deze toiletten waren zelfs in een eigen gebouw ondergebracht.
De toilet ruimte bestond uit 48 marmeren verhoogde zitplaatsen die zonder tussenschotten naast elkaar langs de muren waren opgesteld.
Onder de zitplaatsen stroomde continu water, afkomstig van het afvalwater van de nabij gelegen baden, om de behoeften af te voeren.
De marmeren zittingen konden zelfs gedurende de winter worden opgewarmd via ondergrondse stoomkanalen.
Men gebruikte geen papier voor het reinigen maar een tersorium, een gedeelde zeep- of natuurspons op een stok die werd afgespoeld in het stromende gootje metazijn- of zoutwater. Voor een bezoek aan het toilet moest een kleine entreeprijs worden betaald. Van de opgegraven toiletten zijn tot heden alleen die voor mannen gevonden, maar het is zeker dat er ook toiletten voor vrouwen waren in de stad.
(11) SKOLASTIKA BADHUIS.
Hier werden door de welgestelden terwijl zij zich lieten verzorgen zaken besproken zoals filosofie, politiek en handelsovereenkomsten afgesloten.
De hoofdingang lag aan de Curetenweg, maar er was nog een uitgang die uitkwam op de weg naar het grote theater.
Het badhuis was uitgerust met de meest luxe toiletten van de stad, welke het ontwerp zijn geweest voor de latrine. Baden, het reinigen van het lichaam was voor de bewoners van de stad een regelmaat, zowel voor de gewone bevolking die dat thuis deden als de welgestelden, de vooraanstaanden en bestuurders, die hiervoor naar een badhuis gingen.
(12-13) AAN DE CURETENWEG.
Aan de overzijde van de weg was het voetgangers pad versierd met mozaïek inleg. Het was de hoofdstraat van Efeze welke aan beide zijden een voetgangers pad had.
(14) HADRIANUS TEMPEL.
Het is een klein tempel gebouw gelegen aan de rand van de Cureten weg. In 138 n.Chr. werd het door P. Quintilius Galeria gewijd aan de keizer en aan Artemis van Efeze, op uitnodiging van de proconsul van Klein-Azië, Vedius Antoniinus gebouwd; maar het gebouw mag niet worden verward met de tempel gewijd aan de keizerlijke cultus, het majesteitelijk Hadraneion, dat aan de noordkant van de stad is opgegraven. Het gaat hier om een soort privé-tempeltje dat een aantal bijzondere architectonische kenmerken bezit: een eenvoudige pronaos met twee pilasters en twee zuilen (tetrastylos), overspannen door een fronton met een boog met in het midden, en versierd door een buste van Tyche.
De kleine tempel heeft een aantal bijzondere architectonische kenmerken: een eenvoudige pronaos met twee pilasters en twee zuilen (tetrasstylos), overspannen door een fronton met een boog in het midden, en versierd door een buste van Tyche, de godin van de overwinning. De zijzuilen zijn vierkant. Het voerstuk met inscripties voor de tempel vormde de basis voor de beelden van de keizers Diocletianus, Maximianus, ConstantinusI en Galerius. Deze beelden zijn nooit terug gevonden. De artchitraaf in de tempel is rijk versierd met plantenmotieven en in het midden staat een menselijk figuur, vermoedelijk Medusa die uit een mand met acathusbladmotieven tevoorschijn komt.
In tegenstelling tot de rijk versierde voorgevel moet het interieur van de tempel erg sober zijn geweest. Tegen de achterwand van de cella, in het verlengde van de ingang, stond het voetstuk van het cultusbeeld. Uit een latere periode dateren de vier reliëfs die de wanden van de voorhof sierden.
De reliëfs geven weer episoden uit de funderingsmythen van Efeze, Androklos die een everzwijn neerschiet, Dionysus in een ceremoniële processie en de Amazonen. De vierde toont twee mannelijke figuren, Androklos; Herakles, de vrouw en zoon van Theodosius; en de godin Athena.
( De friesen die heden te zien zijn, zijn kopieën; de originelen staan in het museum van Efeze.)
De tempel van Adrianus is een belangrijk voorbeeld van de Aziatische architectuur in de Romeinse tijd, die wordt gekenmerkt door afwisselend rechte en gebogen lijnen, en door pogingen de aandacht van de toeschouwer te concentreren op één punt, namelijk de voorgevel.


.jpg)



.jpg)




.jpg)












_-_(MeisterDrucke-97365).jpg)


.png)


.jpg)



.jpg)


.jpg)





.jpg)


.jpg)


.jpg)
.jpg)


.png)