zondag 11 december 2022

JAVA-APPELBOOM & VRUCHTEN.

 

EEN BOOM MET MET VRUCHTEN 

        ONDER VELE NAMEN.





JAVA-APPEL.

De Java-appel, de Latijnse naam is Eugenia jambos, in het Indonesisch jambu air, jambu semerang, jambu bol en in het Balinees nyambu air, wordt ook wel de rozenappel of waterappel genoemd.
De Java-appel staat ook bekend onder de naam jambu semarang of djambu aer mewar.
het is een vijftien meter hoge, groenblijvende boom met een open, brede kroon en afbladerend schors.
De vegetatieve delen van de plant zijn giftig.
De tegenoverstaande hangende bladeren zijn leerachtig, kortgesteeld, langwerpig-ovaal en 10 tot 25 centimeter lang en 5 tot 12 centimeter breed.




De geurige, witte of gelige, tot tien centimeter brede bloemen staan met drie tot acht stuks bijeen in eindstandige bloeiwijzen. Ze bestaan uit vier een vierslippige kelk en vier concave kroonbladeren en hebben tweehonderd tot vierhonderd opvallende, tot vier centimeter lange meeldraden.



De vruchten, afhankelijk van de soort hebben een rijpe kleur van groen tot lichtgeel of rood.
Ze zijn 3 tot 4,5 en 4,5 tot 5,5 centimeter groot, peervormig, versmald aan de basis, breder wordend naar de onderkant en aan de onderkant ingedeukt en bedekt met vier vlezige, kelkbladen, welke een blijvende kroon geven.
De dunne gladde en glanzende schil omsluit tot 5 millimeter, gelig-wit vruchtvlees, sponsachtig, sappig en een milde zoetzure smaak. De vruchten zijn zaadloos of bevatten één of twee, afgeronde, 0.5 tot 0,8 centimeter brede zaden. De zaden zijn giftig. 

De vruchten worden als handfruit verkocht, maar worden vooral verwerkt in compote, jam en gelei.
Uit gedestilleerd sap van de vruchten kan hoogwaardig rozenwater worden vervaardigd.
De onrijpe vrucht wordt op Bali vooral gebruikt voor een vruchtensalade, de rujak. Het sap wordt gebruikt tegen de dorst, het laatste woord voor de naam in het Balinees, Nyambu air, betekend water.

Het rode kernhout van de boom wordt gebruikt in de huizenbouw.

De boom komt van nature voor in Maleisië, Indonesië, op de Filipijnen en op eilanden in de Indische Oceaan. De plant wordt tegenwoordig gekweekt in Thailand, Cambodja, Laos, Vietnam, India, Zanzibar en Pemba. Intussen heeft de kweek zich uitgebreid naar her het Caribisch gebied, de Antillen, Jamaica, Bermuda, Bahama's en het zuiden van Mexico tot in Peru.
Op Curaçao heet de boom 'kashu Sürnam' en in Suriname spreekt men over de 'Curaçaose appel".






Geen opmerkingen:

Een reactie posten