dinsdag 20 september 2011

SURABAYA.

Vrijdag 9 februari 1990.

Surabaya, de hoofdstad van Oost-Java en met meer dan twee miljoen inwoners de grootste stad van Indonesië na Jakarta. Mensen blijven er naar toe trekken door de aldaar gevestigde industriën en de enorme haven terreinen, want het is wel de grootste havenstad van Indonesië.
Nieuwe moderne gebouwen domineren het centrum van de stad en nemen de plaats in van de eens dicht op elkaar gepakte huisjes met de smalle steegjes. Het was opvallend hoe veel er in de binnenstad aan de groenbeplanting langs de brede wegen werd gedaan om alles een vriedelijker aanzicht te geven, maar vooral om het zuurstof gehalte in de lucht te verbeteren.



( Kali Mas de rivier die door Surabaya stroomt, maar stinkt als een beerput.)


Ondanks de regenval van afgelopen nacht, was het erg benauwd in de drukke stad en plakte je kleren van het zweet aan je lichaam. We trachten een gedeelte van de vroeger zo bekende antiekmarkt terug te vinden, maar alles wat er over was, waren een paar nauwe straatjes met een paar winkeltjes. De rest had al plaats moeten maken voor de stadsvernieuwing. We zagen een paar oude mooi bewerkte houten kisten met koperbeslag die zeer redelijk in prijs waren, maar te groot om zelf te vervoeren. Zo viel mijn oog op een stuk gebruiksvoorwerp, wat uit hout gesneden was en uit Kalimantan (Borneo) bleek te komen. Het was dan wel niet zozeer antiek, maar wel uniek en was zelfs als zitje te gebruiken. De eigenaar van het winkeltjes vroeg er zonder blikken of blolzen 300.000 rp. voor en dat was echt te gortig. Na veel heen en weer gepraat daalde de prijs tot 250.000 rp. wat ons nog te veel was en we vertrokken. Na deze nutteloze handelsactie gingen we naar de (toen) grootste dierentuin van Zuid-Oost Azië.


Er was een ruime collectie aan dieren, maar hun onderkomens zagen er allemaal erg verwaarloosd uit en evenzo de wandelpaden die in zeer slechte toestand waren. Het aquarium wsas mooi om te zien, althans de vissen. Maar het meest genoten we wel van de apen die al spelend verkoeling zochten in het omringende water. Een goede reorganisatie was hard noldig in deze dierentuin. De drukkende warmte werkte vermoeiend en afmattend en zo waren we vroeg terug in het hotel voor een siësta.

Bij het vallen van de avond koelde het gelukkig wat af en alvorens te gaan eten wandelden toch nog even langs de winkel om alnog een koop te trachten voor het houtsnijwerk. Tot onze stomme verbazing was er geen rupia meer van de prijs af te krijgen. "Dan eten ze het maar op als ze honger krijgen", was mijn opmerking. Na in het Hyat-Hotel wat gedronken te hebben gingen we voor de verandering maar eens een hapje eten in een nabij gelegen klein Frans restaurantje "Ches Rose". Het zag er allemaal keurig verzorgd uit in de zaak en ook de gerechten die we bestelden werden keurig geserveerd en smaakten ons uitstekend.


In het restaurantje speelden enige Batak muziekenten en zong een zangeres heel aardig klinkende Franse chansons. Later werd er op ons verzoek nog enige Batak liedjes gespeeld. Langzaam werd het tijd om terug te gaan naar ons hotel, daar we de volgende dag een zeer lange treinreis voor de boeg hadden, die ons naar Centraal-Java zou brengen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen