vrijdag 9 september 2011

AMBON - SAPARUA.

Maandag 29 januari 1990.

Het regende behoorlijk deze ochtend en we waren blij dat we regenkleding bij ons hadden. Zodoende bleef het leed beperkt tot een paar natte voeten eer we met het busje onderweg waren naar Tuleha. Maar in het busje bleef ik ook niet al te droog, daar precies waar ik zat, het dak lekte en er een gat in de bodem zat, waardoor het water van de weg omhoog naar binnen spetterde. In de stromende regen bereikten we de aan legsteiger en kochten er twede doorweekte kaartjes voor de overtocht naar Saparua.

Saparua is een eiland in de Indonesische eilandengroep van de zuidelijke Molukken. het is 144 km² groot en het hoogste punt is 331 meter. De oude naam van het eiland is Honimoa. Ten noorden van het eiland ligt het eiland Ceram, aan de andere kant van de Straat Ceram.



Eenmaal door en door nat aan boord te zijn gekomen werd het droog en brak de zon door die al de natte kleding snel deed opdrogen. Het was een prachtige boottocht langs de kust van diverse eilanden en het water was zo helder dat je de koraalbodem kon zien.
De overige passagiers waren beladen met de meest uiteen lopende babage aab boord gekomen, wat een schouwspel op zich zelf was. Het waren etenswaren en anmdere produkten en gebruiksvoorwerpen die op Saparua niet te krijgen waren, voor eigen gebruik of als handelswaar. Aangekomen met de boot in het plaatsje Haria, wisten we een plaatsje te bemachtigen wat ons naar de busstop in de plaats Saparua bracht via erg smelle wegen. Op het busstation namen we een een becak (fietstaxi) naar het huis van Tante Sien Pieterszoon, alwaar we een slaapplaats hoopten te vinden.
We werden door Mevrouw Sien zelf verwelkomt, die zeer goed Nederlands sprak. Ze had op het moment geen gasten en konden we zodoende kiezen uit twee kamers. Al spoedig zaten we aan de koffie met eigen gebakken koek en vertelde Sien ons intussen over de bezienwaardigheden op het H-vormige eiland, terwijl ze een kaartje schetste ter verduidelijking.





Het was even de straat uitlopen om bij het oude V.O.C. fort Duurstede te komen en een daarbij gelegen klein strandje. Ze zou ons in de middag vergezellen met een tocht langs diverse kleine dorpjes naar het plaatsje Ouw, alwaar nog aan huispottenbakkerij werd gedaan.


Zo bekeken we voor de lunch het fort Duurstede, wat grotendeels was gerestaureerd en wandelden wat over het strand. Het fort werd in 1691 gebouwd en heeft een zware stenen omwalling met er op een zogenaamd "spietorentje". In 1817 werd hier een kruidnageloorlog uitgevochten.


Na de lunch wandelden we naar de busstop en reden in een minibusje naar het plaatsje Ouw. We passerden enige kleine dorpjes toen we de baai rond waren en dit waren afwisselend puur christelijke- of moslimgemeenschappen. Er was wel een wedijver wie het grootste geloofsgebouw neerzette en zo stonden er dan enorme "godshuizen" voor dorpjes met nog geen 500 inwoners.


In Ouw bezochten we eerst een woonhuis, waar de vrouw hoofdzakelijk vormen maakte die gebruikt werden voor het bakken van sagobrood en liet ons zien hoe dit allemaal in zijn werk ging. Het was een premitieve en tijd rovende bezigheid, maar niemand scheen er haast te hebben. Bij een ander woning werden speciale potten en oventjes gemaakt om op te koken en zo had ieder zijn eigen produkt en wsas er in principe ook totaal geen concurentie.



Voor de huisjes gewoon op de weg lagen diverse kruiden te drogen, zoals aardnootjes, foelie en nootmuskaat. Helaas kon je niet spreken van een ruim opgezette kruiden produktie.

Ook zagen we een zeer speciale bananenplant waarvan de vruchttros niet hing maar gewoon rechtop groeide uit de plantstam.


De bruin gekleurde klei om potten uit te maken werd uit het woud gehaald en evenzo het fijne zand voor de oventjes. Het modelleren ging geheel met de hand en zo klopten men langzaam de vorm van de kruik of de pot. Het glad maken gebeurde met een stuk schelp en het polijsten met de schil van een mangovrucht. Na het drogen in de openlucht werden ze "hard"gebakken in een vuurtje van bladeren van de kokospalm. Door de olieachtige substantie die in de brandstof zit, krijgen de potten een wat donkere kleur en glans.

Zo kochten we een paar kleine potjes als aandenken, maar de speciale rijststoompot die ik graag had willen hebben bleek gebarsten te zijn en dus ging te koop niet door. Jammer voor beide partijen.



In de namiddag waren we terug bij ons logement en bleek er een gast bij gekomen te zijn. het was een heer op leeftijd uit Nederland die zich gelijk aan ons vastklampte. Na een praatje en een kop thee besloten we te gaan zwemmen bij het strandje nabij het fort Duurstede. Het was laag water en we vonden in de achter gebleven waterpoelen de nodige schelpen en tropisch waterleven. Tijdens het zwemmen vluchte mijn reisgezel gillend het strand op omdat er een enorme zeeslang op hem af zou zijn komen zwemmen. Ik moest er om lachen en zei dat hij spoken had gezien, maar later hoorden we, dat deze dieren en wel degelijk voorkomen.


Het was vroeg donker deze avond en we aten buiten op de waranda bij het licht van een olielamp terwijl de andere gast ons de oren van het hoofd kletste over vroeger en nog eens vroeger. Na het avondeten maakten we, bijgelicht door een zaklamp, nog een wandeling door het dorpje op zoek naar een biertje, wat we vonden door hulp van de lokale jeugd. We namen ze mee om op onze waranda op te drinken en besloten in onderling overleg, dat we het op dit eiland wel voor gezien zouden houden en naar Ambon terug te keren met de late ochtend boot oftewel de vroege middagboot, wat afhangkelijk is van het vertrek. De zeewind zorgde voor een prettige koele tropische nacht, wat heerlijk slapen was.










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen