maandag 31 januari 2011

GEVEL RECLAME. (Deel 5. De Gouden ketting.)

Het huis met de Gouden ketting.

Aan het pand 268 aan de Keizersgracht in Amsterdam hangt aan de buiten gevel een 'gouden' ketting. Het is niet zomaar een ketting. Over de herkomst en de betekenis ervan zijn diverse verhalen in de omloop. Niet alleen over de ketting maar ook over het pand zelf.

De ondankbare vrouw.

Het verhaal luidt dat een koopman na een jarenlange reis terugkeerde en zijn vrouw een gouden ketting schonk. Omdat zij dit niet kon waarderen, wierp de koopman deze boos uit het raam om de ketting in de gracht te doen belanden. De ketting bleef echter aan een lange spijker hangen en bleef er hangen om aan te tonen hoe ondankbaar zijn vrouw was.

De dienstbode.

Op een dag zocht de bewoonster van het betreffende pand haar gouden ketting en kon deze niet vinden. Zij beschuldigde toen haar dienstbode van diefstal. Toen de ketting toch weer werd terug gevonden door de bewoonster en de onschuld van de dienstbode bleek waar te zijn, werd de ketting als bewijs aan de gevel van het pand gehangen om de dienstbode van blaam te zuiveren.

De inbreker

Op een avond toen de dienstbode alleen thuis as betrapte ze een inbreker die zich als vrouw vermomd had en zichzelf verried door zijn stoppelbaard. Tijdens het gevecht wat er ontstond doodde de dienstbode de inbreker. Als beloning kreeg ze van haar baas een gouden ketting, maar dit gebaar vondt ze te weinig en eiste meer van haar werkgever. Deze was zo verontwaardigd, dat hij de dienstbode ontsloeg en de ketting boven de buitendeur hing om de ondankbaarheid van de diensbode aan te tonen aan de bewoners van de stad.

Het volgende verhaal komt waarschijnlijk het dichste bij de waarheid.

De gevluchte koopman.

Lakenkoopman Eliseas Haerel, die in 1615 vauit Aken met vrouw en kinderen naar Amsterdam was gevlucht, kocht het kavel en liet er in 1620 het huis op bouwen. Toen na einige tijd zijn bezittingen in Amsterdam aankwamen bleek er een gedeelte door rovers gestolen te zijn. Slechts een baal was onbeschadigd aangeklomen, daar de rovers de ketting die er om heen zat niet los hadden kunnen krijgen. De koopman was zo blij, dat hij een sluk van de ketting liet vergulden en als gevelteken aan het pand hing.

In 1643 werd er voor het eerst in de archieven melding gemaakt van het Huis met de Gouden Ketting.

Het pand zelf stond in de 18e eeuw bekend als een spookhuis: voorbijgangers hoorden er wonderlijk gestommel. Volgens sommigen ging het om de geest van de ongelukkige weduwe van rauws, directeur-generaal van de Stadsgebouwen. Rauws was op 11 mei 1772 omgekomen bij de grote brand in de Schouwburg op de Keizersgracht, waarna zijn verdrietige vrouw zich had opgehangen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen