zondag 9 januari 2011

BEVERS IN DE LINNERWEERD.

DE BEVER.


Het waren de verse kale plekken aan de jonge boomstammen langs de oever van de Vlootbeek die me opvielen tijdens het foto's maken van het wassende water van de rivier de Maas op 8 januari, waarvan de eerste twee afbeeldingen, daar ik weinig zin had om tot over mijn enkels weg te zakken in het drassige weiland, de volgende dag terug gegaan met mijn telelens op de camera.

Bevers zijn vooral bekend als dammenbouwers en het geslacht ontwikkelde zich reeds 5 miljoen jaar geleden. Het zijn de grootste knaagdieren ter wereld. Ze hebben 20 wortelloze tanden en kiezen. De snijtanden zijn beitelachtig. Hun pels te donkerbruin en ze hebben korte poten en een platte staart. Ze kunnen (exclusief hun staart van 30 cm.) één meter lang worden en een gewicht bereiken van 30 kilogram. het zijn uitstekende duikers en zwemmers en kunnen zeker 5 minuten onder water blijven. Op het land bewegen ze zich echter minder snel. Hun achtervoeten hebben vijf tenen met daartussen zwemvliezen. De tweede achtervoetteen heeft een kleinere dubbele nagel waarmee ze hun vacht schoon maken.

De horizontale afgeplatte staart is geschubd en 12 tot 15 cm. breed. Hij wordt gebruikt als roer, om alarmsignalen te geven door er mee op het water te slaan, en als metselwerktuig. Vergeleken met andere knaagdieren zijn de hersenen van de bever goed ontwikkeld.

Bevers eten uitsluitend plantaardig voedsel, zoals oeverplanten, riet, wortelstokken van waterlelies, jonge twijgen. bladeren en boomschors. Ze zijn vooral dol op de jonge wilg en populier om deze stammen van 8 tot 20 cm door te knagen in een tijd van vijf tot 20 minuten. Bij dikkere boomstammen werken ze vaak met z'n tweeën terwijl een derde op de uitkijk staat. Een gevelde boom wordt in stukken gekaagd, hoe dikker de stam hoe korter de stukken. Zover het schors nog te eten is schillen ze de stam af en eten hem op. De bevers houden geen winterslaap.



Als de bever in het gebied van een beek leeft wordt er een beverdam in de beek gebouwd met behulp van door het water verzadigde takken en modder op te hopen tot een kunstmatig eiland dat 1 à 2 meter boven de waterspiegel uitsteekt. Vervolgens wordt het eiland uitgehold en van een woonruimte (ketel) en gangen voorzien. Zo'n ketel heeft vaak zelfs 5 uitgangen. In het dak wordt een klein gat open gehouden voor de ventilatie. de bever zal er altijd voor zorgen dat de nestkamer zo'n 20 cm. boven de waterspiegel zal blijven.

(Straks als het water van de Maas weer terug is gekeerd tussen de oevers en zo ook dat van de Vlootbeek is het zoeken waar de bever zijn burcht heeft gebouwd Bij de laatste twee foto's staat het peil van de Maas op 46,79 meter boven NAP.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen