zaterdag 15 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (5)

Haringvlietdam.

De Haringvlietdam is het zesde bouwwerk van de Deltawerken. De dam sluit het Haringvliet af en ligt tussen Voorne-Putten (aan de noordzijde) en Goeree-Overvklakkee (aan de zuidelijke zijde).

Omdat de rivieren Rijn en Maas in het haringvliet uitmonden kon het Haringvliet niet zonder meer worden afgesloten. Er werd daarom gekozen voor de aanleg van een spuisluisencomplex met eem lengte van ongeveer een kilometer, dat per seconde circa 25.000 m³ water kan doorlaten. Tevens werd er een schuitsluis gebouwd voor de scheepvaart.

Na een bouwperiode van 14 jaar werd de dam in 1971 voltooid.







Om het sluizencomplex te kunnen bouwen wer er een gedeelte van het haringvliet ingepolderd, waardoor er een soort bouwput ontstond. Deze bouwput hat een lengte van 1400 meter, breedte van 600 meter en was 10 meter diep. Het grondwater wer kunstmatig weggepompt.

Omdat de slappe ondergrond (bodem) het zou begeven door het gewicht van de sluizen, werden er eerst 22.000 betonnen palen de grond ingeheid. Sommige plaken waren meer dan 20 meter lang. Boven op de palen werd een drie meter dikke betonlaag gestort. De eerste peilers voor de dam waren vier jaar na voltooiing van de bouwput klaar.

De pijlers werden naast elkaar over de lengte over de lengte van 18 pijlers neergezet. Tussen de pijlers werden met een speciale kraan liggers geplaatst. Onder de liggers kwamen grote stalen armen, die de liggers konden bewegen in geval van hoge waterstanden



Op het vasteland werd ondertussen gewerkt aan de schuiven. Deze waren 56 meter lang en 6 meter hoog. De eerste schuif werd in 1963 geplaast. Na het plaatsen van de overige 33 schuiven twee in elk van de zeventien openingen, een aan de Noordzeekant en een aan de Haringvlietkant, was in 1966 het spuisluizencomplex klaar en werd de dijk van de werkput verwijderd nadat deze onderwater was gezet. Nu kon men verder bouwen aan het gesloten gedeelte van de dam.


Voor de sluiting van het Haringvliet werd de zelfde methode gebruikt als bij de Grevelingendam. Ook hier werd gebruik van de kabelbaantechniek met gondels die grote betonblokken in het water lieten vallen. Het zuidelijke gat was het gemakkelijks te dichten door middel; van het opspuiten van zand. Het noordelijke deel werd gedicht met totaal 100.00 betonblokken van 2500 kilogram. De holten tussen de betonblokken werden in de loop van de tijd opgevuld met zand om een goede afdichting te verkrijgen. Tijdens het afdichten van het noordelijke en zuidelijke gedeelte van de dam stonden de spuisluizen open om zo min mogelijk last te hebben van de stroming. In 1970 was de Haringvlietdam gereed.




De dam heeft een lengte van 5 kilometer en is 56 meter breed. Hij heeft in totaal 17 sluizen die ieder 56,5 meter breed zijn. Jaarlijks wordt er 30 miljard m³ water gespuid.




Om een natuurlijke delta te creƫren, werden in 2010 de Haringvlietsluizen olp een kier gezet. Dat betekend dat de sluizen niet allen bij eb, maar ook bij vloed beperkt opedn staan. Op die manier kan zeewater het Haringvlied instromen, waardoor er een natuurlijk overgangsgebied van zeeawter en rivierwater ontstaat. De maatregel zorgt er ook voor dat trekvissen, zoals zalm en forel, de spuisluizen kunnen passseren. Door de maatregel worden de paaigebieden voor de vissen die stroomopwaarts zwemmen weer beter bereikbaar.
Voorwaarden hieraan waren de volgende:
1. De veiligheid tegen overstromingen is en blijft in de nieuwe situatie het belangrijkste doel van de sluizen.
2. De aanvoer van zoet water vood elandbouw en drinkwater mag niet in gevaar komen.
3. Het zoute water mag niet verder het Haringvliet instromen dan tot de denkbeeldige lijn Middelharnis - monding Spui. Een meetnet, van palen en boeien - voorzien van apparatuur om het zoutgehalte te controleren.
4. Voor de scheepvaart wordt gestreefd naar een waterstand (bij Moerdijk) die hoger is dan nul meter NAP.
(Gegevens Rijkswaterstaat & Deltaweren online.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen