zondag 30 januari 2011

GEVEL RECLAME. (Deel 3. De Barbierstok.)

De barbiersstok.


Iets minder bekend in het hedendaagse straatbeeld, dan de gaper, is de barbiersstok die dan ook helemaal uit het straatbeeld is verdwenen en nu alleen soms gezien wordt als een lichtzuil bij een enkele kapperszaak.



De vroegere barbier had heel wat meer te bieden dan alleen knippen en scheren. Ook het trekken van tanden en kiezen, chirurgische ingrepen, zoals aderlaten, hersenoperaties en soortgelijke bloedstollende verrichtingen.
De achterliggende gedachte was even simpel als sterk: de barbier weet hoe hij op delicate wijze het mes moet hanteren. De directe aanleiding was waarschijnlijk een decreet van de paus uit ded dertiende eeuw, waarin het kerkelijke werk nemers verboden wewrd zich nog langer met juristerij of medicijnen bezig te houden. De barbiers profiteerden bijzonder van dit verbod. De chirurgie was een kolfje naar hun hand.
In 1371 werd de rechtspositie van de barbiers geregeld. Voor alle duidelijkheid moet wel worden opgemerkt dat de barbiers niet per definitie prutsende kwakzalvers waren. Sommige barbierchirurgen dwongen groot respect af bij hen tijdgenoten. Maar meer ook niet.
Anders dan een medicus werd de chirurg beschouwd als iemend die leuk zijn handen kon gebruiken, een aardige klusser, aan wiens in telectuelle vermogens feitelijk geen eisen werden gesteld. Hij hoefde slechts de aanwijzingen van de arts op te volgen.
Een enkele chirurg bracht het wat verder en eiste erkenning edn een academische titel. Artsen en barbiers verzetten zich zij aan zij tegen dergelijk ongepast gedrag van een afvallige enkeling.


De heelmeesters wensten hun competitie niet te delen met een eenvoudige snijmeester, de barbiers wilden hun inkomsten uit knippen en scheren niet in gevaar brengen. Liever een goed gevulde kas dan een duurklingkende titel. Eind zeventiende eeuw begon het tij echter te keren en in de achttiende eeuw veroverden de chirurgen toch enige erkenning als medicus.
Waarschijnlijk kwam dat vooral toen er een ongekende bloei aanbrak voor de goede kappers: de pruikentijd en ze zich hier meer op toelegden dan op de chirurgie.
Conflicten over de positie van de barbier hebben zich in de loop der eeuwen veelvuldig voorgedaan. Ded rood-wit gestreepte paal aan de gevel gold als een teken dat hier inderdaad chirurgie bedreven mocht worden. In Spanje werd in 1500 bepaald dat de barbiers een examen moesten afleggen voordat ze de zo populaire aderlating mochten verrichten. De klant wist zo dat hij in vertrouwde handen was. En wel zo belangrijk: de heelmeesters werd in 1787 verboden te knippen en scheren.


De dames- of herenkapper wast, knipt, verft, zet permanent en verteld over het weer, sport, levert commentaar op de politiek en is de informatie bron van het dagelijks leven in de buurt.
De barbiersstok heeft plaats moeten maken voor een ander soort reclame aan de gevel.

In de plaats Kairouan in Tunesië staat de Barbier Moskee zo genoemd naar Abu Zam'a al Balawi, metgezel en barbier van de profeet. Hij stond buiten dat hij goed haar kon knippen en scheren vooral bekend voor het perfect besnijden van jonge jongens. Er staat nu een grafmonument van hem in de moskee en het is een bedevaartoord voor jongeren.

( Zie woensdag 12 mei 2010, Barbiermoskee - Kairouan in mijn weblog.)

1 opmerking:

  1. Hallo Kees,

    Ik vond dit leuke info om te lezen.
    Als kappers dochter ( 3e kind in rij ), ben ik later wetenschappelijk werk gaan doen...mijn verantwoording ervoor ging zorgen dat ik af ging trappen in de medische wetenschap...zelf mijn baan door verloor...
    uhm...had mijn vader mij toch beter kapster kunnen laten worden :-) want een innerlijk gevoel en wat in de genen zit...komt wel eens in strijd met elkaar.
    Mijn opa was barbier...mijn vader...nu mijn broer...hij een kapper werd, mijn vader nog tussen kapper en barbier hing...jah, barbier is niet meer ...

    Vriendelijke groet,

    Luciënne van der Vlist

    BeantwoordenVerwijderen