donderdag 10 december 2015

'GREAT EASTERN' (SCHIP)


EEN SCHIP DAT NIET TE WATER

WENSTE TE GAAN.



Het ontwerp voor het enorm grote schip was van de Britse ingenieur Isambard Kingdom Brunel en John Scottt Russell voor de Eastern Occidental S.S.Co.



Het was niet het eerste schip dat Brunell zou gaan bouwen. Eerder had hij in opdracht van de Great Western Railway Co. al twee schepen gebouwd; de 'Great Western' en de 'Great Britain'.
In 1846 ging deze rederij failliet en Brunell legde zich toe op de bouw van spoorwegen en bruggen.
In 1855 stelde hij aan de Eastern Steam Navigation Company voor om een super groot schip te bouwen. Het schip zou de naam 'Leviathan' krijgen.
Veel rederijen en werven zagen er hoogmoed in van Brunel, maar het was de typische Victoriaanse trots van de Britten en de mening "Brittannia rules the waves" dat toch besloten werd tot de bouw van het schip, wat later de naam 'Great Eastern' zou krijgen.

Op 1 mei 1854 vond de kiellegging van het schip plaats op de werf Messrs Scott, Russel and Co te Millwall Londen. Een schip met een lengte van 211 meter, een breedte van 29 meter en over de schepraderen een breedte van 36 meter. Het schip met een bruto inhoud van 18.914 ton en een waterverplaatsing van 27.384 ton en 16 waterdichte compartimenten, werd vier tot vijfmaal groter dan de grootste schepen in die tijd gebouwd.
Het schip kreeg twee soorten van voortstuwing; de schroef werd aangedreven door een 4500 ipk stoommachine met vier liggende cilinders, waarvan de drijfstangen ieder afzonderlijk konden worden ontkoppeld, de schepraderen werden in beweging gebracht door een stuurboord- en bakboord stoommachine met elk twee oscillerende zuigers. Deze machines van ieder 1500 ipk konden eveneens zowel afzonderlijk als met aaneengekoppelde assen worden gebruikt.
Voor de stoomproductie had het schip 10 kolengestookte ketels en voor de rookafvoer vijf schoorstenen. Het kolen verbruik lag op 300 ton per etmaal; de bunkers hadden een inhoud van 10.000 ton. Buiten de mechanische aandrijving had het schip nog zes masten voor het voeren van zeilen. Dienstsnelheid 14 knopen.


Langsdoorsnede van de 'Great Eastern': 1 - 2. salons voor de passagiers; 3. ketels voor de raderaandrijving; 4. ketels voor de schroefaandrijving; 5. machinekamer raderaandrijving; 6. machines voor de schroefaandrijving; 7. schroef; 8. kapiteinsverblijf; 9. dwarsschotten; 10. bemanningsverblijven; 11. laadruimen.

Het schip was gebouwd voor een dienst tussen Londen en het verre Oosten voor de Eastern and Occidental S.S. Co, en had zulke grote bunkers omdat op die route weinig bunkerstations waren.
Aan boord was accommodatie voor 800 passagiers in de eerste klasse, 2000 in de tweede klasse en 1200 in de derde klasse. Verder had het schip een bemanning van 418 koppen.

Op 3 november 1857 zou de tewaterlating plaats vinden, maar het schip bleef op de helling vast zitten en het lukte pas op 30 januari 1858 het casco van de helling te krijgen. Een slecht voorteken!
Tijdens de bouw hadden zich ook enkele dodelijke ongevallen met dodelijke afloop plaats gevonden.
De eigenaar, die al 600.000 Britse pond had uitgegeven aan het schip ging falliet en droeg het schip over aan de Great Eastern Ship Company.



In juni 1860 werd de eerste reis over de Atlantische Oceaan gemaakt met slechts 36 passagiers, waarbij de gemiddelde snelheid van 12 knopen werd gehaald.
In september 1861 liep het schip ernstige schade op tijdens een hevige storm op de Atlantische Oceaan, 280 mijl ten westen van Cape Clear, doch het slaagde erin op eigen kracht de haven van Cork in Ierland binnen te lopen. Na de reparatie werden er korte cruises georganiseerd, maar financieel was het schip niet uit de kosten te krijgen. Het schip bleek geen succes te zijn.

Het werd verkocht aan een nieuwe reder, Cyrus Field, een Amerikaans zakenman die het om liet bouwen als een kabellegger. In 1865 werd met het schip de eerste telegrafiekabel over de bodem van de Atlantische  Oceaan gelegd maar deze brak bij slecht weer. Eerst in 1866 had een nieuwe poging succes en werden er nog vier kabels tussen Engeland en de Verenigde Staten gelegd.
Hierna werd het schip ingezet in de Verre Oosten om een kabel te leggen tussen Aden en Bombay, waarna het schip in 1873 opnieuw werd verkocht  en dienst deed als tentoonstellingsschip.
In 1888 kwam een einde aan het bestaan van de 'Great Eastern' en werd ze te Rock Ferry aan de rivier de Mersey gesloopt.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen