vrijdag 10 februari 2017

GEERDE OF GEI. WAT ZIJN DAT?


          BEIDE HEBBEN MET

           SCHEEPVAART TE MAKEN.






GEERDE.

Geerde, ook gaarde of lei, is een lijn lopend van de nok van de spriet of de gaffel naar dek, en bestemd voor het in bedwang houden en of in de juiste stand zetten van dit rondhout.
Zonder geerden zou een lange gaffel te ver uitwaaien hetgeen de stand en werking van het zeil ongunstig beïnvloedt.
Met het in gebruik komen van steile, dicht langs de mast lopende gaffels zoals bij het 'hourituig', en van korte gaffels, werden geerden overbodig, hoewel ze nog wel voorkomen op tjalkjachten waar men voor het tijdelijk wegnemen van zeiloppervlak, wel de hals opgeit en de piek laat zakken, welke laatste dan door het strak zetten van de geerden niet heen en weer kan slaan.
Zware geerden bestaan veelal uit staaldraad schinkel waarop een derdehand voor het stijfzetten.


Geerden van de bezaan op een 18e eeuws fregat.
1. Geerden aan beide zijden van de roede; 2. Dempgordings; 3. Staarttouw van de dempgordings; 
4. Hoofdgeitouw; 5. Geitallie; 6. Ophaler, touw zonder eind, dat door een aan het achterlijk genaaide kous loopt en daarboven een knoop heeft waarmee de uiteinden van hoofdgeitouw en gordings opgehaald kunnen worden.

GEI.

Een gei is een lopend touw, staaldraad of takelgestel om een scheepsonderdeel te bewegen of in een bepaalde stand te houden.

 De geitouwen (1) aan de achterzijde van een marszeil, waarmee de schoothoorns (2) worden opgehaald.

Hiertoe behoren:
1. Lopend touw om zeilen te geien, dat wil zeggen de schoothoorns op te halen tot tegen de ra, alvorens de zeilen te bergen.
2. Zie geerde of gaarde.
3. Eind staaldraad aan de druif van radiaal-davits bevestigd om deze in en uit te kunnen zwaaien en in een bepaalde stand te houden bij te water laten of scheepszetten van reddingsboten.
4. Één van beide takelgestellen waarmee een laadboom kan worden gezwaaid of in een bepaalde stand vastgezet. Deze geien zijn samengesteld uit een voorloop van staaldraad, schinkel genaamd, een vierloper of een derde hand als klaploper, en soms een korte voorloop van staaldraad aan het onderblok.

De geitouwen waarmee het achterlijk van de bezaan tegen de gaffel wordt opgehaald.

Voor gewoon werk worden meestal houten blokken gebruikt met manilla lopers, terwijl bij lossen van zware spierstukken met de scheepsspier, veilger stalen blokken gebruikt kunnen worden met soepele lopers.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen