zaterdag 18 februari 2017

DE SLAVENVAART EEN ZWARTE BLADZIJDE.

DE SLAVENVAART EEN ZWARTE

BLADZIJDE UIT NEDERLANDS

MARITIEME GESCHIEDENIS.



SLAVENVAART EN HANDEL.

De slavenvaart en handel is een zwarte bladzijde uit de maritieme geschiedenis van landen als; Spanje, Portugal, Engeland, Frankrijk en Nederland. 
Slavernij was in de geschiedenis van de scheepvaart niet onbekend. Veel Europese zeelieden, werden door de Barbarijnse zeerovers, die onder de vlag van het Osmaanse Rijk opereerden, wanneer zij gevangen werden genomen als slaaf verkocht aan de Arabieren, of als 'christenslaaf' tewerkgesteld op de kaperschepen als roeiers.
























                                       (Tekening van het bekende slavenschip 'De Eeenigheid'.)

Het waren in het begin de Portugezen en de Spanjaarden die goedkope arbeidskrachten nodig hadden voor de ontwikkeling van hun overzeese gebieden in Zuid- en Midden-Amerika. Als snel werden beladen vanuit de Portugese kolonies in West-Afrika met lokale bewoners die in de koloniƫn te werk zouden worden gesteld. Deze goedkope arbeidskrachten bleken al spoedig een goudbron te zijn voor de handelaren uit andere landen. Al snel werd deze handel in menselijke waar over genomen door de Engelsen en de Nederlanders. Met oprichting van de West Indische Compagnie in 1621 begon voor Nederland ook de slavenhandel.

Deze handel was een driehoekshandel. De schepen vertrokken uit Europa met handelswaar dat geschikt was voor de ruilhandel of het kopen van de slaven aan de westkust van Afrika.
De slaven werden met honderden tegelijk gekocht van de Arabische handelaren, die zelf de handel over land beheersten, en deze slaven zelf haalden in het binnenland of weer betrokken van negeropperhoofden die de bevolking van vijandig gezinde stammen aan de Arabieren leverden.
De slaven werden als 'haringen in een ton' op de schepen ondergebracht op daarvoor speciaal geplaatste dekken in het ruim.

                          (Doorsnede van het slavenschip 'de Eenigheid' met haar ruim indeling.)

In het begin van deze handel werden er ook nog slaven aan het open dek vervoerd, maar daar zagen de handelaren snel van af. Ook het vervoeren in een zittende houding nam te veel ruimte in en men legde ze plat neer, om en om in de lengte, om ruimte te besparen en meer slaven te kunnen vervoeren.

Per overtocht van Afrika naar Amerika werden per schip ruim 350 slaven vervoerd.
Tot de afschaffing van de slavernij, bedroeg dit aantal overgebrachte slaven nog tussen 100.00 en 200.000 per jaar.
Vooral de Engelse kolonies betrokken tussen 1680 en 1786 meer dan twee miljoen negers voor het werk op de plantages in de zuidelijke staten van Noord-Amerika.
Tijdens het vervoer over zee, kreeg men te kampen met ziekten en sterfgevallen en men schuwde het niet om dood en nog levend overboord te werpen, daar ze toch geen geld meer opbrachten.

(De slavenhuisjes bij de zoutpannen op het eiland Bonaire.)

Deze schepen voeren niet rechtstreeks naar de havens in het zuiden van Noord-Amerika, maar gebruikten de Caribische eilanden als tussen stop. Hier werden de slaven gekeurd en verder verhandeld. Zij die niet direct verhandeld werden bleven weer op deze eilanden achter en vormden de eersten van de nu huidige bewoners.
Deze vaart staat bekend als de 'slaafvaart' en de schepen werden 'slavenhalers' genoemd. Het waren speciaal omgebouwde vrachtvaarder, waarvan de snelheid een eerste vereiste was, om het aantal sterfgevallen op deze overvolle schepen te beperken. Daarom werden hiervoor veelal snelle schoeners en brikken gebruikt.

Daar op deze schepen geen sanitaire voorzieningen waren voor de slaven moesten ze, na het lossen van hun menselijke lading, grondig worden schoongemaakt alvorens ze een retour lading naar Europa konden innemen. 
Na enige van deze reizen was de licht niet meer uit de schepen te krijgen, daar het vocht van het menselijke afval zich in het hout had ingedrongen. Zodoende kon men de slavenschepen reeds op een mijl afstand ruiken.


 Voor de terugreis werden producten als suikerriet, koffie, zout, hout en andere  producten geladen, waarna deze weer in de thuishaven werden gelost en men weer aan de volgende slaven reis kon gaan beginnen.
De kroon in deze menselijke handel werd gedragen door de Portugezen en de Britten, waarna Spanje en Frankrijk.
Doch is het triest dat een door de toenmalige Nederlandse staat gesteunde organisatie de West Indische Compagnie, welke ook nog bescherming genoot van de strijdkrachten ter zee, rijk is geworden aan dit enorme menselijke leed.

Hierboven een kaartje met een overzicht van de plaatsen aan de Afrikaanse westkust, waar de slaven werden geladen voordat ze aan de Atlantische oversteek begonnen, naar de haven waar ze de rest van leven zouden slijten in dwangarbeid.

Aan deze menselijke handel kwam in 1807 een einde door een in Engeland aangenomen wet.
In 1804 hadden de Denen reeds deze handel verboden. Op 1 juli 1863 volgde de Nederlanden.
In Amerika duurde de afschaffing van de slavernij enige jaren langer tot 1865, daar de zuidelijke staten tegen deze afschaffing waren. Pas na de Amerikaanse Burgeroorlog werd het pas een feit.

Heden in de 21ste eeuw kennen we wereldwijd nog steeds vormen van slavernij. In veel landen in de Midden- en Verre Oosten kent men de kinderarbeid, werken jonge vrouwen en meisjes als slavinnen in de kledingindustrie tegen een hongerloontje.
Kleine jongens in de baksteen industrie of het kappen van stenen.
In Afrika worden in de binnenlanden kinderen ingezet voor het delven naar goud en diamanten. In veel landen gebruikt men nu de eigen bevolking als slaaf.


note: Over de reis van het slavenschip 'De Eenigheid' staat een uitgebreid verslag, uit de bijgehouden logboeken door de opvarenden van het schip, op internet Google te lezen.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen