maandag 13 februari 2017

LINIESCHIP. WAT IS DAT?


HIERMEE WERD GESTREDEN

OM DE HEERSCHAPPIJ OP ZEE.



LINIESCHIP.

Het was eertijds het grootste type houten zeil-oorlogsschip. Gedurende de Nederland Engelse oorlogen waarvan de eerste begon in 1652 vond een radicale wijziging plaats in de tactiek van het gevecht op zee.

De vloten van de Hollanders en Engelsen formeerden zich voor het gevecht in kiellinie.
Dit is een formatie; waarbij de kielen van de schepen in één lijn achter elkaar liggen. Bij een dubbele kiellinie varen de schepen twee naast elkaar en de volgende evenzo in kiellinie daarachter.
Voor de 'schepen ven oorloghe', de spiegelschepen, die voldoende bewapend waren en voldoende weerstandsvermogen hadden om in de kiellinie opgenomen te worden, kwam als gevolg daarvan rond 1600 de naam linieschip in zwang.


                               Frans linieschip ( driedekker ) van 1e rang, met 120 stuks geschut.

De linieschepen waren de kern en het hoofdbestanddeel van de oorlogsvloot. Ze waren in de eerste plaats gebouwd op weerstandsvermogen en zeewaardigheid en niet op snelheid.
Ze waren volledig getuigd en hadden drie, soms vier masten. Ze voerden tussen de 50 een 120 stuks geschut, opgesteld op twee, soms drie dekken en werden naar het aantal stukken onderscheiden in schepen van 1e, 2e etc. rang.


Door de ondiepten voor de Nederlandse kust waren de grootste Hollandse linieschepen in het algemeen kleiner dan de grootste Engelse en Franse. Het waren bovendien tweedekkers (zie linker helft tekening).
Een van de grootste in Holland was de 'Zeven Provinciën', voltooid in 1665, een tweedekker met een lengte van 163 voet en een breedte van 43 voet en een holte van 15 voet. Het schip was bewapend met 28 stukken geschut van 36 pond, 14 van 18 pond, 12 van 12 pond en 26 van 6 pond.
In tegenstelling tot de Franse en de Engelse linieschepen waren de Hollandse in de 17e eeuw nog wel eens verbouwde Oostindië-vaarders of koopvaardijschepen. Deze voldeden echter minder goed, zodat dit soort verbouwingen in latere periode niet meer werd toegepast.


De ontwikkeling van het linieschip kenmerkt zich door een geleidelijke toename van de scheepsgrootte.
Deze toename werd niet gebruikt voor een vergroting van het aantal stukken geschut, wel voor een toename van het kaliber van de de stukken, tevens in het bijzonder om het weerstandsvermogen en de zeewaardigheid te vergroten. De linieschepen waren in 1660 nog alle voorzien van een platte spiegel.
De Engelsen gingen er echter vanaf die tijd toe over deze te vervangen door een ronde spiegel, een gewoonte die enkele decennia later in Holland en Frankrijk werd overgenomen.



De eerste linieschepen waren voor en achter voorzien van hoge opbouwen en waren sterk gezeegd. In latere jaren verminderden zowel zeeg als opbouw. Vooral de grootste linieschepen, de vlaggenschepen van de vloten, waren rijk versierd met houtsnijwerk en kleurrijk geschilderd.



Dit gold in het bijzonder voor de spiegel. Door de hoge kosten verbonden aan het houtsnijwerk verminderde dit sterk in de 18e eeuw.

Na het midden van de 19e eeuw verdwenen de houten linieschepen van de wereldzeeën door de invoering van de stoomvoortstuwing, de pantsering en de nieuwe stukken geschut.
De linieschepen werden vervangen door het pantserschip, later het slagschip. Ook het in linie varen bij een gevecht raakte uit te tijd.
Alleen bij de Duitse marine bleef de benaming linieschip (Linienschiff)  bewaard tot na de WO-I.
Bij de Britse en Amerikaanse marine sprak men reeds voor het begin van de vorige eeuw van slagschepen, terwijl de Nederlandse Kon. Marine van pantserschepen sprak.

Het in linievaren is nog steeds in gebruik, maar niet ten tijde van een zeeslag.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen