woensdag 3 juni 2015

WALVIS. WAT IS DAT?


EEN ZOOGDIER ALS VIS.


Een walvis is een zo sterk aan het leven in het water aangepast zoogdier, dat het op een vis is gaan lijken.
Kop,romp en start gaan geleidelijk in elkaar over, de voorste ledematen zijn tot vinnen omgebouwd, de achterste ontbreken.
De staart is tot een grote horizontale vin uitgegroeid; deze dient voor de voortbeweging.
Oorschelpen en haar ontbreken. Een dikke speklaag beschermd het dier tegen afkoeling en tegen grote druk bij diep duiken.



Het neusgat dat enkelvoudig of dubbel is, ligt aan de bovenkant van de schedel.
De spieren zijn sterk ontwikkeld; zij vormen 40% van het lichaamsgewicht, het geraamte slechts 17 %, de speklaag 25 tot 35 %.
Het oog is klein, vooral bij de grote soorten.
Het reukorgaan is slecht ontwikkeld, maar het gehoor is daar in tegen zeer goed, waarschijnlijk ook voor zeer hoge tonen.
Vele soorten brengen een geluid voort dat voor een soort sonar waarneming gebruikt wordt.
De grote baardwalvissen kunnen tot 350 meter diepte duiken, potvissen zelfs tot 1000 meter. Hun longen, de meest samendrukbare organen, zijn daarom klein.
De duiktijd van een baardwalvis bedraagt gemiddeld 5 tot 10 minuten, maximaal 40 minuten, bij potvissen is dit nog langer.
In de spieren is een grote reserve aan aan zuurstof aanwezig. 
In de uitgeademde lucht condenseert de waterdamp door de plotselinge drukvermindering; hierdoor ontstaat uit het neusgat een fontein waterdamp, de blast genaamd, die van verre zichtbaar is. Walvisjagers kunnen aan de blast verscheidene soorten herkennen.
Het jong wordt in het water geboren, het moet dus direct na de geboorte kunnen zwemmen en duiken, maar krijgt hierbij veel steun van de moeder. De lengte van een pas geboren walvis is ongeveer 1/3 van die van de moeder. De dracht duurt 10 tot 12 maanden, bij de potvis 16 maanden.
De walvissen worden verdeeld in; 1. de baard- of baleinvissen en 2. de tandwalvissen.


1. BAARDWALVISSEN.

Baardwalvissen worden ook wel baleinwalvissen genoemd. Ze dragen aan hun gehemelte baleinen, reeksen naar beneden hangende platen van een hoorn achtige substantie; aan de binnenkant zijn borstelige haren ingeplant die een soort baard vormen.
Tanden worden allen bij het embryo aangelegd, maar deze verdwijnen later geheel. De baleinen met borstels vormen een zeefwerktuig waarmee voedezel, betrekkelijk planktonorganismen, uit het water worden gezeefd. Er zijn net als bij de mens twee neusgaten. De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes.
De baardwalvissen worden weer onderverdeeld in echte baleinwalvissen en de vinvissen. De eerste hebben lange baleinen, een sterk gewelfd schedeldak en geen rugvin.
De vinvissen hebben een platte schedel en betrekkelijk korte baleinen. Aan de keel bevinden zich talrijke groeven en zij hebben een rugvin. Tot de echte baardvissen behoren de volgende soorten.


                                               (Een stuk balein van een baleinwalvis.)

A: GROENLANDSE WALVIS.

De Groenlandse walvis is de grootste van de echte baardwalvissen, tot 18 meter lang, met een zeer zware kop, 1/5 van de lichaamslengte. De baleinen kunnen meer dan 4 meter lang worden en tot 1000 kilo wegen. Hij bewoont de arctische zeeën tot in het drijfijs. Tot het einde van de 17e eeuw kwam hij zeer talrijk voor. Engelse en Hollandse expedities, op zoek naar de noord-oost doorvaart, ontdekten in het eind van de 16e eeuw de grotte rijkdom aan deze walvissen; een grootscheepse jacht op deze dieren werd ontketend. De Hollanders richten de Noordse Compagnie op.
Langzamer hand begon door de jacht het aantal te verminderen en aan het einde van de 19e eeuw loonde de vangst niet meer.
Thans is de Groenlandse walvis beschermd, behalve voor de inlandse bevolking, en het aantal stijgt weer uiterst langzaam.


B: DE NOORDKAPER.

De Noordkaper is herkenbaar aan de verhoornde knobbels op de snuit en de kin en aan een flauwe inzinking achter de kop; lengte tot 16 meter, baleinen tot 2,5 meter.
Hij leeft in alle zeeën, behalve de tropen.
Vroeger trokken kudden van soms honderd stuks van de Arctis naar de Azoren en omgekeerd, thans zijn ze zeldzaam geworden.


C: DE DWERGWALVIS.

De Dwergwalvis is de kleinste baardwalvis. Heeft een lengte van 6 meter en leeft in de Antarctis en is voor de walvisvaart van geen betekenis.

D: DE GRIJZE WALVIS.

De rug van de grijze walvis is donkergrijs met witte vlekken. Hij kan een lengte hebben van 13 meter. Leefgebied is de noordelijke Stille Oceaan. Door de betrekkelijk korte baleinen en de aanwezigheid van enkele groeven in de keelstreek vormt hij een overgang tot de vinvissen.
In de winter trekt de grijze walvis langs de kusten van Californië en Oost-Azië en werd hier vroeger zeer intensief gejaagd; thans is deze soort beschermd.

Van boven naar beneden onder de maatlat van 30 meter
de volgende walvis soorten;
1. - Blauwe vinvis.
2. - Potvis.
3. - Noordkaper.
4. - Bultrug.
5. - Orka.
6. - Dolfijn.

DE VINVISSEN.

Tot de vinvissen behoren de volgende soorten:

E. DE BLAUWE VINVIS.


Het is het grootste en zwaarste dier dat zover bekend ooit op aarde heeft bestaan. Deze vinvis kan een lengte bereiken van 33 meter en heeft een gewicht tot 130.000 kilo. De meest voorkomende lengte is 24 meter. De vis brengt de zomer nabij de polen door, tot diep in het drijfijs.
Het paren en werpen van het jong vindt in de tropische wateren plaats. De maag kan soms 1000 kilo krill bevatten. Door de intensieve jacht is het aantal sterk verminderd en thans is het een beschermde diersoort.

F. DE GEWONE VINVIS.

Deze vis kan een lengte hebben tot 21 meter. De soort gelijkt veel op, en gedraagt zich ongeveer als de blauwe vinvis. Thans is het de belangrijkste soort voor de nog toegestane walvisvaart. 

G. NOORDSE VINVIS OF SEIWALVIS.

Deze kan een lengte hebben tot 16 meter. De baard is fijner dan die van andere vinvissen, waardoor fijner plankton kan worden uitgezeefd. Voorkomend in alle zeeën van de wereld.

H. DE BULTRUG.

De Bultrug kan een lengte hebben van 14 meter en is kenbaar aan de knobbels op de kop en de lange aan de voorzijde gekartelde borstvin.
Deze soort trekt langs de kusten en wordt daardoor veel vanuit kuststations gevangen 





I. DE DWERGVINVIS.

Ook de minkwalvis genoemd. Heeft een lengte tot 9 meter en is herkenbaar door de witte dwarsband over de borstvin. Komt vrijwel in alle zeeën voor, behalve in de tropische gebieden.


VOEDSEL VAN DE BALEINVISSEN.

Het voedsel van de baleinvissen bestaat voor het overgrote deel uit plankton.
Er bestaan verschillende soorten plankton. Deze zeer kleine diertjes zweven mee in de stroming van het zeewater en kunnen zelf niet zwemmen.



2. TANDWALVISSEN.

Deze walvissen hebben gewoonlijk een goed sterk ontwikkeld gebit van kegelvormige tanden. De mannetjes zij hier meestal groter dan de vrouwtjes. Ze hebben maar één neusgat.

                                                            (Een tand van een Potvis.)

A. DE POTVIS.

Het Potvis mannetje kan een lengte hebben van 18 meter en een gewicht van 50.000 kilo.Door de vrij grote minimummaat zijn de vrouwtjes grotendeels beschermd.
De vis is kenbaar aan het hoog uitgebouwde voorhoofd en smalle onderkaak; alleen hierin zitten tanden. De blast is schuin naar voren gericht. De potvis komt voornamelijk voor tussen 40 graden noorder-breedte en 40 graden zuider-breedte; vooral de mannetjes zonder harem dringen echter ook tot de zeeën van de beide polen door.
Het voedsel bestaat uit inktvissen. De potvis zwemt gewoonlijk langzaam en kan daardoor vroeger al met eenvoudige middelen worden gevangen.
De belangrijkste producten van de vis zijn spermaceti en amber.
Het spermaceti orgaan zit in de kop van de potvis; het is gevuld met een witte wasachtige substantie, spermaceti of walschot. Het was vroeger een waardevol product voor de productie van kaarsen, zeep, cosmetica en machine oliën. 
Amber komt uit het darmstelsel van de potvis en is een grijsachtige harde wasachtige klomp. Werd vroeger gebruikt voor de productie van parfum en was een zeer dure grondstof.
De potvis heeft zich door de eeuwen heen zeer goed weten te handhaven.

OVERIGE TANDWALVISSEN.

De overige soorten tandwalvissen worden wel onder de naam dolfijnen samengevat, hoewel hieronder ook wel uitsluitend de kleine, tot 3,5 meter lange soorten worden verstaan. het zijn de meest snelle zwemmers, sommige halen meer dan 30 kilometer per uur.
Vele soorten maken een geluid dat, als geluidgolven terugkaatsen, bijvoorbeeld op een prooi, door een soort sonar wordt waargenomen. 
In aquaria zijn met geblinddoekte dolfijnen proeven gedaan en zij wisten hun prooi te verschalken en zwommen nergens tegen aan. het geluid kan een frequentie hebben van 500-180.000 trillingen per seconde; het reikt dus tot ver in het supersonische gebied; duur en hoogte van de toonstoten kunnen voortdurend variëren. Buiten dat deze vissen leven in de zee zijn er ook die in zoet water leven.
Tot de dolfijnen in ruimere zin behoort een groot aantal soorten; slechts enkele zullen hier vermeld worden.

B. DE GRIEND.

De Griend kan tot 8 meter lang worden en heeft een iets naar voren geweld voorhoofd, lange borstvin en is geheel zwart. Het voedsel van deze vis bestaat voornamelijk uit inktvissen en haring. 
Deze vis komt in alle zeeën van de wereld voor, vaak in kudden van soms honderd stuks.
Vaak komt het voor dat de kudde te dicht bij de kust komt waardoor de dieren stranden en met hulp van de mens weer in het water geholpen moeten worden, daar ze anders sterven.
Van 1584 tot 1883 werden er zo op de Far Öer eilanden 117.000 stuks buitgemaakt.

C. DE BUTSKOP.

De Butskop kan tot 9 meter worden en heet een snuit als een eendensnavel. Het voorhoofd is bij oudere mannetjes sterk gewelfd en bevat een soort spermaceti.
De Butskop leeft over het algemeen in kudden en er werd vroeger veel jacht opgemaakt.


D. DE BELUGA.

De Beluga wordt ook wel de witte Walvis genoemd vanwege de witte tot gele kleur. Ze kan een lengte hebben van 4,5 meter en heeft geen rugvin.
De Beluga voedt zich met inktvis en kreeftachtige dieren die hij het meest van de bodem grijpt. De vis leeft in arctische wateren vaak nabij kusten tot ver in de riviermondingen, waardoor hij voor de arctische bevolking een belangrijke voedselbron vormt; de huid levert een soort leer.
De Beluga kan een duidelijk hoorbaar geluid voort brengen en wordt daarom en mede om zijn kleur wel zeekanarie genoemd. 

E. DE ORKA.

De Orka of Zwaardwalvis heeft een grote recht op staande rugvin; de borst is wit en heeft verder een zwarte huid met witte vlekken.  De Orka kan een lengte hebben van 9 meter.
Komt in alle zeeën voor en is een grote rover in de zee. De Orka schrikt er niet van terug robben, ijsberen, pinguïns en andere diersoorten van de rand van de ijskap te verschalken. Buiten dat voedt de vis zich ook met andere vissoorten en valt zelfs dolfijnen aan.



F. DE NARWAL. 


De Narwal is lichtgekleurd met donkere vlekken en kan tot 6 meter lang worden.
Er worden slechts twee tanden in de onderkaak aangelegd die bij het wijfje  rudimentair blijven; bij het mannetje groeit de linker uit tot een 2,5 meter lange stoottand met een spiraalgewijze gegroefde oppervlakte. Hij leeft in de arctische wateren. Het voedsel: vis, kreeften en krabben, wordt hoofdzakelijk van de bodem opgenomen.
De huid is dik en voor de Eskimo's een bron van vitamine C.

G. DE TUIMELAAR.

De Tuimelaar is een van de Dolfijn soorten en kan een lengte krijgen van 3,5 meter. Heeft een gewelfd voorhoofd en vrij scherp afgescheiden snuit, goed ontwikkelde tanden in beide kaken.
De huid is van onder wit en van boven zwart. De vis heeft een hoog sikkelvormige rugvin. Hij komt in de Noordzee talrijk voor, tot in de Waddenzee.
Ze spelen graag in de boeggolf van de langzaam varende schepen en hebben neiging tot het vertonen van kunstjes, zoals het hoog op de staart staande achteruit zwemmen.

H. DE BRUINVIS.

De Bruinvis kan een lengte hebben van 1,8 meter. De rug is zwart-bruin en de buik grijswit. De vis heeft spatelvormige tanden met verbrede kroon en een stompe kop.
Het is de Noordzee en de Oostzee de meest voorkomende soort van de dolfijnen, vooral langs de kusten en in binnenzeeën, soms tot ver in de riviermonden.
De bruinvis voedt zich met vis, voornamelijk haring. Het vlees was vroeger zeer gewaardeerd. ook zij leven net als de tuimelaars in groepen en volgen zeeschepen in hun boeggolf.



(Zie vervolg; WALVISVANGST. HOE EN WAT?) 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen