vrijdag 29 mei 2015

NOORDSE COMPAGNIE. WAT IS DAT?



DE MEEST ONBEKENDE VAN DE DRIE.







Van de drie verenigde compagnieën welke ons land rijk was; de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West Indische Compagnie is de Noordse Compagnie de meest onbekende.
Nadat men tot de conclusie was gekomen dat de walvisvangst bij Kaap de Goede Hoop geen perspectieven bood werd in 1612 de eerste expeditie naar Spitsbergen ondernomen.
De Noordse Compagnie werd ook wel de Groenlandse Compagnie of Compagnie van Spitsbergen genoemd, Het was een kartel opgericht in 1614 in de Republiek der Verenigde Nederlanden, door deelnemende steden ten dienste van de walvisvaart.



Zij kreeg het monopolie voor de walvisvaart in de Noordelijke IJszee en werd opgericht als antwoord op de Deense- en Engelse activiteiten (Muscovy Company). De Hollanders namen lange tijd zeker zo'n 40% van alle gevangen Groenlandse walvissen voor hun rekening.
De Noordse Compagnie was een productiekartel, gecombineerd met een prijsconventie en had jarenlang het handels monopolie voor walvistraan in handen.



( Drie van de oorspronkelijk vijf gebouwde Groenlandse pakhuizen aan de Keizersgracht 40 t/m 44 in Amsterdam.)


De rederijen waren georganiseerd in kamers, eerst alleen in Amsterdam aan de Keizersgracht, later ook in Enkhuizen Hoorn, Medenblik, Delft, Rotterdam, Veere, Middelburg en Vlissingen..
In 1622 werd de laatste zelfstandige compagnie opgenomen, de zo genaamde Kleine Noordse Compagnie met deelnemers in Rotterdam en Delft, die de walvisvaart beoefenden.
In 1636 werden er nog twee Friese kamers opgericht: Harlingen en Stavoren.



(Kaart van het eiland Jan Mayen met als hoogste punt de Beerenberg.)

Het vanggebied van de Noordse Compagnie strekte zich uit van de Straat Davis bij Newfoundland tot het Russische eiland Nova Zembla. De walvis vangst was een seizoen arbeid. De schepen verlieten in juni de diverse thuishavens in de Republiek en pas na drie weken arriveerden zij in de kustwateren van Spitsbergen en Jan Mayen. Uiterlijk oktober keerden de schepen pas terug naar de Republiek.
Op Spitsbergen werden een traankokerij en zomernederzetting opgericht met de naam Smeerenburg. Later bouwde men ook nog traankokerijen op het eilandje Zeeuwse Uitkijk. In deze traankokerijen werd het walvisspek verwerkt. Dit scheelde bij het vervoer naar Holland aanmerkelijk in de laadruimte en minder stank aan boord wat ook door het bederven van het spek voorkwam.
Iedere kamer van de compagnie beschikte op de eilanden over hun eigen traanovens. Verder waren er verblijfsgebouwen, werkplaatsen en een klein fort.


In de eerste jaren van de vangst maakte men gebruik van harpoeniers uit Baskenland en andere vaklieden. geleidelijk aan werden deze vervangen door Nederlandse en Noord-Duitse zeelieden die deze kunst intussen ook beheerden.
Buiten de vangst van walvissen werd er ook jacht gemaakt op walrussen, robben en ijsberen. De tanden van de walrus leverde ivoor op, de huid van de robben en de ijsberen bont.
De baleinen van de walvis werden gebruikt voor de productie van schilderijlijsten, wandelstokken en mesheften.




Toch ging het niet voorspoedig met de Noorse Compagnie; er werd veel weerstand ondervonden tegen het strenge monopolie wat onderlinge concurrentie onmogelijk maakte.
Ook kwamen er minder grote investeerders die hun geld staken in de intussen opgerichte West-Indische Compagnie in 1621.
In 1642 werd het octrooi dan ook niet verlengd door de Staten Generaal, waarna  de walvisvaart door de vrije concurrentie tot grote bloei kwam, die tot in de 18e eeuw voortduurde. 
Ten tijde van de Republiek noemde men de Nederlandse walvisvaart in de noordelijke zeeën ook wel de Groenlandse vaart.

In het onherbergzame noordwesten van de IJs-zee op het eiland Spitsbergen liggen enkele honderden graven van zeelieden die daar zijn gestorven gedurende de walvisvangst in de 17e eeuw.
Ook op de Wadden eilanden herinneren nog grafzerken gemaakt van walviskaken aan de daar begraven commandeurs van de schepen.






(Zie vervolg; WALVIS. WAT IS DAT?)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen