donderdag 7 mei 2015

MAST- EN ROERVERSIERING. WAT IS DAT?


EEN OUD GEBRUIK EN NU TRADITIE.




Mastversiering is alle versiering van de masten op zeeschepen, vissersschepen, jachten en binnenvaarders, doorgaans bestaande uit snij of beeldhouwwerk, evenals beschildering en bevlagging.

( Rechts; een masttopversiering het zogenaamde 'mannetje' van een Arnemuidse hoogaars.)

Aan boord van de zeeschepen was de mestversiering reeds gebruikelijk in de middeleeuwen. Toe werden er schanskleden en wapenschilden over de rand van de mars gehangen. Dit oude gebruik is terug te vinden op sommige zeilschepen uit de 20e eeuw in de vorm van marsschilden versierd met heraldische motieven. Dit kwam veel voor op de Belgische opleidingsschepen.

Ook het voeren van feest- en praalvlaggen is naast het pavoiseren een wijze van mast versiering.

                                                                    
( Rechts; de zogenaamde 'mastwortel'.)

Op jachten en binnenschepen werd in de loop van de 17e tot in de 19e eeuw soms een mastschild geplaatst tegen de voorkant van de mast.
Onderdelen als de hommer en de masttop werden soms bewerkt en beschilderd en droegen samen met het schilderwerk op de andere rondhouten bij tot de decoratie van het schip.
De masttop was boven de vleugel soms versierd met een mastwortel.
Vleugel en mastwortel samen noemde men tuigje.



Hommer ook wel nommer genoemd is een ronde of achthoekige verdikking aan de bovenste helft van een steng of mast, aan de bovenkant voorzien van een borsting.
Op deze borsting kan een zaling steunen of wordt het want gelegd.
In de hommer is soms een schijfgat aangebracht voor een val. Deze hommer werd op vissersvaartuigen, jachten en binnenschepen vaak met veel kleuren opgesierd.

Op vissersschepen kwamen diverse masttopversieringen voor, bijvoorbeeld op het Marker waterschip, op de Arnemuidse hoogaars en op de Blankenbergse schuit.



                                         ( Mastversiering: windwijzer met zeemeermin.)

Vissersschepen van de Zuiderzee hadden bovenop de pen van de vleugel de 'hemelboender of pluim', bestaande uit een bol van in elkaar gedraaide rode of zwarte wol.


PAVOISEREN.

Pavoiseren is het versieren van een schip met rijen vlaggen.
Dit wordt door de schepen gedaan als eerbewijs bij zeer bijzondere gelegenheden, zoals belangrijke herdenkingsdagen, koninklijke verjaardagen, bij algemeen feestvertoon zoals bij Sail Amsterdam en Sail Den Helder, en soms aan boord van passagiersschepen bij het binnenlopen of vertrek uit een haven.
Aan het pavoiseren zijn duidelijke internationale regels verbonden.
Aan de top van elke mast wordt de natievlag gehesen, aan de geusstok de geus, aan de achtersteven een extra grote natievlag; daartussen met gelijke tussenruimten de seinvlaggen van voor naar achter aan speciale lijnen. Dit over de toppen pavoiseren is op moderne schepen en op schepen die bezig zijn met laden en lossen niet altijd mogelijk. Men zal zich moeten richten naar geschikte bevestigingspunten.
Het pavoiseerplan kan tevoren op verschillende manieren zijn opgemaakt; vooral bij oorlogsschepen kiest men zoveel mogelijk het kleurenschema van de natievlag. Om gevoeligheden te vermijden moet men in het pavoiseerplan geen natievlaggen opnemen anders dan de eigen vlag  zoals hierboven is genoemd; ook geen seinvlaggen die gelijken op de natievlag van het land waar het schip zich bevindt of het vormen van woorden die ongewenst zijn. De rederijvlag wordt bij het pavoiseren niet gevoerd.
De eigen natievlag aan de vlaggenstok moet altijd het eerst uitwaaiend en langzaam gehesen worden en als laatste langzaam worden neergehaald.


ROERVERSIERING.

De eerste vormen van versieringen, buiten de zeegaande zeilschepen, waren op de spiegel- of paviljoenjachten uit de tweede helft van de 18e eeuw en werd later in ere gehouden op de plezierjachten tot in de 20e eeuw.

( Paviljoenjacht uit de eerste helft van de 19e eeuw.)

Buiten het met snijwerk versierde hek dat was voorzien van ramen of meestal valse ramen, was er versiering aangebracht  aan de zijkant van het schip en op de voorsteven.
Ook het roer en de helmstok waren rijk versierd met houtsnijwerk.



Doordat de helmstok over de achtersteven heen stak werd de vlag gevoerd op een houder achter op het roer. Bovenop de helmstok had men vaar een afbeelding van een dier uit hout gesneden aangebracht. Dit soort roerversiering bleef alleen nog in gebruik bij plezierjachten welke nu reeds tot het 'varend erfgoed' behoren.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen