donderdag 9 februari 2012

BATIK. (Deel 1)

Een zeer ontwikkkelde cultuur op Java is het batikken van stoffen. Buiten Java komt batikken voor op Sumatra, Midden-Sulawesi en het eiland Madura. Ieder gebied heeft zijn eigen motieven, tinten en kleuren.
Hoe en wanneer deze techniek om stoffen te bewerken in Indonesië terecht kwam is onbekend, maar zeker is dat het op Java een hoge graad van perfectie heeft bereikt en dat het al enige honderden jaren wordt gedaan.
Ook in India en Malysië komt het batikken voor, maar men gaat er vanuit dat het van Indonesische oorsprong is en door handelslieden is verspreidt.
Batik doeken worden op Java zowel door mannen als door vrouwen als kledingstuk gedragen. De doek wordt door beide geslachten om de heup gewikkeld als een sarong, als een schouderdoek (slendang) en geplooid om het hoofd (kain kepala). Men komt de doeken ook tegen als wandversiering.



Om het patroon aan te brengen, wordt dit eerst op de doek uitgetekend. Langs de uitgetekende lijnen wordt met behulp van een soort pen, een klein potje met schenk tuitje en bamboe handsvat, een tjanting, vloeibare was aangebracht. Het tuitje van de tjanting raakt de stof niet aan maar blijft net boven de uitgetekende lijn.




De was wordt in een kleine mini-wok vloeibaar gehouden op een houtskool vuurtje. Men brengt de was daaraan waar de verfkleur niet wenselijk is.



Is de was afgekoeld dan kan men tot het verven overgaan door de stof in een verfbad te dompelen. Indigo, blauw, wordt over het algemeen als eerste kleur gebruikt.

Is de verfstof gedroogd dan krapt men de was weg op die plaatsen waar men bij een volgend verfbad een andere kleur wil aanbrengen. Kleuren die men reeds heeft aangebracht en wil behouden bedekt men weer met was, alvorens het volgende verfbad te gebruiken. Dit wordt zo dikwijls gedaan als men kleuren wil aanbrengen.

Het aanbrengen van de was op de doeken wordt uitsluitend door vrouwen gedaan. Het verven van de doeken is mannenwerk en is een zwaar werk. Geavanceerde batik bestaat uit verschillende kleurgangen waarbij dus telkens de was op een andere manier wordt aangebracht. Door de was op verschillende gewenste plaatsen te breken, zodat er barstjes in ontstaan, krijgt men er een craquelé effect door.

Batik heeft door de eeuwen heen een enorme ontwikkeling door gemaakt. Buiten de verbetering en verfijning van de materialen zijn ook de technieken verder ontwikkeld.

Rond 1850 maakte de 'cap', stempel, zijn intrede. Dit is een stempel, waarvan het motief gevormd wordt door koperen strips of draadeindjes.



Hoewel er sneller mee gewerkt kan worden blift het aanbrengen van het motief met de in de was gedoopte stempel een zeer precies werkje. De afdrukken moeten volledig naadloos op elkaar aansluiten en aan weerszijden van de stof moeten de patronen precies op elkaar passen. Dit werk wordt hoofdzakelijk door mannen gedaan.

Men kent ook de combinatie van de cap (stempel) en de tjanting (pen). Verder maakte men ook gebruik van uit hout gesneden stempels.

(Wordt vervolgt.)






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen