dinsdag 1 september 2015

SAIL AMSTERDAM 2015. DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (DEEL 1)

EEN WANDELING LANGS DE 

SCHEPEN VIA DE NOORDWAL, 

DE VEEMKADE, DE JAVAKADE

EN DE SUMATRAKADE.

DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (1)

ETOILLE DU ROY.

Deze prachtige replica werd in 1996 gebouwd als de 'Grand Turk' in Marmaris in Turkije, voor de filmopnamen over de Engelse kapitein 'Horatio Hornblower', één van Engeland's grootste zeehelden.
Haar kiel werd gelegd in december 1996 en de te water lating was in september 1997. De eigenaar was toen Turk Phoenix Ltd. uit Engeland.
In 2010 werd het schip verkocht naar Frankrijk en werd de huidige nieuwe eigenaar Etoille Marine Crosières te Saint Malo, waar ze deel uitmaakt van een grote vloot historische replica's.

Het schip, een 6e klas Fregat, getuigd als volschip met een zeiloppervlak van 790 m² is zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant uniek.

Het heeft een prachtige historische ontvangst ruimte voor de kapitein, hoogglans gelakt houtwerk en een indrukwekkende raampartij aan de achter en zijkanten van het kasteel.

Het schip werd gebouwd als een replica van een Engels Fregat uit 1745, zo heeft zij ook kanonnen aan boord die werkelijk kunnen schieten.

Bij binnenvaart en binnen liggen in de haven dragen de bemanningsleden kleding uit 1745.

Het schip met haar bijzonder verschijning is vaak het decor van filmopnamen. Zo werd de recente film over de Nederlandse Admiraal Michiel de Ruyter aan boord van het schip gemaakt.

Het schip heeft een lengte overalles van 46,5 meter; lengte van het dek is 38 meter; breedte 10 meter en ze heeft een diepgang van 3 meter.
Haar boegbeeld stelt een volborstige kapersvrouw voor met een doekje over haar linker oog.


KAMPER KOGGE.

De 'Kamper Kogge' is een reconstructie van een kogge uit de 14 e eeuw. Het schip werd gebouwd naar aanleiding van de vondst van een wrak in de Flevopolder. het was een redelijk zeewaardige eenmaster, dat handelswaar vervoerde.

De bouw van de kogge in 1998, maakte deel uit van een leer-werkproject voor werkeloze jongeren. Dat houdt in dat de scheepsbouwersin spe het scheepstimmeren al doende moesten leren. Er is vier jaar aan de bouw van dit schip gewerkt.

Het is een robuust eikenhouten schip, met een lengte van 21,6 meter; breedte 7,56 meter en een diepgang van 1,9 meter, gebouwd volgens oorspronkelijke bouwmethoden, met op de achtersteven een kasteel, bedoeld als verdediging tegen zeerovers en vijanden.
Normaliter ligt het schip afgemeerd in de IJssel aan de Koggewerf in Kampen. Het schip heeft een eikenhouten romp en kan een zeiloppervlak voeren van 140 m². De thuishaven is Kampen.


YOUNG ENDEAVOUR.

De 'Young Endeavour' werd in 1988 door Engeland geschonken aan Australië, als een bijzonder geschenk ter gelegenheid van 200 jaar kolonisatie van Australië. 
Haar thuishaven is Vloot Base East in Sydney.
Ze vaart onder de vlag van de Royal Australian Navy en slechts 10 van haar opvarenden behoren tot de RAN.
Het schip heeft plaats voor 24 tot 30 trainees om deze kennis te laten maken met de zee. Het scheepsmotto is "Carpe Diem" (Pluk de dag).
  
De 'Young Endeavour' met een waterverplaatsing van 239 ton is gebouwd in Engeland bij Brooke Marine Ltd.
Haar kiel werd gelegd  in mei 1966 en ze werd te water gelaten op 2 juni 1987 en op 25 januari 1988 officieel in dienst gesteld.

Het schip heeft een stalen romp met een lengte van 28,3 meter, breedte van 7,8 meter en een diepgang van 4 meter.
Ze heeft een lengte overalles van 44 meter en is getuigd als een brigantijn  met 10 zeilen waarbij ze een snelheid kan halen van 14 knopen.

Sinds 1988 hebben er meer dan 12.000 jongeren meegevaren, terwijl nog eens een zelfde aantal met een lichaamelijke beperking hebben deelgenomen aan dagtochten met dit schip.






STATSRAAD LEHMKUHL.

Het indrukwekkende zeilschip werd in 1944 gebouwd als een vrachtvaarder op de werf Tecklenburg bij Bremerhaven voor de Duitse Keizerlijke Marine.
Ze werd gedoopt met de naam 'Grossherzog Friedrich August' en diende toen als schoolschip van de marine.




Na de WO-I werd het schiop in 19191 door de Engelsen buitgemaakt en in 1921 verkocht aan Kristofer Lehmkuhl, destijds minister (statsraad) voor werkgelegenheid in de Noorse regering. Het schip werd naar hem vernoemd.















Tijdens de Duitse bezetting van Noorwegen gedurende de WO-II kreeg het schip een Duitse naam: 'Westwärts'. 
Na de oorlog in 1945 kreeg ze weer haar huidige naam weer terug. In 1967 zag het er naar uit dat het schip buiten Noorwegen verkocht zou worden, maar de reder Hilmar Reksten kocht het schip en schonk het in 1978 aan een stichting welke het schip nog steeds in beheer heeft.

Het schip is nu in gebruik als trainingsschip voor de Zweedse Marine maar ook voor civiele jongeren.
De 'Statsraad Lehmkuhl' heeft een stalen romp met een lengte van 84,6 meter; een breedte van 12,6 meter en een diepgang van 5,5 meter.
Haar lengte overalles is 98 meter en haar hoogte 48 meter.
Het schip kan 22 zeilen voeren met een oppervlak van 2.026 m² en loopt dan 11 knopen.
Ze heeft een vaste bemanning van 17 koppen en 150 trainees.
Thuishaven is bergen in Noorwegen.

Het schip heeft geen boegbeeld maar een fraaie versiering aan beide zijde van haar voorsteven onder de boegspriet. Ook haar achtersteven is fraai versierd met in het midden het stadswapen van Bergen tussen twee Noorse vlaggen.


CANCALAISE.

De 'Cancalaise' is een bijzonder type vissersvaartuig uit de omgeving van St.Malo in Frankrijk.
Haar kiellegging was in 1987 en ze werd op 18 april van dat jaar in de vaart genomen.
Haar eigenaar is de Assoc. Bisquine Cancalaise (ABC).
Ze zou hoofdzakelijk deel gaan nemen aan nautische evenementen.


De 'Cancalaise' is een replica van de bisquine 'Le Perle' uit 1905.
De vereniging die haar bezit heeft ruim 400 leden en zij zijn verantwoordelijk voor het gebruik en onderhoud van het schip.
Het was bijna het geval dat de originele biquines waren uitgestorven, maar enkele fanatiekelingen besloten dit niet te laten gebeuren en bouwden deze replica.

Deze elegante boot, voornamelijk gebruikt voor het baggeren naar oesters in de baai van Mont Saint Michel, is getuigd als een bisquine met 10 zeilen met een oppervlak van 350 m².

Ze heeft een stalen romp met een lengte van 18,1 meter; een breedte van 4,8 meter en een diepgang van 2,5 meter. Haar lengte overalles is 30 meter en haar waterverplaatsing 45 ton.
Het schip heeft een vaste bemanning van 4 koppen en kan 12 tot 24 passagiers meevaren. Haar thuishaven is Port-Mer, ten noorden van Cancale, maar ligt vaak afgemeerd in de havens Labbé-Leclerc en Fresneau-Cancale. Ze vaart onder Franse vlag.


SEDOV.

Dit indrukwekkende zeilschip varende onder de Russische vlag werd als vrachtschip gebouwd in 1921 op de Duitse scheepswerf in Kiel als de 'Magdalene Vinnen II'. De rederij was F.A. Vinnen en raakte aan het einde van de WO-I door het Verdrag van Versailles al haar schepenkwijt.
De 'Magdalene Vinnen II' maakte deel uit van een nieuwe vloot na de WO-I die daarna werd opgebouwd. 
Tussen 1921 en 1936 vervoerde ze hoofdzakelijk steenkool naar Buenos Aires in Argentinië, salpeter vanuit Chili naar Duitsland, evenals graan uit Australië naar Duitsland. 
Daarna werd het schip verkocht aan de Norddeutscher Lloyd en voor het eerst gebruikt na een verbouwing als varend opleidingsschip voor toekomstige zee officieren.
De naam werd daarbij veranderd in Kommodore Johnson.
Nadat zij op 11 augustus 1939 terugkeerde in Bremerhaven werd zij gedurende de WO-II opgelegd.

Na de WO-II werd zij in december 1945 als herstelbetaling overgedragen aan de Sowjet-Unie en kreeg de naam Sedov.
Na voor verschillende doeleinden te zijn ingezet werd ze in 1981 omgebouwd zodat er meer mensen op konden worden gehuisvest. Het schip werd voorzien van sportruimten, leslokalen en zelfs een klein museum.

Sinds 1991 is het schip eigendom van de Technische Universiteit van Moermansk en cadetten van de universiteiten van Moermask, Sint-Petersburg en Archangelsk worden er getraind.

De romp van de 'Sedv' was oorspronkelijk wit geschilderd maar voor haar rol in de film uit 2005 over de ondergang van de Pamir werd deze zwart geschilderd en dat is tot nu toe zo gebleven.

Het schip is nu bijna 95 jaar oud en een van grootse nog varende zeilschepen. ( Het grootste is de nieuwgebouwde Royal Clipper uit 2000.)
 De 'Sedov' is getuigd als een viermastbark met een zeiloppervlak van 4195 m² waarbij ze snelheid kan halen van 18 knopen.
Haar laadvermogen is 5350 ton en geladen heeft ze een waterverplaatsing van 6148 ton.
Het stalen schip heeft een lengte van 117,5 meter; een breedte van 14,7 meter; een diepgang van 6,5 meter en een hoogte van 54,5 meter.

Ze heeft een vaste bemanning van 50 tot 60 koppen en 110 trainees en kan daarbij nog 44 betaalde passagiers meenemen.



ROYAL CLIPPER (NIET AANWEZIG OP SAIL)

Dit huidige grootste zeilschip van de wereld werd in 200 in de vaart genomen en gebouwd op de werf van Gdansk  en de Merwede werf. Haar eigenaar is Star Clippers met als thuishaven Valletta op Malta.

Het schip heeft vijf masten met 26 ra's; een romp met een lengte van 134,8 meter; een breedte van 16,5 meter en een diepgang van 5,6 meter. 
Het is een cruiseschip.







Zie vervolg: DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (DEEL 2)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen