vrijdag 22 juli 2022

BALINESE DANSEN EN TONEEL. (DEEL 1)

 

NERGENS ZIJN DE DANSEN 

        ZO VOL GRATIE 

           ALS OP BALI.

                           DEEL 1.



BALINESE DANSEN.

De dansers van Bali gaan als uitverkorenen het rijk van de geesten in en uit. Men geloofd zelfs dat deze mensen dansend worden geboren.
Als door een onzichtbare hand geleid bewegen zij zich in de ruimte volgens een ons vreemde wetmatigheid in een magische aaneenschakeling van spanningen uit de oerwereld. De dansers beschikken over een betoverende, bezwerende kracht, die ons onbekend is. Zij geven gestalte aan het leven. De danser is bezeten van zijn rol en van deze bezetenheid hangt zijn succes af. Het Balinese theater omvat tegelijkertijd zang, dans en pantomine. De inhoud en logische volgorde van de stukken interesseren de Balinees niet zo zeer, hij kent de stukken immers uit zijn hoofd. Ook kent hij de traditionele kleding en gebaren van de dansers. Het is ook niet noodzakelijk dat de voorstelling begint bij het begin van het drama of epos.

(Javaanse dans.)

Dansen zijn op Java en Bali een exacte wetenschap. De techniek van de dansers is uiterst precies. Iedereen die het podium betreedt, beheerst de persoonlijk genuanceerde passen en gebaren.
Er zijn veel verschillende gebaren en bewegingen; elk heeft zijn eigen naam en iedere toeschouwer kent de betekenis.
Tot de talrijke uitdrukkingsmogelijkheden behoren zeer bepaalde voetbewegingen, de manier waarop men zijn kleding opneemt of alleen maar beroert; waarop men op de grond hurkt, waarop men zijn hoofd houdt of zijn heupen wiegt; elke beweging spreekt zijn eigen taal. Zeer belangrijk is de taal van de ogen. Een stekende blik met wijdgeopende ogen kan de vijand afschrikken, en een speciale oogopslag kan treurigheid betekenen. Alle dansers houden zich precies aan de traditie, alleen de grappenmakers zijn niet aan bepaalde voorschriften gebonden. Zij spelen de rollen van hovelingen en dienaren en improviseren op kluchtige wijze.



Geen enkel feest op Bali is een echt feest als daarbij niet een of andere uitvoering plaatsvindt. Of het een tempelfeest, een crematie of een bruiloft is, altijd zal de gastheer een schimmenspel, een dansuitvoering of een wayang topeng laten optreden. Zo'n voorstelling duurt de hele nacht en strekt zich uit tot de volgende dag. Niemand zal zo'n gelegenheid willen missen, ook niet wanneer hij misschien de hele dag op de sawa heeft gewerkt. Slaap kan hij wel de volgende keer inhalen.

Hoewel de dans oorspronkelijk op Bali religieus bepaald was, kreeg hij later een meer profaan karakter. Natuurlijk komen er ook religieuze en magische dansen voor. In veel oude dorpsgemeenschappen vinden we nu nog feestelijke tempel- en trancedansen.
Men geeft niet zo als in onze westerse-cultuur, een 'dansavond', een 'toneelstuk' of een 'concert'.
De Balinees deelt zijn voorstellingen in naar de stof: het Ramayana-epos levert de stof voor het schimmenspel en voor wayang wong.
Historische stukken worden door de wayang topeng, het maskerspel vertolkt. De gamelan hoort bij elk dansdrama. Hij wordt gedirigeerd door de trommelspeler met zijn cilindervormige trommel, kendang, waarvan hij de klank op vijfentwintig manieren door middel van de aanslag kan variëren.
De trommelspeler 'praat' niet alleen door zijn instrument met de andere spelers; hij geeft door middel van hoofdbewegingen of een oogopslag het teken voor een inzet of een ritme-wisseling.
De Balinezen kennen alle onderwerpen en verhalen; zij wachten op het optreden van hun bekende personages. Iemand heeft eens gezegd, dat Balinese  dansdrama's niet gemaakt zijn om gehoord te worden. Beide moeten gezien en gehoord worden als bomen en beken van een woud. Ieder geniet er op zijn eigen wijze van.

(Ramayana-dans.)

Alle verhalen die in dansdrama's behandeld worden, worden voortdurend in nieuwe variaties opgevoerd. Geen enkele theatergroep speelt een stuk net zo als in het buurdorp.
Altijd worden er nieuwe episoden bijgemaakt. Juist hierdoor worden de belangstelling en het enthousiasme van de spelers wakker gehouden. 
Naast het oude, dat zorgvuldig gekoesterd wordt, rust de vindingrijkheid van de Balinees nooit. De traditie leidt daarom nimmer tot steriliteit, niet bij de muziek, niet bij de dans en drama.
De uitvoering van een dans vindt gewoonlijk plaats voor een tempel of in een tempelhof, met als achtergrond de gesloten tempelpoort (puda raksa). Dat is dat het decor nooit verandert, alhoewel er tegenwoordig speciale openlucht theaters zijn, waar de toeristen een bepaalde dansuitvoering  kunnen meemaken.

De kunstenaars, waarvoor het Balinees geen apart woord kent, alle Balinezen zijn immers 'kunstenaars', drukken de 'andere wereld' door middel van hun lichaam uit. Zij gebruiken geen rekwisieten.
De kracht van de betovering toont deze 'ander wereld'  telkens in geest en gebaren.
Twee payongs schermen de magische ruimte af, waarin zich het gebeuren afspeelt. Maar ook hier heeft het aardse, dagelijkse werk voorrang. Moet toevallig tijdens een barong-voorstelling, die overdag plaats vindt, een eenden hoeder met zijn snaterende dieren passeren, dan wordt de afsluiting geopend; de beide payongs buigen, de magische kring wordt verbroken, de jongen trekt met zijn eenden voorbij, de payongs gaan weer omhoog en het spel wordt voortgezet.

BARONG.

Op Bali heeft elke dans een religieuze achtergrond. Hiervan ie het Barong-drama een klassiek voorbeeld. De maskers en kostuums zitten vol symboliek. De Barong is een toverstuk; deze stukken vinden figuurlijk op de begraafplaats plaats, want de maskers en de Barong en Rangda, de tovenares-weduwe moeten tenget zijn geladen (geladen met magische kracht). Deze kracht kregen zij op de begraafplaats, waarheen ze de avond voor de dag van de uitvoering gebracht worden.
Barong betekend 'wild dier' in de wijdste zin van het woord. De Balinezen zien hierin een beschermer.

De Barongkop lijkt veel op die van een leeuw. De boma- of leeuwenkop boven de tempelpoort, die van de Javaanse kala-kop afstamt, is immers ook een beschermend symbool..
Misschien stamt de Barong wel af van een 'beschermdier' uit de prehindoeïstische tijd. Hij zou dan een vriend van de voorouders zijn, een menselijke leeuw, een reïncarnatie van Vishnu, als beschermgod van het leven.
De figuur Barong wordt in het tovertheater door twee mannen gespeeld, net zoals bij ons in het circus twee mannen in de huid van een paard kruipen.
Bij een opvoering van de Barong raakte eens een speler zo in trance, dat hij uit het masker van het mythische dier gehaald moest worden. De geest van het machtige dier had zich gewroken, want deze man kwam uit een naburig dorp en dat is niet toegestaan.
De Barong vertegenwoordigd de witte magie, terwijl Rangda de zwarte magie vertegenwoordigt. Rangda is gewoon het Balinese woord voor weduwe.


Deze weduwe is de weduwe van een man, wiens geest niet tot rust gekomen is, omdat  zijn vrouw hem niet vrijwillig volgde in de dood, zoals het volgens oud-Balinees gebruik had moeten gebeuren. Hierdoor werd zij heks, tovenares.
Onder deze naam is nu in de volksmond Rangda in het algemeen de heks-weduwe, het symbool voor schrikaanjagende vertoornde godheid.
In het spel is Rangda de tegenspeler van Barong. Zij heerst over de boze geesten met behulp van de zwarte magie. Beide figuren zijn aardse wezens met magische krachten. In de mythe staat Barong aan de kant van de mensen.


 Hij wil hen tegen de verderfelijke invloeden van Rangda beschermen.
Barong werd dus een beschermdier. Waartegen beschermt hij? In welke relatie staat hij tot Rangda, de andere wachter van de begraafplaats? Deze vragen kunnen wij met ons traditioneel-christelijk dualisme tussen goed en kwaad niet beantwoorden. Barong en Rangda behoren tot de donkere, aardse zijde van de dingen. De hemelse god Shiva speelt zelf ook een rol in de zwarte magie en zijn echtgenote Parvatti, de godin van de vruchtbaarheid, is tegelijkertijd ook Durga, de godin van de dood....
Het zou daarom fout zijn de strijd tussen Barong en Rangda met de begrippen 'goed' en 'kwaad' te willen verklaren.
Rangda draagt een wit masker met uitpuilende ogen en enorme slagtanden. Bij sommige opvoeringen treedt zij in de loop van het stuk met verschillende maskers op, die de verschillende stadia van haar persoonsverandering uitdrukken.


(Barong en zijn vriend de aap.)

Zowel het masker van de Barong als dat van Rangda worden, als zij niet gebruikt worden, op speciale plaatsen in de tempel bewaard. Hier 'leven' de maskers. Zij moeten echter steeds opnieuw met magische krachten opgeladen worden.

De aap in het spel speelt een meet komische rol die de magische spanning doet breken.


Het drama kent drie verschillende delen in de opvoering:


In het eerste deel wordt de zege van Barong als voorvechter van de mensen tegen de duistere macht van Rangda een ogenblik in twijfel getrokken.
De krisdansers komen Barong echter te hulp en vallen de toverheks aan. Ook hun rol wordt verschillend uitgelegd.
Volgens de ene opvatting zouden zij door de buta's, de demonen, bezeten zijn; volgens een andere zouden de dansers de buta's zelf voorstellen, die in het gevolg van Banapasti Raja bereid zijn voor hun heer te sterven


Omdat zij Rangda niet kunnen doden daar haar macht te groot is, richtten zij hun woede de wapens tegen zich zelf. Nu toont de Barong zijn kracht en maakt de dansers onkwetsbaar. Dit in het tweede deel.
In het derde deel wreekt Rangda zich door de dansers met geheugenverlies te slaan, zodat zij bewusteloos neerstorten. Barong, die denkt dat zij dood zijn, wekt ze weer tot leven. De krisdansers keren zich nu tegen Rangda. Daar zij echter machteloos zijn tegen de machten van de tovenares-weduwe, richten zij de krissen tegen zichzelf.

Men probeert hen de kris te ontrukken, wat echter niet lukt, omdat zij deze op hun borst, arm, wang of mond richten. Bij zulke voorstellingen raken niet alleen de dansers, maar ook enkele toeschouwers in trance.
Barong heeft uiteindelijk overwonnen, als symbool van het 'overleven' in een vijandelijke omgeving. De zwarte magie is niet vernietigd. Deze wordt nu naar zijn plaats, de begraafplaats, verwezen.
De dorpspriester verschijnt, besprenkelt de op de grond liggende dansers met heiligwater en probeert hen op deze manier uit hun trance-toestand te halen.
Barong wordt triomferend naar de tempel gebracht, samen met het masker van Rangda, wier lichaam in een afgedekte mand van het toneel wordt gedragen.
De kostbare maskers zijn, net als de instrumenten van de gamalan, het eigendom van de banjar, welke hiervoor zelfs een speciale organisatie heeft opgericht, de sekeha, waarin elk lid gelijke rechten heeft.

Dit was slechts een korte samenvatting van deze zeer geliefde dans. Uiteraard komen in het verhaal nog veel meer spelers voor in hun fraaie kleding, vaak versierd met bloemen.


CALON ARANG.

Calon Arang is het andere grote drama, dat bij voorkeur 's nachts bij volle maan in de buurt van de dodentempel wordt opgevoerd.

                                          (De tovenares-weduwe Calon Arang.)

Hier treedt in de hoofdrol de tovenares-weduwe op als Calon Arang.
Het stuk speelt in de tijd van koning Airlangga. Calon Arang baart diep in het woud een dochter.
Het kind, Ratna Menggali, ontwikkeld zich tot een schoonheid.
Calon Arang wil haar dochter met een prins van het hof van Airlangga lateb trouwen, maar dat lukt haar niet.
In haar woedde neemt zij, door middel van zwarte magie, wraak op haar geboortedorp Girah; hier breekt een epidemie uit, waardoor veel mensen sterven.

Als Airlangga hiervan hoort vraagt hij zijn hogepriester Mpu Bharadha om raad, die daarop voor zijn eigen zoon de hand van Ratna Menggali vraagt.
Het huwelijk vindt plaats en de epidemie loopt ten einde.
Ratna Menggali is echter in het bezit van een lontarblad, waarop een toverformule geschreven staat.. Haar man vindt dit blad en geeft het aan zijn vader; deze ontcijferd de formule en komt achter de duistere plannen van Calon Arang.
Wanneer de tovernares-weduwe merkt dat haar geheim ontdekt is, verklaart zij de priester de oorlog. Een felle strijd tussen beiden, zwarte en witte magie, eindigt met de dood van Calon Arang,
Voor zij sterft vraagt zij Mpu Bharadha vergiffenis, welke haar gegeven wordt.

(Calon Arang, de tovernares-weduwe en haar knappe dochter Ratna Menggali.)

Dit verhaal levert in talrijke variaties de stof voor de handeling van het Calon Arang-drama, waarin dansscénes en gesproken en gezongen dialogen voorkomen; een drama, waarin met exorcisme en magie niet zuinig wordt omgesprongen.






 

                                    Zie vervolg: BALINESE DANSEN EN TONEEL. DEEL 2.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten