dinsdag 5 juli 2022

BALI. EILAND VAN DE GODEN ENHUN TEMPELS. INDONESIË. (DEEL 7)

 

      EILAND VAN DE GODEN 

           EN HUN TEMPELS.

                                      DEEL 7.



BALI.

GEESTEN EN DEMONEN.

Offers moeten elke dag gebracht worden en niet alleen bij grote feesten.
Dikwijls is een bananenblad met een handvol rijst en wat bloemen voor de deur gelegd al genoeg om kwade geesten ver weg te houden.
De Balinees schaamt zich ook niet voor zijn angst.

Zo lag in Denpasar voor de deur van een moderne apotheek elke morgen een verse offergave en iedere voorbijganger liep hier vol eerbied omheen.
Ook bij een belangrijk kruispunt ziet men , niet alleen op het platteland maar eveneens in het drukke centrum van Denpasar, talrijke stenen buta's en kala's staan.
Dit zijn demonen die kommer en ellende brengen; ze verblijven op eenzame plaatsen in de bossen en aan stille kusten.
ook komen zij in de dorpen voor op plaatsen die als gevaarlijk bekend staan, zoals begraafplaatsen en wegkruisingen. Zij scheppen er een waar genoegen in de mensen te kwellen, hen lichamelijke en geestelijke ziekten te bezorgen en wanneer men deze geesten niet in toom weet te houden kunnen zij zelfs epidemieën verspreiden.

(Een offerplaats in het openveld ter bescherming van de gewassen.)

Twee zaken houden de Balinees voortdurend bezig: het eerbiedigen van de voorouders en het bezweren van demonische machten.
Weliswaar zijn deze niet uit te bannen, er bestaat eenmaal goed en kwaad op deze wereld, maar door middel van offers kan men ze gunstiger stemmen.

Wanneer een Balinees terechtgesteld werd, dan vroeg de beul hem eerst om vergiffenis, opdat er tussen hun beider zielen geen vijandschap zou bestaan. Ook het dier, dat hij moet doden als offer of om in leven te blijven vraagt hij tevoren om vergeving.

(Strand-offers voor de kwade geesten van de zee.)


Nog gevaarlijker dan de buta's en de kala's zijn de leyaks. Dit zijn mensen die 's nachts de gedaante van een dier aannemen en als zodanig onheil aanrichten.
Iedere dorpeling is er van overtuigd ooit een leyak gezien te hebben; het gaat hier weliswaar steeds om een dier, dat hij 's nachts tegenkwam en dat zich volgens hem vreemd gedroeg.
De leyaks zitten vaak 's nachts op de begraafplaatsen om daar hun magische krachten uit te oefenen. Mensen met bijzondere kentekenen of littekens in het gezicht worden er dan ook van verdacht leyak te zijn; dit gebeurd vaak bij mensen met afwijkingen aan mond en ogen.

                                                                               (Een leyak masker.)

Niemand zal echter ooit hardop de naam van de verdachte noemen. Alleen zieken en zwakken kunnen door leyaks worden beïnvloed, op gezonde mensen hebben deze duistere krachten geen enkele in vloed.

De medicijnman, de balian, kan echter bescherming bieden aan zieken en zwakken. Een vrouw in het uur van haar bevalling, als zij een grote hoeveelheid levenskracht moet opbrengen, loopt ook bijzonder veel gevaar en kan dan bij de balian terecht.



Vroeg uit de veren. Het was de bedoeling om deze dag het eiland van zuid naar noord over te steken.
Van Sanur naar Denpasar, waar de twee pura's staan. (zwarte pijltjes). Reden verder in de noordelijke richting naar ket plaatsje Lukluk, waar Pura Dalen Lukluk staat., verder door naar Pemebetan waar de Pura Sada staat, waarna richting Mengwi. In Mengwi even rechts af voor de Pura Taman Ayun.
Hierna reden we oostelijk door naar Penarungan om net buiten het stadje weer noordelijk te rijden naar Blahkluh waar een heilige Waringinboom staat en verder door te rijden naar Sangeh, waar Pura Bukit Sari staat. Van Sangeh reden we via smalle binnenwegen en door kleine dorpjes naar Sembung om daar weer de noordelijke route te nemen naar Pura Yeh Gangga en Candi Kuning.
Onze laatste stop werd  in Bedugul waar het Pura Ulun Danu tempelcomplex ligt om hierna naar de stad Singaraja te rijden om te overnachten, wat uiteindelijk in Lovina werd.



DENPASAR.

PURA JAGATNATHA.


Deze tempel ligt in het centrum van Denpasar aan een drukke verkeersweg.
De tempel werd speciaal gebouwd ter ere van de oppergod Sanghyang Widi, de god van het Universum..
Op een hoge troon van zeven niveaus gemaakt van puur wit koraal, twee serpenten en een komische schildpad staat het gouden beeld van de god van het Balinees hindoeïsme




Het bouwwerk werd in 1970 opgericht en is een van de grootste en meest populaire tempels in Denpasar. De constructie is geheel uit kalksteen.
De tempel is omgeven door een lotusvijver, vier prachtige bruggen en talrijke beelden die hindoeïstische religieuze figuren vertegenwoordigen.
Momenteel wordt dit tempelterrein gebruikt als een museum.


PURA MAOSPAHIT.

Deze hindoe tempel, gelegen in de wijk Gerenceng, staat bekend om zijn rode baksteenarchitectuur., die doet denken aan de architectuur van het 13e eeuwse Majapahit -koninkrijk.

Het is de enige tempel op Bali die is gebouwd van een concept dat bekend staat als Panca Mandala, waarbij het meest heilige gebied zich in het midden bevindt in plaats van de richting van de berg.
Deze vorm van arrangement is vergelijkbaar met de oude tempels van Majapahit of met kratonpaleizen van het oude Java.


De tempel is omgeven door vijf mandala's of binnenplaatsen, met daarin elk hun heiligdommen.

In de tempel wordt tweejaarlijks het piodalan/pujawali-festival van de tempel gehouden ter ere van Ratu Ayu Mas Maospahit, en elke Purnama Kalima ter ere van Ida Bhatara Lingsir Sakti.


PURA DALEM LUKLUK.





In het plaatsje Lukluk ligt de Pura Dalem Lukluk.
Alleen bij het zien van de hoofdingang met zijn fraai decoraties in kleuren, stemt dit verwachtingsvol, van wat er op het tempelterrein te zien is.
Helaas moesten we het met dit enkele  aanzicht doen, wat nog ontsierd werd door de vele geparkeerde motorfietsen.









PURA SADA KAPAL.

De Pura Sada Kapal is misschien wel de enige tempel op Bali met een eigen, unieke bouwstijl. Het bevat een mix van voornamelijk Javaans vermengd met een beetje Balinees, en is gelegen bij de plaats Pemebetan.
Men spreekt dan ook wel over het 'Javaans mysterie op Bali'. De tempel werd in 1917 door een aardbeving verwoest en pas in de jaren vijftig werd het oorspronkelijke gebouw hersteld.
De Pura Sada kapal werd gebouwd in opdracht van 
koning Jaya Sakti die in de 13e eeuw naar Bali kwam, vanuit zijn koninkrijk in Oost-Java.
De voorzijde is gesierd met grote banyanbomen vanwaar de poort kan zien met typische Javaanse architectuur.

De Candi Bentar, of gespleten toegangspoort tot de tempel, is op dezelfde manier gebouwd als die van de Javaanse Candi's.
De bouwstijl van deze tempel valt zeker op. In het heilige gebedsdeel staan nog veel Javaanse voorwerpen zoals beelden die zijn uitgehouwen in de 13e eeuwse stijl van Java. 
Ook de 16 meter hoge toren is Javaans en moet een Balinese meru voorstellen.






Deze toren heeft in totaal 13 verdiepingen en de onderrand van het vierkante sokkel is afgewerkt met afbeedlingen van het kala-hoofd.
Er zijn 54 stenen stoelen op het tempelterrein ter nagedachtenis aan krijgers die zijn omgekomen in de strijd; elk heeft een niet te ontcijferen inscriptie.



MENGWI.

Mengwi ligt ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Sangeh en was vroeger een machtig koninkrijk. Dit was ook door de Gelgels-dynastie gesticht, die er nog tot 1891 aan de macht waren.
Hier bevindt zich het op één na grootste tempelcomplex van bal, de staatstempel Pura Taman Ajun.
Deze enorme, fraaie tempel met zijn prachtige versierde poorten en talrijke meru's behoort tot de mooiste en best onderhouden tempels van Bali. Een hoogte punt vormt de 'tuin in het water' (taman). Deze wordt gevormd door een eilandje dat omsloten wordt door een kunstmatige gracht. 
Deze beeldschone tempel is gewijd aan de voorouders van de vroegere vorsten van de Gelgel-dynastie. 
Het geheel maakt, onder meer door de drie altaren voor de trimurti en de talrijke paviljoens uit rode baksteen, een zeer levendige indruk. Alles is met beeldhouwwerk versierd.

PURA TAMAN AJUN.


Deze tempel is gewijd aan de voorouders van de vorsten die tot 1892 over Mengwi heersten.
De Pura Taman Aying dateert uit 1634 en is gelegen in een watertuin met aan drie zijden een gracht met lotusbloemen.
De tempelterrein is te bereiken via de hoofdpoort (Kori agung) met een beeld van Sai.
Er zijn diverse meru's die de bergen voorstellen, de plaats van de goden. De hoogste meru heeft elf verdiepingen en stelt de berg Gunung Agung voor. Verder zijn er diverse paviljoens.


Het complex met tempels is opgezet met vier verschillende afdelingen. Deze onderdelen hebben elk een eigen rang waarbij het ene hoger in aanzien staat dan het andere,
Het eerste deel is de 'jaba' ook wel de buitenste divisie genoemd. Dit deel is toegankelijk via een ingang en een loopbrug over verschillende vijvers.
Eenmaal binnen is een grote overdekte hal waar bijeenkomsten en ceremonies plaatsvinden. Vanaf hier is een groot fontein te bewonderen.




Het tweede en derde delen van de tempel liggen iets hoger.
Om deze te betreden moet je als bezoeker door een tweede poort waar je terecht komt in Bale Pengubengan, een onderkomen met elementen die de  negen hindoe-goden uitbeelden die de negen punten van het het kompas bewaken.
Dit wordt ook wel Dewata Nawa Sanga genoemd.
In het oosten van dit deel is een kleinere tempel met de naam Pura Dalem Bekak.
In het westen staat een klokkentoren met een hoogte van acht meter. Deze toren wordt de Bale Kulkul genoemd en mag worden beklommen voor een spectaculair uitzicht.





(Toegang tot het heiligste deel van de tempel.)

Het vierde deel van Pura Taman Ayun is ook het heiligste deel. 
Deze plek wordt de Utama Mandala genoemd.
De centrale poort is rijkelijk versierd en wordt alleen geopend voor ceremonies om zo de toegang te geven voor gewijde relikwieën en andere heilige zaken.
In het oosten is een poort aanwezig voor de normale toegang buiten de ceremonies om..


De niveaus geven de kosmologische niveaus aan die bekend zijn in het hindoeïsme op Bali.
De wereld van de mens, de rij van de goden en het bovenste goddelijke niveau.
In oude teksten van de Adhiparwa staat beschreven dat de Pura Taman Ayun staat  dat de berg Mahameru vertegenwoordigd in het 'karnen van de zee van melk'. Vrij vertaald betekend dit het vormen van de kosmische wereld.






Onderweg naar Sangeh zien we in het plaatsje Blahkluh een enorme boom die de weg overspant.
Het is voor de Balinezen een heilige wangarinboom ( Ficus religiosa).
Om de boom is een weg aangelegd voor het zware verkeer.

SANGEH.

Sangeh is gelegen in het midden van de rijstvelden in een klein stukje ongerept oerwoud (het heilige woud). Er staan twee tempels die door grote bomen beschaduwd worden.


Hier in het woud leven geen mensen, maar scharen wilde apen zijn hier de baas. Het is toegestaan de apen te voederen met nootjes die men bij de ingang kan kopen, maar pas op, want als dank wordt je bestolen van bril of alles wat glimt en los zit.
Soms lukt het de aanwezige lokale hulpen met een lekkernij het gestolen goed terug te krijgen, voordat ze het aan stukken hebben gebroken als het niet eetbaar is.



In het Ramayana-epos vinden we de verklaring voor de aanwezigheid van het apenvolk in het heilige woud van Bukit Sari. De demon Ravana kon noch op aarde, noch in de hemel sterven. Om hem aan zijn eind te helpen besloot de apenkoning Hanuman hem tussen de beide helften van de Mahameru, de wereldberg, te verpletteren. Terwijl hij hiermee bezig was, brak echter een stuk van de Mahameru af en viel, samen met de zich hierop bevindende apen, bij Sangeh op de aarde. De apen bleven daar en hun afstammelingen leven daar nog frank en vrij tot op de huidige dag.

PURA BUKIT SARI.

In het beschermde apenbos van Sangeh ligt de tempel Bukit Sari, gebouwd door door de koninklijke familie van Mengwi.
De tempel is door haar ligging in het vochtige bos groetendeel overwoekerd met mossen.
Volgens de legende heeft Anak Agung Anglurah er voor gezorgd dat Karangasem Sakti vanaf zijn kinderjaren "tapa rare', beoefende, een soort meditatie waarin over de toestand van de kindertijd.
Zo kreeg hij inspiratie om een tempel te bouwen in het nootmuskaatbos bij Sangeh.
Tot op de dag van vandaag blijft de Bukit Sari-tempel een bewijs van de plicht en het respect dat de koninklijke familie van Mengwi betaalt aan de goden van de berg Agung.
Op het tempelterrein staat een slanke meru met negen verdiepingen.






Via smalle binnenwegen omringt door rijstvelden en door kleine dorpjes reden we naar de plaats Sembung om daar weer de noordelijke route te nemen naar onze volgende stop; de Pura Yeh Gangga. 






PURA YEH GANGGA.

Pura Yeh Gangga is gelegen in Desa Perean en is een van de oudste tempels van bali, die nu een status van nationaal Cultureel Erfgoed draagt.

Balinezen geloven dat de Yeh Gangga-tempel een belangrijke rol speelt, vooral bij het bidden voor redding en genezing.
Bovendien zorgt de aanwezigheid van de rivier in het gebied van de tempel ook voor het irrigeren van de landbouwgrond, het geven van leven en het ondersteunen van de lokale bevolking.

het hoofdgebouw heeft de vorm van een meru met zeven verdiepingen, gemaakt uit hout en gedekt met suikerpalmvezels. Het lichaam en de kelder zijn van steen.
Porseleinen borden van verschillende afmetingen zijn ingebed in de zijkanten van de muren van de tempel.
Aan de voorzijde bevindt zich een nis met een valse deur, compleet met deurgrendelornament. Aan de bovenkant van de nis is deze versierd met het hoofdmotief van Kala.

De tempel werd rond 1920 ontdekt en tussen 1954-55 werden de geslotenpoort en de meru afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Binnen het tempelgebied worden verschillende voorwerpen bewaard in de vorm van beelden, een steen met een inscriptie uit de omheining, met de datum 1334 na Chr.
De tempel ligt aan de hoge oever van een kleine rivier omgeven door groene vegetatie, bamboeplanten en bossen. Het geheel geeft een spirituele sfeer.


BEDUGUL.


De plaats Bedugul is gelegen aan het Bratan-meer, een voormalige caldera. Het gebied ligt 1500 meter boven de zeespiegel en heeft daarom een gematigd klimaat, waardoor het geliefd is bij de toeristen.

 
De belangrijkste bezienswaardigheden zijn de watertempel Ulun Danu Bratan en de Botanische Tuin. 

De terrassen met de rijstvelden rondom dit gebied zijn adembenemend zo mooi.




PURA ULUN DANU BRATAN.

De Pura Ulun Danu Bratan is een hindoeïstische tempel gelegen op een eilandje in het noordwesten van het Bratan-meer.
De tempel is gewijd aan de godin Dewi Danu, de godin van het water, meren en rivieren.
Het meer speelt een belangrijke rol in de irrigatie van de omgeving.
Het complex werd in 1633 gebouwd. Het is verdeeld over verschillende eilandjes. en bestaat uit vijf verschillende heiligdommen.
De meru met elf etages is gewijd aan Shiva en zijn gemalin Parvati. Ook Boeddha, als reïncannatie van Vishu, heeft een plaats in de hindoeïstische goden tempel.



In de tuinen rond het tempelcomplex staat een boeddhistische stupa.
Het is een plaats waar ook de boeddhisten kunnen bidden.
Het bestaan ervan is vrij uniek en interessant gezien de ligging in de nabijheid van de plaatsen van aanbidding die toebehoren aan hindoes.

Deze stupa staat religieuze harmonie en bevindt zich net buiten het hoofdgebied van het Ulun Danu Bratan-tempelcomplex.


Van Bedugul reden we rechtstreeks noordwaarts naar Singaraja, waar we van plan waren te overnachten.
Helaas alles dat we zochten was volgeboekt en zo besloten we door te rijden naar Lovina, waar we aan de kust een klein logement vonden waar we voor één nacht konden verblijven.


      Zie vervolg: BALI. EILAND VAN DE GODEN EN HUN TEMPELS. INDONESIË. DEEL 8.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten