donderdag 19 januari 2017

SCHEEPSWERF (2); BOUW VAN TANKER.


FOTOVERSLAG VAN DE BOUW VAN EEN PRODUCTEN TANKER VOOR SHELL BIJ DE RSV.


Medio september 1980 melden de kranten, dat de Nederlandse tankvaart maatschappij Shell Tankers B.V. gevestigd te Rotterdam, twee producten tankers heeft besteld bij de Rijn-Schelde-Verolme Groep voor een bedrag van 140 miljoen gulden.
De beide schepen worden gebouwd op de RSV-werf te Heusden. Ze zullen een lengte krijgen van 170 meter; breedte 22,7 meter en zullen in geladen toestand een diepgang hebben van 9,15 meter.
Het totale draagvermogen van het schip bedraagt 19.900 ton.
Voortstuwing door een motor; merk Schelde-Sulzer 5RLB66 van 9875 bhp, bij 135 omwentelingen per minuut en een verstelbare scheepsschroef van merk Lips. Service snelheid geladen 14,6 knopen.

Note: Een gedeelte van de afbeeldingen zijn verkregen van de RSV-werf Heusden, overige komen uit eigen beheer. In dit foto verslag voeg ik de foto's van de bouw en afbouw van bouwnummers 986 (m.s. Caurica) en de 987 (m.s.Cardissa) samen tot een geheel, daar beide schepen identiek zijn. 

M.S.CAURICA - M.S.CARDISSA.




                                        Tekeningen van de indeling van het schip.


Op 27 mei 1981 werd, op de scheepswerf te Heusden, de eerste sectie van de tanker gedeponeerd op de bouwhelling, als kiellegging, als bouwnummer 986.






Na de kiellegging werden de verdere sectie delen geplaatst van dat wat de bodem van het schip, links op de bouwhelling, zouden worden.
Hier is duidelijk te zien dat er sprake is van sectie bouw.
Iedere sectie werd elders op de werf in elkaar gelast en reeds van een roestwerende verflaag voorzien.










Op de reeds eerder geplaatste bodem secties worden reeds de tankwanden aangebracht.








Het onderschip begint vorm te krijgen en op de reeds geplaatste tankwanden wordt het scheepsdek aangebracht.











De bouw van de ladingtanks vordert gestaag.
De ladingtanks zijn als volgt verdeeld:
2 van 550 m³; 3 van 1100 m³; 10 van 710 m³; 2 van 1180 m³;
2 van 830 m³; 3 van 1380 m³; 2 van 1650 m³ en 6 van 940 m³
(inclusief 2 sloptanks).






Het casco van het schip op de bouwhelling links van bouwnummer 986 is te water gelaten en er heeft reeds de kiellegging plaats gevonden van bouwnummer 987 het zusterschip.
Het schip wordt met de achtersteven naar het water gericht gebouwd, wat duidelijk op de afbeelding te zien is.








Op het plaatsen van de scheepsboeg na nadert de bouw van bouwnummer 986 haar voltooiing.  







Een algeheel overzicht vanaf het achterschip. De grote open ruimte moet de machinekamer worden. De pijpleidingen op het hoofddek zijn ook grotendeels aangebracht. De accommodatie zal pas later geplaatst worden als het schip te water is gelaten.
Links schiet de bouw van bouwnummer 987 ook flink op.



 


Het onderwater- en bovenwater gedeelte van bouwnummer 986 zijn in de verf gezet en de scheepsnaam 'CAURICA' is aangebracht.
Het casco is klaar te water te worden gelaten.


"Ik doop u 'Caurica' en wens u en uw opvarenden een behouden vaart toe.
Hierna gleed het schip achterwaarts van de bouwhelling het water in van de Bergse Maas om afgemeerd te worden aan de kade van de scheepswerf om afgebouwd te worden.









Terwijl de 'Caurica' werd afgebouwd, werd het casco van bouwnummer 987, onder de naam 'Cardissa' te water gelaten.
Het schip zou net als de 'Caurica' verder worden afgebouwd aan de kade van de scheepswerf te Heusden.









Het m.s.Caurica aan de afbouw kade van de RSV-werf . Het schip intussen voorzien van volledige achteropbouw zou niet lang daarna in de vaart komen.






Intussen arriveerde na de te water lating en naamgeving ook het casco van de 'Cardissa' aan de afbouw kade.


Een grote lege ruimte in de machinekamer waar de hoofdmotor nog geplaatst moet worden.
Het merendeel van al de hulpwerktuigen, generatoren en pompen zijn reeds geplaatst.
Midden op de afbeelding steekt de schroefas de machineruimte binnen.









De hoofdmotor, Schelde-Sulzer 5RLB66, wordt met behulp van een drijvende kraan door nog open liggende ruimte van de machinekamer met uiterste precisie op zijn fundatie geplaatst.











Na het plaatsen van de hoofdmotor kan men beginnen met het monteren van de opbouw welke in secties wordt aangevoerd.

Op de afbeelding wordt het laatste deel van de accommodatie het brugdek geplaatst.

                                                                      




De opbouw van de accommodatie is geplaatst en hierna wordt de opbouw van de machinekamer geplaatst met daarin de afvoergassenketel en leidingen die in de schoorsteen uitkomen.











Een kijkje op de koppen van de hoofdmotor in de machinekamer.
Alles staat netjes in de verf en het schip is gereed voor de proefvaart van enige dagen op zee.








Op de afbouw kade liggen de reddingsboten klaar om in de davits geplaatst te worden.
Een reddingboot, of beter gezegd, overlevingsboot werd getest in een plas van 150 m³ branden kerosine (7000 liter)  om zijn brandbestendigheid te bewijzen.
De lengte bedraagt 8,5 meter en biedt plaats aan 53 opvarenden. Ze zijn vervaardigd van glasversterkt polyester.
Voortstuwing door een SABB watergekoelde dieselmotor van 30 pk bij 1900 omwentelingen.
De boten zijn uitgerust met een uitwendige sprinkler installatie.




De scheepsschroef heeft omkeerbare bladen, zodat ten allen tijde de hoofdmotor gewoon vooruit kan blijven draaien.
De schroef is een productie van firma Lips B.V. uit Drunen.
De scheepsroer is van het zwevende type en rust dus niet op een hak. 


Op deze schepen bevindt zich de machinecontrolekamer en de bediening van de voortstuwing- installatie en bediening van de pompen , zich niet in de machinekamer maar op het eerste dek boven het ladingtankdek. Eenmaal op zee wordt de gehele bediening van de hoofdmotor over gezet op brugcontrole.

Buiten de vier hoogste rangen aan boord, had ieder opvarende een eigen zit- slaaphut met toilet en doucheruimte.
De hutten waren ruim en licht uitgevoerd en van alle gemakken voorzien.

Het m.s. Caurica varend op de Nieuwe Waterweg op weg naar zee voor haar proefvaart.
Na terugkeer van de proefvaart werd het schip officieel door de RSV werf overgedragen aan Shell Tankers B.V. op 24 december 1982.



De afbouw van de 'Cardissa' verliep volgens planning alleen door de winterse weersomstandigheden werd het schip  na de proefvaart van 8 t/m 10 maart 1983 drooggezet in het Prinses Beatrix Dok op de Botlek, waarna de openingen tussen schip en dokwand werden afgedekt om de scheepshuid opnieuw te in de verf te zetten.
Uiteindelijk kwam het schip in de vaart met een niet afgeschilderde accommodatie en hoofddek.
Dit werd  na de overdracht van RSV aan Shell op 16 maart 1983 gedaan door een meevarende schildersploeg.

Als een "black beauty" begon de 'Cardissa' aan haar eerste reis.
Afhankelijk van weersomstandigheden werd er buiten geschilderd, was dit niet mogelijk dan was er in de machinekamer nog werk genoeg voor de schildersploeg.


Al de machinerieën en al de leidingen werden in de gewenste kleuren geschilderd. Het was voor de opvarenden een schip om trots op te zijn.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen