zaterdag 7 januari 2017

ORKAAN. HOE EN WAT?

EEN WIND MET VERSCHILLENDE 

NAMEN EN EEN ALLES 

VERNIETIGENDE KRACHT.


ORKAAN.

WIND MET EEN SNELHEID VAN MEER DAN 63 ZEEMIJLEN PER UUR EN  EEN KRACHT VAN 12 OP SCHAAL VAN BEAUFORT.

TROPISCHE ORKAAN.

Een tropische orkaan is de zwaarste cyclonale luchtdrukstoring, gepaard gaande met zeer hoge windsnelheden, ontstaan in een tropisch zeegebied. Wordt in de Chinese Zee tyfoon genoemd (Tai Fong = grote wind) en ook wel cycloon; in Australië spreekt men van Willy-willies.
Het westelijke gedeelte van de Grote Oceaan met de Chinese Zee is het orkaanrijkste gebied van de wereld. Een tropische orkaan wordt gekenmerkt door een gebied met zeer lage luchtdruk (het centrum van de orkaan), terwijl de isobaren dicht bij het centrum min of meer cirkelvormig zijn.
Hoe dichter bij het centrum des te kleiner de afstand tussen de isobaren, dus des te steiler de luchtdrukgradiënt en des te groter de windkracht.



(Rechts een schematisch beeld van de luchtbeweging aan het aardoppervlak in een tropische cycloon op het noordelijk en het zuidelijk halfrond.)

De lucht stroomt op het noordelijk halfrond tegen de zon en op het zuidelijk halfrond met de zon rond het centrum, in een naar binnen gebogen spiraal.
De windkracht neemt snel toe bij het naderen van het centrum. Daar het schaalcijfer 12 niet naar boven is begrensd, zegt windkracht 12 niet veel over de werkelijke windsnelheid; exacte gegevens daarover ontbreken. Men schat hen evenwel op meer dan 200 zeemijlen per uur.
De afmetingen van het stormveld in een tropische orkaan zijn in het algemeen kleiner naar gelang de orkaan zich op lagere breedte bevindt; zij kunnen variëren in diameter van 100 tot 300 zeemijlen. Daar de luchtdruk in kleine orkanen dikwijls naar het centrum toe sneller lager wordt dan in een meer uitgestrekte orkaan, worden daarin veelal hogere windsnelheden aangetroffen. In het centrum zijn de winden zwak en kan er zelfs een windstilte voorkomen; de weersomstandigheden zijn er totaal anders dan in het overige orkaangebied. De wind waait met grote snelheid rondom het centrum met een naar binnen gerichte component, zodat er steeds van alle kanten lucht naar het orkaangebied wordt aangevoerd.


Bij het begin van de orkaanontwikkeling blijft de luchtdruk in dit gebied dalen en nadat de orkaan tot volle ontwikkeling is gekomen stijgt de luchtdruk in het centrum meestal gedurende lange tijd niet meer.
Binnen het gehele orkaangebied heeft de lucht een stijgende beweging, kenbaar aan zeer zware bewolking en hevige regenval. De bewolking in het centrum is meestal minder dicht en in het midden soms geheel afwezig. Dit 'open' gebied noemt men daarom het oog van de orkaan.
Dit oog met het gebied van weinig of geen wind heeft in de tropische orkaan een diameter van ongeveer 5 tot 15 zeemijlen.
De grote windkrachten rond het centrum veroorzaken een hoge  tot zeer hoge zeegang in de richting van de wind. Is deze tot boven orkaan kracht gekomen dan verwaaien de golftoppen; daardoor wordt de zeegang minder, maar het zicht blijft praktisch nihil door een wit waas van door de wind voortjagende druppels zeewater en regen; dit kan zelfs de menselijke huid verwonden.


In het centrum, waar weinig wind is, loopt de zeegang uit alle richtingen zeer hoog op. Er kunnen  golftoppen ontstaan van meer dan 20 meter hoogte, die voor praktische elk schip zeer gevaarlijk zijn.
Een orkaan heeft een voortgaande beweging. De isobaren, die bij het ontstaan ervan min of meer cirkelvormig zijn, nemen geleidelijk een ongeveer elliptische vorm aan. De lange as daarvan valt vrijwel samen met de bewegings-
richting van het orkaansysteem. 
men neemt algemeen aan dat een tropische orkaan wordt meegevoerd met de algemene luchtbeweging van het gebied waar hij voorkomt.


 Men spreekt bij een tropische orkaan van voorzijde en achterzijde met betrekking tot de bewegingsrichting. Men noemt ook de helft van het orkaangebied dat in de bewegingsrichting rechts van de baan ligt, de rechterhelft en het andere gedeelte de linkerhelft. Zo kan men de orkaan verdelen in vier kwadranten: het rechter en linker voorste en het rechter en linker achterste kwadrant. Men noemt op noorderbreedte het rechter voorste en op zuiderbreedte het linker voorste het gevaarlijke kwadrant: een bijliggend of moeilijk voortgang makend schip wordt door de wind en zeegang naar de baan van het centrum toegedreven en loopt daardoor gevaar in het centrum te geraken. Deze kans wordt nog vergroot doordat op noorderbreedte de baan meestal naar rechts en op de zuiderbreedte naar links ombuigt.
Men heeft dikwijls zeer grote veranderingen binnen zeer korte in de intensiteit van deze tropische storingen waargenomen; daarom is het aan te bevelen zelfs al wordt vermeld dat de intensiteit niet groot is, steeds te trachten uit de buurt van een tropische cyclonale storing te blijven.
Soms wordt in de orkaan onweer waargenomen, maar dit behoort niet tot de gewone verschijnselen.


ORKAAN VRIJE GEBIEDEN.


(Orkaanvrije gebieden en gerasterd weergegeven gebieden waar orkanen tot ontwikkeling komen, met in het algemeen gevolgde baanrichtingen van orkanen.)

In de tropische zeeën komen niet overal orkanen voor en zijn er grote gebieden waar zij nooit zijn gerapporteerd. Ronde de aarde is aan beide zijden van de evenaar een orkaanvrij gebied.
Zij kunnen daar niet ontstaan door het ontbreken van de corioliskracht, die essentieel is voor het ontstaan van een cyclonaal windveld. Daar deze kracht evenredig is aan de sinus van de breedte, is hij aan de evenaar nul. Slechts op enige afstand van de evenaar kunnen cyclonale storingen ontstaan.


De orkaanvrije strook is niet overal even breed. In de Indische Oceaan is hij het smalst, van 5 graden noorderbreedte tot ongeveer 4 graden zuiderbreedte. In de Noord-Atlantische Oceaan komen tropische orkanen slechts voor ten noorden van ongeveer 9 graden noorderbreedte terwijl zij in de Zuid-Atlantische Oceaan in het geheel niet voorkomen.
In de noordelijke Grote Oceaan reikt de strook slechts tot 4 graden noorderbreedte ten westen van 170 graden oosterlengte. In de zuidelijke Grote Oceaan komen ten oosten van 140 graden westerlengte geen tropische orkanen voor. Ten westen van 140 graden westerlengte strekt hij zich uit tot 6 à 10 graden zuiderbreedte.


ORKAANBAAN EN ORKAANGEBIEDEN.

Een tropische orkaan ontstaat altijd boven zee en brengt bovendien het grootste gedeelte van zijn bestaan boven zee door. Boven land neemt hij gewoonlijk snel in kracht af, maar opnieuw boven zee kan hij weer snel in intensiteit toenemen.
Tropische orkanen ontstaan in het gebied van de doldrums.


DOLDRUMS.

Ook stilte gordel, gebied van relatief lage druk met zwakke veranderlijke wind. Deze gebieden liggen boven het tropische gedeelte van de Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan en de Grote Oceaan tussen de passaten van het noordelijk en zuidelijk halfrond. In de tijd van de zeiltijd waren de doldrums berucht wegens het oponthoud dat zij konden veroorzaken.


(Het gebied van de doldrums, horizontaal gearceerd, gelegen tussen de grenzen van de passaat-
gebieden op de Atlantische Oceaan in februari en augustus.)

Dit gebied verplaatst zich met enige vertraging volgens de declinatieverandering van de zon. Zodra de stiltegordel voldoende ver van de evenaar is gekomen, begint op dat halfrond het orkaanseizoen.
De frequentie bereikt haar maximum als de stiltegordel zijn grootste geografische breedte heeft gekregen. De tropische orkanen komen dus voor in het zomerhalfjaar van het betrokken halfrond met de grootste frequentie in de nazomer. Niet echter in het noordelijke deel van de Indische Oceaan, waar door het moesson verschijnsel een afwijkend windbeeld optreedt en de stiltegordel tweemaal per jaar over dit zeegebied trekt. Daardoor komt hier tweemaal per jaar een maximum voor. 

De weg welke het centrum van een orkaan aflegt noemt men de baan van een orkaan. Deze banen hebben aanvangkelijk een westelijke en zich van de evenaar verwijderende beweging, daarna buigen zij via een poolwaartse richting naar het oosten en vertonen aldus een vorm van een parabool, waarvan de top naar het westen wijst en de as in de oost-west richting ligt.
Veel orkaanbanen wijken min of meer van de 'normale' baan af. Soms blijft de orkaan zelfs naar het westen doorlopen.
Het gebeurd in sommige gebieden ook dat de orkaan zich spoedig na haar ontstaan in oostelijke richting gaat bewegen. Vooral nu de waarneming veel beter is georganiseerd, onder andere door waarnemingen van weersatellieten, blijkt dat de banen een veel grilliger verloop hebben dan men vroeger aannam.


Men heeft zelfs geobserveerd dat sommige banen een lus vertonen en zich gedurende een bepaalde tijd naar de evenaar toe bewegen.
Bovendien is de voortgaande beweging in de baan van verschillende orkanen zeer uiteenlopend en voor een bepaalde orkaan niet constant.
In het algemeen kan men zeggen dat de snelheid bij het ombuigen meestal gering is. deze regels hebben echter een zeer betrekkelijke waarde.
De noordgrens op het noordelijk en de zuidgrens op het zuidelijk halfrond zijn moeilijk aan te geven, omdat tropische orkanen op hogere breedten soms geleidelijk overgaan in depressies, soms nog met de windkracht van een orkaan. Zij worden tropische stormen genoemd als de wind beneden orkaankracht blijft en hurricanes indien daarboven.

In de volgende gebieden komen orkanen voor:
1. Het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan van de Kaap Verdische Eilanden tot Midden- en Noord-Amerika. Maximaal in augustus, september en oktober.
2. Arabische Zee. Maximaal in mei tot juni, september tot november.
3. Golf van Bengalen. Maximaal mei tot juni, september tot november.
4. Noordwestelijk deel Grote Oceaan tot 30 graden zuiderbreedte. Maximaal juli, augustus, september en oktober.
5. Noordwestelijk deel Grote Oceaan en Chinese Zee. Maximaal in juni, juli, augustus, september en oktober.
6. Noordoostelijk deel grote Oceaan west van Midden-Amerika. Maximaal juni, juli, augustus, september en oktober.
7. Zuidwestelijke deel Grote Oceaan. Maximaal van december, januari, februari en maart.


STORMVLOEDEN DOOR ORKANEN.

Al verliezen orkanen meestal aan intensiteit wanneer zij boven land komen, op de plaats waar zij de kust treffen woedt nog het volle geweld; de daarmee gepaard gaande vloedgolf veroorzaakt vaak verwoestende overstromingen.
De vorm van de kust en de plaats waar zij getroffen wordt zijn van grote invloed. Berucht is de noordoostkust van de Golf van Bengalen, waar alles verwoestende overstromingen duizenden slachtoffers maken.

TEKENEN VAN DE NABIJHEID VAN EEN ORKAAN.

Weersomstandigheden zijn in de tropen van grote gelijkmatigheid en wijken slechts weinig af van de gemiddelde toestand.
Weersverschijnselen in een orkaangebied die van de normale afwijken, zijn een waarschuwing voor de mogelijke aanwezigheid van een tropische orkaan. Geen enkele meteoroloog kan het ontstaan van een tropische storing, hetgeen zich steeds in volle zee gebeurt, verwachten indien hij beschikt over scheepsweerrapporten uit de omgeving.
Een schip dat een orkaan nadert zou ernstig kunnen worden verrast, wanneer men geheel op de weerberichten van de wal vertrouwt en niet zelf de nodige waarnemingen heeft verricht.
De belangrijkste gegevens omtrent de nabijheid van een tropische storing zijn: luchtdruk, windrichting en -kracht, de deining en de bewolking.

Het gebruik van satellieten die om de aarde draaien vergemakkelijken het geven van de weersomstandigheden en het ontstaan van een tropische orkaan.
Met behulp van deze satellieten kan men men de baan volgen van de orkaan en waarschuwingen aangaande de weersomstandigheden uit laten gaan, naar gebieden waar deze eventueel aan land zal komen om de bevolking de tijd te geven actie te ondernemen of om deze uit de kustgebieden te evacueren.

note: De orkaan heeft op verschillende delen van de wereld een andere naam zoals: Taifoen of Cycloon.








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen