zondag 22 januari 2017

GALEI. DE GESCHIEDENIS.

ROEIEN MET

MEERDERE RIEMEN.




GALEI.

Galei is een eertijds vaartuig van middelmatige afmetingen; 27 tot 46 meter volgens de galeienbouwer Pre Theodoro de Nicolò (Venetië 1550) meestal gebouwd voor de strijd ter zee en bestemd om in gevecht geroeid te worden.
In het algemeen had ze een scherpe puntige voorsteven, die dienst deed als ram.
De zeilen waren niet meer dan een hulpmiddel.

De geschiedenis van de galei is zeer oud; de eerste ontwikkelingen vonden plaats in het gebied van de Egeïsche Zee. 
Een van de oudste van ongeveer 800 v.Chr. is de Griekse 'pentekontoros', beschreven door Homerus, een galei geroeid door 50 roeiers.
Later ontwikkelingen zijn de bireme en de trireme, waarvan het laatste ongeveer 550 v. Chr. in zwang komt.
Over de wijze van roeien van deze vaartuigen heeft men nog steeds geen zekerheid. Aangenomen wordt dat bij de bireme, letterlijk tweeriemer, de roeiers in twee en bij de triremen , letterlijk drieriemer, de roeiers in drie lagen boven elkaar gezeten waren . Bij de quadrime, letterlijk vierriemer, geïntroduceerd in 398 v.Chr. en de iets jongere quinquereme, letterlijk vijfriemer, en de polyreme, letterlijk veelriemer, in het niet waarschijnlijk dat ook hier de roeiers in 4 respectievelijk 5 of veel lagen boven elkaar zaten.



(Fragment van een reliëf in het paleis van de Assyrische koning Sanherib, 705-681 v.Chr. De afgebeelde schepen zijn waarschijnlijk Fenicische koopvaarders, voor en achter rond en oorlogschepen met een ram aan de voorsteven.)  



De Griekse trireme had als gevaarlijk wapen een sterke gepantserde ramsteven, versierd met de afbeelding van de kop van een dier.
Ze was voorzien van een rechthoekig zeil, wat gedurende een gevecht niet werd gebruikt. 
Bij tochten werd ze s'nachts op het droge getrokken.


              
                  (Reconstructie van een Grieks oorlogschip, bireme, uit de 5e eeuw v.Chr.)


De Romeinen namen de galei van de Grieken over, maar bouwden haar in tegenstelling tot de Griekse wijze meer op wendbaarheid dan op snelheid. Hierdoor kregen hun schepen een robuust uiterlijk, en misten het sierlijke van de Griekse schepen.
Het bekendste Romeinse type is de 'navis liburnica' of  'navis liburna', in gebruik tussen ongeveer 50 v.Chr. en 500 n. Chr. Ook van deze galeien is de wijze van roeien niet met zekerheid bekend.
Ten tijde van het Oost-Romeinse keizerrijk waren in gebruik de 'dromon', de 'pamphylos' en de 'ousiakos' Ook over deze typen is niet veel bekend. In het algemeen schijnt de dromen het grootste te zijn geweest.



Naast de ram was op de Byzantijnse schepen in gebruik het Griekse vuur, een wapen waarmee het oude Byzantium vele eeuwen tegen de opdringende Arabieren verdedigd werd.
Het is tot heden het best bewaarde militaire geheim van de wereld, wat de grondstoffen waren van dit vuur en hoe het werd afgeschoten op de vijand. Ergens is het te vergelijken met de hedendaagse vlammenwerper.

Tegen het einde van de 6e eeuw wordt in het gebied van de Middellandse Zee ingevoerd het driehoekige latijnse zeil, waarmee de galeien het tuig krijgen dat kenmerkend zal blijven tot aan hun verdwijnen aan het eind van de 18e eeuw.


In de middeleeuwen was het voornamelijk Venetië dat de maritieme erfenis van de Byzantijnen overnam. De ontwikkeling van de galeien is hierna duidelijk te volgen.
In het uiterlijk kwam niet veel verandering. De karveel gebouwde romp was scherp van lijn, met een lengte van 40 tot 55 meter op de waterlijn en een breedte van 5 tot 7 meter. Een scherpe puntige,  ver uitstekende voorsteven nam de plaats van de ram in. Op het achterschip bevonden zich vaak fraai versierde kajuiten van commandant en officieren. 
Op het voorschip na ongeveer 1450 de drie of vijf opgestelde kanonnen in de lengterichting van het schip: het zwaarste kanon op de hartlijn schip, de lichtere kanonnen meer naar buiten. Een loopbrug verbond voor- en achterschip. Meestal waren er één of twee, enkele maal drie masten. 
Van het eind van de 13e eeuw tot het midden van de 16e eeuw was de gebruikelijke roeiwijze de methode 'alla sensile', letterlijk 'op eenvoudige wijze'; een methode overigens die niet zo heel eenvoudig is. Elke roeier had zijn eigen riem. Er zaten drie roeiers op een bank en de riemen waren zodoende in groepen van drie gerangschikt. De riemen werden gesteund op uithouders. 
Een galei welke op deze wijze geroeid werd, alhoewel op vele punten afwijkend van zijn oudere soortgenoot, werd de trireme genoemd.
Een galei op gelijke wijze geroeid, maar met twee roeiers per bank heette bireme.
Rond het midden van de 16e eeuw kwam als roeiwijze in zwang de methode 'al scaloccio'.
In eerste opzet zaten hierbij drie roeiers op één bank aan één riem. Het meest efficiënt bleek echter vijf roeiers per riem, zodat dit de normale wijze van roeien werd. Bij de grootste galeien echter kwam het voor dat zes of zeven man aan één riem roeiden. In het algemeen waren roeiers gevangenen of gestraften.


Bekend zij onder andere de Nederlandse zeelieden die, gevangen genomen, als roeier op de Turkse galeien of op die van de Barbarijse zeerovers dienst deden. Toch kwamen er ook veel vrije roeiers voor.
Zo werd vrijwel de gehele Venetiaanse vloot door vrije roeiers geroeid, iets wat de kracht van de schepen aanmerkelijk ten goede kwam.
Wat betreft de grootte van de galeien moet opgemerkt worden, dat sinds de middeleeuwen slechts van een beperkte groei sprake is.
De normale Venetiaanse galei in de 14e eeuw was ongeveer 40 meter lang op de waterlijn, had tweemaal 25 roeibanken en daarmee 250 roeiers.
Zijn soort genoot uit de 18e eeuw was op de waterlijn ongeveer 45 meter lang, had tweemaal 28 roeibanken en daarmee 280 roeiers. Binnen een bepaalde vloot werden de galeien onderling naar grootte ingedeeld. De kleinste waren in het algemeen de meest voorkomende soort.
Hiernaast had men de grotere van de belangrijke bevelhebbers en de vlaggenschepen van de opperbevelhebbers. Bekend op in dit opzicht is 'La Reale' van de Franse koninklijke galeienvloot.


'LA REALE'.




(De Franse galei 'La Reale' in boven- en zijaanzicht. De kiel van de galei werd in december 1692 gelegd en werd in april 1694 te water gelaten In mei 1694 kwam de galei in de vaart.


De galei had op de waterlijn een lengte van 50 meter en over alles een lengte van 57 meter; een breedte van 7,7 meter en een diepgang van 2,5 meter.
Het schip had 60 riemen met aan ieder riem 6 roeiers, meestal veroordeelden of Turkse slaven.
Het schip voerde twee masten met elk een latijnzeil. Van voor naar achter loopt in het midden de 'coursie', waar twee of drie met een zweep gewapende slavendrijvers de roeiers opjagen. Aan bakboordzijde is één roeiersplaats , de negende van achteraf, niet bezet. Daar was het kombuis.

De 'La Real' had in totaal van 550 koppen aan boord; 360 roeiers, 45 onderofficieren, 35 officieren en 110 soldaten. De galei was bewapend met vijf kanonnen; één 36 ponder, twee 8 ponder en twee 6 ponders.)

Verreweg het grootste deel van de ontwikkeling van de galei heeft plaatsgevonden in het gebied van de Middellandse Zee. Sinds de middeleeuwen moet hierbij in de eerste plaats gedacht worden aan de vloot van Venetië. Daarnaast aan die van de Turken, Spanjaarden, Genuezen, Maltezer ridders, Fransen en verschillende andere landen. Maar ook is ze buiten het gebied van de Middellandse Zee op verscheidene plaatsen in gebruik geweest, onder meer in Engeland, Vlaanderen, Nederland, Rusland en Zweden.


Zeer bekend was in 1598 te Vlaardingen gebouwde 'Rode Galei', evenals de in 1600 te Dordrecht gebouwde 'Zwarte galei'.

(Rechts de 'Zwarte Galei' in gevecht met Spaanse schepen voor Antwerpen.)

Onder de Bourgondiërs werden al galeien gebouwd te Sluis, Antwerpen, Nieuwpoort en Duinkerken. Daar werden voor deze schepen eveneens galeihuizen opgetrokken. In verschillende gevallen gaat het hier om regelrechte kopieën meest van Venetiaanse galeien. Elders heeft een bescheiden eigen ontwikkeling plaats gevonden, zoals in Engeland. In Nederland heeft men zowel het een als het ander gekend.
Rond 1600 was er een aantal, veel gelijkend op die van de Middellandse Zee-gebied, terwijl er terzelfder tijd ook volledig afwijkende typen waren. De benaming galei is in Nederland overigens zeer ruim opgevat en in de loop van de tijd voor verschillende uiteenlopende typen roeischepen gebruikt.



                                                      ( Slag bij Lepanto 7 oktober 1571)

De grootste zeeslagen die met galeien werden uitgevochten waren die van Actium in 31 v. Chr, en van Lepanto op 7 oktober 1571, tevens de laatste die uitsluitend met roeischepen, in totaal 481, werd geleverd. De laatste zeeslag waarbij galeien betrokken waren naast andere schepen was de slag bij Matapan in 1717.
Na enige tijd een kwijnend bestaan te hebben geleid, kwam aan de echte galei van de Middellandse Zee rond 1800 een definitief einde.

(Koopvaardij galei te Antwerpen rond 1515.)

In de middeleeuwen en tot in de 16e eeuw werden galeien eveneens als koopvaardijschip gebruikt.
Sedert het laatste kwart van de 13e eeuw kwamen galeien uit genua en sedert 1327 uit Venetië naar Engeland en Vlaanderen met oosterse koopwaren.
Ze legden aan in Londen, Sluis, Middelburg en Antwerpen, waar ze onder meer wol en textiel aan boord namen.
Deze koopvaardijgaleien waren getuigd met twee , ook met drie masten met latijnzeilen.
Uit de iconografie blijkt dat ze zwaarder waren gebouwd dan de oorlogsgaleien en meer vrijboord hadden.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen