donderdag 1 maart 2012

PULAU SERIBU ZEILREIS. (Deel 1)

'SAIL AWAY'!

Het was in september 1987 dat ik de laatste dagen van mijn verlof opmaakte in Jakarta toen mij op een advertentie werd gewezen in de Jakarta Post. In deze advertentie vroeg de eigenaar van een zeewaardig zeiljacht naar een werkend passagier met enige scheepskennis, zoals het besturen en navigatie, voor een charterreis naar Sepa eiland, een van de duizenden eilanden ten noorden van Jakarta gelegen in de Java-zee.




De zelfde dag nog contact opgenomen met de kapitein/eigenaar en een afspraak gemaakt. Tijdens ons gesprek, onder het genot van een koude pot bier, leerden we elkaar beter kennen. Hans, van oorsprong een Duitser uit Zuid-Afrika, had het zeiljacht, de 'Mbamba' in Durban gekocht en was samen met twee bemanningsleden ermee naar Indonesië gezeild. Hij wilde er hier charterreizen mee gaan maken. Ik vertelde hem over mijn ervaringen op zee in de technischedienst, maar ook uit hobby mijn interesse voor navigatie. Het gehele gesprek verliep in het Duits en Engels. Zo werden we het dan eens en ik zou weer op tijd terug zijn in Jakarta voor mijn vlucht terug naar Amsterdam.

Het was de volgende ochtend even zoeken om de ligplaats te vinden van de "Mbamba" in de haven van Tanjung Priok. Na kennis gemaakt te hebben met Marc, een Fransman, die voor het eten zou zorgen, kwamen langzaam de overige betalende gasten aan boord. Het werd een internationaal gezelschap, met één Duitser, één Fransman, één Nederlander, één Indonesiër, een paar Engelsen en een echtpaar uit de USA.
Nadat ieder zijn kooi had toegewezen gekregen en de bagage was ingeruimd verlieten we op de motor de haven van Tanjung Priok. Het was intussen reeds middag geworden en werden de zeilen klaargemaakt om gehesen te worden, nadat we voldoende ruimte hadden om te manoeuvreren.





Zo zouden we de eilanden Pulau Bidadari en Pulau Kelor (kerkhof) passeren naar open vaarwater. Maar op verzoek van het Amerikaanse echtpaar praaiden we een visserbootje om tegen een vergoeding ons naar het eiland Bidadari te laten varen en vise versa om een kijkje te nemen bij de restanten van een oud fort uit de tijd van de VOC. Het oude fort was opgebouwd met Hollandse bakstenen, die als scheepsballast door de VOC zeilschepen waren aangevoerd. Pulau Kelor was in die tijd een kerkhof-eiland voor Lepra lijders.







Intussen terug aan boord leerden we elkaar beter kennen en werden de nodige reisverhalen uitgewisseld onder het genot van een glas Kaapsewijn en snacks. Het beloofde een gezellige reis te gaan worden en spraken elkaar alleen nog maar bij de roepnaam aan.



Hans gebruikte een oude Nederlandse zeekaart van voor 1940 die zijn beste tijd reeds had gehad en die hij met moeite op de kop had getikt. Daar deze niet geheel was bijgewerkt besloten we om langs Pulau Lancang te varen en verder de koers aan te houden langs de noord-oostelijke zijde van de eilandengroep voor de komende nachtelijkevaart.





Langzaam viel de avond en lichte het boegwater prachtig op door de fluor in het water. Een prachtige tropische avond op zee. Ik had tot middennacht het roer in handen en genoot van de prachtige onmetelijke sterrenhemel boven me. Toen Hans me afloste had ik geen probleem om in slaap te vallen terwijl het schip zachtjes slingerde op de deining van de zee.









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen