woensdag 18 januari 2012

PULAU NIAS. PASIR LAGUNDRI. (Deel 4)

EEN SAMEN VATTING VAN DE LAATSTE DAGEN OP PULAU NIAS.

Vrijdag 30 december 1988.

Met stijve spieren van de afdgelopen twee dagen opgestaan en ze losgemaakt met zwemmen in de baai. In de naochtend verscheen Wisnu op zijn motorfiets en bracht mijn houtsnijwerk mee en kreeg hij zijn 'niet lange broek' weer terug van Torang.
Hij moest naar Tulukdalam en vroeg of we zin hadden met hem mee te gaan en we konden dan gelijk de overtocht naar Sibolga met de boot regelen. Tot onze verrassing bleek de eerste boot pas op 2 januari 1989 uit Tulukdalam te vertrekken en daar we geen zin hadden de hele lange terugreis naar Gunung Sitoli weer te maken boekten we met behulp van Wisnu voor de tweede januari de overtocht naar Sibolga.
In Tulukdalam nog wat kleine geschenken gekocht voor Torang thuis en voor thuis in Nederland. Veel was er niet te zien en te beleven in deze plaats.



Terug naar ons logement en brachten de rest van de dag door op het strand en in de zee. s'Avonds heerlijk gegeten. Mr. Milyar had op ons verzoek een kratje bier gekocht en vroeg zich af hoe we dat koud kregen, daar ze geen koelkast hadden. Gewoon in de waterput achter het huis. Genietend van de tropische avond en de koele dronk vielen de jongsten uit het gezin op onze schoot in slaap.



Zaterdag 31 december 1988.



Zo werd het dan 31 december de laatste dag van het jaar 1988. Een dag die we zonder benul van tijd doorbrachten. Gegeten als we honger hadden en verder de tijd gedood met zwemmen, zonnen en lezen. In de baai monde een kleine rivier uit en daar gingen we met de jeugd speervissen, wat moeilijker was dan het leek.

Maar wat doet men dan lokaal met zo'n jaarwisseling vroegen we ons af? Nou een stevig vuurtje stoken op het strand en lekker eten. We gaven dus mevrouw wat extra geld om een lekkere cake te bakken voor die avond.

Zo werd het strand gereinigd van het drijfhout en plamtakken voor het vreugde vuur die avond.Het was voor de jeugd te lang wachten tot middennacht en zo ging om tien uur de vlam in de hoop hout.

We hadden die dag ook nieuwe gaste erbij gekregen in het logement; een jong echtpaar uit Nieuw Zeeland en een jonge Duitse rugzak toerist en het klikte goed onderling.

Het vreugde vuur laaide hoog op en waar plotseling al het andere volk vandaan kwam was ons een raadsel. Jongelui met muziekinstrumenten vulden de avond met muziek en zang. Een ieder had nog wat te drinken meegebracht en zo werd het een uitbundige jaarwisseling.

Met de familie Milyar en de overige gasten wewrden de laatste bierflessen leeggemaakt terwijl de laaste resten van het oude jaar op het strand lagen weg te smeulen.




Zondag 1 januari 1989.



Het was ruim 02.00 uur geweest eer een ieder naar zijn bed ging. We waren in alle rust, stilte en vrede 1989 ingegaan. Maar lang uitslapen was er niet bij, want onder het raam stond de jeugd te roepen, dat Oom moest komen zwemmen, ondanks de waarschuwing van de moeder dat ze stil moesten zijn. Dus eerst maar gaan zwemmen en na wat gegeten te hebben langs het strand naar het dorpje Batohili gewandeld. Torang was niet meegegaan daar hij een blaar op zijn hiel had. Het was de verdere dag het motto doe waar je zin in hebt. Zo bouwden we met de jeugd een vlotje en luierden wat aan het strand.

s'Avonds draaide wind onverwachts en deze werd zelfs stormachtig, waarna we uren regen kregen met een onweer waarbioj het vuur niet van de hemel weg was. Toch nog Nieuwjaars vuurwerk. Het werd een kille natte tropische nacht.



Maandag 2 januari 1989.



We werden deze ochtend stijf van de kou wakker en zochten snel het warme zeewater op en de zon. Na een stevig ontbijt onze bagage bijeen gezocht en ingepakt. In de dagen dat we in Lagundri-bay waren slachjte Mr.Milyar enige kippen en een bighgetje met een orginele Nias-kris. Ik liet hem weten dat ik die graag van hem zou willen kopen voor mijn verzameling, maar kopen dat kon niet, maar wel ruilen. Dus verwisselde ik mijn Zwitsers zakmes tegen zijn kris. Een ieder gelukkig.

Het was verder de gehele dag benauwd en drukkend weer.




Om vier uur in de middag werden we met de motorfiets naar Tulukdalam gebracht voor de bootvaart naar Sibolga. Bij het aan boord gaan rezen er problemen, daar bleek dat de persoon bij wie we de reis betaald hadden en het gebruik van een kleine hut om te slapen de bemanning maar gedeeltelijk had betaald en zo goed als zeker de rest van het geld in eigen zak had gestoken. Iedereen begon zich er mee te bemoeien, maar ik hield voet bij stuk en weigerde ook maar één Rupiah bij te betalen.

Midden in deze Babylonische spraakverwarring verscheen plotseling Wisnu die ons kwam uitzwaaien. Nadat dat hij verklaard had getuige te zijn geweest van onze betaling was de zaak snel opgelost. We vroegen hem of de dief van de 'niet lange broek' al gevonden was. Dragen in het dorp durfde de persoon, als hij uit het dorp kwam, hem zeker niet. Maar het kon iemend uit een ander dorp zijn geweest, daar het vaak gezien werd als een competitie om iets uit een ander dorp mee te nemen. Lachend voegde hij er aan toe ; "Vroeger waren het huwbare meisjes en nu zijn het sportbroekjes, waar blijf de traditie"? We moesten er hartelijk om lachen.

Uiteindelijk vertrokken tegen achten uit de haven van Tulukdalam met een kalme zee en een licht bewolkte hemel naar Sibolga.


Een ding was zeker; we hadden een mooie en avontuurlijke tijd gehad op Pulau Nias. Maar het belangrijkste was, dat er een vriendschap was ontstaan met de mensen die we ontmoet hadden. Vooral de fam. Milyar en Wisnu.


NATUURGEWELD.


Op 26 december 2004 werd Nias getroffen door een alles verwostende tsunami als gevolg van een zware aardbeving, waardoor veel doden en gewonden vielen.

Op 28 maart 2005 werd Nias getroffen door een aardbeving met een kracht van 8.7 op de Schaal van Richter. Ruim twee duizend mensen kwamen om en de stad Gunung Sitoli werd voor 80% verwoest. Er deed zich geen tsunami voor. Op 25 en 27 april 2006 was er weer een aardbeving met een kracht van 6 op de Schaal van Richter.








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen