dinsdag 17 januari 2012

PULAU NIAS. BINNENLAND EN DORPEN. (Deel 2)

WOENSDAG 28 DECEMBER 1988.

Door de drukke bedrijvigheid buiten onze kamer om 08.00 uur opgestaan en eerst een frisse duik in zee genomen om onze spieren wat los te maken. Na ons afgespoeld te hebben met zoetwater in de kamer-mandi onze bagage ingepakt buiten de reisbenodigheden voor de twee daagse tocht. Gepakt met onze spullen naar ons nieuwe logement gegaan 'Yanty Inn' om daar eerst van een ontbijt te genieten en de overtollige bagage achter te laten.
Het logement was gebouwd op palen van palmbomen en verder geheel opgetrokken uit stevbige bamboepalen, wqanden van gevlochte maten van plambladeren, zo ook de vloeren en een dakbedekking van plambladeren. Beneden leefde de eigenaar met zijn gezin en boven de gasten. Achter het huis was de wasplaats en de keuken. Geen electrisch, maar verlichting van palmolie lampen. Het was met recht 100% eco-stijl, maar het was schoon.



Het was tegen negenen toen we uit Lagundri-bay vertrokken en legden we het eerste deel van onze tocht naar het plaatsje Orahili af achter op een motorfiets. het was een reisje van 11 kilometer met het mooiste weer van de wereld door een prachtige groene natuur.



Orahili lag net als de overige tratitionele dorpen verstopt gebouwd op een heuvel en was te bereiken via een smal geplaveid paadje. Al de huizen stonden aan weerszijden van een met grote stenen geplaveide hoofdstraat. Op sommige plaatsen was nog een bamboe omheining te zien en het was dus een klein fort.




Vanaf Orahili hadden we een prachtig uitzicht over het landschap en konden we in de verte Lagundri-bay zien liggen. We vervolgden onze voettocht naar het dorp Bawömataluo wat maar hemelsbreed op anderhalve kilometer van Orahilli lag. Het leek allemaal eenvoudig wat de afstanden aanging, maar dat viel al snel tegen. Het was constant klimmen en afdalen over zeer smalle voetpaadjes die soms niet te zien waren door de begroeiing. De zon brande ook genadeloos boven ons en het zweet gutste ons van het lijf.





Ook de huizen in het dorp Bawömataluo (betekend zonneheuvel) lagen aan weerszijden van een geplaveide hoofdstraat. Onze gids, Mr.Milyar, die goed Engels sprak legde ons alles goed uit over de bouw van de huizen en de enorme stenen die er voor lagen.

De woningen in de dorpen staan allemaal op hoge zeer stevige palen, maar hebben ergens aan de voorkant de vorm van de achtersteven van een Chinese- of Vietnamese Junk (schip).


Het verhaal gaat dat eeuwen geleden een schip met die vorm op het eiland strandde en de bemanning er achter bleef en zich er vestigde. Deze gezichtstrekken kom je bij de huidige bevolking nog tegen. We bezochten het koningshuis en ik liet het aan mijn reisgenoot, Torang, over om over de prijs te pingelen van wat kleine uit hout gesneden souvenirs.

In het dorp staat een indrukwekkend 150 jaar oud koningshuis (paleis) het 'omo seuba'. Het gebouw is 15 meter hoog en wordt gesteund op enorme pilaren. Het is versierd met rijk houtsnijwerk, krokodillen, zeevarenden en prinsessen voorstellende. Vlak voor het koningshuis ligt een enorme steen. In het dorp staan ongeveer 287 megalieten.

DE STEEN.


De enorme steen (megaliet) van 'Darodaro'voor de gestorven Saoenigeho van Bawömataluo werd ruim drie kilometer verder uit een rivier bedding gekapt en op een speciale sleepconstructie naar het dorp gebracht. Volgens de overlevering heeft het 525 mannen drie dagen gekost om deze steen op zijn plaats te krijgen. (anno 1915)





Vlak na het dorpje Siwala dacht ik het geluid te horen van een waterval. Het was dan wel vallend water maar wel met bakken uit de hemel en waren binnen een paar tellen volledig doorweekt. Het smalle voetpad veranderde snel in een ware modderstroom. Maar na regen kwam ook weer de zonneschijn en liepen we alweer snel te stomen en op te drogen.


Helaas had het opdrogen weinig zin, daar de brug over een kleine rivier die we mosten oversteken volledig verdwenen bleek te zijn. Afgedaald van de oever naar het water net zolang door het snelstromende rivierwater gewaad tot we aan de andere oever redelijk omhoog konden klimmen. Vuil van het zweet, modder en rivierwater bereikten we om 15.00 uur het dorp Hininawalö, wat het eindpunt was van deze dag. het was een intressante dag geweest zowel de tocht als het bezoek aan de eerste dorpen.

Zomaar blijven overnachten in het dorp, dat gaat niet. Eerst werden we aan het dorpshoofd voorgesteld, waarbij we schuw werden omringt door de bewoners, wat ons westerlingen eerst een indruk gaf dat we er niet welkom waren, maar daar we rekeninmg hielden met de traditionele levenswijze van de bevolking klonk al snel uit de mond van het dorpshooft, in het Niha, YA'AHOWU, het woord voor welkom en werden we uitgenodigd om in het koninghuis te overnachten. Voor het koningshuis lag de oude gerechtsplaats met enorme stenen stoelen en tafels, van wel 15 ton, welke er al eeuwen stonden.

In de lokale wasgelegenheid, mannen en vrouwen gescheiden, wasten we ons het vuil van ons lichaam en uit onze kleding onder de nodige belangstelling van de dorpsjeugd die helemaal door het dolle heen raakten toen gebruik mochten maken van ons stuk toiletzeep.


Terwijl ons eten werd klaar gemaakt hield Torang de jeugd bezig, zittend op de stenen tafel, met het leren van een Frans liedje over een zwaluw en kreeg al snel begeleiding van enige gitaren.

We werden onthaald op enige lokale melodiën en onder het genot van een zeer sterke lokale rode wijn werd het een gezellige avond en sliepen we die nacht als 'vorsten'.







Binnen in het koningshuis hing een zware houten trom, enige afbeelding uit huotgesneden van de vroegere koningstroon en een paar zeer fraaie raamafsluitingen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen