dinsdag 17 januari 2012

PULAU NIAS. BINNENLAND EN DORPEN. (Deel 3)

DONDERDAG 29 DECEMBER 1988.

Het had de afgelopen nacht behoorlijk geregend, maar een ieder had zo goed geslapen dat we daar niets van hadden gemerkt. Toen Torang de gedroogde 'schone was' had gehaald kwam hij met de mededeling " Mijn niet lange broek is weg". Gelukkig was het een oude sportbroek, maar onze gastheer, Wisnu, en onze gids waren er helemaal niet gelukkig mee, want gasten besteel je niet. Daar de rest van de tocht in een sarong af te leggen niets was kreeg hij van Wisnu een korte broek te leen en deze zou hij dan de volgende dag op komen halen en gelijk mijn houtsnijwerk souvenirs komen afgeven.




Na het ontbijt nog even door het dorp gewandeld te hebben in het gezelschap van een groep kleine kinderen namen we afscheid en vervolgden we onze tocht door het binnenland.



Het was door de regenval van afgelopen nacht broeiend heet en het zweet gustste ons weer van het lijf en de paden waren zo goed als onbegaanbaar. Het werd het zwaarste gedeelte van deze voettocht.




Overal zagen we prachtige vlinders en hoorden we het geluid van vogels en insekten. Via het dorpje Bawosali bereikten we bij Hilisimaetano de 'verharde weg'. De laatste paar kilometers waren moordend geweest. Het was toen nog vijf kilometer lopen naar de plaats waar we weer door de motorfietsen zouden worden opgepikt die ons terug naar Lagundri zouden brengen.

Zowaar ze stonden op ons te wachten.

Het was tegen vieren toen we weer terug waren in ons logement 'Yanty Inn' en na eerst heerlijk in het water van de baai gezwommen te hebben lieten we ons stevig masseren met klapperolie door onze gastvrouw.
Na een stevige smakelijke maaltijd, want koken kon de gastvrouw zeer goed, nog genoten van een gezellige avond met het Franse echtpaar dat de volgende dag verder zou reizen.
We moesten maar eens vertellen wat we de volgende dag wensten te eten. Met het geruis van de branding in onze oren vielen we in slaap.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen