donderdag 26 augustus 2010

SAIL 2010. s.s.CHRISTIAAN BRUNINGS. (3)




Op deze tweede dag van Sail 2010 had ik het genoegen, dank zij een kennis die als vrijwilliger werkt voot het Scheepvaartmuseum van Amsterdam, mee te kunnen varen op de oude ijsbreker het s.s. Christiaan Brunnings en zo Sail vanaf het water te beleven.


s.s. CHRISTIAAN BRUNINGS.


Het stoomschip Christiaan Brunings werd in 1900 voor Rijkswaterstaat gebouwd als ijsbrker, maar diende ook als representatief directievaartuig. Het schip voer vooral op de grote rivieren en de Zeeuwse wateren. In de winter fungeerde het schip als ijsbreker en hield het de doorgaande vaarwegen begaanbaar. In de zomer werd het gebruikt voor stroommetingen en betonningswerk.


De Christiaan Brunings is gebouwd op de scheepswerf De Nachtegaal van Jan Meursing. De werf was gevestigd aan de Grote Bickerstraat in Amsterdam. Op deze werf werden vooral ijzeren dekschuiten, lichters, jachten en stoomschepen gebouwd. Het schip heeft een lengte van 31,15 meter, breedte 6,28 meter en een diepgang van 2,4 meter.


IJSBREKER.


De Christiaan Brunings is een zogenaamde oploper. Dankzij de sterk oplopende boeg kon het schip als het ware het ijs opglijden, waarna het er met zijn gewicht doorheen zakte en het ijs brak. De huis van het voorschip is boven de waterlijn 10 mm. dik en beneden de waterlijn 13 mm. dik. Tijdens het ijsbreken mocht de bemanning het schip niet verlaten. Om hen warm te houden in de strenge winters werd het schip voorzien van stoom- en kachelverwarming.



Het schip lag gemeerd aan de kade van de Dijksgracht van het Marine emplacement. Via de Dijksgracht en het Oosterdok ging de vaart naar het IJ maar om de spoorbrug te passeren werden de voormast en de schoorsteen plat gelegd vanwege de lage doorvaart hoogte van de brug.















De salon is een juweeltje om te zien. Het prachtige vaartuig diende vanaf het begin ook als karakteristiek directieschip van Rijkswaterstaat.

Op de werf van Jan Meursing werden ook luxe jachten gebouwd en dat kwam goed van pas bij het aankleden van de salon. De deftige salon werd onder andere ingericht met een marmeren schouw en mahoniehouten, met pluche beklede banken en stoelen. Behalve directieleden van Rijkswaterstaat vervoerde het luxueuze vaartuig vooraanstaande gasten, waaronder de toenmalige Hare Majesteit de Koningin.





DE MACHINEKAMER.

De stoommachine, een Compond 375 pk met Stephenson-omkeerbeweging verbrukt 300 kilo kolenper uur. Na het opstoken van de ketel, na twee dagen stoken, vaart het schip 15 km/uur.

In de twee voorgangen van de ketel met een totaal verwarmend oppervlak van 110 kwadraad meter loopt de verbrandings temperatuur van de gassen op tot maar liefst 1000 celcius. De ketel heeft een inhoud van 8 kubikemeter aan water en de druk is maximaal 10 bar. Al de overige machinekamer- en dekwerktuigen zijn stoomgedreven. De stoommachine loopt geruisloos en trillingsvrij tijdens de vaart en zodoende werd in 1951 gedeeltelijk omgebouwd als meetvaartuig voor de Deltacommissie.


In 1968 was hetwerkzame leven van de Chritiaan Brunings voorbij. Liefhebbers wisten het schip, dat één van de laatst werkende stoomschepen van Nederland is, voor de sloop te behouden. Op 31 januari 1968 droeg Rijkswaterstaat het zeer geliefde schip over aan de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaartmuseum te Amsterdam, waar het schip sindsdien door vrijwilligers wordt vertroeteld als museumschip.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen