zaterdag 9 augustus 2014

VUURTORENS MET EEN VREEMDE NAAM. (DEEL 5 slot)

EEN BAKEN AAN LAND VOOR DE ZEEMAN OP ZEE. (5)

De meeste vuurtorens worden met de plaatsnaam aangeduid, maar sommige hebben ook nog een bijnaam welke om een of ander vreemde reden door de lokale bevolking aan de toren of lichtmast is gegeven.

DE 'LANGE JAAP' VAN DEN HELDER.

Het eerste lichtbaken dat in vroegere tijden de schepen begeleiden vanuit het Marsdiep naar de haven van Den Helder was een vuurbaken wat met hout en kolen werd gestookt. het verlichte de kustlijn  bij Huisduinen. In die tijd alleen bij slecht weer en later dagelijks zodra het donker werd.

In 1822 werd het vuurbaken vervangen door een stenen vuurtoren wat boven op het voormalige fort werd gebouwd op de top van Kijkduin.
De toren was voorzien van 26 Argand olielampen die een stilstaand licht lieten schijnen over een wijdte van 10 kilometer.
De toren een ontwerp van de inspecteur van Maritieme Werken, J.Valk werd gebouwd door een bedrijf uit Amsterdam en deed ook dienst als seintoren voor de stoomsleepboot 'Noord-Holland'  welke zeilschepen assisteerde bij het binnenlopen van het Nieuwe Diep. In 1853 werden de Argant olielampen vervangen door een kustlamp die brandde op patentolie. het licht hiervan werd door gepolijste metalen spiegels op de Noordzee gericht via kristallen glazen.



In 1877 gaf koning Willem III opdracht tot de bouw van een nieuwe vuurtoren. De toren werd ontworpen
door Quirinus Harder en het werd een conische zestienkantige gietijzeren toten met een hoogte van 63,45 meter. Het werd de hoogste vuurtoren van Europa.
De toren is in totaal opgebouwd uit 1088 gietijzeren platen met een totaal gewicht van 506,100 ton en het werk werd uitgevoerd door de gieterij Penn & Baudinn uit Dordrecht.
In principe zou de toren de naam krijgen 'Lichttoren Kijkduin', maar de toren werd niet in Kijkduin opgebouwd, maar 600 meter noordelijker in de polder 'Het oude land' vlak bij de zeedijk. Voor de fundatie van de toren werden 249 palen in de grond geslagen.


Op 1 april 1878 werd het licht in de nieuwe toren ontstoken en werd de oude toren te koop aangeboden.
Door de enorme lengte van de toren waarmee deze het landschap domineerde kreeg deze in de volksmond al snel de bijnaam 'Lange Jaap'.
De toren heeft 17 etages en de top is te bereiken via een trappen stelsel met 284 treden.
In 1924 werd de toren voorzien van elektrisch licht en dat was dan op een afstand van 30 zeemijlen zichtbaar.
Sinds 1988 is de toren officieel een monument.

Wie Den Helder aan vaart vanuit zee voor het bereik van de veilige haven ziet het eerste van verre 'Lange Jaap' als een begroeting van een welkom thuis.


HET 'PAARD VAN MARKEN'.


Het 'Paard van Marken' is de vuurtoren van het eiland Marken in het huidige IJsselmeer en deze staat op de meest oostelijke punt van het eiland.
Waar de bijnaam van deze vuurtoren vandaan komt is niet geheel duidelijk, maar er wordt beweerd dat het op een afstand er als een paard zou uitzien.
Het is misschien een dronken Markervisser geweest die dit beeld voor ogen kreeg, maar er is geen paard uit te halen.
De eerste toren die hier werd gebouwd in 1700 was een vierkante toren. Deze toren behoorde tot de drie torens, Marken, De Ven en Durgerdam, die de vaarroute van de Waddenzee naar Amsterdam moesten markeren, Tot de bouw hiervan werd in 1699 besloten. Al de drie de torens waren voorzien van olielampen.



In 1839 werd de vierkante toren vervangen door een ronde ijzeren toren op de fundering van de oude stenen toren. Later werden de woning en de opslagloods aan de vuurtoren aangebouwd wat het geheel de karakteristieke vorm gaf zoals we die nu nog kennen.
In 1814 kreeg de toren een mistbel en deze werd in 1919 vervangen door een misthoorn.
De vuurtoren is momenteel bewoond en is een rijksmonument sinds 1970.

Bij strenge winters kan het voorkomen dat de toren last heeft van het kruiend ijs. In 1971 was het zo erg dat het ijs de gehele bouw enige centimeters heeft verschoven.



Vuurtoren 'ROTTERDAMSE HOEK'.


Deze toren ligt niet bij Rotterdam, maar op een dijkhoek in de dijk van de Noordoostpolder tussen Urk en Lemmer. De plaats dank haar naam door de aanvoer van het puin van de gebombardeerde binnenstad van Rotterdam op 14 mei 1940 door de Duitsers.
Direct na het bombardement dat de gehele binnenstad verwoeste is men begonnen met het ruimen van het puin en dempte hiermee op de eerste plaats de Blaak, de Coolsingel en de Schiekade in de verwoeste stad.
In 1940 werd het overige puin afgevoerd in schepen naar dit gedeelte van de dijk van de Noordoostpolder en opgeslagen. In 1942/1943 werd het puin gebruikt voor de afwerking van 5,5 kilometer dijk boven Urk en als wegverharding in de buitenste berm van de dijk. Na de bevrijding zijn er verder veel polderwegen met het puin verhard.
De naam 'Rotterdamse Hoek' is bedacht door de polderwerkers zelf die hier het werk deden opdat niemand zou vergeten waar het puin vandaan was gekomen. Pas veel later werd het de officiële naam.
De toren welke de 'Rotterdamse Hoek' markeert is een eenvoudige vierkante bakstenen toren van 7,5 meter hoogte en werd in 1950 gebouwd. Het elektrische licht knippert drie maal per drie seconden.

De 'Rotterdamse Hoek'is een beruchte plaats voor de scheepvaart en menig schip kwam hier in problemen tijden stormweer. De 'Rotterdamse Hoek' wordt ook wel aangeduid als het laatste 'schepenkerkhof' van de Nederlandse wateren.


Het 'VUURTJE VAN LEEK'.

Het 'Vuurtje van Leek'is een lichtbaken in de vorm van een rond torentje van staal en staat bij de Leekerhoek ten bate van het scheepvaart verkeer op het Markermeer.
Het baken staat even ten zuiden van Oosterleek in een haakse bocht van de Zuiderdijk langs het Markermeer.

Het huidige torentje werd geplaatst in 2001 na het eerder daar geplaatste torentje uit 1939 dat gesloopt werd. Reeds voor 1939 was er een soort lichtbaken op de zelfde plaats.
Het rode licht heeft een bereik van 9 zeemijlen en het witte licht heeft een bereik van 11 zeemijlen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen