woensdag 6 augustus 2014

VUURTOREN - LIGHTHOUSE - LEUCHTURM. (DEEL 2)

EEN BAKEN AAN LAND VOOR DE ZEEMAN OP ZEE. (2)

DE KOLOS VAN RHODOS.

Toen Alexander de Grote in 323 v.Chr. overleed viel zijn rijk uiteen en werd verdeeld onder zijn generaals. Ptolemaeus I Soter, werd heerser over Egypte en de bevolking van het eiland Rhodos koos zijn zijde.
Antigonos I Monophhthalmos eiste Rhodos op en stuurde in 305 v.Chr. zijn zoon Demetrios Poliorketes met een aanvalsleger naar Rhodos.
Demetrios sloeg een beleg rond Rhodos op wat een jaar duurde toen de Egyptische vloot kwam opdagen. Hij besloot een vredesverdrag aan te gaan met de Egyptenaren en verliet Rhodos. De bewoners van het eiland besloten een monument op te richten om hun overwinning over Demetrios te herdenken en hun god Helios, de zonnegod,  hiervoor te danken. Het werd de bouw van een vuurtoren in menselijke gedaante, de Kolossus, bij de ingang van de haven.


De schrijver Philo van Byzantium, uit de 5e eeuw,  legde gegevens vast over de bouw van het beeld, dat aan de buitenzijde van brons moet zijn geweest, maar beschrijft helaas niet hoe het er precies moet hebben uitgezien.
Van het beeld zijn nooit archeologische vondsten gevonden.
De afbeelding waarop het beeld staat in een spreidstand van de benen op iedere ingang van de haven, waar de schepen onderdoor zouden varen, waar de haveningang 30 meter breed was, wordt daarom ook sterk in twijfel getrokken vanwege het gewicht van het brons en de fundatie onder beide voeten.
Het zou er meer hebben uitgezien als het Vrijheidsbeeld  in de haveningang van New York. Het moet een afbeelding zijn geweest van een naakte knappe jonge man met golvend haar enkel gekleed in een korte mantel over de schouder en in de rechterhand een fakkel met daarin een een vuur.
Het ontwerp is van de architect Chares of Lindos.


Uit de beschrijving van Philo van Byzantium blijkt wel dat het beeld, met een hoogte van 33 meter, van binnen hol moet zijn geweest. De bronzen platen werden ter plaatse gegoten en op een metalen frame vastgezet met klinknagels. De onderste platen zouden een dikte hebben gehad van 25 mm en omhoog oplopend zou deze dikte uiteinde lijk zijn gereduceerd tot 10 mm.
Ook inwendig werden verstevigingen aangebracht en het geheel werd inwendig verzwaard met stenen.
Het voetstuk stond op wit marmer van 18 meter doorsnede.
Men begon met de bouw van het beeld in 292 v.Chr. en het werd in gebruik genomen als vuurtoren twaalf jaar later.
Het vuur werd gestookt met hout en later met kolen.

In 226 v.Chr. werd Rhodos getroffen door een zware aardbeving en het beeld brak af ter hoogte van de knieën. Ptolomeus III Euergetes van Egypte zou aangeboden hebben om de herstelkosten te betalen, maar na het raadplegen van een orakel van Delphi werd het herstel verboden.
De brokstukken van het beeld zouden ongeveer 900 jaar de havenmond van Rhodos hebben geblokkeerd.
Toen het eiland in 653 n.Chr. in Arabische handden viel, onder de kalief Mo'awaija I de stichter van de Omajjaden-dynastie, zouden deze de bronzen platen in stukken hebben gezaagd en verkocht aan een joodse handelaar uit Edessa.
Uiteraard moeten er stukken van het beeld onder de zeespiegel zijn verdwenen, maar tot op heden heeft men er nooit iets van terug kunnen vinden.


  
Al met al waren het niet de enige vuurtorens aan de kusten van de Middellandse Zee. Ten tijde van de Romeinen in het jaar honderd moeten er zeker ruim 30 vuurtorens bij de havenmondingen hebben gestaan.
ook het plaatsen van een groot beeld werd reeds bij vele havens toegepast om indruk te maken op de binnenvarende reizigers.

( zie vervolg deel 3)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen