zondag 5 juni 2011

DE BURCHT van LEIDEN.

Leiden ontstond op het Waarderland bij de samenvloeiing van de Oude- en de Nieuwe Rijn. In de eerste vermelding van omstreeks 860 spreekt men van het dorp Leithon. Op een heuveltop, op het punt waar de Oude- en de Nieuwe Rijn samenkomen bouwde men een houten burcht, een mottekasteel, waarin aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht woonde.



Een mottekasteel is een hoogmiddeleeuws type burcht dat meestal uit hout is opgetrokken. Het belangrijkste kenmerk is dat het kasteel stond op een motte, een kunstmatig aangelegde aarde heuvel. Het kasteel zelf bestond meestal uit een torenvormig gebouw. In de elfde eeuw werd de heuvel diverse keren opgehoogd tot ongeveer 9 meter boven de omgeving ( 12 meter boven NAP). Rond 1100 kwam de burcht in handen van graaf Floris van Holland (1049-1061).




Onder graaf Dirk VI van Holland (1121-1157) werd omstreeks 1130 de houten burcht vervangen door een stenen bouwwerk opgetrokken uit stevige stenen, een vierkante verdedigingstoren (donjon) met daar omheen opslagruimten en woonvertrekken. Dit alles werd omringd door een stenen muur met kantelen. Het geheel werd omringd door een gracht om het nog meer te versterken tegen vijandelijke legers. Vanuit deze burcht bestuurden de graven van Holland hun gebied.



Tussen 1203 en 1204 liep de burcht tijdens een belegering zware schade op. Gravin Ada belegerde de burcht in 1204 en werd op haar beurt weer belegerd door de aanhangers van Willem I van het graafschap Holland. De schade aan de burcht werd hersteld met kloostermoppen, ook wel kloosterstenen of monniksstenen genoemd. Het zijn middeleeuwse bakstenen die veel groter zijn dan de huidige bakstenen en vooral werden gebruikt voor de bouw van kloosters, kerken en kastelen.


( Op het hek de fraaie wapens van Daniel van Alphen - Jacob Vromans - Jacob van Sanen - Conelis Wittens - Johan van der Marcke - Johan van der Goes van Absmade - Johan van den Bergh.)



Doordat de stad Leiden zich steeds verder uitbreide raakte de brucht ingebouwd en verloor zijn militaire functie. In 1651 werd er nog een nieuwe toegangspoort gebouwd in de zuidelijke muur. Deze werd verfraaid met natuurstenen wapenstenen en het stadswapen. In de eeuwen die volgden werd het bouwwerk nog regelmatig gerestaureerd.




( In het midden het wapen van Leiden met daar omheen de wapens van de stadsburggraven.)






De burcht, zoals ze er nu uitziet, heeft een borstwering met kantelen en heeft een doorsnede van ongeveer 35,5 meter. De muren zijn gemiddeld 6,2 meter hoog en hebben een dikte van 80 tot 90 centimeter. Aan de binnenzijde van de muur van de burcht is deze voorzien van diepe bakstenen spaarbogen. Boven deze bogen bevindt zich de weergang. In de muur zijn op verschillende plaatsen schietgaten aangebracht.



Aan de noord-, west- en zuidzijde is de heuvel vrij steil en aan de oozijde lkigt een uitgestrekt glooiend grasplateau. Vanaf de weergang van de burcht heeft men een uitzicht op de omliggende oude gebouwen van de stad Leiden.









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen