woensdag 22 juni 2011

HET PESTHUIS VAN LEIDEN.

In de 16e en 17e eeuw werd de stad Leiden regelmatig getroffen door pestepidemiën wat duizenden inwoners het leven koste. Om de pestleiders te isoleren en uit de bin nenstad te verbannen kocht de stad Leiden, in 1635, een stuk grond aan buiten de stadsgrens, toen in Oegstgeest. Op het terrein werd een houten pesthuis gebouwd, wat later door een bakstenen gebouw vervangen zou worden. Reeds voor de bouw van dit pesthuis bestond er buiten de stadsomwalling, in een buiten de Morspoort gelegen tuin, een houten gebouwtje voor de opvang van de aan de pest lijdende weeskinderen.


De pest is een ziekte die van de 14e tot en met de 19e eeuw in Europa veelvuldig, bij epidemische vlagen, voorkwam en enorme aantallen slachtoffers maakte. De meest voorkomende vormen van pest zijn de builenpest en de longpest. De ziekte kreeg al snel de bijnaam de 'zwarte dood'. Tussen 1347 en 1351 koste deze ziekte een derde deel van de inwoners van Europa het leven, wat geschat werd op enkele tientallen miljoenen. Zelf voor onze jaartelling kende men deze 'zwarte dood'.






In 1655 brak er in Leiden een nieuwe pestepidemie uit en was er nog steeds geen stenen pesthuis gebouwd. Het terrein was wel omgracht, maar werd gebruikt als boomgaard en moestuin. In 1657 gaf het stadsbestuur van Leiden toestemming voor de uiteindelijke bouw van het pesthuis aan de stadstimmerman Huybert Cornelizoon van Duyvenvlucht.



Het werd een carrévormig gebouw bestaande uit een achttal grote zalen rond een ruime binnenplaats. Het geheel was omringt door een gracht die ook de binnenplaats in tweeën deelde om zo de mannen en de vrouwen gescheiden te houden. In 1661 kwam het gebouw gereed.








In 1741 bleek het gehele gebouw, na een grondige inspectie, aan een grondige opknapbeurt toe. Het gebouw verloor met de jaren zijn functie als opvang van pestlijders, maar behield de naam. Zo werd het gebruikt in de 17e eeuw om gewonde soldaten in onder te brengen. Later werd het in 1822 bestemd als een gevangenis, maar het gebouw bleek al snel te klein te zijn en werden er aan de noordzijde een gebouw opgetrokken dat 384 cellen bevatte. In 1910 werd het een rijksopvoedingsgeticht voor jongens. In 1941 werd er het Kon. Nederlands Leger- en Wapenmuseum Generaal Hoefner in ondergebracht, wat in 1989 naar Delft verhuisde.


Boven de grote toegangspoort, met daarin een kleinere toegangsdeur, is een pesttafereel afgebeeld van Verhulst (1660) en op de balk daaronder de wapens van I.I.Vesanevelt, S.D. Block, P.V. Assendelft, C.A.V.Achthoven en M.V.Strigtenhuise. Geheel boven aan de Leidse sleutels.



Sinds 7 april 1998, na de opening door Koningin Beatrix, fungeert het pesthuis als entree, museumwinkel en museumcafé van het museum Naturalis. Ook is er ruimte voor kleinere tijdelijke tentoonstellingen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen