woensdag 27 april 2011

PIET PIETERSZOON HEYN uit DELFSHAVEN (7).

Wie was deze ereburger van Delfshaven? We kennen hem allemaal van het lied over de zilvervloot, wat vele van ons uit volle borst gezongen hebben op de lagere school.

Weet je het nog?


Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
de zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaanse matten aan boord.
En appeltjes van Oranje.

Sprak toen niet Piet Hein met een aalwaerdig woord:
"Wel jongens van Oranje,
Kom, klim, reis aan dit Spaansche boord
en rol me de matten van Spanje"?

Klommen niet de jongens als katten in 't wand
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand.
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen!

Piet Hein!, Piet Hein!, Piet Hein zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot.
Zijn daden bennen groot.
Hij heeft gewonnen de zilveren vloot.
Die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot. (bis)

Kwam er nu nog eenmaal zo'n zilveren vloot.
Zeg zou jullie nog zoo kloppen?
Of zoudt gij u veilig en wel buiten schoot.
Maar stil in je hangmat stoppen?

Wel, Hollandsch bloed,
Dat bloed heeft nog wel moed!
Al bennen we niet groot,
Al bennen we niet groot.
We zouden winnen de Zilvervloot!
We zouden winnen, winnen de Zilvervloot!


We zouden winnen, winnen de Zilvervloot!

Pieter Pieterszoon Heyn werd geboren op 27 november 1677 in een klein huisje in de Kerkstraat, ook wel 'Kerkhofsteeg'en tegenwoordig Piet Heynstraat geheten in Delfshaven. Zijn ouders waren niet welgesteld en moesten iedere verdiende cent omdraaien. Vader Heyn werkte als visser op de haringvloot van Delfshaven. Met zijn karig verdiende loon moeste hij zijn vrouw en drie kinderen zien te onderhouden. Moeder Heyn wenste dat haar zoon een baan aan wqal zou zoeken, maar het zoute bloed zat in Piet zij aderen en ging met zijn vader mee naar zee.


Veel geluk had hij in het begin niet, daar hij door de Spanjaarden gevangen werd genomen dike hem vier jaar als galeislaaf lieten werken. Na zijn vrijlating koos hij opnieuw het zeegat en werkte als schipper op de koopvaardij. Wederom werd hij door de Spaanjaarden gevangen genomen.


Na de slag bij Nieuwpoort werd hij met ander gevangenen vrijgelaten. Hierna werd hij schipper voor eigen rekening en zette koers naar de Middellandse Zee.

Het was in die tijd, dat kapperij de gewoonste zaak van de wereld was. In deze legale vorm van piraterij gaven overheden tijdens de oorlogen kapersbrieven mee aan de kapiteins. Het bezit daarvan gaf recht alle schepen die onder vijandelijke vlag voeren, aan te vallen. Nadat een schip was geënterd, werd het commando overgenomen en werden de aanwezige vracht en documenten in beslag genomen. De kapers mochten een deel van de opbrengst houden.

Zo verdiende Piet Heyn een aanzienlijk vermogen, dat hij zelfs de gemeente Delft geld leende.

( Het wapen aan de gevel van zijn geboortehuis bevat een gevelsteen met het wapen van Piet = vogel, Heyn = op een heining)


In 1623 trad Piet Heyn in dienst van de WIC (West Indische Compagnie) welke intresse had in de Portugese bezittingen in Brazilië. Heyn veroverde als gezaghebber van de WIC San Salvador in Brazilië.

In 1626 werd hij als admiraal van een grote vloot naar de Caribische Zee gezonden om met de daar aanwezige scheepsmacht van Boudewijn Hendrikszoon een Spaanse zilvervloot te veroveren. Inmiddels overleed Boudewijn Hendrikszoon en Heyn kon zijn vloot niet traceren, waardoor hij niet aan zijn opdracht voldeed, Hij bleef zoeken naar deze vloot en zo haalde hij in 1627 in de Allerheiligenbaai een aanzienlijke buit binnen.

Het belangrijkste wapenfeit uit de loopbaan van deze zoon van Delfshaven is wel de verovering van de Spaanse zilvervloot in de baai van Mantanzas op 6 en 7 september 1628. De oorlogbuit die hij veroverde op generaal Benevides, bestond uit twaalf miljoen gulden, uit die tijd.

In het scheeps verslag werd vermeld: 177.00 pond zilver, 66 pond goud. 1000 parels. 35.575 huiden, suiker, parfum en 1 papagaai. (Matten was de Spaanse munteenheid.)
Voor die tijd een enorm bedrag. Er werd dan ook een speciale erepenning voor Piet Heyn geslagen.


( De Drakenkop in de geveltop verwijst enerzijds naar zijn heldendood en anderzijds naar het schip ' De Groene Draeck' waarop hij sneuvelde.)

De roem van Piet Heyn als uitstekend strateeg en tacticus snelde hem vooruit. Dat wat hem het meest seirde als leider, dat hij krachtig en rechtvaardig was en dat er van hem een groot enthousiasme uitging. Zo werd hij voor Prins Maurits en de Staten van Holland en West-Friesland de man om als buitenstaander de marine te vernieuwen. Zo werd hij in 1629 aangesteld als luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland.


Hij was pas enkele maanden in dienst van deze funtie toen hij in de strijd tegen de Duinkerkse kapers, welke Spaanse kapersbrieven hadden, bij de 'Vlaamsche Banken' sneuvelde, welke slag wel werd gewonnen. Zo eindigde de roemrijke loopbaan, op 51 jarige leeftijd, op 20 juni 1629 van Pieter Pieterszoon Heyn.


Hij werd op 4 juli in de Oude Kerk in Delft begraven in een prachtige tombe. Zijn heldendaden zijn niet vergeten en klinken dan wel in andere woorden van veel Nederlandse voetbalstadions.








Koning Willem III onthulde op 17 oktober 1870 het standbeeld van de Delfshavense zeeheld Piet Heyn. Hij werd pas 150 jaar na zijn dood geëerd met dit standbeeld wat ruim drie meter hoog is.


Op de voorzijde van het voetstuk is het wapen van Piet Heyn afgebeeld: een kraai (piet) op een heining (heyn) die beschermd is door een helm. Daarachter kan men de lijfspreuk lezen van Heyn: 'Argentum Auro, Utrumque, Virtuti Cedit', oftewel: Goud is meer dan zilver, de deugd overtreft beide'.


Hij was tevens tot 'schepen', en wethouder, van Delfshaven benoemd.











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen