vrijdag 29 januari 2010

DE OBELISK.


DE OBELISK.
Een obelisk is een stenen gedenknaald die in he oude Egyptische cultuur voor de tempels werd opgericht of op het terrein van de tempel. Ze waren op de punt verguld om de zonnestralen te weerkaatsen.De obelisk wordt beschouwd als de opvolger van de Benben-steen.

BENBEN-STEEN.
Een Benben-steen was in het Oude-Egypte een rechtop staande steen met een puntige top. De steen was vaak verguld of bekleed met elektrum (een legering van één deel koper, vier delen zilver en vier delen goud). De eerste was opgericht in het religieuze centrum Heliopolis. Het zou een verwijzing zijn naar het Egyptische scheppingverhaal: de oerheuvel die opsteeg uit de chaos.
Ook worden ze in verband gebracht met de zonnecultus van Amon-Ra en de Aton-cultus van farao Achnaton. Tot op heden is geen van deze stenen terug gevonden.

(links een afbeelding van de obelisk van Ramses II welke voor de tempel van Luxor staat.)

De eerste of vroegste obelisk die is terug gevonden is die van Senoereset I uit de 12e dynastie. Deze stond nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats in Heliopolis (ongeveer 1950 v.Chr.) In principe is een obelisk een stenen zuil die naar boven toeloopt en op een vierkant gronvlak staat. Ze werden gemaakt uit monoliet, meestal roze graniet en werden bedekt met hiëroglieven. Het roze graniet kwam uit de groeven bij Aswan en werd als het was uitgekapt per schip vervoerd naar de plaats waar de obelisk moest komen te staan. Een opmerkelijk en zwaar karwei zonder de moderne hulpmiddelen, want een obelisk had een gewicht van 400.000 kilogram en was 30 meter lang.
Ze werden gebouwd in opdracht van de heersende farao en naast- of bij de tempels geplaast ter verering van de god Ra. Ze zijn zo hoog omdat ze zo ver mogelijk naar de zon moesten reiken.

De farao's lieten zich er op beschrijven vaak ter ere van overwinningen op de vijand van het land en over hun regeer jaren. Obelisken kende men al in de tijd van de pyramiden.
Vanaf twee eeuwen voor Christus werden de obelisken met meerderen tegelijk geplaatst voor de pylonen van de tempels. In het Oude-Rijk (2700-2140 v.Chr.) plaatse man ook kortere of berdere kleinere obelisken voor de ingang van de rotsgraven. Hierop stond dan de naam met bijbehorende titels vermeld van de overledene (een hedenkings stele.)
In de oude graven werden zij van hout samen sjawabti-beeldjes gevonden, wat verband moet houden met de nachtelijke reis door de onderwereld en de vereniging met de dodengod Osiris.



De eerste verplaatsing van de obelisken dateren uit de Romeinse keizertijd als oorlogsbuit. Ze werden verscheept vanuit Egypte naar Rome of Byzantium. Een tweede verplaatsing vond plaats in de 19e eeuw. Bekend zijn de obelisken welke in Londen staan. de naald van Cleopatra, en die in Parijs op de Place de la Concorde, die van Ramses II.
Ook in Rome staan er de nodige (8 stuks) en de laatste werd geroofd door de Italiaanse dictator Mussolini, toen hij op oorlogspad was, Uit Ethiopië.
Er staan op het moment meer Egyptische obelisken in het buitenland dan in Egypte zelf.


De laatste afbeelding is van een zeer moderne obelisk. Het kunstwerk is een ontwerp van de architect Santiago Calatrava. De obelisk staat op Plaza de Castilla in het noorden van de Spaanse hoofdstad Madrid. De zuil heeft een diameter van twee meter en is 93 meter hoog. De zuil is bekleed met 493 bronzen strips die door een hydraulisch systeem in beweging worden gebracht.Een geschenk aan de bevolking van Madrid van de Spaanse Fundación Caja Madrid.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen