zondag 12 juli 2015

INKTVIS. WAT IS DAT?

GEEN INKT OM MEE TE SCHRIJVEN

MAAR OM ZICH ER ACHTER TE 

VERBERGEN.


INKTVIS.

Inktvissen (Cepphalopode)  behoren tot de weekdieren (Mollusca). De Latijnse naam Cephalopoda stamt uit het Grieks en betekend letterlijk koppotige. Inktvissen leven uitsluitend in zout water en komen in alle wereldzeeën voor. Alle inktvissen zijn carnivoren. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vis, krabben, kreeften en weekdieren die ze met de zuignappen op hun grijparmen vangen. Ook schrikken ze er voor terug eigen soortgenoten op te eten.

 ( Nautilus.)

het zijn schepdieren met een krans van 8 tot 10 armen voor aan de kop. De mantel vormt veelal geen het dier omhullende schelp, maar is tot een gespierde zak uitgebroeid waarin de ingewanden liggen. Voor heeft de mantel een opening waardoor water wordt ingelaten. De voet is tot een trechter uitgegroeid die met de mantel één geheel vormt.
Het ademwater kan met een kracht door de trechter uitgestoten worden, waardoor het dier met een snelle beweging achteruitgaat.
Bij enige soorten vormt de mantel aan de rugzijde inwendig een soort schelp van los kalkweefsel, het zogenaamde ´zeeschuim´, dat veel aan het strand wordt gevonden.
De armen zijn van een groot aantal zuignappen , soms haken, voorzien. Bij de 10-armige zij twee armen langer dan de andere, deze dragen alleen aan de verdikte uiteinden zuignappen; bij de mannetjes is één arm afwijkend gebouwd, die dient voor de paring. De bek is voorzien van een hoornachtige snavel die op de bek van een papegaai lijkt. De huid is rijk voorzien van chromatoforen waardoor een snelle en soms fraaie kleurwisseling mogelijk is.


 ( Sepia officinalis.)

De ogen, gebouwd als bij gewervelde dieren, en het zenuwstelsel zijn sterker ontwikkeld dan bij enig ander ongewerveld dier.
Veel soorten bevatten een klier die een zwartbruine vloeistof afscheidt die plotseling naar buiten kan worden afgestoten en het dier in een donkere troebele wolk verbergt.
Een groot aantal leeft van plankton van alle zeeën. De grotere soorten zijn roofdieren die leven van vissen, schelpdieren en vooral schaaldieren.
Op hun beurt vormen inktvissen een prooi voor vogels, walvissen en robben. De potvis leeft vrijwel uitsluitend van inktvissen. Ook voor de menselijke consumptie zijn ze van betekenis; de jaarlijkse vangst ligt ver boven de 500 miljoen kilo. Vooral in de landen rond de Middellandse Zee is het een geliefd gerecht.
Doordat ze ook in scholen voorkomen, worden soms grote hoeveelheden tegelijk gevangen.
De 'inkt' van de vis wordt gebruikt als kleurstof sepia.
De inktvissen behoren tot een orde van dieren die vroeger veel omvangrijker was; veel bezaten wel een uitwendige schelp (Ammonieten en Belennieten). Een vorm met uitwendige schelp is nu nog Nautilus. Zijn spiraal vormig opgewonden schelp is in tal van vakken verdeeld; het dier leeft alleen in het buitenste vak, maar een buis verbindt alle vakken tot in de binnenste winding. De vakken zijn met gas gevuld; hierop blijft het dier drijven. Een paar soorten leven in de Stille- en Indische Oceaan. De schelpen worden veel als snuisterijen gebruikt.



De reuzeninktvis (Architheitis), is de grootste inktvis; het lichaam kan ruim 5 meter lang worden en de twee lange armen ruim 14 meter. Een gevangen exemplaar van 259 kilo is bekend.



Grote exemplaren kunnen gevaarlijk zijn voor de mens. De ogen kunnen een doorsnede van bijna 40 cm bereiken, de grootste ogen die voorkomen.
Het dier is familie van de pijlinktvissen.

Door zijn enorme omvang en kracht schrok het dier en niet terug om schepen aan te vallen en zelfs de strijd aan te met de potvis, die het als een lekker hapje aanzag.
Legendarische vertellingen over dit dier zijn er meer dan genoeg uit de oude scheepvaart. 

Langs onze kusten komen veel voor Sepia, de zeekat, en Loligo, de pijlinktvis; de eerste heeft een afgerond achterlijf, de tweede een pijlvormig. Beide soorten behoren tot de 10-armige. De eieren van de zeekat zijn zwarte bolletjes, ter grootte van een kleine druif, die in trossen worden gelegd. De eieren van de pijlinktvis zijn glashelder en in snoeren gerangschikt.



                                                                            ( Pijlinktvis.)

Tot de 8-armige soorten behoort Arganauta of papierschelp; het wijfje vormt een papierdunnen schelp die evenals bij nautilus spiraalsgewijs gewonden, maar niet in vakken is verdeeld. Lege schelpen drijven als een klein bootje op het water.


( Argonauta of papierschelp.)

De mannetjes zijn klein, zonder schelp, zij hebben de vorm van een Octopus. De arm die als paringsorgaan dienst doet, wordt bij de paring in de schelpholte achtergelaten en blijft hier een lange tijd leven.
De eieren worden dan in de schelpholte bevrucht en ontwikkelen zich hier. 
Hij leeft in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.





                                                               ( Octopus vulgaris.)

De meest voorkomende 8-armige inktvis is Octopus vulgaris.; alle acht armen zijn gelijk, het achterlijf is afgerond zakvormig. Verwante soorten kunnen tot 1,5 meter lang worden. Voor consumptie worden zij iets minder gewaardeerd dan zeekatten en pijlinktvissen.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen