maandag 13 juli 2015

ZWEEPDIER. WAT IS DAT?


NIET OM MEE TE SLAAN, MAAR 

VOOR HET VOORTBEWEGEN.

( Zweepdieren van het geslacht Conyaulax kunnen het zeewater een rode tint geven.)

ZWEEPDIEREN.

Zweep- of geseldieren, zijn eencellige organismen die zich voort bewegen door middel van een of meerdere zweepdraden.
Zij behoren tot uiteenlopende klassen van het planten- en dierenrijk.
Men onderscheidt ze wel in flagellaten en dinoflagellaten.

De flagellaten zijn meestal eenvoudig van vorm en vaak kleiner dan 0,01 millimeter. Zij kunnen kleurloos zijn en zijn dus geheel als dieren te beschouwen; andere bevatten chlorofyl met daarenboven vaal nog andere kleurstoffen; zij kunnen organische stof vormen en leven dus in dit opzicht als planten. In het plankton, vooral van kustwateren, kunnen ze in miljoenen per liter voorkomen. Ze vormen belangrijk voedsel voor kleine plankton dieren, waaronder vele soorten larven.

( Boven links: Ceratium cornutum; rechts: Ceratium macroceros; onder: Peridinium pyriforme.)

De dinoflagellaten zijn meestal 0.05 tot 0,1 millimeter in doorsnede; om hun lichaam loopt een groeve waarin twee zweepdraden ingeplant zijn. Vele soorten zijn bedekt met pantserplaten en hebben vaak zeer grillige vormen. Bekende soorten zijn Peridinium en Ceratium.
De dinoflagellaten zijn na de kiezelwieren (kiezelalgen) de belangrijkste voedselvormers in de zee, vooral in warme streken.
Sommige soorten geven licht en zijn lichtgevende organismen.
Enkele soorten van bijvoorbeeld het geslacht Conyaulax zijn giftig.
Zij kunnen het zeewater een rode tint geven (red tide). Zij treden vooral op in water dat bijvoorbeeld tengevolge  van opwelling rijk is aan voedsel. Zij kunnen een grote sterfte onder zeedieren zoals de vissen veroorzaken.
Veel schelpdieren daarentegen nemen het gif in hun lichaam op zonder eraan te sterven. Worden zij dan door de mens gegeten, dan kunnen ernstige vergiftigingsverschijnselen optreden die niet zelden dodelijk zijn; het gif behoort tot de zwaarst bekende.
In onze streken zijn ook dodelijke vergiftigingsgevallen bekend, maar deze traden vrijwel steeds op in van de zee afgesloten bekkens, zoals gebeurde in 1938 in het kanaal van Zeebrugge.
Een enkele keer hebben ook mosselen uit de Zeeuwse stromen en de Waddenzee tot het optreden van niet ernstige ziekteverschijnselen zoals maag- en darmstoornissen geleid. Hier was een ander zweepdier, de Prococentrum micans, de oorzaak.
Andere rode verkleuringen van het zeewater, bijvoorbeeld door de zeevonk zijn onschadelijk.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen