donderdag 1 januari 2015

STEVENSWEERT EN HAAR KASTELEN.

HIER STONDEN EENS...


Stevensweert een kleine gemeente wordt ook wel 'het eiland in de Maas' genoemd. De gemeente valt nu onder de gemeente Maasgouw en is het gemakkelijkst te bereiken via de gemeente Maasbracht (Maasgouw). 

HET WAPEN VAN STEVENSWEERT.


                                                              Het wapen is een combinatie van de bekende heren van Stevensweert het geslacht van Pietersem en de bedreven landbouw van de bewoners van het stadje.  
De leeuw van Pietersem is historisch juist. Deze familie bezat reeds in de 13e eeuw heerlijke rechten te Stevensweert en was eigenaar tot circa 1415. Tot 1548 was dit een vrije heerlijkheid, daarna behoorde het tot het overkwartier van Gelre. In 1632 werd de plaats voorzien van vestingwerken in opdracht van Frederik Hendrik.
De plaatsing van de korenaren op het wapen zouden niet juist zijn volgens een reeds uit 1396 bestaand zegel van de schepenbank. Op dit zegel komen ze uit een centraal punt in een waaiervorm. Waar de oorspronkelijk afbeelding van de korenaren vandaan komt is niet duidelijk terug te vinden in de archieven.

EENS STONDEN HIER TWEE KASTELEN.


Stevensweert is van oudsher een vestingstadje aan de oever van de Maas. Hierdoor konden de toenmalige heersers, de heren van adel, tol heffen voor de doorvaart van de schepen op de Maas, wat een aardig inkomen was.

Deze heren van adel bewoonden uiteraard de voor hun ontworpen en gebouwde kastelen, maar daar is helaas weinig of niets meer van terug te vinden.






In het centrum van het plaatsje aan het Jan van Stevensweertplein zijn de resten nog te zien van wat eens een machtig kasteel was.

Dit kasteel groeide uit van een woontoren uit de 12e - en 13e eeuw in de Middeleeuwen tot een machtig kasteel.
Het kasteel was in het bezit van de graven Van den Bergh.





Pas na opgravingen welke in 1953 begonnen en een grondig archief onderzoek heeft men een maquette weten te vervaardigen hoe het kasteel er in zijn glorie tijd zou hebben uitgezien.



Nu geeft een bord van de ANWB de geschiedenis en de opbouw van het kasteel weer.



In een gerestaureerde buitenmuur opgetrokken uit mergelsteen zijn nog de oude schietgaten zichtbaar van het middeleeuwse kasteel. De muur sluit aan bij de torenruïne naast het 'gouvernement'.

In de negentiende eeuw werd dit stuk grond in gebruik genomen als begraafplaats voor de overleden bewoners van het kasteel Walburg.





Op deze begraafplaats liggen begraven:
Baron Carl Riedelsel d' Eisenbach (+ 1853) 
en zijn twee echtgenotes;
Charlotte van Hompesch. (+ 1836)
Josefine de Riccé. (+ 1875)

Arnaitille Riedelsel d' Eisenbach. (+ 1910)
en haar echtgenoot;
Graaf Adolf van Hompesch-Rürich (+1893)

Vincent van Hompesch - Walbourg. (+1867)
Gouvernante Elénore Fabricius. (+1877)


KASTEEL WALBURG.


Dit voormalige kasteel-lusthof stond ook wel bekend onder de namen; Walbourgh of Walborgh.
Het kasteel, een fraaie lusthof, werd aan de oever van de Maas gebouwd in 1632, buiten de vestingwallen van het stadje Stevensweert in de richting van Ohelaak.










Het was een kasteelhoeve met fraai aangelegde tuinen en waterpartijen.
De opdrachtgever was de graaf Herman Frederik van Bergh, Heer van Stevensweert, en deze liet het bouwen voor Josefine Walborgh, gravin van Löwenstein Rochefort Wertheim.





Josefine Walborgia was reeds op haar 12 jarige leeftijd een stiftdame in de abdij van Thorn en werd op haar 15 jarige leeftijd, met toestemming van de toenmalige Z.H de paus tot prinses-abdis geïnstalleerd.  
Daar deze stiftdames vrij waren de abdij te verlaten wanneer ze maar wensten, was het mogelijk dat ze door Hermen Frederik ten huwelijk werd gevraagd nadat hij haar leerde kennen. Dit huwelijk werd in het geheim voltrokken in 1632.


Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd het kasteel in de 18e eeuwse stijl gerestaureerd.
In 1924 werd het op nu nog onverklaarbare rede verwaarloosd achtergelaten en verviel het geheel al snel in een ruïne.
Stenen en hout werden er weg gesloopt voor de bouw van woningen en boerderijen in de omgeving.
In 1992 verdwenen de laatste resten van deze eens zo fraai aangelegde lusthof, door het uitbaggeren van de uiterwaarden van de Maas voor de winning van grint.




Dat de heren graven Van de Bergh invloed hadden in het gebied en ver daarbuiten, blijkt uit het feit dat ze hun eigen munt sloegen in de 16e- en 17e eeuw. 
Dit waren zilveren daalders en goudguldens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen